Bekijk het origineel

De wijnstok en de ranken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De wijnstok en de ranken

7 minuten leestijd

’Ik ben de wijnstok en gij de ranken’. Johannes 15 : 5a.

De beelden, welke Christus in Zijn spreken tot de mensen gebruikt, zijn telkens weer verrassend, maar ook eenvoudig en duidelijk. Ook dit beeld van de wijnstok en de ranken. Een beeld ontleend aan de wijngaard.

Nu is Hij niet de eerste die in deze geest spreekt. Ook in het Oude Testament komen wij het beeld van de wijngaard tegen. We lezen in Psalm 80 : 'Gij hebt een wijnstok uit Egypte overgebracht en hebt de heidenen verdreven en dien geplant. Gij hebt de plaats voor hem bereid en zijn wortelen doen inwortelen, zodat hij het land vervuld heeft'. En in Jesaja 5 bezingt de profeet in een lied de gelijkenis van de wijngaard. Hoe de Heere al Zijn zorg als de wijngaardenier aan de wijngaard besteed heeft. De grond werd van stenen gezuiverd. Er was een omheining, om heen geplaatst en in het midden ervan werd een toren gebouwd. Ook een wijnbak daarin uitgehouwen. Alles was eraan gedaan, zodat de wijngaardenier kon vragen: wat is er meer te doen aan mijn wijngaard hetwelk Xk aan hem niet gedaan heb ? En de wijngaardenier heeft verwacht dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar hij heeft stinkende druiven voortgebracht.

Hier in dat lied wordt ook door Jesaja over Israël gesproken als het volk door God Zelf geplant. Het volk door Hem uitverkoren om te zijn tot eer van Zijn Naam. Een volk dat goede druiven zou voortbrengen. Want aan dit volk heeft God zich geopenbaard. Daar heeft Hij al Zijn zorg aan besteed. Dit volk gaf Hij Zijn wetten en deed Hij op Zijn woorden letten. Het volk bracht echter vruchten voort die niet aari die zorg beantwoordden. De planting van God werd tot een woestenij doordat het de Planter versmaadde. Van Israël bleef niets goeds over. Alleen de verwachting dat uit - dit volk, uit deze verwilderde wijngaard, nog eenmaal de ware wijnstok zou voortkomen, die goede - vruchten zou voortbrengen. Wat Israël zelf zou moeten zijn, dat was het alleen in de komende Christus. Het ware Israël, de ware wijnstok, was in Hem belichaamd. Op deze wijnstok wachtten de vromen in Israël.

Wanneer Christus zich in Johannes 15 de ware wijnstok noemt, dan knoopt Hij hier aan bij het spraakgebruik van het Oude Testament. Hij is de ware wijnstok, die Zijn Vader, de landman geplant heeft. Hem heeft God de Vader in de wereld gesteld als de Enige, waaruit het leven mogelijk is. Wat bij Israël op een grote teleurstelling uitliep, het bracht stinkende vruchten voort, dat wil de Heere nu door Christus verkrijgen. Namellijk vruchten die aan Zijn werk beantwoorden.

Als Jezus zegt: Ik ben de wijnstok, de ware wijnstok, dan betekent dat ook: daar is slechts één wérk, één ding dat tot ontplooiing komt, dat is het werk Gods in Mij en door Mij. Dat is door het werk waartoe de Vader Mij gezonden heeft. Dat is Gods planting in Christus. Gods werk in deze wereld die Hem niet de gewénste vruchten geeft. Ik ben de wijnstok. Maar een kale wijnstok op zichzelf is niets. Daar groeit geen enkele druif. Aan een wijnstok horen ranken en dan kunnen er druiven groeien als vruchten van de wijnstok. Daar zorgt ook de landman voor. Hij plant de wijnranken in de wijnstok. Daar zorgt ook de landman voor. Hij plant de wijnranken in de wijnstok. Bij de doop worden wij in de wijnstok, Christus, ingeplant. Daar wordt reeds ons leven aan Hem verbonden. Daar zegt de Heere: gij zijt de ranken.

Eerst groeit de wijnstok en dan komen daarna de ranken. Eerst kwam Christus om het werk te volbrengen waartoe Hij van God gezonden was. Nu verbindt God door Geest en Woord wijnranken aan Hem. Het is door Gods genade dat wij in de wijnstok worden ingeplant. Hij neemt die ranken op en plant ze in Christus, zodat ze nu ook daadwerkelijk door een waar geloof aan Hem verbonden worden. Paulus zegt: Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil'. (Efeze 1:5)

En Jezus zegt ons waartoe de Vader inplant in Hem. 'Hierin is Mijn Vader verheerlijkt dat gij veel vrucht draagt'. Het wijnrank zijn in de wijnstok heeft tot doel dat de Vader wordt verheerlijkt in ons leven. Het gaat immers de landman, wanneer hij met zijn wijngaard bezig is, om de vruchten. Het gaat de Heere, wanneer Hij bezig is met ons leven, om de vruchten. Vruchten van geloof en bekering.

Velen rekenen er niet of weinig mee, dat zij daartoe in Christus, de ware wijnstok, zijn ingeplant. Die laten het maar op hun beloop en brengen geen vruchten voort. Die komen ook nimmer tot zelfonderzoek aangaande hun eigen leven. Deze week is weer op veel plaatsen dankdag voor gewas en arbeid gehouden. Er mocht weer gedankt worden, ook na een hete en droge zomer, voor de vele vruchten die de Heere nog schonk. Er werden vruchten gevonden. We kwamen in niets tekort. En we gaven er acht op. De Heere geeft ook acht op zijn wijngaard. Hij geeft er acht op of wel alle wijnranken vruchten voortbrengen. Vruchten waardoor Hij wordt grootgemaakt.

Wat zal Hij doen rnet die ranken, die geen vruchten voortbrengen ? Die zullen weggenomen worden. Dat is dor en dood hout. Die ranken onttrekken onnodig sapppen aan de wijnstok. God zal die ranken wegdoen. Daar mogen wij wel eens op letten. Wij mogen ons wel eens afvragen hoe het met ons gesteld is. Of wij misschien zulk een rank zijn zonder vruchten. Of ons leven met Christus soms een leven is waarin alles uitwendig is zonder een werkelijk vernieuwd leven. Een soort christelijk leven waar alle geur en smaak aan ontbreekt.

Wij hebben een lankmoedig God. Misschien wil Hij het bij u nog een jaar aanzien. Wij kennen onze tijd niet. Eenmaal komt de dag waarop er geen uitstel meer is. Zullen we dan als dor hout wolfden afgehouwen, omdat de vruchten uitbleven ?

God geeft acht op Zijn wijngaard. Dat is tot een verschrikking voor de dorre en dode takken. Maar dat is tegelijk tot troost voor de goede wijnranken. Want ook op hen geeft God acht. Een kind van God kan wel eens denken dat God geen acht op hem geeft. Dat Hij de dode ranken maar laat groeien, zodat zij zelfs de levende ranken gaan verdrukken. Toch houdt God Zijn oog juist ook op hen. Hij is met hen bezig. Ja Hij moet hen wel eens snoeien en daar moet wel eens wat blad verwijderd worden om de vruchten meer gelegenheid te geven tot groei en rijping. 'Elke rank die vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage'. De vruchtdragende ranken kunnen het snoeimes niet missen. Opdat ze meer vrucht

dragen en opdat zo de ranken behouden blijven.

Toen God de wijnstok schiep, dacht Hij hem met de ranken. Hij wilde hem niet zonder de ranken. Toen God in de volheid des tij ds Jezus Christus als de ware wijnstok plajitte, wilde Hij ook Hem niet zonder de ranken. Bent u één van die ranken ? Ja een levende, vruchtdragende rank ? Dat zal dan hieruit blijken, dat u niet meer zonder Jezus Christus, ' de ware wijnstok, kunt leven. En dat daarvan nu ook de vruchten gevonden worden in uw leven. Wat moet u nu zeggen ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De wijnstok en de ranken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1976

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken