Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Alphonse Pierre Antoine du Cloux (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Alphonse Pierre Antoine du Cloux (1)

Zi] die bleven (19)

8 minuten leestijd

Een bekende naam

De naam van ds. A. P. A. du Cloux heeft in de vorige eeuw op twee manieren bekendheid gekregen. Bij de mensen die de Hervormde Kerk hebben verlaten heeft die naam een zeer ongunstige klank. Du Cloux was nog maar twee jaar predikant in zijn eerste gemeente Vierhuizen en Zoutkamp, toen in Ulrum, dat tot dezelfde Classis en Ring behoorde, de Afscheiding begon. Hij ontpopte zich daarbij als één van de felste tegenstanders van ds. Hendrik de Cock, tegen wie hij zelfs één-en andermaal een aanklacht indiende. Hij deed dat echter niet zozeer omdat hij de eenheid van de Kerk wilde bewaren, maar vooral omdat hij in zijn hart toen nog een afkeer had van de Gereformeerde leer.

Later in zijn tweede gemeente Losdorp tot bekering gekomen kwam er wel een diepgaande verandering in zijn prediking, maar niet in zijn kerkelijk standpunt. Vandaar dat hij, blijvend in de kerk der vaderen, niet heeft opgehouden te protesteren tegen de Synodale organisatie.

De Afgescheidenen hebben het echter nooit kunnen verkroppen dat Du Cloux in zijn begintijd De Cock de voet dwars had gezet en soms hebben ze zelfs om die reden zijn geestelijke ommekeer in twijfel getrokken. In het standaardwerk over 'De Afscheiding van 1834'typeert dr. G. Keizer Du Cloux als'den later zoo gevierden predikant, wiens predikatiën in sommige zich noemende gereformeerde kringen nog gaarne worden gelezen', maar hij kan niet nalaten erbij op te merken: 'Welke verandering er in dezen man ook moge hebben plaatsgegrepen, zijn afkeer van de^^zonde gereformeerde leer, die hem dreef een aanklacht in te dienen tegen den trouwen verdediger daarvan, is hem bijgebleven. Door deze aanklacht tegen De Cock heeft Du Cloux zich gesteld tegenover hem, die de vader der Scheiding in het Noorden des lands zou worden, en deze houding heeft hij, waar hij ook stond, niet gewijzigd. Zijn aangezicht bleef gekeerd naar de Synode, zijn rug naar de' Christelijke Gereformeerde Kerk."

Onder het Gereformeerde volk in de Ned. Herv. Kerk echter was Du Cloux om zijn preken erg geliefd. Nog tijdens zijn leven zagen verschillende bundels het licht en tot op de dag van vandaag worden ze met veel stichting gelezen.

Zijn eertijds

Alphonse Pierre Antoine du Cloux, die, zoals zijn naam al doet vermoeden, afstamde van de Franse Hugenoten, werd geboren in 1808. Na zijn vooropleiding studeerde hij theologie aan de Universiteit van Groningen. Hij was eigenlijk van plan predikant te worden in Indonesië, maar, zo vertelt hij later zelf: 'De Heere heeft het verhinderd. Door de Belgische opstand werd mijn vertrek derwaarts uitgesteld en ik trok mede uit onder de verdedigers des vaderlands. ' Zoals zovele studenten in die tijd nam hij dus deel aan het vrijwilligersleger dat de Belgische opstand van 1830 moest onderdrukken.

Op 12 mei 1832 werd Du Cloux bevestigd als predikant ip Vierhuizen en Zoutkamp, een combinatie»van twee kleine gemeenten in Groningen. 'Helaas', schrijft hij, 'zonder het gewicht en de heerlijkheid van dat voortreffelijk ambt te gevoelen of recht te kennen; zonder de groote verantwoording die ik op mij nam te beseffen; zonder de leer der Kerk die ik diende uit haar belijdenisgeschriften te hebben nagegaan, zijnde daarin nimmer onderwezen.'

Met schaamte vertelt Du Cloux later: 'Ik was vervreemd van het leven Gods; door de onwetendheid die in mij was, verduisterd in mijn verstand kende ik het leven niet, was ik met het leven niet verenigd, maar koos ik in mijn blindheid de dood en het verderf boven het leven. Verenigd met de wereld sprak ik van de wereld, diende ik haar volop, en werd ik 'van de wereld geprezen. Geheel en al onbekend met datgene wat er gekend moet worden om getroost te leven en eenmaal zalig te sterven leefde ik voor mij zelven zorgeloos en gerust zonder God en Christus, hoewel ik die dienst anderen aanprees.'

Toch was de prediking van Du Cloux in zekere mate rechtzinnig. 'Ik moge geen openbare verloochenaar van de dierbare leer onzer kerk geweest zijn, gelijk er heden ten dage zoovele herders en leeraars gevonden worden, omdat de Groninger Hoogeschool, waar ik ben opgeleid, toen nog niet was wat zij later geworden is. Nochtans liep mijn gansche prediking uit op: Doet dat en gij zult leven, gelooft maar.aan Jezus en gij zult zalig worden.'

Du Cloux moet een man geweest zijn met een vriendelijk karakter, waardoor hij zelfs de mensen die het met zijn prediking niet eens waren, voor zich wist in te nemen. Hij zegt zelf: 'Ik bezat een gemeente, waar veel kinderen Gods werden gevonden; waaronder er waren, ook in de kerkeraad, die zich hartelijk aan mij, de blinde leidsman der bhnden, verbon--/ den gevoelden, niettegenstaande ik hun vijand was. Van achteren moet ik zeggen: de Heere alléén heeft, het zoo bestuurd, de uitwendige ijver die ik in mijn bediening voor de beide gemeenten betoonde zonder de minste winstbejacht, nam hun harten voor mij in, en mijn natuurlijke gesteldheid om overal te helpen waar ik hulp kon aanbrengen. Ja, ik mag gelooven dat er veel bidders onder Gods volk in die gemeenten waren, die mijn bekeering van God afsmeekten; en dat Hij mij, de driftige Saulus, in mijn bhndheid en onwetendheid in een Paulus veranderen mocht.'

Het conflict met De Cock

Hendrik de Cock, in 1829 predikant geworden in zijn derde gemeente, Ulrum, was voorheen even blind in de dingen van Gods Koninkrijk als Du Cloux. Door gesprekken met gemeenteleden en vooral door het lezen van de belijdenisgeschriften en van de werken van Calvijn, die hij tevoren niet kende, kwam hij tot bekering en werd hij gewonnen voor de Gereformeerde leer. Daar de zuivere prediking van het Woord schaars was in Groningerland is het begrijpelijk dat van die tijd af velen uit de omgeving naar Ulrum kwamen om De Cock te horen. Het gevolg was dat het kleine kerkje van Ulrum verschillende keren de schare niet kon bevatten en dat men noodgedwongen de diensten moest houden in de open lucht.

Vele andere predikanten zagen dit alles met argusogen aan en óp den duur kon een conflict niet uitblijven, vooral toen ouders uit andere gemeenten De Cock vroegen hun kinderen te dopen omdat ze op de vraag of de leer die in hun gemeente verkondigd werd 'de waarachtige en volkomen leer der zaligheid' was, geen 'ja' konden zeggen.

Hoewel de Reglementen toen nog geen bepahng bevatten die het dopen van kiMeren buiten de eigen gemeente verbood, werd De Cock door vrienden - onder andere door de Haagse predikant D. Molenaar-gewaarschuwd, zich in deze zaak voorzichtig te gedragen en zich niet het ongenoegen van de Besturen op de hals te halen. Toch ging De Cock tenslotte ertoe over de Doop te bedienen aan kinderen van buiten Ulrum. Toen daar ook kinderen bij waren uit Vierhuizen, diende Du Cloux als predikant van die gemeente tot twee keer toe een aanklacht in tegen De Cock.

Eerst kwam een deputatie van het Classicaal Bestuur De Cock bezoeken om hem te vragen of hij inderdaad kinderen uit andere gemeenten had gedoopt en of hij van plan was in de toekomst daarmee door te gaan, welke vragen De Cock bevestigend beantwoordde. Binnen een maand was er een nieuwe aanklacht tegen hem, nu omdat hij volwassenen uit andere gemeenten had toegelaten op zijn catechisatie en omdat tój een boekje had geschreven tegen twee vrijzinnige predikanten. De Cock werd voor het Classicaal Bestuur gedaagd en reeds twee dagen later - 20 dec. 1833 - voorlopig geschorst.

Dat was een schok voor hem, voor de gemeente Ulrum en voor vele kerkgangers uit de omgeving, want nóch op zOndag 22 december, nóch op de beide Kerstdagen zou De Cock mogen preken. Er kwam bericht dat de predikanten uit de ring, de beurten zouden verzorgen. De aanhangers van De Cock namen daar geen genoegen mee en beraamden plannen om desnoods met geweld de ringpredikanten van de kansel af te houden en De Cock erop te krijgen. De Cock zelf echter wist zijn aanhangers ervan te overtuigen dat het 'niet door kracht, noch door geweld, maar door Gods •Geest moest geschieden'. Zo werd afgezien van gewelddadig optreden en kwam De Cock met hen die hem trouw bleven samen in een particuliere woning.

Maar het gerucht dat er in Ulrum geweld zou worden gebruikt was intussen uitgelekt, ook onder de predikanten van de ring. En de eerste die op zondag 22 dec. de dienst in Ulrum zou leiden was... ds. A. P. A. du Cloux van Vierhuizen! Hij had intussen zijn maatregelen óókgenomen omdat hij tegenstand van de bevolking vreesde. Zo deed de komische situatie zich voor dat Du Cloux door een sterke gewapende macht naar de kerk van Ulrum werd geleid, terwijl er nergens één tegenstander te zien was, en dat hij ongestoord de kansel kon beklimmen in een bijna lege kerk...

Het is een twijfelachtige eer geweest voor Du Cloux, die later onder het Gereformeerde volk zo geliefd zou worden, dat hij de eerste vakaturebeurt heeft vervuld in de gemeente van De Cock, die terwille van de Gereformeerde leer in zijn bediening was geschorst, ook al was diens optreden lang niet vlekkeloos. Du Cloux heeft zich later wel voor deze houding geschaamd. Althans, hij schrijft in zijn levensverhaal. 'Jong en vurig van gestel zag ik tegen geen werkzaamheden op en wedijverde ik uit eerzucht en dienstijver met hem die dag en nacht werkzaam was om de Afscheiding in al de omliggende gemeenten te bevorderen.' Toch wel wonderlijk dat de tegenstanders van zijn prediking niet uitweken naar het nabijgelegen Ulrum... ‘Ik heb zekerlijk behoord’.

vertelt'Du CIoux zelf, 'onder de eerste, ijverigste en vurigste tegenstanders der Afscheiding en mocht mij verheugen dat, met uitzondering van zeer weinigen, de gemeente mij bleef aanhangen, ja, zoo aan mij gehecht bleef, dat zij hun leven voor mij veil hadden.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Alphonse Pierre Antoine du Cloux (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1979

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

PDF Bekijken