Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wederkomst en laatste oordeel (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wederkomst en laatste oordeel (2)

8 minuten leestijd

Verwachten en uitzien
De wederkomst van Christus is een heilsfeit. Een verschil met de andere heilsfeiten is dat wij deze gebeurtenis nog verwachten. In de apostolische geloofsbelijdenis worden voor de heilsfeiten voltooide tijden gebruikt (Hij is geboren, Hij is gestorven. Hij is opgestaan), en dan de tegenwoordige tijd (zittend aan de rechterhand van God), en tenslotte de toekomende tijd (Die zàl wederkomen). Het is een zaak die wij verwachten.
De eerste christenen kenden dan ook het woord Maranatha: onze Heere komt. De laatste uitspraak van Jezus in de Schrift is: Ik kom spoedig. En het laatste gebed is: Kom Heere Jezus (Openb. 22 : 20).
Het is niet alleen de Zoon die zo spreekt, ook de Heilige Geest kent dit verlangen. De Geest is bezig om in deze wereld een Bruid te werven voor Christus. En nu roept de Geest vanaf deze aarde met de Bruid in een intens verlangen: Kom! (Openb. 22 : 17).
En hoe heeft ook de apostel Paulus niet verlangd naar de wederkomst van Christus. Hoe vaak spreekt hij die verwachting niet uit. In de Filippenzenbrief bijvoorbeeld: 'Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten' (Fil. 3 : 20). De apostel heeft niet verwacht dat de parousia nog eeuwen zou duren.
Toch komen wij van hem nergens uitspraken tegen over een termijn, en de zekerheid van zijn toekomstverwachting is daar ook niet van afhankelijk. Wij moeten zeggen dat de brieven van Paulus wel sterk bepaald zijn door de nabijheid van de wederkomst van Christus, maar ook de apostel wist niet hoe dichtbij deze dag was. Aan de gemeente van Thessalonica schrijft hij dat de dag des Heeren komt als een dief in de nacht (1 Thess. 5 : 1, 2).
De eeuwen door hebben de ware gelovigen uitgezien. Van Johann Christoph Blumhard (hij werkte in de vorige eeuw in Duitsland in Bad Boll, een centrum waar velen lichamelijk en geestelijk genezig vonden) wordt verteld dat hij altijd een koets had klaarstaan om de Heere Jezus bij Zijn komst tegemoet te gaan.
Dat uitzien van de gelovigen is misschien wel het sterkst geweest wanneer de toestand heel moeilijk was en de omstandigheden helemaal tegen waren. Tijden van welvaart waren vaak ook tijden van ingezonkenheid in de kerk. Dan was het uitzien een vreemde zaak.

Signalen van Zijn komst
Wij leven in de eindtijd, of om het met een bijbelse uitdrukking te zeggen: in de laatste dagen. Deze uitdrukking wordt door Petrus op de Pinksterdag gebruikt. Hij licht alles wat er gebeurt toe met de profetie van Joël. Met de uitstorting van de Geest ziet Petrus in vervulling gaan wat Joël heeft aangekondigd: de laatste dagen zijn aangebroken. Met die uitdrukking wordt dus bedoeld heel de tijd tussen Hemelvaart-Pinksteren en de wederkomst. Dat is nogal wat. De laatste dagen blijken intussen meer dan negentienhonderd jaar te duren. We moeten er intussen wel op letten dat deze uitdrukking niet temporeel verstaan wil worden; als zou het gaan om de paar laatste dagen van een heel lange reeks van dagen. Wij moeten niet tellen als bij het kijken naar een trein voor een gesloten overweg: vierenveertig, vijfenveertig goederenwagons, – en daar heb je – gelukkig – de laatste twee. De aanduiding laatste dagen zegt dat met de dood en de opstanding van de Heere Jezus het beslissende is geschied (W.H. Velema). Pasen en in het spoor daarvan Pinksteren hebben een wending gebracht in de wereldgeschiedenis, ten gevolge waarvan wat nu nog komt, slechts afwikkeling is. De beslissing is gevallen. Zij kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Geen mens behoeft over te doen wat Jezus Christus heeft gedaan. Hij kan het ook niet doen. Wij leven in de laatste dagen. Christus heeft de overwinning behaald.
Intussen zijn er wel allerlei signalen die erop wijzen dat Christus komt. Wij spreken in dit verband over de tekenen der tijden. Wij bedoelen dan allerlei opmerkelijke en schokkende gebeurtenissen die in duidelijke taal melden dat Jezus Christus wederkomt.
Wij onderscheiden als tekenen: grote beroering in de natuur en in de volkerenwereld; afval en liefdeloosheid in de kerk; de opmars en de invloed van de valse profetie; de toename van de wetteloosheid als teken van de komst van de wetteloze – de antichrist. De prediking van het evangelie in de hele wereld. Gods gang met Israël. U merkt: heel verschillende tekenen.
Een vraag die op catechisatie nog wel eens aan de orde komt is: noem eens enkele tekenen der tijden. Jongelui zeggen dan prompt: oorlogen, hongersnoden en aardbevingen. Soms zeggen ze er dan bij: maar die zijn er altijd al geweest. Maar ik vraag dan: weten jullie niet meer tekenen? Een positief teken? Het laatste teken?
Als wij Mattheüs 24 lezen noemt Jezus (in Zijn eindrede) een reeks tekenen, maar als zevende en laatste: 'En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden, tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen' (vs. 14). Daar moeten we wel erg in hebben: bij die 'oorlogen en geruchten van oorlogen' zegt Jezus toch duidelijk: 'en nog is het einde niet', terwijl Hij bij de wereldzending wèl zegt: 'en dan zal het einde komen'. De rampen zijn iets verschrikkelijks, en de beelden die we dit jaar weer gezien hebben van de Balkan zijn ontstellend. Maar de voortgang van het Evangelie is iets heerlijks.
Inderdaad: een positief teken, het laatste teken. Moeten we niet zeggen dat het in onze twintigste eeuw, vergeleken met de voorafgaande eeuwen, heel hard gaat? Landen die jaren gesloten waren (Tibet, Nepal en Buiten-Mongolië) gingen open. De Wycliffs zijn hard bezig de bijbel te vertalen in de laatste kleine taalgebiedjes. En via kolossale radiozendstations worden miljoenen nog onbereikten nu met het Evangelie bereikt. Zullen we, voordat het jaar 2000 aanbreekt, toch de hele wereld hebben bereikt? Het laatste teken… Maar ook het laatste bevel.
De tekenen die wij in Mattheüs 24 lezen, zijn wel heel verschillend. Als we tegelijk maar bedenken dat ze niet zijn bedoeld om het tijdstip van Christus komst te berekenen, maar als signalen van Zijn naderende komst.
Gelet op het karakter van de tekenen zijn er drie verschillende aspecten te onderscheiden: 1. ze roepen om het einde, zoals het toenemen van de wetsverwachting (zie ook 2 Thess. 2); 2. ze kondigen het einde aan, zoals natuurrampen (vgl. Hebr. 12 : 26); 3. ze bereiden het einde voor, zoals de verkondiging van het Evangelie aan alle volken (Matt. 24 : 14).

Berekeningen
Het is intussen niet verwonderlijk dat velen in de loop van de tijd zich aan berekeningen en voorspellingen hebben gewaagd. De Montanisten verwachtten het einde in het jaar 150 (120 jaar na de kruisiging van Christus). In de Middeleeuwen dachten christenen dat de wereld in het jaar 1000 zou vergaan. In de tijd van Luther berekende iemand de datum van de wederkomst en konkludeerde: 19 oktober 1533. De Adventisten meenden aanvankelijk dat 1844 het jaar van het einde zou zijn. De Jehovah Getuigen beweren dat Christus in 1914 (onzichtbaar!) is weergekomen. In onze tijd heeft Hal Lindsey een voorspelling gedaan, die niet is uitgekomen. Hij wees het jaar 1988 aan.
Wij moeten zeggen: God stoort Zich niet aan onze geschiedenisprogramma's en aschatologische kalenderindelingen. Hij gaat souverein Zijn eigen gang. Het is goed elkaar te herinneren aan het woord van Petrus, dat één dat bij de Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als één dag. Dat maakt ons uiterst voorzichtig ons te wagen aan al te konkrete uitspraken. Tegelijk moeten wij elkaar ook wijzen op het beeld van de diefin de nacht, een beeld dat door dezelfde Petrus gebruikt wordt (2 Petr. 3 : 10). Deze woorden die wij meermalen in het Nieuwe Testament tegenkomen duiden het plotselinge en onvoorspelbare van Jezus' komst aan. Er ligt een oproep in om waakzaam te zijn.
Jezus heeft gezegd dat het bij Zijn komst zal zijn als in de dagen van Noach en Lot. En de dagen van Noach en Lot worden getypeerd met de woorden: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden (Lk. 17 : 26-30). De mensen zijn dus volop bezig en hebben voor alles aandacht, maar zij rekenen niet met God. En ineens gebeurt het.
Is dit laatste overigens niet een kenmerkende trek van onze tijd? God is uit het leven van veel mensen verdwenen. Eten en drinken. Dat is belangrijk, maar zonder God eet en drinkt men zich een oordeel. Trouwen is goed. Het lichamelijke en de sexualiteit is een geschenk. Maar zonder God is het zo leeg en kaal. Men leeft in de diepte zin van het woord goddeloos. Wat aangrijpend. God is uit het leven van velen verdwenen. De dagen van Noach… Worden wij niet opgeroepen tot waakzaamheid?
Wie overigens precies kan berekenen wanneer Jezus komt, zal juist in waakzaamheid verslappen. Hij behoeft zich vóór het ogenblik van Jezus' verschijning geen zorgen te maken. Een mogelijkheid om het jaar en de dag van de wederkomst te berekenen betekent een miskenning van de aard van de bijbelse vermaning om waakzaam te zijn.

G. van den End, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wederkomst en laatste oordeel (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken