Bekijk het origineel

De Heilige Schrift als Godsopenbaring (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Heilige Schrift als Godsopenbaring (3)

De Heilige Schrift

8 minuten leestijd

Voordat wij ons richten op de relatie tussen Gods openbaring en de Schrift is het nodig erop te wijzen, dat het daarbij gaat om de openbaring van de drieënige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. De Vader openbaart zich door zijn Woord. Hij is de sprekende God. Maar het Woord is niemand anders dan de Zoon. Hij is de Logos. Als het Woord gaat Hij van de Vader uit. Als het Woord openbaart Hij de Vader. Als het Woord is de Zoon het uitgedrukte beeld van God. En als het Woord is God tot deze wereld gekomen, is Hij tot de mens gekomen om te laten zien en horen wie Hij is, wie Hij is voor ons, mensen.

De drieënige God

Voordat wij ons richten op de relatie tussen Gods openbaring en de Schrift is het nodig erop te wijzen, dat het daarbij gaat om de openbaring van de drieënige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. De Vader openbaart zich door zijn Woord. Hij is de sprekende God. Maar het Woord is niemand anders dan de Zoon. Hij is de Logos. Als het Woord gaat Hij van de Vader uit. Als het Woord openbaart Hij de Vader. Als het Woord is de Zoon het uitgedrukte beeld van God. En als het Woord is God tot deze wereld gekomen, is Hij tot de mens gekomen om te laten zien en horen wie Hij is, wie Hij is voor ons, mensen.

Toch reikt Gods zelfopenbaring nog dieper. Gods zelfopenbaring sluit ook in, dat God als God de Heilige Geest zich heeft geopenbaard. Op deze wijze is God niet alleen tot de mens, maar zelf tot in de mens gekomen. Door de Geest is God komen wonen in deze wereld, tot in het mensenhart toe. Dat sluit tevens in, dat, doordat God zich ook als God de Heilige Geest heeft geopenbaard. Hijzelf in zijn openbaring er zorg voor draagt, dat Hij door mensen wordt gekend. Zijn openbaring wordt ontvangen. God zelf zorgt a.h.w. ervoor, dat er een ontvangststation is op aarde, die Hem in zijn openbaring opvangt en ontvangt. Dit laatste is bij uitstek te danken aan de Geest. Hij legt de verbinding tussen God en zijn wereld, tussen God en de mens.

Daarom is de Geest ook al werkzaam bij de schepping. Vooral is de Geest ook werkzaam bij de komst van Christus, die het Woord van God is, in de wereld. Het Woord is immers vlees geworden. In Christus is er reeds een zeer grote nabijheid gekomen van God bij de mensen, bij zijn wereld. Maar daarom is Christus ook ontvangen door de Heilige Geest. En het is ook de Geest, die Christus tot zijn ambtswerk toerust. Die nabijheid Gods bij de mensen gaat echter nog a.h.w. een stap verder, wanneer Christus door zijn Geest gaat wonen in het mensenhart. Het vleesgeworden Woord is reeds God met ons: Immanuël. Maar door de Geest wordt het: od in ons. Christus zelf woont door zijn Geest in onze harten. Zo wordt in Christus en door de Geest de zelfopenbaring van de Vader tot haar voleinding gebracht. Nu mag de gelovige dan ook zich een kind van deze Vader weten. Door de Geest en ziende op Christus, roept hij Abba, Vader (Rom. 8 : 15).

Heilige Geest en Heilige Sclirift

Nu wij zo het trinitarisch karakter van de zelfopenbaring van God enigszins hebben aangeduid, krijgen wij ook meer zicht op de verhouding tussen deze openbaring van God en de Heilige Schrift. De Geest zorgt er immers voor, dat Gods openbaring landt bij de mensen. Dat doet Hij door het hart van de mens te openen voor de kennis en de erkenning van God. Dit is het werk van de levendmaking van de zondige mens, zijn wedergeboorte, waardoor de mens van dood levend wordt en verlicht wordt tot de kennis van de Naam des Heren. Men spreekt in de theologie dan van de illuminatio, de verlichting door de Geest. Op deze wijze leren wij God kennen. En de kennis van God is het hart van het leven des geloofs. We moeten echter daarbij bedenken, dat de Heilige Geest hier niet slechts op een directe wijze werkt. Er is wel sprake van een directe werking van de Geest. Maar dan in die zin, dat het a.h.w. het hoogst-eigen werk van de Geest is om ons hart te openen en te vernieuwen, en ons verstand te verlichten. We zouden dit een onmiddellijke werking van de Geest kunnen noemen. Maar zelfs deze onmiddellijke werking van de Geest geschiedt toch middellijk, namelijk door het Woord. Zo kan Petrus schrijven, dat wij wedergeboren zijn, niet uit vergankelijk, maar onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende woord Gods (1 Petr. 1 : 23). De Geest wederbaart, maar Hij doet het door het Woord.

We moeten dan opnieuw erbij denken, dat dit Woord in de eerste plaats Christus is. Daarom is wedergeboorte door de Geest in feite niets anders dan dat Hij ons inplant in Christus en wij zo delen in zijn leven, dat Hij door zijn dood en opstanding verworven heeft. Tegelijkertijd echter geldt, dat de Geest het Woord Gods, zoals dit in de Heilige Schrift tot ons komt, gebruikt als het middel, waardoor en de weg, waarlangs Hij het leven uit Christus in ons leven indraagt, vernieuwend en vergevend.

Zo komen wij dus uiteindelijk terecht bij de Schrift. Zij is vrucht van de zelfopenbaring Gods, maar dan vooral van de openbaring van God de Heilige Geest. De Geest die de werkelijkheid Gods indraagt in deze wereld en in het mensenleven schept zichzelf een weg om zijn doel te bereiken. En deze weg concretiseert zich in de gestalte van de Schrift.

De Schrift als vrucht van Gods openbaring

Natuurlijk hebben wij hiermee slechts vanuit de openbaringsleer een fundament gelegd om de betekenis en de waarde van de Schrift te verstaan. Hoe de Geest nu in concreto ervoor zorg heeft gedragen, dat deze Schrift er gekomen is, en hoe dan daarbij de verhoudingen liggen tussen Gods zelfopenbaring en het menselijk ontvangen en weergeven en doorgeven van deze openbaring, dit alles vraagt om een nadere behandeling, die door anderen zal worden gegeven. Daarop gaan wij dus nu niet verder in. Wat wij vooral willen beklemtonen is, dat het tot het openbarend werk van God zelf behoort om een weg te scheppen, waardoor deze openbaring tot bij en zelfs tot in de mens komt. Dat is bij uitstek het openbaringswerk van de Geest. In die zin behoort dus ook de Heilige Schrift tot dit openbaringswerk van God.

Als wij dan nog iets nader de verhouding tussen deze openbaring van God en de Heilige Schrift proberen aan te geven, krijgt ook nu het trinitarisch karakter van deze openbaring grote betekenis. De openbaring van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest heeft immers telkens, in relatie tot de drie personen, haar eigen karakter. Denken wij aan de openbaring van de Vader, dan worden we gericht op de schepping der dingen, op zijn onderhouding, zijn regering en leiding van de dingen. Zien wij op de openbaring van de Zoon, dan denken wij aan zijn aanneming van onze menselijke natuur. Hij heeft ons zondig en zwak vlees aangenomen, ons in alles gelijk, uitgenomen echter de zonde. Hij heeft de verzoening aangebracht, waardoor zondaren worden ge­ rechtvaardigd, door het geloof. Letten wij op het openbaringswerk van de Geest, dan treedt de vernieuwing van het zondige bestaan naar voren. De Geest werkt de heiligmaking. Hij vervult het hart en maakt het tot een tempel van God.

Zo blijkt er dus binnen de ene zelfopenbaring van God toch een rijke verscheidenheid te zijn, die samenhangt met de rijkdom van de drieëenheid van God. Als nu echter ook de Schrift in dit openbaringswerk haar plaats inneemt, dan mag ook zij de tekenen van deze rijke Godsopenbaring dragen. Vaak is er een parallel getrokken tussen de vleeswording van het Woord (Christus) en de Schriftwording van het Woord. Daar zit een grote kern van waarheid in. Maar dan mogen wij de vergelijking niet beperken tot Christus. Dan mag het ook worden betrokken op de openbaring van de Vader en de Geest.

Wat de Vader betreft kunnen wij dan wijzen op het onherleidbare van de Schrift als goddelijke-openbaring. Zij is niet uit ons voortgekomen, maar uit God zelf. Zij is vrucht van Gods scheppend en herscheppend werk. Daarom draagt zij ook de kenmerken hiervan. Tegelijk zien wij de Schrift staan onder zijn bijzondere goddelijke zorg en leiding. Dat geldt de inhoud van de Schriftopenbaring allereerst. God zet door alle gebeurtenissen in de geschiedenis heen, zelfs door de diepste diepten heen, zijn openbaringswerk voort. Daarvan getuigt de Schrift overduidelijk. Het geldt echter ook van de Schrift als zodanig. Het voortbestaan en de blijvende kracht en geldigheid der Schrift vindt haar diepste geheim in God zelf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Heilige Schrift als Godsopenbaring (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken