Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Eerbieci voor 6e Schrift Eerbied voor de tekst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eerbieci voor 6e Schrift Eerbied voor de tekst

De tekst van de Bijbel

9 minuten leestijd

Septuaginta en Nieuwe Testament

Maar hoe moet het dan, nu deze tekst zo dikwijls in het Nieuwe Testaraent wordt aangehaald ? Welke tekst geldt, die van het Nieuwe .Testament of die van het Oude Testarrient ? Menig r.-k. theoloog houdt vast aan het geïnspireerd zijn van de Griekse vertaling. Wij zouden voorzover het om het Oude Testament gaat een geïnspireerde Bijbel hebben in twee versies: de Griekse en de Hebreeuwse. Maar wij aanvaarden geen inspiratie van een vertaling. Vertalen blijft mensenwerk met alle gebreken daaraan verbonden en wij moeten weigeren met de belijdenis mensenwerk als onfeilbaar te erkennen. Daarvoor waarschuwde reeds Hieronymus in zijn dagen (hij overleed op 72-jarige leeftijd in Bethlehem in 419).

Toch neem ik niets terug van het boven geschrevene over de grote betekenis van de Septuaginta tot de dag van vandaag voor de studie van de Heilige Schrift. Ik noem slechts een enkel geval en wel de zeer moeilijk te vertalen tekst Jes. 53 : 11. De Statenvertaling luidt hier: m de arbeid Zijner ziel zal Hij het zien en verzadigd worden (waarbij het woordje en cursief gedrukt is om aan te duiden dat wij hier met een toevoegsel te maken hebben). Hier vinden wij in de Septuaginta het woord licht. Nu is het merkwaardig, dat in de rol van Jesaja die in Qumran gevonden werd ook het woord licht voorkomt. Zou dit 't oorspronkelijke zijn, dan zou dit betekenen, dat in Jes. 53 niet alleen het lijden van de Messias wordt getekend, maar dat ook van Zijn opstanding wordt gesproken. Want licht is in het Oude Testament leven.

Een zeer merkwaardige tekstverandering komt voor in Jes. 19 : 25, waar de Griekse vertaling leest: ijn volk in Egypte.

De grote invloed van de Septuaginta blijkt uit de geschiedenis van de vertaling van Jes. 7 : 14. Deze tekst behoort tot één van de raoeilijkste in het Oude Testament. De Statenvertaling heeft: ie, een maagd zal zwanger worden en zij zal een Zoon baren en Zijn naam Immanuel heten. De nieuwe vertaling heeft: e jonkvrouw zal zwanger worden. Deze tekst wordt in het evangelie naar Mattheüs aangehaald (h. 1 : 23): ié, de maagd. De - Griekse vertaling heeft daar het woord parthenos voor het Hebreeuwse almah. En deze Griekse vertaling was de Bijbel van de eerste christenen; men beriep zich vele malen op deze tekst. Bijvoorbeeld ten aanzien van het eerstuk van de geboorte van Christus uit e maagd Maria wees men naar de tekst an Jes. 7 : 14. Daar stond in het Grieks arthenos, maagd. Neen, zeiden de joden, lmah betekent jonge vrouw zonder meer. aarop de christenen zeiden: et is uw eigen vertaling; zo staat het er reeds vele aren. Hoe men nu ook over de betekenis van het woord moge denken - dat voert hier te ver - 'op zijn minst' blijkt uit de Septuaginta, dat er in de tijd van het ontstaan van deze Griekse vertaling (begin van deze vertaling wordt in het algemeen gesteld op 250 voor onze jaartelling) een exegetische traditie was, die het woord almah in de zin van maagd heeft verstaan. Daarbij wijs ik niet eens op de betekenis van het feit, dat het woord parthenos in het evangelie van Mattheüs zeer doelbewust voorkomt.

Dat de christenen zich menigmaal op deze Griekse vertaling beriepen bracht de joden ertoe hun eigen vertrouwde, oude Griekse vertaling prijs te geven en af te vallen. Zij gingen veroordelen, wat tevoren onaantastbaar en onaanvechtbaar was geweest. Zo ontstond in de tweede eeuw van onze jaartelling een vertaling, die bij de joden hoog in aanzien is geweest, van de hand van Aquila, een jood uit Pontus, later nog gevolgd door andere (van Theodotion en Symmachus). Aquila vertaalde de tekst zeer letterlijk en volgde soms slaafs de Hebreeuwse volgorde der woorden ten koste van de duidelijkheid; gevolg van Aquila's methode was meer dan eens een gewrongen en vreemde zinsconstructie, maar in de ogen der joden was dat alles eerder een aanbeveling dan een manco.

Nu in-deze tijd menigmaal over bijbelvertalen en wat daarbij komt kijken gesproken en geschreven wordt is het wel goed zich eens in te denken wat er zoal komt kijken voordat een goede vertaling bij ons op de tafel ligt. En hier in deze artikelen gaat het uiteindelijk alleen om de vraag: Hoe zit het met de tekst van de Bijbel, die tekst, die zo dicht mogelijk het autographon benadert ?

Uitvinding van de een revolutie boekdrukkunst

De uitvinding van de boekdrukkunst betekende voor de bijbelstudie een enorme verandering; het boek was niet met één slag populair en het zou nog heel even duren, voordat het boek in het algemeen voor de gewone man bereikbaar zou zijn, maar met de uitvinding van de boekdrukkunst openden zich mogelijkheden, waarvan men zich tevoren geen denkbeeld had kunnen vormen.

De eerste gedrukte Bijbel was die van Gutenberg, omstreeks 1452; wat heeft deze man er veel voor over gehad om deze Latijnse Bijbel, die in een ogenblik uitverkocht was te drukken. Hij moest letterlijk voor alles zorgen.

De Latijnse uitgaven blijven het merendeel van de bijbeluitgaven vormen, al komen ook wel bijbels in andere talen uit, Nederlandse o.a. in 1477, 1478. Maar het duurde tot het begin van de 16de eeuw voordat er bijbels in de grondtalen gedrukt werden.

In Venetië verscheen bij Bomberg in 1516/ '17 een Hebreeuwse Bijbel. In een opdracht aan de paus zegt de uitgever, dat hij veel handschriften heeft bestudeerd om een juiste tekst vast te stellen, 'een zeer moeilijke zaak en daarom door anderen nog niet ondernomen'. Deze Bijbel is de grondslag van de uitgave van Jakob ben Chaiim, waarin behalve de Targum (parafraserende vertaling in het Aramees, gegroeid.uit en gebruikt bij de Schriftle-

zing in de synagoge als het Hebreeuws meer en meer dode taal wordt), masoretische en andere aantekeningen zijn opgenomen.

Uit dezelfde tijd dateert de Complutensische polyglot, waarin naast elkaar zijn afgedrukt de Hebreeuwse tekst, de Latijnse en de Griekse. Uitgever hiervan was Ximenes, aartsbisschop van Toledo en stichter van de universiteit van Alcala. Diens naam is ook nauw verbonden met de eerste gedrukte uitgaven van het Nieuwe Testament in het Grieks.

Textus receptus (ontvangen tekst)

Ximenes begon met hulp van een aantal geleerden in 1502 een aantal handschriften te vergelijken, een werk, dat met de grootste nauwgezetheid moest geschieden en daarom tijdverslindend was. Het gehele werk zowel voor het Oude Testament als voor het Nieuwe was in 1517 gereed, maar het duurde tot 1522 voordat de eerste exemplaren verspreid werden. Maar intussen is een ander werk uitgekomen. De bekende drukker Froben uit Basel had blijkbaar van de Spaanse plannen gehoord en deze stimuleerde Erasmus om ten spoedigste een Griekse uitgave van het Nieuwe Testament voor de pers in gereedheid te brengen. Erasmus heeft zelf later erkend, dat hij het boek hals over kop heeft moeten klaarmaken. Binnen een jaar was de uitgave een feit (1 maart 1516); het werk bevatte de Griekse tekst en daarnaast een Latijnse vertaling van de hand van Erasmus zelf. Niet ten onrechte heeft men gesproken van onverantwoorde haast; hij had slechts een zevental jonge handschriften tot zijn beschikking; maar daarbij was geen manuscript, waarin de Griekse tekst van Openbaring 22 : 16 v.v. voorkwam. Geen nood: rasmus vertaalde de Latijnse tekst in het Grieks terug. De tweede uitgave van Erasmus gebruikte Luther als grondslag van zijn vertaling van het Nieuwe Testament, die hij op de Wartburg in zijn onderduikperiode klaarmaakte (1522). Van Erasmus' werk zijn vele drukken uitgekomen en de invloed van dit werk is dus zeer groot geweest en van grote invloed op latere uitgaven.

Grondslag van de Engelse bijbelvertaling (de zogenaamde Authorized Version 1611) was vooral de uitgave van Robert Estienne (Stephanus). In de tweede druk van Elseviers uitgave van het Nieuwe Testament in het Grieks, die zeer afhankelijk is van Beza schrijft de uitgever: Nu hebben wij een tekst, die door allen aanvaard is. Daarom spreekt men van de textus receptus. Hier is natuurlijk het laatste woord over de tekst niet gesproken. Sinds deze uitgaven van Erasmus, Stephanus, Beza en Elsevier zijn zovele handschriften gevonden, dat deze boeken uit de tijd van de 16de en 17de eeuw in dit opzicht geheel verouderd zijn. Maar men bewoog zich geheel in de lijn van het voorgeslacht. De gehele geschiedenis der kerk getuigt van eerbied voor de oorspronkelijke tekst van de Heilige Schrift. Origenes stelde zijn Hexapla samen, een werk, dat in zes kolommen naast elkaar de tekst van de Bijbel bevatte: de Hebreeuwse tekst, de Hebreeuwse met Griekse letters geschreven, de vertaling van Aquila, van Symmachus, de Septuaginta, Theodotion. De Hebreeuwse tekst voorop ! Het was een enorm werk en wij vragen ons af: Waar haalde deze man, die heus meer aan zijn hoofd had de tijd vandaan om zulk precisiewerk gereed te maken ? — Het was toch liefde voor het Woord, als in de duistere Middeleeuwen men zich bezighield met de Vulgata van Hieronymus om die van allerlei ingeslopen fouten té reinigen en ook van opzettelijke veranderingen, daarin gemaakt. Het was ook daarom, dat in ons land men niet tevreden was met een vertaling van een vertaling, of met een vertaling, die was ingeburgerd. Men vroeg om een vertaling uit de grondtekst, uit de 'oorspronckelicke talen'. Uit liefde voor het Woord, omdat men Hieronymus gelijk gaf: de Schriften niet kennen is Christus niet kennen.

Eerbied voor de Schrift sluit eerbied voor de oorspronkelijke tekst in

Als er ooit een tijd is dat wij elkaar moeten toeroepen: Terug naar de Schrift, dan is dat deze tijd. Maar wij zullen nooit menen, dat hetzij in het verleden of in het heden het laatste woord over de Bijbel is gesproken. Men mene niet dat wij er zijn met de studie, met vertaling en verklaring.

Leven bij de Schrift

Ik eindig met een woord van dp vrome J. A. Bengel (1687—1752), één van de eerste theologen, die zich systematisch met de verschillende tekstvarianten heeft beziggehouden: De Schrift bevat niets wat niet deugt. Er is geen streepje in de Heilige Schrift, dat zijn kracht en betekenis niet heeft. De Schrift bevat alles wat ons nodig is te weten en te geloven. Als ik het gehele boek van de Heilige Schrift in de hand neem, dan kan ik zeggen: Dit is een brief, die mijn God mij heeft laten schrijven, waarnaar ik mij richten moet en waarnaar God mij richten zafl.

H.

Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1973

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Eerbieci voor 6e Schrift Eerbied voor de tekst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1973

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PDF Bekijken