Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Kind en zijn moeder en Jozef

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Kind en zijn moeder en Jozef

7 minuten leestijd

’Jozef dan, opgewekt zijnde van de slaap, deed, gelijk de engel des Meeren hem’ bevolen had en heeft zijn vrouw tot zich genomen.’ Matth. 1 : 24

Zo gezegd, zo gedaan. Jozef is, evenals zijn verloofde Maria, overwonnen door en ingewonnen voor het Woord van God: 'Ziet, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren en gij zult zijn Naam heten 'Immanuël'!' Man en vrouw samen verbonden in de Naam Jezus (vs. 21 en 25). Eens en voor goed die Jezus die nooit een ander is dan Immanuël, mét ons God.

Maria is in verwachting. Door overspel? Wat moet Jozef ermee aan? Dit is geen kinderspel. Jozef is 'rechtvaardig' (vs. 19). De Wet van God is hem lief, de maatstaf van zijn levenswijze. : Zie Deut. 22 : 23 v). Zal Jozef zijn beminde aangeven bij de overheid of bij de priester? Dat betekent voor* Maria óf de schandpaal óf de brandstapel. Nee, Jozef zal een scheldbrief schrijven. Niet om met de noorderzon te vertrekken. Hij heeft Maria lief en de liefde is de vervulling der Wet.

In de woorden van de evangelist voelen we de worsteling in de ziel van Jozef. Niets lezen we van een poging van de kant van Maria om haar verloofde ervan te overtuigen dat er iets zeer bizonders aan de hand is. We voelen evenzeer de strijd in de ziel van Maria. Niet zomaar vlucht zij naar Elizabeth. De Heilige Geest wilde haar overtuigen en overbuigen: 'Mij geschiede naar Uw Woord.' En toen is de geloofsstrijd begonnen! Het gaat om het KIND!

Niet alleen Maria, maar ook Jozef wordt in het strijdperk geroepen, om Christus' wil. Overtuigd door de engel des Heeren. Onderworpen aan het Woord van God. 'Jozef, zoon van David', 'zegt de engel. Hierin klinkt door de belofte van dé Zoon van David op de troon van David. Jozef, u moet Maria niet verlaten en zodoende afstand nemen (doen) van het Kind dat zij verwacht. Neem haar tot u en maak de Naam van haar Kind bekend; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonder!. Jozef dóét het: hij neemt Maria in huis en in haar de nog ongeboren Zaligmaker. Weldra zal hij Zijn Naam noemen, belijden: JEZUS!

Jozef gaat de'weg van het Wóórd. Daaruit blijkt dat en hóe hij 'rechtvaardig' is. Evenals weleer Abraham die God op Zijn Woord ver­ trouwde. Niet zonder strijd. Wel onder de belofte.

’Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.' Dat pad is de weg van de oefening in gehoorzaamheid.

Dat is de Kruis-weg, want de Zaligmaker is de Kruis-Koning. Hij kan niet zonder onderdanen zijn, welzeker, maar die volgen Hem onder het kruis. Zó neemt Jozef Maria in huis. Het leven is hem Christus!

Het kruis wordt al spoedig duidelijk, wanneer Herodes het Kind zoekt te doden. Alvyeer verschijnt de engel des Heeren Jozef in de droom (2 : 13). Wij lezen in 2 : 14 'Hij (Jozef) dan, opgestaan zijnde, nam het Kindeke en zijn moeder tot zich en vertroknaar Egypte.' Jozef gaat naar het land dat de Heere wijst. Hoe lang moet hij daar verblijven? Hij weet het niet. Gód weet het. Opnieuw: ertrouwen op het Woord.

Nu lezen we: Hij nam het Kind en zijn moeder. In hoofdstuk 1 luidt het: Hij heeft zijn vróüw tot zich genomen. Het wordt ons al duidelijker dat het om Jezus gaat. Om Immanuël. Jozef behoeft geen stap te zetten-zónder Immanuël. In Bethlehem én in Egypte én onderweg: God-met-ons! Jozef verkiest de smaadheid van Christus. Waar God en Zijn Woord is, daar kunnen we zijn.

Liever met het volk van God kwalijk behandeld, dan - voor een tijd - de genieting der zonde.

Zonder het Woord hadden Jozef en Maria in Egypte niets te zoeken. Zij hebben deel aan de Zaligmaker en dus aan de zaligheid en dus aan het kruis, de smaad, de vervolging, het lijden, de strijd, de vreemdelingschap, om Christus' wil. Zij gaan tot Christus uit, buiten de legerplaats. De Koning bepaalt de maat van de verdrukking van Zijn onderdanen. Hij wijst ook een verblijfplaats aan: Egypte. Tot de' engel zal zeggen: Het is genoeg. Geheel en overal en altijd op kosten en voor rekening van 'God-met-ons'. Hij houdt ons vast. M'n houvast is niet mijn visie op de dingen van de dag, niet mijn organisatietalent, niet mijn ijver, mijn principe; houvast mis ik in mijn beleving, mijn ervaring. Houvast vind ik in het Woord van de Getrouwe: Jezus-Immanuël. Dat zal Hij zijn!

Deze geschiedenis leert ons dat de dagen van verdrukking naderbij komen. In het heden der genade ontvangen we tijd om ons te beraden. •Voor of tegen. Gaan of niet gaan. Christus of de antichrist.

Gods Woord of iets anders. Toen Herodes het Kind zocht, was er voor Jozef geen tijd meer voor beraad. De beslissing was in zijn leven gevallen toen de engel hem voor de éérste maal verscheen.

Waar staan wij? In de konfrontatie met de 'Herodessen' van déze tijd? We moeten kleur bekeiinen. En we doen dat ook: belijden of verloochenen. Jozef heeft het Kind tot zich genomen. Aangenomen. Niet geredeneerd, 't Kan ook anders: 'Hij is gekomen tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.' Ja maar... dat kruis en die smaad, de vervolging.. . Zal ik het wel volhouden? Begin maar te geloven dat wij het nooit volhouden. Althans niet in eigen kracht. Kon Jozef dat wél? Het leven is hem Christus! HIJ houdt vol: 'Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt.' Troostwoord van de Trooster.

Kohlbrugge schrijft: 'Er is geen angst die niet door Gods Woord verdreven wordt; geen smart die daardoor niet verzacht wordt; er is geen nood waar niet het Woord ons overheen zet; geen radeloosheid waaruit het ons niet de uitweg toont.'

In het leven van het geloof wordt dit uitgewerkt: 'U is, uit genade, gegeven, in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te gelóven, maar óók voor Hem te lijden.' Dat is van de Heilige Geest. En die Geest zal, nadat Hij ons door en voor het Woord heeft ingewonnen, dat getuigenis ook bevestigen.

Daarom zien we tenslotte dat de engel des

Heeren Jozef voor de derde maal verschijnt (2 : 20): Neem het Kindeke en Zijn moeder tot u en trei< in het land Israels.' Op Zijn tijd komt Immanuël op Zijn Woord terug. De Heere laat u merken dat Hij van u weet. Ook en juist in het land van die andere Jozef, het Egypte van de slavernij, de tyrannie, de vreemdelingschap! 'Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.’

In de gehoorzaamheid aan het Woord mag Jozef weten dat de afloop van de hele zaak - hoe benauwd ook-in handen van de Héére is. Hij zal Zijn volk niet eindeloos laten zwerven. De versmaadheid duurt niet eeuwig. 'Tot Ik het u zeggen zal.’

De dagen der beproeving worden bekort. De rollen keren óm!

’Zij zijn gestorven die de ziel van het Kindeke zochten.' De vijanden zijn gedood. De wettige Koning van Israël komt tot Zijn volk en in Zijn land. Dat betekent voor Jozef en Maria de terugkeer in het vaderland. Dat wil voor de Heere Jezus Christus zeggen: intocht in het land waarin Hij vrijwillig(!) zal sterven.

Herodes wilde Hem heimelijk vermoorden. Zo niet. Openlijk zal Christus als de-Kruis-Koning aan de schandpaal worden ten toon gesteld. Hij zal Zijn leven geven als een daad(!) van Hemzelf. De Rechtvaardige voor ónrechtvaardigen. Zo zal Hij Koning zijn: 'Jezus de Nazarener, de Koning der Joden.' Vijanden worden ingeschakeld en zodoende uitgeschakeld. Zelfs Pilatus moet meedoen om hetbevelop te volgen: 'Gij zult Zijn Naam noemen Jezus.' Jezus-Immanuël. Zó is het begonnen en zo zal het blijven. Hij is gisteren en heden Dezqlfde en tot in eeuwigheid.

Mattheüs trekt de lijnen door van het 'Immanuël' in hoofstuk 1 naar het 'En ziet, Ik ben met u alle dagen tot de voleinding der wereld' (hfdst. 28).

Immanuël van A tot Z.

Door het geloof heeft Jozef, door goddelijke aanspraak in de droom, Jezus tot zich genomen. Een geloofsgetuige. Eén van de talloos velen. 'Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last en de zonde die ons lichtelijk omringt en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan die ons voorgesteld is; ziende op de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs', Jezus...’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Kind en zijn moeder en Jozef

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1978

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken