Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat hebben de milieuvragen ons te zeggen?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wat hebben de milieuvragen ons te zeggen?

13 minuten leestijd

Zo langzamerhand heeft eenieder kennis kunnen nemen van het 'Conciliair Proces'. De trefwoorden zijn 'vrede', 'gerechtigheid' en 'heelheid van de schepping'. Raakt het eerste vooral het vele en grote onrecht in de wereld, het laatste brengt ons dicht bij huis, waar het gaat over het vraagstuk van het milieu. Wordt over de invulling van de eerste trefwoorden heel verschillend gedacht, het laatste is een vraagstuk, waar niemand omheen kan. Want ieder wordt geconfronteerd met zure regen, het gat in de ozonlaag, het broeikaseffect en de vervuiling van lucht en water. U heeft kunnen vernemen dat de vragen over het milieu, ook binnen de Gereformeerde gezindte, inmiddels volop in de belangstelling staan. We kunnen ons natuurlijk vragen of dit laatste een goede ontwikkeling is. Moet de prediking niet veeleer betrekking hebben op de vragen over een door de zonde verontreinigde ziel dan over verontreinigde bodem? Echter, er heeft een onstuimige ontwikkeling plaatsgevonden in het technisch kunnen. Technieken zijn ontwikkeld, waardoor men alles in handen leek te hebben. Even leek de mens minder afhankelijk van Gods gunst dan voorheen. Men kreeg de moeilijkheden zelf onder de knie! Maar nu? Inmiddels is de keerzijde van deze medaille bekend. We staan voor nieuwe, grotere problemen dan voorheen. De oplossing van de ene moeilijkheid bracht de volgende van groter omvang met zich mee! De uiteindelijke oplossingen zijn niet in zicht. Ieder wordt er zich meer en meer van bewust, dat het zo niet veel langer kan doorgaan. Mogen wij, ja, moeten wij ons vandaag niet afvragen wat de mens van Gods schepping gemaakt heeft? Degenen, die zich bij het Conciliair Proces betrokken weten spreken over 'een verandering in mentaliteit', die nodig zal zijn, wil de wereld nog leefbaar zijn voor onze kinderen. Er wordt ook gewezen op het Bijbelse begrip 'rentmeesterschap'. Wij zullen ons moeten matigen in het ge­ bruik van Gods schepping. Wij zullen veel meer moeten leren, dat die schepping er niet alleen voor ons is, maar ook voor ons nageslacht en niet te vergeten voor de armen in deze wereld. Er zal ook een rechtvaardiger verdeling moeten komen van alles, wat wij uit Gods schepping putten.

Uitkomst?

Maar, biedt slechts een mentaliteitsverandering hier uitkomst? De voorstanders van dit proces willen het ons doen geloven. En toch zien wij zo een gegeven van beslissende betekenis over het hoofd. Want er is meer te zeggen vanuit de Bijbel in deze vragen betreffende het beheer van Gods schepping, dan wat tot nu toe veelal gehoord werd. Wij lezen in de Bijbel, hoe God de Heere hemel en aarde, mens en dier, vissen en planten geschapen heeft. Dat betekent, dat het Zijn schepping is, maar ook dat het Zijn schepping blijft! Het betekent ook — dat kunnen wij lezen in onze Bijbel in Genesis 1 : 31 — 'En God zag al, wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed.' De woord 'goed' is in het Hebreeuws 'tof! Een woord, dat u meteen herkent. De jeugd gebruikt het nog al eens. Tof betekent, dat iets 'harmonieus' is! Er ligt in opgesloten, dat alles goed op elkaar aansluit. De dingen 'klikken'! Zo was het in Gods schepping. Wonderlijk schoon paste alles in elkaar! Mens en dier hadden hun eigen plaats. Ook dat was 'goed'. De Heere heeft tegen de mens gezegd: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt! 'En God zei: iet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en al het geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze! Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipend gedierte op de aar-

de, waarin een levende ziel is, heb ik al het groene kruid tot spijze gegeven'. Zo wordt de geschapen mens aangesteld door God als de beheerder van de schepping. De vruchtbaarheid wordt hem als een zegen meegegeven. Hij mag Gods schepping voortaan gebruiken tot zijn levensonderhoud. De schepping heeft daarvoor blijkbaar voldoende te bieden! Daarom moet het probleem, waar we voor staan, niet meteen in de overbevolking van deze aarde gezocht worden! De mens, wanneer hij uitbreekt in menigte mag de aarde 'onderwerpen', dat is dienstbaar maken. Anders gezegd: Tot zijn nut en dat van zijn nakomelingen aanwenden. Toch geeft God hem niet alle vrijheid, maar geeft de Heere een orde aan. Het voedsel, dat de aarde te bieden heeft wordt keurig verdeeld. Ieder krijgt zijn deel van de Heere: De mens, de dieren, de vogels. We laten de vragen, die hier verder liggen, rusten. We stellen slechts vast, dat ieder van de Heere zijn bescheiden deel ontvangt! God zorgt voor mens en dier. Dieren en vogels worden niet aan de vrije wil van de mens ter beschikking gesteld. De mens mag er over beschikken, maar met inachtneming van de bepaalde grenzen. En is dat niet eigen aan ieder goed beheer? Een goed beheer vraagt om doordachte regels! Ja, meer: Een goed beheer vraagt om inachtneming van de Goddelijke regels, te weten de Goddelijke Geboden!

Een stap verder

En daarom gaan we nog een stap verder. We vroegen ons zoeven af of de milieucrisis van vandaag opgelost wordt door middel van een mentaliteitsverandering, door een beter beheer, een rechtvaardiger verdeling van de welvaart. Wij vragen ons nu af of daarmee niet te gemakkelijk voorbij gezien wordt aan een van de meest wezenlijke gegevens, die wij in het begin van de Bijbel aantreffen, namelijk het verschrikkelijke gegeven van de zondeval. Ook de zondeval zal ter sprake moeten komen, wanneer wij ons ernstig op de müieuvragen willen bezinnen. Wij kunnen daar niet omheen. Want, wanneer wij alleen maar terugkeren naar meer natuurlijker produkten en processen, dan blijven wij staan voor het feit, dat de Heere na de val tot de eerste mensen gezegd heeft in Genesis 3: 'Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt...' Daarom moet er over meer gesproken worden, nu deze vragen aan de orde zijn, dan alleen over het wanbeheer, dat de mens voert over Gods schepping! Want er is niet alleen sprake van het egoïsme van een zondige mens, maar ook van een vloek, die op de aarde rust! De Heere heeft gezegd, dat als straf vanwege de zonde en ongehoorzaamheid van de mens het aardrijk vanwege die mens vervloekt zou wezen! U zegt: Hoe merk ik dat vandaag? De Heere vervolgt in Genesis 3: 'Ook zal het u doornen en distels voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten...'. Daar verandert iets in het wezen van de schepping, nu de mens gevallen is! En dat als gevolg van Gods straffen! Als straf op de ongehoorzaamheid keert de schepping van God zich tegen de mens. Doorns en distels, teugelloos woekerend onkruid, wordt door de Heere ge­ noemd! Er wordt gesproken over het met smart kinderen baren. Er wordt door God gesproken over het brood eten in het zweet des aangezichts.

Vijandigheid

De aarde, Gods schepping, keert zich op bevel van God tegen het meest ontwikkelde wezen van die schepping, de in zonde en ongehoorzaamheid gevallen mens! Met andere woorden: Hier lag niet de mogelijkheid, dat het in de toekomst fout kon gaan, maar het was reeds fout gegaan! De milieuvragen zijn niet alleen te herleiden tot het wanbeheer door de mens. Dan zouden wij het proces inderdaad kunnen omkeren door een verandering in mentaliteit. Maar hier is sprake van een gegeven, dat een direkt gevolg is van de zondeval. Die val, waar we liever niet van horen, omdat het besef van die realiteit ons alle hoop op wezenlijke verbetering ontneemt! Mentaliteitsverandering treft de wortels van dit vraagstuk niet! Gods Woord wijst ons op de vijandigheid van het milieu, waarin wij leven en wijst ons op de oorzaak: De ongehoorzaamheid aan Zijn Woord! Het verdorven hart, de zonde! Doorns en distels overwoekeren de cultuurgewassen van de boer. Als je de natuur zijn gang laat gaan, dan staat je tuin, je akker na verloop van tijd niet vol aantrekkelijke groente, maar vol woekerend onkruid, dat moeilijk uitroeibaar blijkt. Het natuurlijke evenwicht wordt niet alleen verstoord door wanbeheer, is reeds verstoord door onze val in Adam!

Bovendien valt ook op, dat God zegt, dat de mens 'het kruid des velds' zal eten. Eerst was er sprake van het 'zaadzaaiende kruid' voor de mens en het 'groene kruid' voor het dier. Nu komt ook het voedsel van de dieren voor de mens in aanmerking! Ligt daarin een vernedering voor de mens van Godswege? Het ligt voor de hand! Het onderscheid tussen mens en dier vervaagt immer, waar de mens Gods Woord ongehoorzaam wordt! Ook is er sprake van het slachten van dieren, want de Heere God maakt voor hen rokken van dierenvellen. Er vloeit het bloed van het dier. Hoe wij dit alles precies moeten duiden is niet eenvoudig. Maar wel is duidelijk, dat de wortels van de ontsporing en ontluistering van Gods schepping reeds liggen in de val. Temeer, daar er gegeten is van de vrucht van de verboden boom! De Heere zegt: 'Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van die boom gegeten hebt, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten...' De mens is zich in zijn eetlust te buiten gegaan. Daar is de begeerte geweest tegen Gods Woord in te eten. De vrucht van de verboden boom trok meer, dan het gebod des Heeren! De verboden vrucht legde meer gewicht in de schaal voor het menselijk hart, dan het Goddelijke Woord. Hiermee komen wij bij het meest fundamentele gegeven. Christus heeft gezegd, dat de mens bij brood alleen niet leven zal, maar bij alle Woord, dat uit Gods mond uitgaat. Hij noemt zichzelf het Brood des levens, dat hemels manna.

Ontsporing

Wanneer ging het dus in principe reeds mis met het milieu? Wanneer ontspoorde de goede orde, de goede harmonie in Gods schepping? Wanneer werden de grenzen verlegd? Toen de mens eigenmachtig en eigenwillig de grenzen ging verleggen! Toen hij de begeerte van zijn hart, zijn zelfzucht, ja zichzelf als persoon ging stellen boven het Woord en Gebod van God. En daarmee is de milieuproblematiek van nu teruggevoerd tot het vraagstuk van de milieuproblematiek van het menselijk hart. De mens, u en ik, wij hebben vanaf het eerste ogenblik van ons leven een door de zonde verdorven, een door de zonde grondig vervuild hart! Kortom: Wij zijn in zonde ontvangen en geboren en daarom allerhande ellende, ja de verdoemenis zelf deelachtig. Al die ellende, al die vragen van het müieu alsook de vragen van vrede en gerechtigheid gaan terug op het verdorven hart. Wij komen bij het ontdekkend licht van Gods Woord bij onszelf uit. De vragen van het milieu blijken nog maar 'kinderspel' vergeleken bij de vragen, die ons hart en ons bestaan voor Gods aangezicht raken. De vraag is niet, hoe hier een bepaalde mentaliteit omgebogen kan worden, maar hoe het menselijk hart vernieuwd zal worden. Eerst dan nemen we het milieu werkelijk serieus, wanneer wij onszelf in het ontdekkende licht van Gods Woord voor Gods aangezicht serieus gaan nemen! De vragen naar het wezen en het hart van de mens moeten vandaag opnieuw aan de orde komen. Wij zijn er niet, wanneer op het kerkplein 's zondags geen auto meer te zien is. Deze gedachte is een 'karikatuur' van de wezenlijke vragen, waar we tegen op lopen! Wij nemen het müieu niet werkelijk serieus, nog minder Gods schepping, wanneer wij God in Zijn Woord niet ernstig nemen, als Hij zegt: 'Zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt...' Let wel: 'Om uwentwil!' Het is vanwege uw val, o mensenkind, zo leert Gods Woord. De mens is een uitbuiter van Gods schepping geworden, sinds hij de spijze van Gods Woord is gaan verachten! De apostel leert: 'De Godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging.' Daarin vinden we rust en vrede, zodat wij zeggen: Het is genoeg! Maar in deze wereld krijgt een mens, die daar niet van weet, nooit genoeg. Wanneer de Heere ons niet tot bezinning brengt en wij Jezus krijgen als het Brood, waarvan gezegd is: 'Die daarvan eet zal nooit meer hongeren!', en dan zullen wij ook Gods schepping louter egoïstisch gebruiken zonder aan onze naaste te denken. Ook zullen wij niet weten van een schepping, die in barensnood is en zucht naar de Jongste Dag! Wij blijven dan wereldverbeteraars, en in feite scheppingsbedervers. Daarom: Ook deze ellende van een steeds minder leefbare wereld dient ons tot diepere bezinning op de eigen positie. De vraag is: Wie ben ik voor Gods aangezicht? Christus zegt: Tenzij de mens wederom geboren wordt. Bezig zijn met het milieu is een bezig zijn met de diepste vragen! Herschepping is nodig. Er is meer nodig dan een verandere mentaliteit: Een nieuw hart! En straks: Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Waar de leeuw met het lam verkeert!

Gebed

Laten wij de Heere ernstig bidden of Hij ogen wil openen! Opdat wij mogen zien, wat gezegd is: Wij hebben gezondigd en onze vaderen tevens! Het aardrijk is vervloekt om onzentwil. Het is eigen schuld.

Maar dan die schuld van het Paradijs! Gods Woord veracht! Zoals wij het nog op het hoogst verachten, wanneer wij van onze verdorvenheid niet geleerd willen zijn. Wanneer het ons verzet oproept, wanneer de vinger wordt gelegd bij de noodzaak der wedergeboorte. Wanneer gewezen wordt op de onmisbaarheid van de verzoening in Christus' bloed. Wij zijn van nature geen goede mensen, maar slechte mensen! En het kwaad treft dan ook geen goede mensen, maar slechte mensen! Zo in en in slecht, dat er geen andere weg was tot hun behoud, dan dat Gods eigen Kind Jezus voor hun zaligheid werd gegeven! Wij hebben Gods schepping niet lief, want we hebben de Schepper niet lief En wanneer wij menen, dat wij zonder wedergeboorte de schepping en de Schepper liefhebben, dan is dat een vergissing. Dan nemen wij schepping en Schepper niet serieus. Het Brood des levens is Christus, het vleesgeworden Woord. Hij is de Heelmeester. Als een wijs Heelmeester begint Hij bij de wortel van de kwaal: ons hart! Daarmee heeft Hij een Nieuwe Hemel en Nieuwe Aarde op 't oog! Wij mogen weten, dat de Heere zorgt voor Zijn kinderen. Wij mogen weten met lichaam en ziel, beide in leven en sterven, niet van onzelf maar van onze getrouwe Zaligmaker, Jezus Christus, te zijn. Moet dat ook in deze vragen zo nodig gezegd worden? Ja, want in dat licht zégt Zondag 1, dat zij, die Zijn eigendom zijn, mogen weten, dat zonder de wil van hun hemelse Vader geen haar van hun hoofd vallen kan, ja ook, dat alle dingen tot mijn zaligheid dienen moeten! Voor-en tegenspoed, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren. En ook dit: 'Waarom Hij mij ook door Zijn Geest van het eeuwige leven verzekert, en Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt.' Dan gaat Zijn wil voorop in mijn leven. Dan komt het ongetwijfeld eveneens goed met het milieu. Dan ontvang ik dat immers als een schone woning, die mijn hemelse Vader mij geeft om in te wonen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wat hebben de milieuvragen ons te zeggen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken