Bekijk het origineel

Een amandelroede

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een amandelroede

7 minuten leestijd

'Verder geschiedde des Heren Woord tot mij, zeggende: at ziet gij, Jeremia? En ik zei: k zie een amandelroede. En de Here zei tot mij: ij hebt wel gezien; want Ik zal wakker zijn over mijn Woord, om dat te doen.' Jeremia 1 : 11 en 12

De maaltijd is weer gebruikt. Vader kijkt de kring eens rond: borden leeg? Geef mij dan het boek maar aan. Dat is geen willekeurig boek uit de boekenkast, naar keuze van de gezinsleden. Het boek, zo wordt de bijbel wel genoemd; een kind kan dat weten, het boek ligt op zijn eigen vaste plaats.

Vader slaat de bijbel open, schraapt z'n keel en begint op een wat plechtige toon: De woorden van Jeremia, de zoon van Hilkia, uit de priesteren, die te Anatoth waren, in het land van Benjamin. Jeremia is aan de beurt. Het is aan te bevelen, om naast het lezen in het gezin, zelf zo'n bijbelboek eens door te nemen, niet terloops, maar om de spitsen van de boodschap te ontdekken. Lees dit boek maar eens in één ruk uit, zo lang duurt dat nu ook weer niet.

De woorden van Jeremia. Zijn deze woorden, na eeuwen, nog de moeite waard; zijn ze niet door de geschiedenis achterhaald? Nu goed, Jeremia zei het een en ander, maar wat moeten wij daarmee in onze tijd? Misschien is het de moeite toch waard, omdat Jeremia zo welsprekend of zo diepzinnig was. Wie was Jeremia eigenlijk en met welk recht legt hij beslag op onze aandacht? Allemaal vraagtekens. Tot wien het Woord des Heren geschiedde. Dat is het dus! Uitroepteken. Het woord des Heren is de samenhang en het draagvlak van de woorden van Jeremia. Jeremia was éen profeet. Een stem, de stem van de roepende, de stem van God. God is de sprekende, de roepende God, en leent de stem van een mens. Dat brengt het een en ander met zich mee, maar dat is van doorslaggevende betekenis, wanneer wij de woorden van Jeremia lezen.

De wereld kraakte toentertijd in haar voegen. De machtsverschuivingen zijn net aardbevingen; grenzen worden gewijzigd, volken van de kaart geveegd, hele landstreken verwoest. En Jeremia maar spreken; een stem in de storm, die ook over Juda raast. Hoe zal hij zich verstaanbaar maken? Zijn stem is niet sterk en reikt niet ver. Nee, nu stel ik de zaak verkeerd voor. Weet u hoe het eigenlijk is? In zijn woorden barst een onweer des Heren los. Denk er goed om: Mijn woord, zegt de Here. Ik zal het in uw mond geven om het uit te spreken. Wordt dit woord u op de lippen gelegd — soms tegen wil en dank — dan kan Jeremia niemand meer naar de mond praten.

Jeremia stamde uit een priesterlijk geslacht; vader deed, , volgens het rooster, dienst in de tempel te Jeruzalem, terwijl het gezin in Anatoth woonde, zo'n zeven kilometer van de stad. Opgevoed in de kennis van de naam des Heren, wordt hij plotseling en rechtstreeks tot profeet geroepen. Dat grijpt diep in. Hij is er de man niet voor, bovendien is hij nog jong. Hij kan er echter niet onderuit; God is hem te sterk. Want Ik!

Als Jeremia daardoor helemaal van zijn stuk gebracht is, schenkt de Here hem een gezicht ter bemoediging. De Here weet immers wat maaksel wij zijn en Hij rekent daarmee. Wat ziet gij, Jeremia? Ja, Jeremia ziet het duidelijk: een amandelroede. De tak, liever nog de twijg v£m een amandelboom. Hij bot reeds uit, hij bloesemt; kortgesteelde witte en rose bloesem. Dan zegt de Here: Gij hebt wèl gezien. Want Ik zal wakker zijn over Mijn woord om dat te doen.

Want. Wat mag toch het verband zijn tussen die amandeltak en die nadere verklaring des Heren: Ik zal wakker zijn. Het ontgaat ons in de vertaling. In het oorspronkelijke vindt u een woordspeling. Amandeltak en wakker zijn, verschilt slechts éen letter. Wij zouden de amandelboom de waakboom kunnen noemen en hij draagt die naam dan niet ten onrechte. De wakende boom. Als alle bomen nog in de winterslaap verzonken liggen, is hij reeds wakker, vroeg op en druk in de weer. Het is nog volop winter, januari, februari, en kijk eens: de amandelboom bloesemt al.

Daarop zinspeelt de Here hier. Hij knoopt er bij aan, om Jeremia een hart onder de riem te steken. God maakt gebruik van aanschouwelijk onderwijs. Dat kan ons helpen. Ik liep eens door de tuin, met een ouderling uit een vorige gemeente en stelde bij een boom wat weemoedig vast: het blad is er af, het is herfst. Toen zei de ouderling: u moet er eens op letten, de knoppen zijn al weer gevormd, zij het wat verborgen. Dank je wel, broeder! Een amandeltak. Jesaja, Ezechiël, Amos zagen andere dingen toen ze geroepen werden. Jeremia vergeet dit visioen nooit; die tere, bloesemende tak in de winterse wereld.

Hoe was het ook weer? Ik zal wakker zijn over Mijn woord, om dat te doen. ik slaap niet mijn knecht. Valt het u moeilijk mijn knecht te zijn: Ik ben waakzaam over Mijn Woord en Ik werk er aan. Daarom is het geen klank maar een kracht. Woorden en daden liggen bij mij niet ver van elkaar; woorden zijn er om te doen. Zeg Ik iets, dan ben Ik daarmee bezig. Omdat Ik het volvoer, kunt gij het volhouden in Mijn naam te spreken.

God staat achter Zijn woord en Hij staat er voor in. Het wordt niet op goed geluk gesproken; wij zullen wel eens zien, wat er van komt. Nee, Hij werkt er aan uit alle macht. Het woord loopt niet achter de feiten aan, het is ook niet afhankelijk van menselijke goedkeuring of medewerking. De profeet heeft niet te vragen of zijn woord aanvaard wordt. God gaat er over en waakt er over. Hij is geen toehoorder als het wordt verkondigd; het wordt voltrokken omdat Hij het zegt. Zo doende is het ook in de geschiedenis een werkzame kracht. Dat moet Jeremia weten. Wat een opdracht kreeg hij

zoeven; Ik stel u te dezen dage over de volken en de koninkrijken. De man uit Anatoth, die man met z'n menselijke zwakheden, die man die toch niets betekent, vergeleken met vorsten en volken. Ik stel u. Bij de opdracht hoort altijd de volmacht. Welnu, die volmacht is de volle macht van die Ik.

Zo is Jeremia de profeet des Heren. Hij ziet de hoge bomen staan, wier kruin bijna aan de hemel raakt. Ze groeien maar door. Nee, hij zal ze ontwortelen door het woord. Hij ziet paleizen, die blinken in de zon; hij zal ze slopen. Dat is het woord van Gods oordeel. Ook om te bouwen en te planten. Dat is het woord van Gods heil. Het roept een volstrekt nieuwe toekomst op, het luidt die in. Bouwen aan Gods toekomst met het Woord. Hij zal. Dat ligt toch boven zijn macht, en wat haalt het uit? Wat ziet gij, Jeremia? Gods plannen falen niet.

Jeremia zou zijn roeping niet kunnen volbrengen als hij daarvan niet verzekerd werd, dat is duidelijk. Trouwens, als de Here ons iets verzekert is dat nooit een overbodige weelde; integendeel het is broodnodig. Alleen uit kracht van dit: Ik zal, kan hij het woord richten tot volken en koninkrijken. Ook tot zijn eigen volk en tot het rijk van Juda. Zijn woorden ontketenen onvermoede krachten: Want Ik zal wakker zijn, zegt de Here.

Werden wij misschien, op heel bescheiden schaal, geroepen, om het Woord des Heren te spreken, ambtelijk, persoonlijk, in gemeente en gezin? Wie kan dat aan? Een winterse kou, stellen wij vast, alle leven ligt verstorven. Wat ziet gij? Een amandelroede. Reeds bot de knop uit, en ontvouwt zich de bloem. Dat is het Woord des Heren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1971

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een amandelroede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1971

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken