Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De man zonder bruiloftskleed

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De man zonder bruiloftskleed

6 minuten leestijd

... hoe zijt gij hier binnengekomen, geen bruiloftskleed aanhebbende? ' Matth. 22 vers 12

In de gelijkenis van de koninklijke bruiloft liggen de vreugde en de ernst dicht bij elkaar. Het eerste gedeelte van de gelijkenis laat ons de rijkdom van Gods ontferming zien. De Heere heeft heerlijke bedoelingen. Hij heeft gedachten des vredes. Met het oog daarop gebruikt de Heere Jezus het beeld van een bruiloftsfeest.

Maar het tweede gedeelte van de gelijkenis heeft beslist niet minder invloed op ons geestelijk leven: je zal toch geen bruiloftskleed aan hebben! Je zal toch buitengeworpen worden! De gedachte aan de man zonder bruiloftskleed zet vaak een domper op de vreugde van het geloof.

In de gelijkenis gaat het over een koning die een bruiloftsfeest aanricht voor zijn zoon. Met die koning wordt God Zelf bedoeld, en de zoon is de Heere Jezus. En de maaltijd is het beeld voor het komende koninkrijk van God. Met behulp van dat beeld wordt de toekomstverwachting van de gemeente Gods uitgedrukt: de Heere bereidt de eeuwige vreugde. De losgekochten zullen zich verheugen in hun Heere en Heiland.

Maar dat is niet bedoeld als een verre toekomstmuziek, want hoor (!) de nodiging tot de bruiloft gaat uit. De dienaren van de koning worden er op uit gestuurd om de mensen te nodigen tot het feest. En wat is het resultaat? 'En ze wilden niet komen...' Is dat geen raadselachtig gegeven in ons menselijk bestaan? Er is een diepgewortelde onwil in de mens om zich te scharen achter de vreugde des Heeren. We slaan Gods roepstem in de wind.

Dan komt er nog een tweede nodiging, en deze is nog indringender dan de eerste. Komt tot de bruiloft, want het feest gaat nu beginnen: de maaltijd staat klaar. Maar ook al staat de bruiloft voor de deur, de mens verandert niet. Ze slaan de nodiging in de wind en de één gaat naar zijn akker en de ander naar zijn zaken.

Het leven gaat gewoon door, alsof de nodiging nooit heeft geklonken. Zo gaat dat in het leven: God roept, maar de mens doet net alsof er niets aan de hand is. De timmerman gaat naar zijn werkplaats, de boer naar zijn akker, de jongelui gaan naar school, de moeders maken het eten klaar, de ambtenaar schuift zijn bureaustoel aan... het leven gaat gewoon door. De profetische stem sterft weg, en niemand komt tot de bruiloft.

Weet u wat het verrassende is van deze gelijkenis? Ook al wijzen de mensen de nodiging af, de koning houdt er aan vast. Hij wil met alle geweld dat het feest doorgaat. Zo is de Heere, Hij is vasthoudend in de genade en daarom ook aanhoudend in de nodiging. Nu gaat de derde nodiging uit. Niet naar de eersterangburgers, maar de dienaren moeten gaan staan op de uitgangen der wegen. Het volk-dat-de-wet-niet-kent wordt genodigd. Daarmee wordt allereerst de nodiging van de heidenen bedoeld, maar daarin komt juist de ruimte van Gods genade openbaar. De randbewoners van de samenleving mogen komen, mensen die helemaal niet thuishoren in het paleis. Tollenaren en zondaren worden opgewekt in te gaan in de vreugde des Heeren. En dan kunnen we ons zelfs niet meer verschuilen achter een zondig en slecht leven, want er staat nadrukkelijk dat zowel slechten als goeden mogen komen. Misschien moet u ook zeggen: mijn leven is zo hopeloos, zo mislukt, ik heb aan alle kanten zo gefaald, dat ik niet thuis hoor bij de Heere. Hoe zou ik delen in de eeuwige vreugde?

Maar de Heere zegt: zovelen als gij er zullen vinden, roept ze tot de bruiloft. Daar zien we ze gaan, ze trekken in de richting van het paleis: bedelaars, tollenaars, zondaren, mislukten, achtergestelden. U zou ook zo graag meegaan om te delen in hun vreugde? Ja, zegt u misschien, als dat ernstige slot maar niet volgde: een van de aanzittende gasten wordt straks buiten de deur gezet, geworpen in de buitenste duisternis. En inderdaad, daar lees je niet licht overheen, het is zo radikaal.

Laten we hen toch maar even volgen. Wanneer deze hele groep bedelaars aan de poort van het paleis komt, dan worden ze daar met open armen ontvangen. De deur gaat wijd open en niemand wordt teruggestuurd. Echter, aan die binnenkomst was wel een bepaald gebruik gebonden. Men werd eerst door de dienaren van de koning naar een zij vertrek geleid, en daar onderging men een totale reiniging, men werd van top tot teen gewassen. Vervolgens werd men in een feestkleed gehuld en stap­ te men als nieuwe mensen de feestzaal binnen.

Na verloop van tijd komt de koning binnen. Dan valt zijn oog op een man die daar zit zonder bruiloftskleed. Toornig roept hij: hoe zijt gij hier binnengekomen zonder feestkleed? Werpt hem in de buitenste duisternis.

Waarom toch dit harde woord? Voor de hoorders van deze gelijkenis zal dat onmiddellijk duidelijk geweest zijn. Deze beroepsbedelaar voelde zich zo gelukkig in zijn vervuild bestaan dat hij niet gereinigd wilde worden. Via een achterdeur komt hij binnen, en niet via de weg van de reiniging.

Er zijn mensen die via de achterdeur binnen willen komen in Gods Koninkrijk. Ze slaan de nodiging niet af, ze trekken op met de gemeente... maar er komt geen werkelijke verbondenheid met Christus. Het feestkleed (dat toch symbool is van de gerechtigheid van Christus) wil men niet ontvangen, want de reiniging heeft men er niet voor over.

Deze gelijkenis laat ons zien: binnen de gemeente die zo ruim genodigd wordt, waar goed en slecht onderdak vindt, die genodigd wordt tot de vreugde des Heeren... binnen die gemeente kan men rondgaan zonder bruiloftskleed. Maar dan zal men uiteindelijk niet delen in de vreugde. Waarom deelde deze man niet in de vreugde? Omdat hij de wasbeurt ontloopt en het feestkleed veracht. Ook voor hem had de poort wijd opengestaan en hij mocht zo binnenkomen, zelfs zijn zonde vormde geen belemmering. Maar hij verwierp de weg van de reiniging en het feestkleed, hij wilde op oude voet verder leven. Blijkbaar kan zoiets voorkomen: rondlopen binnen de gemeente en toch de gerechtigheid van Christus verwerpen! Maar zoiets duldt de Heere niet, er is geen plaats voor deze houding. Weg met hem! Leven en vreugde is er alleen maar wanneer we leven bij de gerech­tigheid van Christus, Het komt aan op het dragen van het feestkleed, daar let de koning op als hij de feestzaal binnentreedt. Het slot van de geijkenis bevat dus een ernstige vermaning: alleen door Jezus Christus en Zijn gerechtigheid kunnen we het Koninkrijk binnengaan en niet via een achterdeurtje.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De man zonder bruiloftskleed

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken