Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbespreking

3 minuten leestijd

John Preston, Een levenloos leven of 's mensen geestelijke doodstaat in de zonde (vertaald door ds. J. van der Haar), Den Hertog, Houten 1982 geb. ƒ 16, 75, 126 blz.

John Preston was een puritein. Hij leefde van 1587 tot 1628. Enkele van zijn werken zijn vroeger uit het Engels in het Nederlands vertaald. De vertaling van dit werkje is van de hand van ds. Van der Haar. Ik heb het oorspronkelijke niet kunnen raadplegen en moet mij dus van een oordeel over de kwaliteit van het vertalen onthouden. Ik heb wel een paar vragen: Is het in zijn gehéél vertaald? Zo ja, waarom dan telkens in de tekst een drietal puntjes, die doen vermoeden dat er iets is weggelaten? Bovendien: blz. 41, bijna onderaan, is onbegrijpelijk, is daar een zin weggevallen? Wat is bedoeld met de 'zonde van goed? '

Wat de inhoud betreft, een enkele maal wordt Luther genoemd. Maar wat een hemelsbreed verschil met Luthers prediking! Zeker, er loopt wel hier en daar een reformatorische lijn door dit geschrift, maar meer ook niet. Er wordt wel (blz. 101) gezegd dat aan het geloof geen voorwaarden vooraf gaan, maar intussen wordt toch wel de kennis der zonde, en nog wel een diepe zondekennis gesteld als eis vóór men tot Christus mag komen. Wat is dat anders dan een voorwaardelijke Evangelieprediking? En dan vraag ik: Waar vindt men die in de bijbel? Mijn bezwaar is niet dat Preston spreekt over Wet en Evangelie, in deze volgorde, maar dat hij het werk der wet verzelfstandigt ten aanzien van Christus en het Evangelie. De tekst die boven deze verhandeling staat is Efeze 2, 1-3. Maar ik vraag mij af: wat is terechtgekomen van een zich houden aan deze tekst? Wij zijn dienaren des Woords of wij zijn het niet! Paulus spreekt hier tot de gemeente over h& ar verlost zijn van de dood, en Preston komt nauwelijks ergens boven de dood uit. Zijn hele boekje is gewijd aan de doodstaat, terwijl hij het juist zou moeten hebben over het 'eertijds' van de doodstaat. Zo zou ik nog wel meer kunnen noemen, toetsend dit boekje aan het Woord Gods zelf. Ieder dienaar des Woords (en daar sluit ik mijzelfbij in), en dus ook Preston moet en mag beoordeeld worden aan Gods woord. En dan is mijn eindconclusie: Hier is zo goed als geen uitleg van de tekst; slechts één gegeven wordt eruit gelicht, op de spits gedreven, wat lijdt tot eenzijdigheid, 's Mensen doodstaat is een bijbels gegeven, een zeer ernstige zaak, die wij niet mogen verwaarlozen, maar zij is, gelukkig, niet het één en het al. Als dit boekje ons al té goed smaakt, vrees ik dat wij van het Evangelie, juist ook in de tekst, Ef. 2, 1-3, nog maar weinig hebben begrepen.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken