Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Blijdschap

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Blijdschap

6 minuten leestijd

In de Bijbel komen we verschillende teksten tegen, waarin blij zijn, vrolijk zijn en blijdschap wordt aangeprezen. We bekijken enkele voorbeelden:
Prediker 3 : 4 'Er is een tijd om te wenen en een tijd om te lachen'
Romeinen 12 : 15 'Verblijdt u met de blijden...'
Mattheüs 5 : 12 'Verblijdt en verheugt u...'
Psalm 26 : 8 'Wat blijdschap smaakt mijn ziel, Wanneer ik voor u kniel'
Psalm 68 : 2: Hun blijdschap zal dan onbepaald, door 't licht dat van hun aanzicht straalt, ten hoogsten toppunt stijgen'

Wanneer we de concordantie erop naslaan, vinden we veel teksten, waarin deze woorden voorkomen.

Mag je blij zijn?
Velen stellen zich de vragen:
'Mag ik — zondig mensenkind — wel blij zijn?
Is het mogelijk om in deze wereld vrolijk te zijn?
Is er reden om vrolijk te zijn?
Hebben mensen gelijk, die zeggen dat kerkmensen altijd somber gestemd zijn?'
Onze Heidelberger Catechismus spreekt in vraag en antwoord 90 duidelijke taal:
Wat is de opstanding van de nieuwe mens?
Het is een hartelijke vreugde in God, door Christus, en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven. Het is dus een vreugde in God, door de Heere Jezus Christus. Dat wil zeggen, dat we alleen echt blij kunnen zijn als we Hem kennen. Daaraan vooraf gaat droefheid over onze zonden. We mogen blij zijn als apart gezette mensen. Dat legt beperkingen op aan de manier waarop we onze blijdschap beleven. Onze blijdschap moet omringd zijn door de wetenschap, dat de Heere ons gadeslaat!

Verblijdt u? O jongeling!
In Prediker 11 : 9 lezen we: 'Verblijd u, o jongeling in uw jeugd en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap'.
Dit moet onze jonge mensen aanspreken.
Als we Prediker 11 : 9 en 10 en Prediker 12 : 1 nauwkeurig lezen, dan merken we dat er iemand vanuit zijn levenservaring jonge mensen aanspreekt. Wanneer Salomo op zijn leven terugkijkt, zegt hij: de dingen van dit leven zijn ten diepste ijdelheid, dat wil zeggen zonder inhoud.
De oude koning Salomo zegt als het ware tegen onze jongeren: Ik weet welke wegen je in dit leven wilt gaan. Laat je hart zich vermaken in de dingen van je jeugd. In vreugde en vrolijkheid. Ook het jong-zijn is ijdelheid, als je wandelt in de wegen van je hart.
Wekt de Prediker ons op om in wereldse zaken onze blijdschap te zoeken? Dat niet, maar Salomo houdt ons wel de spiegel voor. De Prediker heeft z'n eigen hart leren kennen en zegt daarom: 'weet dat God om al deze dingen u zal doen komen in het gericht'.
We zijn van nature gericht op de blijdschap van deze wereld. Daarom is het voor ons nodig, dat de Heere ons daaraan ontdekt. Dan weten we, dat de blijdschap van deze wereld voorbij gaat. Jong-zijn zonder God is: ijdelheid!
De Prediker geeft aan dat er na dit leven een rechtsgeding zal zijn. Hij zegt: 'Weet dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht'.
Het woord van de Prediker komt tot ons en onze kinderen, het is immers het Woord van onze God. We worden opgeroepen om de Heere te vrezen, de toorn te doen wijken van ons hart en het kwade weg te doen van ons lichaam.
De toorn regeert het hart van de mens zonder God. De kwade lusten, de begeerten zijn aan ons lichaam verbonden.
Jonge mensen verwachten alles van het leven en onderschatten de gevaren, de zuigkracht van de wereld en de listen van de satan. Satan probeert ook jonge mensen tot zonde te verleiden en fluistert hen toe: 'Je bent jong, je mag best genieten van je jeugd'. Satan stelt alles in het werk om ons rustig te laten voortleven onder de prediking van Gods Woord zonder iets van de echte blijdschap te ervaren. Hij stimuleert onze kinderen om de mooiste tijd van hun leven in de dienst van de wereld en de zonde te besteden. Daarom begint de Prediker hoofdstuk 12 met de opwekking: 'Gedenk toch aan je Schepper in de dagen van je jeugd'.
Onze Schepper gaf ons leven. Hij formeerde ons lichaam, opdat we Hem zouden dienen. Dat geldt zeker ook voor jonge mensen!

Blijdschap op een gevloekte aarde
We vragen ons onwillekeurig af of er op deze gevloekte aarde wel plaats is voor blijdschap. Op zichzelf genomen is alles ijdel, doelloos geworden. Ook vreugde en genieten van het goede is ijdel (Prediker 2 : 1).
Toch zegt de Prediker ook positieve dingen over blijdschap en genieten. Eten en drinken en zich te goed doen bij al het zwoegen komt van onze God (Prediker 2 : 24 en 3 : 13).
De mens mag met vreugde zijn brood eten en met een vrolijk hart wijn drinken. Hij mag feestelijk gekleed gaan en genieten, ook van het getrouwd zijn, want dat komt allemaal van God (9 : 7-9). Als we maar niet vergeten — en het wordt in het bijzonder tegen jonge mensen gezegd — dat er andere tijden zullen komen en dat God alles eens zal beoordelen (Prediker 11 : 9). We lezen hier van de goedheid van God, Die in een gevloekte wereld, waarin de zonde en de gevolgen van de zonde volop aanwezig zijn, de blijdschap blijft geven en nog veel te genieten geeft.
We mogen door genade weten dat onze God in Jezus Christus voor ons een Vader wil zijn. Zou Hij niet het goede geven als Zijn kinderen Hem daarom vragen?
Jakobus zegt (1 : 17): Alle goede gave en alle volmaakte gift is van boven, van de Vader der lichten afkomende'.
Dan zijn de dorens en distels nog wel op deze aarde, de tranen zijn nog niet gedroogd, maar toch is er reden om blij te zijn. Bij al het zwoegen op deze aarde geeft God Zijn goede gaven te genieten. Genieten daarvan is niet ijdel en zinloos, maar zinvol in de Heere!

Blijdschap in dienst van God
Er is geen grotere blijdschap dan de blijdschap in de dienst van God. Dat is een blijdschap, die de wereld niet kent. Deze blijdschap wordt gekend door degenen die God vrezen.
Over deze blijdschap lezen we op verschillende plaatsen in de Bijbel. In meer dan vijftig psalmen wordt deze blijdschap bezongen.
'Wat blijdschap smaakt mijn ziel,
wanneer ik voor U kniel,
In 't huis dat Gij U hebt gesticht!
Hoe lief heb ik Uw woning
De tent, o Hemelkoning,
Die G'U ter eer hebt opgericht!'

Soms lijkt het of er in de dienst van God geen blijdschap is. Jonge mensen stellen terecht de vraag: 'Hoe komt het toch dat er zo weinig blijdschap te merken is bij Gods kinderen? Dat kan verschillende redenen hebben.
De droefheid over de zonde kan de blijdschap overheersen. Er kan ook een innerlijke blijdschap zijn, die niet altijd herkend wordt. Op deze aarde is de blijdschap nooit volmaakt, want er is vaak meer droefheid dan blijdschap.
Wanneer we — door genade — een kind van God mogen zijn, zullen we eens de èchte blijdschap ten volle genieten. Dat zal volkomen blijdschap zijn, zoals die op deze aarde niet wordt gekend.
'Hun blijdschap zal dan, onbepaald,
door 't licht dat van Zijn aanschijn straalt,
ten hoogste toppunt stijgen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Blijdschap

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken