Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dood, waar is uw prikkel?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dood, waar is uw prikkel?

10 minuten leestijd

In het voorlaatste hoofdstuk van de eerste brief aan de Corinthiërs ontvangt de geest van de apostel Paulus als het vvare vleugels. Hij denkt daar na over het leven der opstanding. Natuurlijk begeeft hij zich daar in een wereld van gedachten, die alle voorstelling teboven gaat. Wie zal ons immers volmaakt ontvouwen hoe het daar in het eeuwige leven wezen zal? Toch heeft de Geest van de genade Paulus niet geheel zonder openbaring gelaten. Stuk voor stuk legt Paulus uiteen wat hem hieromtrent nader is bekend gemaakt. Hij beschrijft hoe de opstanding des vleses zich zal toedragen en hoe het gaan zal met hen, die bij Christus' wederkomst nog in leven zullen zijn. De apostel laat thans achter de rug de bestrijding van allerhande dwalingen. Buiten zijn gezichtsveld is het warme leven van iedere dag gekomen, 't Is hem te moede als wanneer op een mooie zomeravond de zon in gouden natuurpracht onder gaat en de hemel aan de horizont een waas vertoont van de teerste kleuren. Voor de denkende mens geeft zulk een moment dikwijls aanleiding tot overpeinzing. Wat is daar toch aan de overkant? Hoe zal het eens zijn, wanneer alle leed der aarde voor immer is gedaan? Op zulk een moment is het praten en strijden op de achtergrond gekomen en blijft alleen maar over de aanschouwing van het toekomende leven in de geest.

Allen zullen veranderd worden en in plaats van vergankelijkheid onvergankelijkheid ontvangen. Dat zal in een ondeelbaar ogenblik gebeuren. De laatste bazuin schalt - na alle andere die op aarde gehoord zijn. De doden zullen daarbij worden opgewekt, bevrijd van alle verderf; die nog in leven zijn, zullen zonder sterven tot onverderfelijkheid veranderd worden. De winterdreiging van de dood heeft opgehouden. In de aardse bedeling volgt na iedere zomerperiode onveranderlijk de kille tooi van het winterseizoen. Je kunt er zelfs tegenopzien, wanneer aan het einde van een heerlijke zomer de eerste voetstap van de winter komt en wij aan die wetmatigheid onverbiddelijk ten offer vallen. Maar als die eeuwige lentemorgen eenmaal voorgoed aanbreekt, dan volgt er nimmermeer huivering van kou, nooit meer komt het vallen van de zomerblaren. Geen verdorring, geen bevriezing meer, geen doodse verstijving meer van het sprankelende water - het zal eens eeuwige lentemorgen zijn. De winter blijft eens uit. De duurzame lente komt. De levenskracht overwint eenmaal geheel de dood van de winter. De dood is verslonden tot overwinning. Eens is er de dood niet meer.

De lezer heeft verstaan, dat Paulus hoog en diep reikt. U hebt ook bij opmerkzame lezing gezien, dat wij in beelden spraken. Geen wonder is het, wanneer wij de loop der gedachten van Paulus volgen. Wie verheft zich niet als hemelse dingen hem voor de zin komen? Waar woorden tekort gaan schieten, doen de beelden plaatsvervangende dienst. Zo gaat het ook met de apostel. Door de opstan­ding van Jezus Christus is de macht van de dood op een einde gekomen. Neergeveld kan de dood geen zegepraal meer behalen. Zouden wij dan niet gaan roemen? Daar ligt koning dood in het zand. Hij kon Christus niet aan. Nu gaat Paulus hem uitdagen. Dood, waar is uw prikkel? ... Uw angel, waarmee u als een venijnig insekt verwondde, bent u kwijt. Dood, u hebt ons gewond, telkens weer, door de zonde. Dood, dat was uw wapen. Daarin en daardoor hebt u uw macht doen gevoelen.

Door de zonde ontvlood ons telkenmale weer het lenteleven der eeuwigheid. Door de zonde werd de bron verstopt, die ons het leven wilde schenken. Door de zonde kwam de nacht over het mensenleven dalen en daarmee de vrieskou van de dood. Maar nu - o, dood zijn uw wapens gestrekt, uw manouvres ten einde, uw listen eeuwig uit. Er is één sterker dan u gekomen. Triomferend is Hij uit de doden opgestaan. Met de terneerwerping van de dood is het laatste verzet tegen God gebroken. Die overwinning is aan God alleen te danken. Jezus Christus brak door. Betaalde, gehoorzaamde, was onbesproken voor de wet. Toen legde de zonde het voor hem af. Toen had de dood op hem geen aanspraak meer. Dood, waar is uw prikkel, hel waar is uwe overwinning? ... Uw rijk is eeuwig uit.

Misschien zal deze of gene lezer denken: spreekt de apostel hier niet, al te hoog te paard gezeten? Wij geven het u toe: alleen het welverzekerd geloof kan zo spreken en zelfs dit niet ten allen tijde, maar dan slechts als daar binnen werkelijk de klare bewustheid leeft en werkt van wat God hem in Zijn Zoon heeft geschonken. Maar dan ook mag het, al is het niet zonder beving, zo juichen; het roemt immers niet in de overwinning, die het zelf behaalde, maar in die, welke God geschonken heeft door Jezus Christus, onze Heere. Christus heeft de Zijnen én van de vloek der wet én van de heerschappij der zonde verlost en daarom is voor hen ook de overwinning over de dood reeds in beginsel beslist. Als dood, als vijand, die ons het leven komt opeisen, bestaat voor de verloste de koning der verschrikking niet meer. Wat werkelijk binnen in ons als kracht der genade leeft, is voor zijn vermogen te sterk. De dood heerst en woedt nog wel - maar als een tyran van wie het vonnis eigenlijk als getekend is. Zijn prikkel verstompt in het bloed van Christus. De schaduwen van het graf zijn door een zachte lichtglans vervangen. De lentekracht van het eeuwige leven doorbreekt de sneeuwkou van de dood. Misschien mogen wij het eens duidelijk maken met een beeldspraak. Wie in deze tijd van het jaar door het platteland rijdt, wordt soms opeens bepaald bij de grauwheid van het seizoen. Hij ziet de bomen zich nog naar de hemel verheffen als skeletachtige handen. Hij wordt weemoedig over de stoffige verveloosheid van de weiden. Neem daarbij de mist en de donkerte van het landschap. De vaalheid van de mensheid aan het einde van de wintertijd grijnst hem tegen. Maar de boeren zeggen het toch nu al tegen elkaar: in de polder kun je zien, dat de lente komt! 't Klinkt soms als een juichkreet in de oren van een landmens, die naar de zachte luchten hunkert. Hier een klein blad, ginds een insekt, elders een vreugdegeluid van een vogel. Het opent zich alles naar het nieuwe leven. De kenner ziet en hoort het!...

Welnu, zo suizelt en zoeft de levensgeur door de doodsreuk heen. 't Is merkbaar, o zeker, nog maar in kleine dingen. Pasen betekent bevrijding. Opening - de slagboom tussen God en mens wordt opgeheven. Er komt een ontmoeting tussen God en mens. Christus spreekt Petrus en Maria aan op een merkwaardige wijze. Pasen is de aanspraak van de Levende tot de doden. Petrus en Maria hebben beiden op wonderlijke, beangstigende en zoete wijze zich horen roepen en zij moeten zich herkend hebben gevoeld. Pasen is: roepen tot het leven. Uit het oude leven tot het nieuwe. Wanneer dit roepen tot u komt, is het onweerstaanbaar. Legt het de diepste weerstanden van uw leven open en bloot voor God. Zo vertellen het u mensen uit de gemeente in verstilde gesprekken. God brak in hun leven overmachtig in. Maar wat aan weerstand er ook was, het smelt weg in de verwondering van een roepende God. Waar wij in zitten, daar mo^en wij uit. Een vroom man uit de Veluwe vergeleek zijn overgang eens op tere manier met het tikken van de snavel tegen het ei, zoals een kloekhen het doet met haar broedsel. Nooit hebben wij dat beeld vergeten. Wanneer u er over nadenkt hoe God ons uitroept - daar zie je het voor ogen hoe zulk een hen de eierschaal stukbreekt en dan komt het kuiken er uit.

En dan - in dit roepen ligt een bevrijding. Het betekent een bevrijding van schuld en verleden. Een ieder op wie Christus tegemoet treedt, is op een of andere wijzfe beklemd in zijn verleden. De discipelen waren gevlucht. Paulus geharnast in de afweer. De vuist gebald tot opstand. De kerkmens in het ravelijn van zijn begrippen en betweterigheden; keurig en net geschikt in brave zelfroes. Maar de Opgestane is de Vergevende. Hij is opgewekt ter wille van onze rechtvaardiging, 't Masker valt af, 't harde oog wordt vochtig, de vuist wordt bedelaarshand en de man van het vaste zelfgenoegzame schema? Nog horen wij het een stille stem zeggen, in een alkoof ergens aan de dijk: 'k heb zestig jaar in de kerk gezeten en ik ben er nooit écht geweest, totdat het Woord openwaaide voor mijn ziel.

Ziet, het paselijke leven schuifelt met macht voort tussen het afrafelende leven van de oude mens heen. Soms ontroert het ons tot in de schachten van ons zieleleven. Wij kennen het al minder, wij willen het ook al minder. Bij de voortgang van het leven der genade in Zijn kinderen ervaren ze meer en meer hun eigen dood. Maar de nieuwe macht van Christus leert ons alles. Wij komen vrij van het masker en de eenzaamheid. De dingen worden opengelegd. De bloem van het nieuwe leven breekt open. Eerst een schuchter blad, dan een prille kleur. Maar eindelijk ontplooit zich de volle schoonheid stralend en zacht. Dit paasleven toont God u veelal in erbarmelijke kamers en in verscholen en verschoven huizen. Want God verbergt Zijn kinderen vaak voor de wereld, zodat niemand ze ziet. De mensen liggen toegevroren onder een ijslaag van fatsoen, titels, stand en allerlei steilheid. Zo is dat de oorzaak van gebrek aan gemeenschap. Maar nauwelijks is de Paasvorst daar of de nieuwe wereld breekt open. Wereldvisie in bijbelse zin op land, volk en staat is doorgaans weinig op te merken in de vergaderzalen. Daar praat alles voort. Daar roest het van woorden als wind om de schoorsteen. Maar zaken uit de diepten van het eeuwige leven-die staan vaak als lampen te branden bij een ziekbed, een oude man en een oude vrouw. De wezenlijke dingen van hemel en aarde zegt soms een timmermansknecht op catechisatie.

Jezus is overwinnaar. Hij heeft de prikkel uit de dood weggenomen. Er gaat door het jagende leven in de gemeenschap met Christus alleen iets van een wonderlijke stilheid. Zolang wij nog zonder het Hoofd dwalen, weten wij niet te leven, noch weten wij te sterven. Maar door de kracht van Christus alleen gebeurt er iets dat van menselijke kant niet begrepen kan worden en ook niet verwacht. God breekt in Christus naar ons door. Hij geeft een ervaring van Zijn overwinningsmacht die een teken en belofte wordt en heenwijst naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Christus neemt onze dood zelfs onder Zijn hand. Daarom valt over het sterfbed van Gods kinderen soms een hemels licht, 't Is of de deur van de hemel even opengaat en de geur van de hemel langs ons strijkt. Het heengaan is soms vol van vreugde. Vijf dagen voor zijn dood verzocht de oude professor Gunning zijn zoon met hem te bidden en toen deze zijn vader en alle anderen aan de almachtige voorbede van de Hogepriester had opgedragen, zei hij: 'dat is het, wat mij troost, en dat alleen'. Toen hem het Schriftwoord herinnerd werd: 'Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven en hij zal de dood niet zien in eeuwigheid', zei de stervende: Amen, amen, amen! 't Was zijn laatste woord.

De Paaskracht overwint de doodsmacht. Op Pasen gebeurt er iets dat wij niet verstaan in allen dele. Maar zoveel ervaren wij wel: Christus is altijd groter. Machtiger dan scheiding, schuld, eenzaamheid, machtiger dan uw gebondenheid, uw verdriet, uw benauwdheid, groter zelfs dan uw dood. Pasen vervult alles en allen. Nu nog maar ten dele. Maar eens 't gans heelal.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1977

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dood, waar is uw prikkel?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1977

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's