Bekijk het origineel

Voorpost of voorland? (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voorpost of voorland? (1)

Kerk in de stad

6 minuten leestijd

1. Oase en woestijn?

Komend uit Amsterdam ervaar ik de Veluwe als een oase. Weg uit de grote stad, met zijn grote drukte en zijn grote glorie, zijn grote problemen en zijn kleine kerkelijke rest, naar buiten, naar het groen, naar liefelijke dorpen tussen bossen, heiden en heuvelland, de kerk in het midden, en 's zondags vol.

Je hoort wel zeggen dat het niet alles goud is wat er blinkt, dat er polarisatie is gekomen, maar op een afstand gezien zijn dat nuances en overheerst het beeld van: de kerk nog centraal, de schare nog onder beslag van het Woord, de mensen nog dicht bij de natuur, en misschien wel veel dichter bij God. Ik krijg wel eens heimwee. Ik hoorde in Elspeet onvergetelijke preken over de Voorzienigheid Gods, ver buiten het wereldgebeuren, en over het ene nodige en de eeuwige dingen, vol bitterzoete herinneringen aan de gezelschappen uit mijn jeugd. Hier zouden onze kinderen geen eenlingen en uitzonderingen zijn. Hier is nog het corpus christianum, gekerstend gebied. Zo vol zaten vroeger — hoor ik — ook de kerken in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam. Zo was het vroeger in ons hele land. Zo stel ik mij het gekerstende Europa uit vorige eeuwen voor. En dit is geen verleden tijd! In de Randstad zijn we bezig met afstoten van predikantsplaatsen en het sluiten van kerken, maar hier — hoor ik — komen er nog bij!

Ik beschouw mijn post in Amsterdam als een voorpost, als een voorrecht: klein maar fijn, de kerk is nog open en wordt zelfs gerestaureerd dankzij het meeleven van o.a. de Veluwe en het hele thuisfront. Maar vanwaar toch dat grote verschil tussen Randstad en 'Bijbelbelt'? En dat in één landje, in één cultuur, in één tijd! Of is het een kwestie van tijd? Komt straks de grote afval ook hier? Is het faseverschil, ongelijktijdigheid in de cultuuromslag? En is de Bijbelbelt daarop voorbereid? Ik hoor van sluipende secularisatie: avonddiensten van gerenommeerde gemeenten die al gehalveerd zijn, televisieverslaving (90% kijkt naar alles, alleen bij vloeken gaat de tv nog uit, bij overspel al niet meer, aldus A. Knevel in 'Doe dat ding toch uit'). Dan is de restgemeente in de stad kritischer en waakzamer!

2. Alarm in de oase

Een diaken uit onze Noorderkerk, voormalig politieagent in Amsterdam, is nu evangelist in Veenendaal. Hij schrijft: 'Voor het oog lijkt onze gemeente heel wat: acht wijken, acht predikanten en 8000 meelevenden; en dat alles op g.g.! Het is ook heel wat, zeker als we daarbij zien op de vele andere zegeningen die God dagelijks aan de gemeente en haar leden schenkt. Je wordt er soms stil van. Toch is de situatie van onze Hervormde Gemeente niet rooskleurig.

— Er zijn 10.000 randkerkelijken.

— Het bezoek in de avonddiensten loopt beduidend terug en zelfs 's morgens vallen hier en daar forse gaten.

— Ruim een kwart van de jongeren uit meelevende (!) gezinnen volgt geen catechisatie.

— Bovendien haakt de helft (!) van de catechisanten af als ze 18 zijn.

— De reguliere inkomsten blijven achter bij de inflatie.

Oude en nieuwe generaties vervreemden van de Heere en Zijn Woord. De kerkelijke bolwerken dreigen met hun vele zegeningen grotendeels verloren te gaan voor kerk en volk.

De doorsnee houding in veel G.B.-gemeenten tegenover de opkomende secularisatie is het beste te typeren met deze naam: Chamberlain. Men kabbelt en kibbelt volstrekt integer voort, wiegt zichzelf in slaap, noemt dat n.b. vertrouwen en intussen breidt de vijand zijn territorium gulzig uit.

De visionaire gedrevenheid van een Churchill is onmisbaar om de gemeenten uit hun winterslaap te halen: Ontwaakt! De profetische wekroep dient onophoudelijk te klinken: Sta op! De Geest der waarheid is dagelijks nodig om de secularisatie in haar gedaanten en kracht te herkennen: Hij leidt u in alle waarheid. Het is absoluut onvoldoende om af en toe hier en daar, en slechts op bepaalde idems de secularisatie te duiden. Nodig is een intense en intensieve verootmoediging, bezinning en bewustmaking onder de autoriteit van Gods Geest en Woord. De inbreng van de stadsgemeenten is onontbeerlijk.

— Ik zie geen voortreffelijker en noodzakelijker wapen tegen de oprukkende secularisatie dan deze profetische gebedshouding: (Daniël 9): "Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddeloos gehandeld en gerebelleerd, door af te wijken van Uw geboden en van Uw rechten. Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen open, en zie onze verwoestingen".' Aldus evangelist Grijzenhout.

Hij bepleit — concreet — concentratie op de vitale zaken in hun samenhang: prediking, catechese, pastoraat, diakonaat.

3. Voorpost en achterland?

Ik leg daarnaast een brief van een collega. die vanuit een Veluwse gemeente naar Rotterdam is gegaan. Ik vroeg hem of hij vond dat de stadsgemeente voorpost of voorbode was. Hij had daar moeite mee, al op de Veluwe.

'Al was het alleen maar, omdat alle kerkelijke mensen, die vanuit de stad in Nunspeet op vakantie waren en bij ons ter kerk kwamen, de diensten meemaakten, alleen maar konden reageren met te zeggen: u hebt wel veel mensen in de kerk, maar die móeten allemaal nog. Traditie, dominee! Bij ons komen er wel niet veel, maar die zijn gemotiveerd, dat heeft gehalte. Bij u is het wel erg massaal en onpersoonlijk, bij ons is het persoonlijk, een familie enz. Nou, dat verhaal klopte helemaal niet. Toen had ik al steeds het gevoel: jullie in de stad zitten iets te verdringen. Je verbeeldt jezelf dat je geloof enz. meer gehalte heeft dan buiten, maar het is slechts een overlevingsmechanisme. In jullie visie moet de gemeente in de stad voorpost en voorbode zijn en buiten de stad lopen ze achter, traditioneel, te dom nog het geloof te verliezen. (...) Naar mijn mening moeten we in de stad maar eens af van dat woord 'voor'. Zijn we werkelijk ergens in voor vergeleken met de gemeente in de grote dorpen en plattelandssteden? — Naar mijn mening lopen we hier ver achter en is de gemeente in de stad een gebeuren in de achtertuin. Naar mijn mening heeft men in de kerk in de stad het gewoon veel slechter gedaan dan er buiten. Op allerlei manieren. Secularisatie enz.? Natuurlijk en dat het hier harder aankomt, ook dat is duidelijk.'

Bij slechter denkt collega De Jong aan: eindeloos gemorst met mensen, grote afstand dominees/kerkvoogden/kerkeraad naar de mensen toe. Ieder die voor eigen club ijverde. Jaren nauwelijks onderkend wat er gaande was. Door de nood van de tijd is gelukkig die dodelijke spiraal doorbroken, maar de vraag is of het nog juist op tijd gebeurd is. Het verdringingsmechanisme, het niet in de gaten hebben, dat we slechts voorlopen in het ver achterop geraakt zijn. En verder: 'Maar is de gemeente in de stad echt zo'n hechte familie? Zo'n sterke gemeenschap? In de eerste plaats denk ik: ja. Ook wij beleven dat zo, met name op zondag. En iedereen deelt die visie en praat daar over. Mooi! Intussen merk ik dat men dat nauwelijks waar kan maken. In elk geval veel en veel minder dan in Nunspeet. Daarvoor woont men te ver van elkaar. Daarvoor is ieder teveel individualist. — Daarom is wel het verlangen naar een echteen hechte gemeenschap hier heel, heel sterk en heeft men ook echt de intentie, veel en veel meer dan in Nunspeet.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Voorpost of voorland? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken