Bekijk het origineel

De collecte voor het werelddiakonaat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De collecte voor het werelddiakonaat

6 minuten leestijd

Eerlijk gezegd komen wij zo langzamerhand in grote gewetensnood. Ik bedoel dan nu als het gaat over onze financiële bijdragen voor het werk van de kerk overzee. De wereld is klein geworden. We worden telkens vrijwel onmiddellijk geïnformeerd over rampen, die zich dan hier en dan daar voltrekken, over een stuk nood dat ergens in de wereld heerst. We komen ervan onder de indruk en voelen ons gedrongen de nood mede te lenigen. Je ziet een afbeelding van een krottenwijk in Latijns Amerika, van het rampgebied in Pakistan, van door de oorlog geteisterde gebieden in Vietnam en ga zo maar door. We beseffen dat ook de kerk een roeping heeft om de noden, die er in de wereld zijn, te lenigen. Dat behoort tot haar diakonale taak.

De diakonale taken van de kerk zijn verruimd tot over de grenzen. Om twee redenen. In de eerste plaats omdat we zelf in een welvaartmaatschappij leven en de diakenen door de jaren heen steeds minder steun behoefden te geven aan behoeftige gemeenteleden. In de tweede plaats omdat de nood van de mensheid ver over de grenzen tot voor onze voeten wordt gelegd. Daarom nogeens, we beseffen de dure roeping van de kerk voor diakonaat overzee, voor Werelddiakonaat. Daaraan kunnen en mogen we ons niet onttrekken.

Waarom we dan toch in gewetensnood komen? Omdat zich momenteel geweldige verschuivingen aan het voltrekken zijn in de principiële fundering van het werk van de kerk overzee. Steeds meer wordt de diakonale taak van de kerk losgekoppeld van de eerste taak, dat is de evangelieverkondiging. We beginnen er moeite mee te krijgen om in de taken, die de kerk overzee aanpakt, het specifiek kerkelijke te onderscheiden. Vooral wanneer we bedenken dat meer en meer de kerkelijke activiteiten overzee gekoppeld worden aan politieke activiteiten.

Ik ga dat hier niet allemaal meer toelichten. Maar het blijkt uit de verslagen van de Generale Diakonale Raad, waarin een verschuiving op te merken is van barmhartigheid naar gerechtigheid. De diakonale taken worden niet meer, in de lijn van de woorden en daden van Christus, als werken van barmhartigheid gezien, maar zijn meer en meer gericht op het gestalte geven aan de gerechtigheid, met al de consequenties die men momenteel aan dit woord verbindt. Vandaar dat ook het diakonale werk verbonden wordt met de revolutie. Door revolutie moet immers gerechtigheid in de wereld gestalte krijgen, zo wordt dan gezegd. Maar of dit dan inderdaad de bijbelse gerechtigheid is, die allereerst op de eer van en de dienst aan God gericht is, is een tweede.

Vorig jaar werd ter inleiding op de jaarlijkse collecte voor het werelddiakonaat, die allerwege in de gemeenten gehouden wordt, een artikel geschreven in Trouw door drs. C.H. Koetsier, waarin de verschuiving van de diakonale gerichtheid van barmhartigheid naar gerechtigheid duidelijk uit de verf kwam. Met zoveel woorden werd gezegd dat 't werelddiakonaat een functie had inzake de revolutie die zich overal voltrekt.

De vraag is dan ook: wat gebeurt er met de gelden die voor het werelddiakonaat worden ingezameld? In toenemende mate zijn we verontrust over de besteding van deze gelden, zodat we ons in alle ernst afvragen of we nog achter de collecte voor het werelddiakonaat kunnen staan. Al enkele malen maakte dit onderwerp punt van gesprek uit in Hervormd-Gereformeerde kring. We hebben het besproken in de kring van het Hoofdbestuur. En we moeten zeggen dat, hoeveel goed werk er ook door het werelddiakonaat verricht wordt, we niet meer achter de totaalopzet van het werk van het werelddiakonaat kunnen staan.

Nu zou dat gemakkelijk kunnen leiden tot de constatering: dan doen we maar niets; en we houden de portemonnaie dicht. Dat is de weg van de minste weerstand. Dat is tevens een schromelijke verwaarlozing van eigen roeping. Dat is in verschillende van onze gemeenten ook goed begrepen. Ik noem enkele van de grote gemeenten, zoals Huizen, Veenendaal en Rijssen. Daar wordt de jaarlijkse collecte voor het werelddiakonaat niet meer gehouden, om redenen hierboven genoemd. Maar tegelijkertijd heeft men projecten gevraagd aan de G.Z.B. In gevallen, die ons bekend zijn, blijkt de offervaardigheid daarvoor groot te zijn. Men weet voor welk project men geeft en dat verhoogt de offervaardigheid.

Ik geloof dat we deze weg op moeten. We dienen onze verantwoordelijkheid voor de nood in de wereld te verstaan. Maar laten we onze hulp dan laten lopen via de G.Z.B. Het is ons bekend dat de G.Z.B. gaarne bereid is concrete projecten aan te reiken aan die gemeenten die erom verzoeken.

We moeten ook niet vergeten dat het niet voor niets is dat de G.Z.B. in onze kerk als aparte Zendingsorganisatie haar werk doet naast Oegstgeest. Daarachter zit een fundamenteel verschil in uitgangspunt, wanneer het gaat over de zending en over alle aanverwante takken van arbeid overzee. Wanneer die verschillen er in onze tijd niet meer zouden zijn, zou de G.Z.B. geen bestaansrecht meer hebben.

De laatste tijd is echter pijnlijk naar voren gekomen hoe diep die kloof wel is. De synode liet de G.Z.B. in de kou staan inzake de actie 'Kom over de Brug'. De G.Z.B. kon terecht niet over haar bezwaren heen om met Rome in deze samen te werken.

De G.Z.B. doet dus niet mee. Maar dat betekent ook dat de G.Z.B. niet deelt in de opbrengst van deze actie. Alleen daarom al is het geboden dat wij als Hervormd Gereformeerde gemeenten het de G.Z.B. mogelijk maken haar diakonale taak overzee mogelijk te maken. Willen wij onze gelden inzake het werk overzee goed besteden, dan is er maar één verantwoorde mogelijkheid, dat is via de G.Z.B. Van het totaal van onze bijdragen kan slechts een heel klein stukje nood in de wereld worden gelenigd. Laten wij dan dat stukje voor onze rekening nemen waarvoor de G.Z.B. verantwoordelijk is. We willen namelijk niets liever dan dat het werk van de kerk overzee direct verbonden is met de primaire roeping van de kerk, dat is de verkondiging van het evangelie, naar de Schriften.

In februari wordt de collecte voor het werelddiakonaat weer gehouden. Laten we er een forse collecte voor de G.Z.B. van maken. En wanneer de G.Z.B. wil bijdragen aan een actie voor het werelddiakonaat, dan heeft de G.Z.B. wel de geëigende kanalen om een verantwoorde besteding van de gelden te garanderen.

Laten we dan ook gezamenlijk onze diakonale taak verstaan. Ik eindig met een woord van Christus: 'Ik wil barmhartigheid, en niet offerande. Want ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering'. Het is een woord, door Christus gesproken, toen Mattheüs uit zijn tolhuis, dat is zijn geldhuis geroepen werd. De barmhartigheid en de oproep tot bekering gaan blijkens dit woord van Christus hand in hand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De collecte voor het werelddiakonaat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken