Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Reacties op boodschap ds. M. D. Geuze

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Reacties op boodschap ds. M. D. Geuze

20 minuten leestijd

Vanwege het feit, dat de boodschap van ds. Geuze uitsluitend via de Waarheidsvriend naar buiten is gebracht, nadat ds. Geuze overigens tevergeefs aandacht voor zijn boodschap had gevraagd bij de leiding (de praesides) van de drie SOW kerken, menen we aan de lezers van ons blad verplicht te zijn kiereen doorsnee te geven van de commentaren, die erop zijn gegeven. We doen dat zonder aanzien des persoons, ter gezamenlijke toetsing van een zaak, die onze volle aandacht verdient.

Predikantenkring
Een kring van predikanten en anderen betuigde adhesie aan de boodschap van ds. Geuze. Hier volgt de brief hierover aan de moderamina, aan de synodes, met afschrift aan de besturen van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging, ondertekend door o.a. ds. W. J. Bouw, ds. N. Raatgever, ds. K. de Ruiter, ds. W. P. Ferguson en
ds. D. van Keulen. De brief had als opschrift 'Ondersteuning/bevestiging van predikanten 'Boodschap voor SOW-proces' br. Thijs Geuze'.

'Geliefde broeders en zusters in onze Heer en Heiland,
Op 12 oktober jl. hadden wij onze jaarlijkse predikantenbijeenkomst. Hiervoor hadden wij br. Thijs Geuze uit Noorden in ons midden uitgenodigd, om samen met hem te bidden en te denken over de door hem ontvangen en doorgegeven "Boodschap voor het 'Samen-op- Weg'-proces".
Uit de toelichting die br. Geuze hierbij gaf werd een en ander nog duidelijker en actueler. Na bezinning, samenspraak en gebed hierover, was er bij ons de behoefte u ervan op de hoogte te brengen dat wij in deze "Boodschap voor het 'Samen-op-Weg'-proces" ervaren, dat hier gesproken wordt namens de Heer der Kerk.'

Ds. G. W. Marchall
Het Hervormd Weekblad (Nederlands Hervormd, Confessionele Vereniging) was het eerste blad, dat, bij penne van ds. G. W. Marchall, overigens niet-malse commentaar gaf Zijn reactie, na een vraag van een lezer of er in onze tijd ook nog 'profetie' was beantwoordde hij voorzichtiger. Hier volgt een passage, zowel uit het eerste als uit het tweede artikel.

Vereenzelviging
'De eeuwen door heeft de kerk geworsteld met verschijningen en verschijnselen, die een vereenzelviging propageerden, op de wijze van de profeten: "Zo spreekt de Heere!". Met name in de tijd van en na de Reformatie. De "Dopersen" beriepen zich op bijzondere openbaringen, die vereenzelvigd werden met of zelfs verheven werden boven het geschreven en beleden Woord van God. Uit en in deze botsing der geesten, uitziende naar de werking van de Heilige Geest is — om één voorbeeld te noemen — Art. 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1562) geboren: "Men mag ook gener mensen schriften, hoe heilig zij ook geweest zijn, gelijkstellen met de Goddelijke Schrifturen, noch de gewoonte met de waarheid Gods (want de waarheid is boven alles), noch de grote menigte, noch de oudheid, noch de successie van tijden of personen, noch de conciliën, decreten of besluiten; want alle mensen zijn uit zichzelven leugenaars en ijdeler dan de ijdelheid zelve" (Psalm 62 : 10). Wie hieromtrent meer geïnformeerd wil worden leze bijv. dr. J. G. Woelderink "De gevaren der dooperse geestestfoming" ('s-Gravenhage, 1941-2) en de dissertatie van dr. W. Balke "Calvijn en de dooperse radicalen" (Amsterdam, 1977-2). Ds. Geuze richt het verzoek aan de synoden om deze "Boodschap" te toetsen aan de Heilige Schrift. Wat is er nog te toetsen, als de Heere Jezus Christus zelf de afzender is? Wie deze vereeiizelviging beaamt heeft geen enkel recht, geen enkele reden om deze "Boodschap" te toetsen, te ijken aan de Heilige Schrift. Ze wordt gepresenteerd als een stuk (soortgeaarde) openbaring. Wie daar aarzelingen bij heeft, of er kritische kanttekeningen bij plaatst, kan slechts gezien worden als een ongelovige, een ketter. Ik heb dan ook de grootste moeite met het feit, dat dit artikel, zonder enige commentaar in "De Waarheidsvriend" is geplaatst. Het is, naar mijn besef, strijdig met de diepste intenties van de Reformatie. Dat "De Waarheidsvriend" dit gevaar niet signaleerde, is mij een volkomen raadsel.'

***

(Uit het vervolgartikel)
Bestaan er nog profeten?
'Bestaan er nog profeten? Jazeker, dankzij God! Zieners vanwege het spreken van God, ten dienste uitgesproken in de Zoon, geraakt en gedreven door de Heilige Geest. "Profeten zijn wakker gemaakte mensen. Ze moeten ook anderen wakker maken, opmerkzaam maken op Gods bedoelingen" (E. L. Smelik). Het is echter een uiterst riskante aangelegenheid, want het vuur van de Geest is "gevaarlijk speelgoed". Vandaar ook de behoedzaamheid en de waarschuwingen in de Bijbel zelf Men leze bijv. 1 Johannes 4:1,1 Thessalonicenzen 5 : 20-21, 2 Thessalonicenzen 2 : 2. In de loop van de eeuwen heeft de kerk ook in dit opzicht leergeld betaald, niet in het minst in de tijd der Reformatie. (...)'

***

'De inhoudelijke kant van de boodschap proberen wij, ook in dit verband van het Hervormd Weekblad, op bescheiden maar serieuze wijze te behartigen. We doen niet anders om elkaar op te scherpen, "trachtend te verstaan, wat de wil des Heren is" (Efeziërs 5 : 17).'

Ds. P. van der Kraan
In het Reformatorisch Dagblad schreef ds. P. van der Kraan, mild kritisch het volgende:

Profetisch getuigenis
'Een andere vraag, maar met de bovenstaande direct verbonden, is of er vandaag nog profetie te verwachten is. En zo ja, hoe die gewaardeerd moet worden. Het gaat hierbij niet om profetie als voortgaande heilsopenbaring. Dat profetische woord heeft zijn voltooiing en bekroning gevonden in Christus (Hebreeën 1:1). Gedoeld wordt op een krachtig en daarom richtinggevend getuigenis, waarin de dingen van de tijd gezet worden in het heldere licht van de lamp van Gods Woord. Uit het verleden vallen dan namen als W. a Brakel en van recenter datum: G. Wisse en G. H. Kersten. Mijns inziens verdient ook G. Boer in dit verband genoemd te worden.
Hoe meer dit profetisch getuigenis leunt tegen het getuigenis van de Schrift, hoe krachtiger het klinkt en hoe meer "nieuws" de oude schriftwoorden bevatten. Steeds weer valt mij bij het lezen van geschriften der nadere reformatoren op hoe over (bekende) schriftwoorden nieuw licht valt, juist omdat zij (profetisch) in verband gebracht worden met persoonlijke of tijdsomstandigheden. Heeft dat niet te maken met Christus' belofte dat de Heilige Geest Zijn kerk in al de waarheid zal leiden (Johannes 16 : 13) en staat dat niet op één lijn met de zalving van de Heilige (1 Johannes 2 :20,27)? Dat mag profetie heten waarin de Schrift wordt uitgelegd betrokken op tijd, zodat over actuele dingen eeuwigheidslicht valt. Wat hebben we dit profetisch getuigenis nodig in de kerk van vandaag!'

Voorzichtigheid
'Is er nog meer? Ja. Bekend is dat God sommige van Zijn kinderen inzicht gaf in Zijn (nabij) toekomstig handelen. Door de nauwgezette omgang met de Schrift en de verborgen omgang met God kwamen omstandigheden in kerk en wereld in het licht van Gods handelen óf onder de donkere wolk van Gods oordelen.
Die dat ontvingen, werden er doorgaans bijzonder werkzaam mee in de binnenkamer. En door de ontwikkeling der dingen in hun geloven bevestigd. Maar ook hiervan is mij geen enkel voorbeeld bekend van rechtstreekse Godsspraak op de manier waarop ds. Geuze zegt zijn boodschap ontvangen te hebben. Daarom kan ik hem op dit punt werkelijk niet volgen, hoeveel er ook in die boodschap is dat mijn instemming heeft.
In verband met het bovenstaande heb ik nog eens opgeslagen de brochure van ds. I. Kievit "Het krijgen van woorden en texten" en de vrijwel gelijknamige van ds. J. van Sliedregt: dienaren van het Woord die inzicht hadden in het zieleleven voor Gods aangezicht. Vooral de eerstgenoemde, met de daarbij gevoegde inleiding van drs. P. C. Kuiper over de psychologische achtergronden van genoemde zaak, spreekt duidelijke taal en maant tot grote voorzichtigheid.'

Spreken Gods
'Als ik het goed zie, zijn alle opmerkingen te herleiden tot enkele vragen die met elkaar samenhangen. De ene vraag is of wij geloven dat God ook nu nog (in noodsituaties) kan spreken, heel bijzonder in het leven van de Zijnen.
Mijn antwoord op dié vraag is volmondig: Ja!
De opmerking dat Gods kinderen leven door geloof is daarbij wel als beperking bedoeld, maar zeker niet als verontschuldiging voor het ontbreken van het spreken Gods. Dat is er.
Soms heel treffend. Door omstandigheden of levensleiding. Als het licht van Boven over ons pad valt en wij Gods hand zien.
Soms spreekt God heel direct door Zijn Woord, dat dan klinkt alsof het voor 't eerst tot ons gezegd is. Wie van Gods kinderen het onvergetelijke ogenblik van vrijspraak heeft beleefd, vergeet nooit meer het Godswoord waarin de vergeving werd geschonken. Daarmee houdt het spreken Gods evenwel niet op. Hij gaat door met spreken tot elk die voor Hem leeft. Waarbij God vrij is en aan Zijn Woord niet gebonden.
Ons bindt Hij er echter wel aan!'

Spiegel
'Treffend heeft de Heere zo soms gesproken.
Een klein kind werd ernstig ziek en verschillende kinderen van God kregen worstelingen met het kind én na het overlijden onafhankelijk van elkaar te geloven dat het door de Heere was thuisgehaald. Dat is vrucht van de verborgen omgang met God, die ons als spiegel de vraag voorhoudt hoe het daarmee bij ons staat.
Me dunkt dat we onder ons meer te lijden hebben van een al te verstandelijke inslag dan van een overmaat van verborgen omgang.'

Drs. J. van Barneveld
In Het Zoeklicht sloot drs. J. van Barneveld aan bij de boodschap van ds. Geuze en uitte hij zich kritisch over diegenen, die kritisch waren over de boodschap of deze doodzwegen:

'Natuurlijk zijn er geestelijke leiders, die de vorm van de boodschap van ds. Geuze aangrijpen om soms bewust, maar meestal onbewust, deze indringende en ernstige boodschap te ontwijken. "Pretentieus", "buitenbijbelse openbaring" en "uiterst dubieus" zijn termen die zijn gebruikt. Natuurlijk is er kritiek mogelijk op allerlei details. Dat spreekt vanzelf, immers Paulus heeft ons al gewaarschuwd: "Onvolkomen is ons profeteren". De Gereformeerde Bond hult zich in een grote stilte. Vanuit "evangelische kringen" zijn er dankbare en instemmende reacties. Maar de geestelijke leiders, aan wie deze boodschap in eerste instantie gericht is, manen tot voorzichtigheid, zien even afwachtend toe en gaan er uiteindelijk aan voorbij. Op zijn hoogst wordt deze boodschap als punt 4 of 5 op een agenda gezet, neemt men kennis van deze boodschap, merkt op dat het ernstige woorden zijn en gaan over tot de (kerk)orde van de dag. Van hen is nauwelijks leiding op de weg naar verootmoediging en dringend gebed om opwekking te verwachten. Daarom is het belangrijk op te merken dat de boodschap ook gericht is aan "Mijn gehele gemeente in Nederland", dus aan u en aan mij.'

Prof. dr. K. Runia
In Centraal Weekblad uitte prof. dr. K. Runia zich als volgt:

'Opvallend is dat deze boodschap precies verwoordt wat er aan kritiek op SoW leeft in de kringen van de GB. En onwillekeurig vraag je je af of dat ook niet de reden waarom de redactie de boodschap zonder enig commentaar heeft meegenomen. Ze heeft iets van een "echo" van wat telkens al binnen de GB over SoW gezegd wordt. Daarmee wil ik niet zeggen dat het dus geen "echte" profetie is, maar het roept wel vragen op aangaande die "echtheid".
Zelf heb ik geen enkele behoefte om de integriteit van ds. Geuze in twijfel te trekken. Maar als iemand claimt een boodschap namens Christus te brengen, die begint met de aanhef: "Geliefde opzieners over Mijn gemeente", dan mag en moet zo'n claim getoetst worden.
Hoe kan men weten of een profetie echt is? Dat is een heel moeilijke vraag. Daar zaten ze in het Oude Testament al mee! In 1 Koningen 22 staan de twee profeten Zedekia en Micha lijnrecht tegenover elkaar. De eerste zegt tegen Achab dat hij maar vrolijk ten strijde moet trekken tegen de koning van Aram, want de overwinning is zeker. Maar Micha zegt precies het tegenovergestelde: Achab zal in de strijd gedood worden. Wie heeft gelijk?
In Jeremia 28 staan Hananja en Jeremia lijnrecht tegenover elkaar. De eerste zegt tegen koning Zedekia dat de belegering van Jeruzalem door het leger van Babel gauw beëindigd zal worden, want God heeft het juk van de koning van Babel verbroken. Maar Jeremia zegt juist het tegenovergestelde: Jeruzalem zal vallen en Zedekia zal in ballingschap gaan.
Wij weten nu achteraf wel wie gelijk had, maar hoe konden de mensen het toen weten? In het boek Deuteronomium wordt al met deze vraag geworsteld. In hoofdstuk 18 :21 en 22 lezen we: 'Wanneer jullie nu bij jezelfmocht zeggen: Hoe onderkennen wij het woord dat de Heere niet heeft gesproken? — Wel, als een profeet spreekt in de naam des Heeren en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit, dan is dit een woord dat de Heere niet gesproken heeft, in overmoed heeft de profeet het gesproken. Jullie zullen voor hem niet vrezen".
Het eindoordeel wordt hier dus naar de toekomst verschoven: komt het profetenwoord uit of niet? Ik denk dat dat een belangrijk criterium is. Aan de ene kant wordt ten volle met de mogelijkheid gerekend dat de profetie wel eens echt kan zijn; ook wij moeten dat niet te snel ontkennen. Aan de andere kant wordt ook duidelijk rekening gehouden met de mogelijkheid dat de profeet niet uit Gods hart, maar uit zijn eigen hart gesproken heeft.'

Ds. B. Wallet
In Woorden Dienst schreef ds. B. Wallet, zelf secretaris van de Raad van Deputaten Samen op Weg, in een verhaal, dat wat de conclusie betreft niet geheel helder is:

'M. D. Geuze had wekenlang het besef dat God hem iets wilde zeggen. De woorden die hem tenslotte werden toegesproken, heeft hij opgeschreven. "De Heer zegt nee tegen SoW, kopte Trouw na plaatsing van deze boodschap in De Waarheidsvriend. Maar zo beperkt heeft ds. Geuze het niet bedoeld. Hij staat niet onkritisch tegenover zichzelf en niet tegenover de Gereformeerde Bond. Hij denkt niet in kanipen en is geen politicus. Zijn intentie is profetisch en met een kring predikanten, is hij intens bewogen over de kerkelijke situatie in Nederland. Elders in de wereld vinden opwekkingen plaats, is er sprake van gemeentegroei, maar in Nederland lijkt de tijd daarvoor niet rijpr De boodschap van ds. Geuze moet worden verstaan tegen deze achtergrond van gebed en verootmoediging. (...)'

Geen Jesaja
'Ds. Geuze is door deze profetie niet op een lijn gekomen met Jesaja en hij is geen apostel geworden als Paulus. Zijn woorden bezitten geen normatieve status als de Heilige Schrift. Hij is ook geen religieus genie met bovennatuurlijke gaven. Het gaat hem er ook niet om een nieuwe inhoud toe te voegen aan wat in de Bijbel staat.
Het heeft geen zin hem eerst op een voetstuk te zetten en vervolgens te laten vallen. We moeten hem op de plaats zetten die hem toekomt, nu hij met deze boodschap naar buiten is getreden. De reformatorische traditie is er altijd meer huiverig voor geweest, iets naast het Woord van God als gezaghebbend in geloofszaken te accepteren. Daarom zullen profetieën worden getoetst aan de hand van de Schriften.
De Geest die zegent met gaven zal immers zichzelf niet tegenspreken. De gave van de profetie die Hij geeft, zal niet in strijd zijn inet wet en profeten.
Zo stel ik me voor dat Simeon geluisterd heeft.
Er was voor hem geen ster die de weg wees en geen engel die een boodschap bracht. En toch heeft hij niet zelfbedacht wat hij in de tempel zei. De Geest bracht hem, zegt Lucas. Hij heeft een godsspraak gekregen. De naam van Simeon heeft te maken met het Hebreeuwse woord voor "horen". Zijn wezen is te horen. Zo verneemt hij iets van God. En mag dat ook niet het verlangen van een gelovige zijn? Dat de Geest zo de ruimte krijgt in je leven datje oren opengaan voor zijn spreken? Dat je zo leeft in de omgang met zijn Woord, dat Hij je zijn weg kan wijzen?
Zo zijn er mensen geweest die hebben ervaren hoe de Geest met het Woord over de eeuwen heen springt en de boodschap van Jezus actualiseert. Uit tal van voorbeelden blijkt dat hoorders van het Woord tot nieuwe daden kwamen. Z
e zagen de maatschappelijke implicaties en kwamen in actie. Ze doofden de Geest niet uit als ze verontrust geraakt waren, maar groeiden in een besluitvormingsproces naar sociale inzet. Ze ontdekten de wil van God in hun concrete situatie. En horig aan de Schriften overlegden ze met anderen om in de samenleving beweging los te maken.'

Prof. dr. C. Graafland
Tenslotte nog een reactie van prof dr. C. Graafland. Deze kwam tot heden niet naar buiten maar zijn visie is te vinden in een cahier, getiteld Ver-antwoord gereformeerd, 'Mijn reactie op reacties...', waarin Graafland uitvoerig ingaat op de bijdragen in het hem aangeboden boek 'Uitdagend Gereformeerd, ten behoeve van een interne bezinningsbijeenkomst. In zijn reacties gaat hij ook in op de bijdrage van ds. M. D. Geuze, Dan zullen zij weten dat er een profeet in het midden van hen geweest is.' Graafland zegt dan (o.a.) over de boodschap van Geuze - ik citeer hem met toestemming —:

Geuze en de profetie
'In dat verband heb ik zelf meerdere malen met klem gewezen op het grote gemis onder ons van de gave van de profetie. Geuze haalt heel wat uitspraken van mij aan, die aan duidelijkheid, in dit opzicht niets te wensen overlaten. Het is opmerkelijk, maar ik werd bij het lezen ervan opnieuw geïnspireerd. Ik zou dan ook geen woord ervan willen en mogen terugnemen.
Nu heeft echter meer dan iemand anders onder ons het recht om daarop te wijzen dan Geuze.
Want hij mag door genade behoren tot diegenen, die niet alleen theologiseren en theocretiseren over de Geestesgaven, maar die ze ook mag beoefenen en in praktijk brengen. Ik weet, dat hij de gave van de tongentaai heeft ontvangen en ik ben daarin jaloers op hem.
Hij mag ook delen in de gave van de profetie.
Daarvan heeft hij zeer onlangs een klaar en indringend getuigenis gegeven. Dat heeft mij bijzonder aangesproken en verblijd. Niet alleen het feit alszodanig, dat hij dit woord als profetie van Christuswege heeft mogen doorgeven, maar ook de krachtige inhoud ervan.
Wat dat laatste betreft, heb ik nu pas "in actu" het bijbelse woord verstaan, dat we de profetieën niet mogen verachten (1 Thess. 5 : 20), maar dat ze wel door de gemeente dienen te worden beoordeeld (1 Cor. 14). Daar zit een zekere spanning in, die juist rondom de recente profetie van Geuze duidelijk naar voren is getreden.'

De profetie en het 'sola Scriptura'
'Zelf ben ik er op de volgende manier mee omgegaan. In de eerste plaats acht ik de profetie, die via de mond van Geuze tot ons is gekomen, als profetie volkomen bijbels legitiem. Ik las van Van der Graaf, dat hij er moeite mee had gezien het reformatorische "sola Scriptura". Ik kan dat niet begrijpen. Want juist als we de Schrift vol-uit ernstig nemen, dus niet slechts uitgaan van "alleen" de Schrift maar daarom juist ook van de "hele" Schrift, dan mogen wij geloven, dat God aan zijn gemeente ook de gave van de profetie heeft gegeven, toen en nu.
Want nergens lezen wij (ook) van deze gave, dat zij na het vaststellen van de canon opgehouden heeft te bestaan. Juist ons geloof in de Schrift brengt ons tot de erkenning van de profetie in de gemeente, als een nog steeds beloofde en geschonken gave van de Geest.
Het tweede is, dat wij dan ook in de lijn van de Schrift tenvolle ernst maken met het beoordelen van de profetie. Dat kan alleen op grond van haar inhoud worden gedaan. Eigenlijk zouden wij dat samen als gemeente of als ambtsdragers moeten doen. Nu daar bij alle or-, ganisatorische drukte kennelijk geen mogelijkheid voor of behoefte aan bestaat, zou ik zelf het volgende in het midden willen brengen.'

De beperktheid en concreetheid van de profetie
'In de derde plaats heb ik me afgevraagd, of het huidige Samen op Weg-proces van dat niveau is, dat het van Christus' wege door zijn profetie wordt begeleid. Even had ik daarover mijn twijfels, totdat ik er bij bepaald werd, dat ook in het Nieuwe Testament profetieën niet zelden met betrekking tot incidentele zaken en binnen een beperkte en persoonlijke context zijn uitgesproken. Ik denk hierbij aan het gaan van Paulus naar Jeruzalem (Hand. 21). Ook denk ik aan de profetieën, die in de gemeente van Corinthe werden uitgesproken, waarvan de inhoud niet eens wordt vermeld (1 Cor. 14). Dat Christus zijn profetische stem over een toch voor ons en voor velen ingrijpend incident als het samengaan van twee reformatorische kerken, laat horen kan ik bijbels dus wel plaatsen. Uit de latere reacties van Geuze heb ik gemerkt, dat hij zelf ook dit beperkte karakter van "zijn" profetie erkent. Toch is het een boodschap, die hij laat uitgaan aan Christus' "geliefde opzieners" over Zijn gemeente. Dit adres is niet zo duidelijk. Ik kom daar straks nog op terug. Maar ik maak er wel uit op, dat het een boodschap is, die gericht is naar de hele kerk, althans de kerken, die in het Samen op Wegproces betrokken zijn. Zo beperkt is deze profetie dus niet. Ze doet in dat opzicht eerder denken aan de boodschappen van Christus aan de "engelen" van de zeven gemeenten van Klein- Azië. Ze gaat in de omvang van haar adressering daar nog boven uit. Dat wijst er dunkt mij op, dat het gaat om een profetische boodschap van een "hoger" niveau dan de incidentele en persoonlijk gerichte profetieën, waarover we het boven hadden.'

Christus' lichaam en de eenheid van de kerk
'Hiermee kom ik tegelijk toe aan een meer inhoudelijke opmerking van enige kritische aard.
Wat mij trof in het profetisch woord van Geuze, was niet alleen de erkenning van schuld. Ook proefde ik er een ondertoon in, die door mij als waarschuwing tegen dit SoW-proces werd verstaan. Ik kan me misschien daarin vergissen.
Uit het eigen commentaar van Geuze op zijn profetie in Koers (25/20, okt. 1994) maakte ik op, dat hij niet tegen het SoW-proces als zodanig is. Maar in de boodschap zelf miste ik in ieder geval het voluit bijbels getuigenis aangaande de eenheid van de kerk, waarom Christus Zijn Vader heeft gebeden (Joh. 17), en waarover o.a. de apostel Paulus zo hartstochtelijk heeft gepleit (1 Cor. 1 en 2). Dat vond ik de zwakke kant ervan.
Ik kom dan nog even terug op de adressering van de boodschap. Ze is gericht aan de "geliefde opzieners over" Christus' "gemeente". De vraag, die bij me opkwam, was: wie zijn die "opzieners" en wat noemt Christus "mijn gemeente?" Geuze heeft zijn boodschap gebracht bij de synode van de SoW-kerken. Zijn zij de "opzieners", en is dat Christus' gemeente? Het zou m.i. meer op zijn plaats zijn geweest, wanneer Geuze deze boodschap van Christus' wege had gebracht bij de echte gemeente, namelijk die ambtelijk en gemeentelijk vergaderd is rondom Woord en sacrament. Maar ook dan nog vraag ik me af, of we kunnen spreken van Christus' gemeente. Zijn gemeente is immers zijn lichaam. En als het om de Nederlandse situatie gaat, hoort daartoe niet de hele christelijke kerk, alle christelijke gemeenten in Nederland? Zij behoren toch alle tot het ene lichaam van Christus? Zou Christus, als hij het heeft over "mijn gemeente" (enkelvoud!), een belangrijk deel daarvan in Nederland buitensluiten? Dat kan ik moeilijk aanvaarden.
Ik denk dus, dat ook in dit opzicht sprake is van een kerkelijke vereniging, die ik zelf maar moeilijk in overeenstemming kan brengen met wat ik geloof op grond van de Schrift van de wijze, waarop Christus Zijn gemeente. Zijn lichaam aanziet.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Reacties op boodschap ds. M. D. Geuze

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken