Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Groen van Prinsterer en de Vaderlandse Kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Groen van Prinsterer en de Vaderlandse Kerk

6 minuten leestijd

In het 'Woord vooraf' bij zijn 'De Anti-revolutionaire en Confessionele partij in de Nederlands Hervormde Kerk' citeert mr. G Groen van Prinsterer met instemming Adolphe Monod, die schreef: 'Buiten de leer van de om niet verleende genade, die Jezus Christus belijdt als waarachtig mens en waarachtig God en zijn dood aanvaardt als een waarachtige verzoening voor de zonde, is er voor ons geen Gereformeerde, zelfs geen Christelijke Kerk'. Krachtiger en duidelijker kan de confessioneel-gereformeerde positiekeuze van Groen niet worden geïllustreerd dan aan deze uitspraak. Daarom heeft Groen in zijn dagen de gereformeerde kerk onmiskenbaar breder gezien dan het Hervormde Genootschap.
Hij pleitte voor het goed recht van de Afgescheidenen om gerekend te worden tot de hervormde of gereformeerde gezindheid. Krachtens hun gezindheid, namelijk terugkeer tot de gereformeerde kerkenorde van Dordrecht en aanvaarding van de gereformeerde confessie als accoord van kerkelijke gemeenschap, zag hij in de kerken der Afscheiding ongetwijfeld ook de Gereformeerde Kerk (Gezindte) hier te lande. Maar het góéd recht van de Afgescheidenen was voor Groen niet een alléénrecht. In de loop van de recente kerkgeschiedenis hier te lande is dat vaak wel zo geworden. In zijn proefschrift 'De emancipatie der Gereformeerden' somt dr. J. Hendriks de kerken van gereformeerde belijdenis op, die zijn inziens tot de Gereformeerde Gezindte mogen worden gerekend. Na de kerken van Doleantie en Afscheiding uitputtend te hebben genoemd komt hij dan tot de volgende onthullende uitspraak: 'soms wordt daartoe ook gerekend de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk'. De confessionele richting in de Hervormde Kerk, waartoe Groen zich in zijn dagen bekende te behoren, is helemáál uit het blikveld verdwenen. Voor Groen echter bleef de Gereformeerde Kerk één en bleef als zodanig binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en de kerken van de Afscheiding voortbestaan.

In de Kerk blijven
Ondanks de krachtige confessionele positieke en ondanks het feit dat hij – uit de praktijk van het kerkelijk leven gegrepen – stelt dat, waar men de dwaling toelaat de waarheid een storend element geworden is en dat aan haar slechts een plaats wordt ingeruimd 'op voorwaarde dat ze haar plicht en aard verloochent door de dwaling met rust te laten', volgt hij de Afgescheidenen in kerkelijk opzicht niet. Integendeel, hij zegt 'wij moeten in de Kerk blijven' – . En opnieuw citeert hij Monod: 'Het orthodoxe geloof is, wat men er ook van moge zeggen, het enige geloof van onze kerk; en is daarvan de historische, wettige, eigenlijke leer... Bijgevolg kunnen wij zeggen en zeggen wij: Wij zijn in ons èìgen huis; niet wij hebben hier weg te gaan en we gaan slechts weg als we weggejaagd worden.' Groen vervolgt dan met nog eens te zeggen: 'We moeten erin blijven opdat, zelfs als we worden verjaagd, we met krijgsmanseer aftrekken... We moeten in de Kerk blijven maar om er te strijden, niet onverstandig en overhaast, maar krachtdadig en onweerstaanbaar!
Hij is zelfs niet bereid predikanten der kerk, 'die haar fundamentele geloofsstukken aanvallen', te verwijderen. Hij wil het besef doen herleven dat de kerk rechtens kan eisen niet bestreden en verraden te worden door hen, die haar moeten verdedigen. Maar de kwestie van 'waarheid en dwaling' is niet alleen juridisch van aard maar ook een zaak van 'ziekte en herstel'. ­Als Groen dit 'blijven' al benadrukt tegenover de Afgescheidenen, voor wier goed recht hij het opneemt en tegen wier hen aangedaan onrecht hij zich krachtdadig keert, hoeveel te meer zou dat dan niet gelden ten opzichte van de Doleantie, die veel meer dan de Afscheiding 'berekend' werd!

Historisch
Groen was de man van het 'er staat geschreven en er is geschied', de man die Gods Hand in de geschiedenis zag, ook met betrekking tot de wording van de gereformeerde kerk hier te lande in de worsteling om het gemenebest. De uitdrukking 'vaderlandse kerk', waarover de nazaten van de Doleantie geërgerd de schouders ophalen, vinden we dan ook herhaaldelijk bij Groen al terug. Hij zegt: '... behorend tot een, door het getal, den invloed, de herinneringen nog vaderlandse kerk, mochten wij volgens ons, toen wij haar blootgesteld zagen aan de aanvallen van het ongeloof, niet de voordelen van de gegeven positie prijsgeven, niet de grondslagen en den samenhang van het overgeleverde historische geloof vergeten...'.
Groen wist zijn taak, plaats en roeping binnen de vaderlandse kerk, ons in de Historie van deze landen door God gegeven.

Onbekrompen en ondubbelzinnig
Het is een hachelijke zaak om, méér dan honderd jaar na datum, een groot man in de Kerk voor eigen kerkelijke richting te claimen. In de voorbije periode zijn stukken verder verschoven en posities gewijzigd. Maar vast staat wel, dat Groen wars was van louter formeel, leerstellig confessionalisme. Daarover heeft hij ook krasse woorden gesproken. Niet onvermaard is zijn these, dat handhaving van de confessie 'onbekrompen en ondubbelzinnig' diende te geschieden. In het 'ondubbelzinnig' ligt zijn gereformeerde overtuiging. In het 'onbekrompen' ligt zijn oecumenisch-gereformeerde positiekeuze.
De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen, dat Groen met name zich kritisch heeft uitgelaten over Dordt. Van het Reveil, waartoe hij zelf behoorde, zegt hij, dat het zich niet schaarde 'om het vaandel der aloude Dordtse orthodoxie maar om den Banier der Hervorming, om het Woord Gods.' 'De ongelukkige gedachte om van de canones van Dordrecht het schibboleth van onzen tijd te maken' heeft bij hem 'een heftigen tegenstand' ontmoet. Dit zegt hij zonder vervolgens te schromen nog eens te herhalen zijn 'liefde voor het dogma en het belijdenisgeschrift', door hem zelf 'aangewakkerd'. Als in een latere periode, bijvoorbeeld ook nog in de 'Verklaring van overeenstemming' voor Samen op Weg, Groens uitdrukking 'onbekrompen en ondubbelzinnig' in relatie wordt gebracht tot 'gemeenschap met de belijdenis der vaderen' (artikel X van de Hervormde Kerkorde), dan is dat niet geheel zonder grond. Ook al is de interpretatie, die genoemde overeenstemming in de praxis van de Hervormde Kerk na 1951 heeft gekregen, vaak verre van Groens echte confessionele positiekeuze.


Intussen is mijn conclusie, dat ik niet kan inzien dat Groen vandaag andere argumenten zou bezigen dan in 1860 het geval was met betrekking tot het blijven in de vaderlandse kerk. Of men hem erbuiten zou hebben gezet? Zijn volgelingen, waartoe ondergetekende zich rekenen wil, in ieder geval niet.

(Eerdergeplaatst in Transparant orgaan van de Vereniging van Christen-Historici).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Groen van Prinsterer en de Vaderlandse Kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken