Bekijk het origineel

Vragen rondom de verstaanbaarheid (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vragen rondom de verstaanbaarheid (3)

6 minuten leestijd

Deze keer vragen wij aandacht voor de spanningsvelden.

Vorige maal wezen wij er op, dat het vooral moet gaan om de kern van de tekst of pericoop, maar dat wij ook moeten denken aan de complexiteit van het verhaal. Deze keer vragen wij aandacht voor de spanningsvelden. Spanningsvelden zijn a.h.w. de polen waartussen de prediking zich beweegt. Zij hebben zowel met de inhoud als met de vorm van de prediking te maken. Wij kunnen slechts enkele van die spanningsvelden noemen, omdat wij anders in de veelheid zouden verdrinken. Bovendien moeten we bedenken, dat die spanningsvelden niet aan de tekst mogen worden opgelegd maar uit de tekst en haar verband dienen op te komen.

Striemend en pastoraal

Een zoete en gemoedelijke, de hoorders in het gevlei komende prediking, is niet naar de Schrift. Zij mag een ogenblik ons gevoelsleven strelen, maar zij breekt ons niet af noch bouwt ons op het fundament van apostelen en profeten waarvan Jezus Christus de uiterste Hoeksteen is.

Het kan vanuit de tekst of pericoop noodzake­lijk zijn om profetisch striemend de boodschap te verkondigen. De profeten en Christus Zelf hebben dat gedaan. En de leerjongens van Christus zullen niet anders kunnen, als zij luisteren naar het Woord en het Woord aan het woord willen laten komen. Maar de prediking mag daar niet in opgaan. We mogen niet afbreken zonder de opbouw op het oog te hebben. Het pastorale element in de prediking mag niet ontbreken. Integendeel, prediken is pastoraal bezig zijn vanuit het Woord met de ons toebetrouwde.zielen. Het is onderwijzen d.w.z. wegen wijzen, de Weg wijzen, Christus verkondigen. Ik denk daarom dat het lerend element in de prediking veelvuldig aan de orde moet komen.

Uitdagend en uitleggend

De prediking kan uitdagend zijn, wanneer daarin het ergerniswekkende element benadrukt wordt. Het kruisevangelie is nog altijd een dwaasheid, en ergernis. We tekenen er protest tegen aan. Maar de prediking kan ons uitdagen, wanneer het verrassende element aan de orde komt. Dan kan het ons overrompelen. Dit uitdagen op welke manier dan ook heeft de bedoeling om mensen wakker te schudden of te bewaren voor een al te snelle en goedkope beaming.

Maar de prediking mag niet alleen maar uitdagend zijn, zij dient ook uitleggend te zijn. De gemeente mag niet aan haar lot overgelaten worden, maar moet op pad geholpen worden. Prediken is door de Heilige Geest het Woord openen en de gemeente inwijden in de geheimen van het Woord, zodat zij komt tot het verstaan van de Schriften die van Christus getuigen. Er is niets zo 'Heil-zaam' dan Christus-prediking aan arme zondaren.

Veelzijdig en eenzijdig

De prediker is geroepen om Gods Woord op een veelzijdige manier te verkondigen. Het Woord is als een kristal met talloze facetten. Als je jezelf predikt, ben je spoedig uitgepraat. Maar de prediker die biddend, studerend en mediterend vanuit het Woord mag bezig zijn, raakt nooit uitgepreekt. Daarom moet de gemeente haar dienaren daarvoor de tijd en de ruimte geven. Die tijd is pure winst voor de gemeente.

We mogen niet eenzijdig prediken, omdat in dat geval de waarheid geweld wordt aangedaan. Er dienen niet alleen oude schatten, maar ook nieuwe schatten uit het Woord te worden opgedolven. Onbekend maakt ook hier onbemind. Ook het meer onbekende behoort tot het Woord en daarom tot de prediking. Een herder gaat met de kudde soms ook onbekende wegen op zoek naar voedsel.

Toch kun je in één of twee preken niet altijd veelzijdig zijn. Het is onmogelijk om daarin 'alles' te zeggen. Als wij dat proberen, vertillen wij ons en zeggen eigenlijk niets. Daarom zal een bepaalde preek altijd ergens eenzijdig zijn. Het gaat er om, dat iets uit dat grote geheel overkomt bij de hoorders.

Algemeen en persoonlijk

De prediker richt zich met zijn boodschap tot de gehele gemeente. Wat hij te zeggen heeft, moet voor alle hoorders van betekenis zijn. Wij prediken niet voor een groep min of meer doorgeleide christenen, maar voor de gemeente die leeft op het erf van het Verbond. Tot die gemeente komen de eisen en de beloften, ook de beloften en de eisen van het Woord Gods. De nodiging gaat uit met bevel van geloof en bekering.

Deze (in de goede zin van het woord) algemene prediking heeft echter een persoonlijk element. Het is naar ons oordeel de kracht van de bevindelijk getinte gereformeerde prediking, dat de nadruk gelegd wordt op persoonlijk geloof en persoonlijke bekering. Soms leidt dit tot een vorm van prediking die sterk schematisch is. Daartegen hebben wij overwegende bezwaren. Wanneer echter de nadruk op persoonlijk geloof ingekaderd is in de tot de gemeente gerichte preking vallen deze bezwaren weg. Gods Woord vraagt van de hoorders een persoonlijke d.i. bevindelijke betrokkenheid. Dan wordt de prediking pas echt verstaan.

Monoloog-dialoog

Over dit spanningsveld zou veel te schrijven zijn. In het kader van onze artikelen moeten wij ons echter beperken. Veel theologen (Düsterfeld, Reid, Trillhaas, Bohren e.a.) maken tegen de monologische vorm van de prediking bezwaren. Het feit dat slechts één aan het woord is (de monoloog) zou o.a. de oorzaak zijn van de geringe belangstelling en het weinige nut van de prediking. Toch willen wij deze vorm van prediking in zijn algemeenheid verdedigen. In de eerste plaats wijzen wij op de ambtelijke opdracht. Dat is een opdracht van God (Christus) aan de dienaar van het evangelie. 'Het is niet de aktiviteit van een mens, maar de daad van God, die via het intermediair van ambtelijke dienst in zijn Woord tot mensen komt.' (Firet) Hij mag in opdracht van de Heere, uiteindelijk namens Hem, het Woord verkondigen. In de tweede plaats baseren wij onze keuze voor de monologische preekvorm op het feit, dat deze vorm het gegeven weerspiegelt dat wij het Heil niet zelf kunnen bedenken maar dat het ons moet worden aangezegd.

Heeft dan de dialoog helemaal geen plaats in de prediking? Jawel, want de prediker poneert niet alleen als heraut, maar 'ook de reakties, de vragen en de bedenkingen van de hoorders worden in de prediking opgenomen, zoals de bijbelschrijvers van de liefdesopenbaring Gods eveneens hebben gedaan' (H. Jonker). De hoorders komen in de monologische preekvorm wel niet zelf aan het woord, maar hun vragen, zorgen en situaties (die in veel gevallen ook die van de prediker zijn!) komen wel ter sprake.

Dat is de reden waarom wij kiezen voor een dialogisch functionerende monologische preekvorm. Wij denken, dat deze preekvorm de betrokkenheid van de hoorders bevordert. De mensen voelen zich aangesproken! En waar wij echt aangesproken worden, is sprake van een verstaan van de boodschap. En dat is toch het doel van de prediking?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vragen rondom de verstaanbaarheid (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1981

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken