Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Nederlandse Hervormde Kerk (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Nederlandse Hervormde Kerk (3)

- Enige historische informatie en enkele opmerkingen ter overweging

9 minuten leestijd


Erratum artikel 1
Handelingen van de Algemene Synode der Christelijke Hervormde Kerk in het koningrijk
der Nederlanden, MOET ZIJN:
Handelingen van de Algemeene Christelijke Synode der Hervormde Kerk in hel Koningrijk
der Nederlanden.


Een wissel omgezet! - een degeneratie?
In 1816 werd er een wissel omgezet. Het Algemeen Reglement werd door de overheid ingevoerd. Koning Willem I stelde een afzonderlijk Departement in voor hervormde en andere erediensten.

"Tot enige scheuring of afscheiding heeft dit overheidsingrijpen niet geleid', aldus prof. dr. A. J. Rasker, De Nederlandse Hervormde Kerk vanaf 1795, derde uitgave, 1986.

Met betrekking tot de leer werd in artikel 9 (sinds 1852 met een paar kleine wijzigingen artikel 11 - het is tot 1951 van kracht gebleven!) op een marginale wijze een plaats ingeruimd voor de leer. De tekst luidde: 'De zorg voor de belangen, zoo van het christendom in het algemeen, als van de hervormde kerk in het bijzonder, de handhaving harer leer, de vermeerdering van godsdienstige kennis, de bevordering van christelijke zeden, de bewaring van orde en eendragt, en de aankweking van liefde voor Koning en Vaderland, moeten steeds het hoofddoel zijn van allen, die in onderscheidene betrekkingen met het kerkelijk bestuur belast zijn'.

In een 'treffende en doelmatige aanspraak' van de commissaris-generaal J. D. J. Janssen, gehouden bij de opening van de Algemene Synode op 3 juli 1816, werden ook "de pligten in artikel 9 van het Algemeen Reglement genoemd, met ernst en waardigheid ontvouwd en aanbevolen'. 'In deze rede bevestigde hij nog eens, dat "het Synode niet was geroepen om leerstellige geschillen te beslissen, maar om de Kerk te besturen".' a.w.

De Hervonnde Kerk had een formeel doordachte 'kerkorde' (opgedrongen) gekregen, maar voor het functioneren van de belijdenis waren geen kerkordelijke voorzieningen getroffen. Hierin nu zou de bron van alle kerkelijke moeilijkheden blijken te liggen. Het is overigens een misverstand te menen, dat de symbolische en liturgische geschriften buiten werking waren na 1816.

De tijd brak aan dat de overheid zich uit kerkelijke zaken begon terug te trekken. Zo kwam er in 1843 een belangrijke wijziging in het Algemeen Reglement. Het was niet langer de koning die het Algemeen Reglement kon wijzigen, maar deze bevoegdheid werd overgedragen aan de Algemene Synode. Werd de kerk nu ook echt 'baas in eigen huis? ' Deze vraag was met de wijziging helaas niet beslist. Het thema werd een punt van kerkelijke strijd.

Tussen 1836 en 1852 ligt de tijd van de zogenoemde 'Adresbeweging' (denk aan het Réveil), waarin de Groningers (met name R Hofstede de Groot en D. Chantepie de la Saussaye) en het Réveil vaak scherp tegenover elkaar kwamen te staan. Bekend is het in 1842 ingediende Adres aan de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk over de Formulieren, het Onderwijs en het Kerkbestuur. In dit Adres van de 'Zeven Haagsche Heeren', behorend tot de hoogste Haagse kringen, - mede ondertekend door 137 predikanten en enkele duizenden lidmaten - keerden zij zich tegen de groeiende invloed van de Groninger richting, die werd aangeduid als 'die gevoelstheologie, welke, na den grondslag der vereeniging met God weggenomen te hebben, zich in ijdele bespiegelingen en droomerijen over eene liefde zonder straffende geregtigheid verliest' ; de opstellers hoopten dat de beraadslagingen van de Synode over de toestand der kerk zouden medewerken 'om allengskens het kerkgenootschap, door handhaving van het alleen zaligmakend Evangelie, weder eenzelvig te doen zijn met de Nederlandsche Hervormde Kerk...'.

De Amsterdamse Réveilman H. J. Koenen gaf in zijn schrijven van 4 mei 1843 aan Hofstede de Groot rekenschap van 'de richting mijns geestes in den veelzins geschudden staat van onze kerkgemeenschap'. Aspecten van het Réveil, 1980.

(Het Réveil was, althans in de beginperiode, niet meer dan een beweging van individuele personen. Vooral mr. G. Groen van Prinsterer moet hier genoemd worden - hij was ook de auteur van het Adres). In het geding was 'de binding aan de belijdenis'!

De vraag gaat klemmen of er gesproken mag worden van degeneratie, van ontaarding.

Graag citeer ik in dit verband mr. Groen van Prinsterer. In zijn meergenoemde werk Het regt der hervormde gezindheid, lezen we: 'Ik heb voor de verordeningen van de Synode, gelijk zij volgens de organisatie van 1816 zamengesteld is, geen overdreven ontzag, maar ik houd het echter voor een voorregt, voor eene opmerkenswaardige leiding van den Heer der Gemeente, dat er zelfs door zoodanig kerkbestuur geene legale terzijdestelling van de belijdenis geschied is'. Eerder had hij weliswaar gesproken van de 'gebleken ondeugdelijkheid en onverdragelijkheid van het opgedrongen Synodaal beheer' (op een andere pagina spreekt hij van 'de kunstgreep van 1816'), maar dat verhinderde hem niet op retorische wijze te vragen: 'Waarin ligt de vereeniging der Gemeente en het criterium van de Kerk? in veranderlijke Reglementen en voorbijgaande leerstellingen en grillen, telkens der zegevierende partij van den huldigen dag, of wel in de onveranderlijkheid van het geloof dat, in de menigvuldigheid en overeenstemming der vormen van belijdenis, aan het licht gebragt wordt? '

Elders stelt hij tegen de Afscheiding: 'Ook in het genootschap, hoe diep gezonken en ontaard, leeft de Hervormde Kerk nog'. Aangehaald door prof. dr. F. R. J. Knetsch, 'Het réveil en de afscheiding', in Aspecten van de Afscheiding, 1984. Hij erkende de historische Hervormde Kerk als een door 'geen koninklijk decreet vernietigbare kerk'. Dr. W. Balke, Heel het Woord en heel de Kerk, 1992.

Mr. Groen van Prinsterer kende als jurist de geheimen van het Algemeen Reglement: 'De Synode wordt thans (in tegenoverstelling met de voormalige kerkorde) niet opgeroepen om leerstellige geschillen te beslissen, maar om de Kerk te besturen. Wat de leer zelve betreft, zijn de verpligtingen van deszelfs leden begrepen in het 9e Art. van het Algemeen Reglement, hetwelk met ronde woorden van hen vordert, de handhaving van de leer der Hervormde Kerk', a.w.

Hij schroomt derhalve niet te verklaren: '..., dat de Formulieren, als rigtsnoer voor prediking en onderwijs, in het Nederlandsche Hervormde Kerkgenootschap niet ter zijde gesteld zijn; ...'. En verderop stelt hij: 'Regtens zijn de Formulieren in 1816 bevestigd'.

Hij verwacht het overigens geheel en al van het Woord: 'Dit Woord is, waar alle kerkelijke waarborgen zijn weggevallen, genoegzaam, om eene Kerk in geest en waarheid te vormen; dit Woord alleen heeft de kracht om eene verbasterde Kerk van het bijkans algemeen bederf te genezen en te hervormen; ...'.

Prof. dr. Hugo Visscher wijst er op dat de scheidingsdaad 'wortelt in het misverstand, waardoor de Kerk en de haar opgedwongen organisatie vereenzelvigd worden en als één beschouwd'. Hij stelt dan: 'Toch kon de gewelddaad der regeering het wezen der Kerk niet wegnemen'. De scheiding en de Gereformeerde gezindheid 1834-1934. Mij dunkt, dat wij met betrekking tot 1816 en volgende jaren niet kunnen spreken van een beslissende principiële degeneratie.

Afscheiding en Doleantie

Het is in een bepaald deel in kerkelijk Nederland niet ongebruikelijk te spreken van nog een reformatorische beweging. Na de Hervorming in de zestiende eeuw had immers in 1834 de Afscheiding plaats. Anderen spreken van twee reformatorische bewegingen en wijzen dan ook nog op de Doleantie in 1886. Zo komt men hieromtrent wel tot de aanduiding: eerste en tweede generatie gereformeerden.

Vanwege de dusgenaamde 'deformatie' van de Gereformeerde Kerken werd de Vrijmaking in 1942 noodzakelijk, aldus ds. J. W. Smit, Levend lidmaat van de kerk, 1973. Zo wordt wel de aanduiding 'doorgaande reformatie' gehanteerd.

Een nieuwe breuk kwam er - bijvoorbeeld - in de jaren zestig. Door de breuk van 1967 kwamen zo'n dertigduizend kerkleden buiten het verband van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt te staan, die later de Nederlands Gereformeerde Kerken vormden. Zo klinkt wel eens het nare woord 'repeterende breuk'.

Onwillekeurig komt de gedachte op dat dr. Abraham Kuyper en zijn volgelingen - de tweede generatie - zich toch hadden kunnen aansluiten bij de eerste generatie, de Afgescheidenen.

Aan deze optie besteede reeds in 1934 dr. W. J. de Wilde aandacht in zijn Geschiedenis van Afscheiding en Doleantie van Hervormde standpunt bezien, 1934 (2e dr. z.j.): 'De Ned. Herv. Kerk was de valsche kerk geworden, zeide De Cock (= ds. H., KAG) wegens de handelwijze van de Besturen! Daar vereenzelvigt De Cock kerk en kerkbestuur. En Rullman (=-dr. J.C., KAG)..., zeide De Cock (=: ds. H. KAG) wegens de handelwijze van de Besturen! Daar vereenzelvigt De Cock kerk en kerkbestuur. En Rullman (= dr. J.C, KAG) neemt den schijn aan van het niet te doen als hij zegt: het bleef dezelfde kerk, maar nu onder een ander verband, teruggekeerd tot de Dordtsche kerkorde. Dat is doleerend geredeneerd en niet afgescheiden. Zoo heeft De Cock het ook bedoeld, al heeft hij zich later den naam afgescheiden laten welgevallen! Maar practisch komt het beide op hetzelfde neer.

De doleerenden hebben zich in 1886 niet bij de afgescheidenen willen aansluiten, juist omdat ze die kerk beschouwden als zelf ook niet te willen zijn de voortzetting van de oude gereformeerde kerk, maar omdat de menschen van 1834 een nieuwe kerk hebben gesticht. Dat wilde Kuyper CS. niet, in theorie. Maar in de practijk komt het op hetzelfde neer! Immers terwille van een Bestuur behoeft men niet de reformatie ter hand te nemen. Omdat de organisatie niet deugt, behoeft men zich niet af te scheiden van degenen die van de Kerk niet zijn! Immers degenen die onder de organisatie blijven, worden alleen reeds daarom beschouwd als te behooren tot degenen die niet van de Kerk zijn. Wij krijgen dus deze gedachtengang, die nog altijd onder de gescheidenen gepropageerd wordt: onder het Synodaal Bestuur zijn is gelijk aan: niet in de Kerk zijn. Duidelijker verwarring tusschen Kerk en Kerkbestuur is niet mogelijk!'

Dr. O. Noordmans noemde de Afscheiding en de Doleantie een experiment. 'Laat men het zo beschouwen. Deze proef was negatief.' Aangehaald door dr. W. Balke, Gunning en Hoedemaker samen op weg, 1985.

Heimwee: een stem

Het zou een misverstand zijn te menen, dat zij die van ons zijn uitgegaan, niet een bepaald heimwee kennen naar 'de Vaderlandse Kerk'.

Het was de vrijgemaakte prof. dr. K. Schilder die in 'De Reformatie' van 10 november 1945 een breed artikel schreef over het bijeenkomen van de Generale Synode van de Ned. Herv. Kerk op 31 oktober 1945 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. 'Wij denken er niet aan, voorbij te zien het vele goede, dat in de Nederlandse Hervormde Kerk gewrocht is. Er is ongetwijfeld een opleving. Op zichzelf is de terugkeer tot een vertegenwoordigende synode die het synodale bestuur vervangt, een verbetering. [...] Hervormden hebben volkomen terecht opgemerkt: wij doen ons best onder de hiërarchie uit te komen, gij (= Gereformeerde Kerken, KAG) loopt er pardoes naar toe en kruipt er weer onder. Wij schamen ons diep. En staan zonder hoogmoed, en allesbehalve in de houding van de neo-gereformeerde kerk-bourgeoisstatisfait, te turen naar het hel verlichte koor van de Nieuwe Kerk van Amsterdam. Daar wilden ook wij staan. Daar horen wij thuis.' [...] 'Wij blijven De Cocks belofte in gedachten houden. En wij zeggen tot de Hervormde Kerk: gij zijt ons onvergetelijk'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Nederlandse Hervormde Kerk (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken