Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een vader had twee zonen (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een vader had twee zonen (1)

6 minuten leestijd

(Lukas 15:11-32)

Als er één hoofdstuk in de Bijbel is waar Gods opzoekende liefde naar voren komt is het wel hier. Het is de Heere Jezus zelf, die het verlorene zoekt. Hij neemt een zondaar aan die zich tot Hem wendt en ontvangt zulken met vreugde en verblijdt Zich. Het is daarom een grote misvatting om het accent te leggen op de verloren zoon, het verloren schaap, de verloren penning. Het accent ligt op hetgeen de Herder doet. Anders gezegd, de rechtvaardiging van de goddeloze ligt alleen in het vrijmachtig welbehagen des Vaders. In deze gelijkenis vertolkt de Heere Jezus de gedachten van de Vader. Ik en de Vader zijn één.

Een vader had twee zonen, vs. 11 en 12

De jongste van hen zei: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En Hij deelde hun het goed. Zowel de jongste als de oudste. De jongste neemt afscheid en vertrekt. De oudste blijft thuis. De jongste is het beeld van de tollenaar en de zondaar. De oudste het beeld van de Farizeeën en de Schriftgeleerden. De jongste breekt met de traditionele band van het ouderlijk huis.

De oudste blijft thuis en is de onberispelijke Israëliet. Tevens de eerstgeborene, de belangrijkste. Hoort u wat de Heere zegt: Een zeker mens had twee zonen. Zeg mij, wie is er nu verloren? De oudste is dan wel thuis, maar is eigenlijk knecht. Vs. 29: Zie ik dien u al zovele jaren en heb nooit uw gebod overtreden. Keurig in het spoor. Het toonbeeld van fatsoen en werklust. Hij dient al vele jaren onberispelijk. Maar hoe? Zoals zoveel oudste zonen. Dienen.

Je kunt de Heere God maar het beste te vriend houden door heel netjes te leven. Vaak leven zulken in angst. Je weet het maar nooit. Hij is kind, maar gedraagt hij zich als kind? Van de jongste lezen we: Vader geef mij het deel dat mij toekomt. Wellicht heeft hij gedacht, ik heb geen toekomst, want de oudste is de opvolger.

Het kwam wel meer voor dat men in het leven een erfdeel vroeg. En hij deelde hun het goed. Allebei. De jongste gaat en de oudste blijft. Welk leven de jongste leidde behoeft niet in details gezegd te worden. Hij leefde overdadiglijk.

De oudste weet te vertellen dat hij het goed met hoeren heeft doorgebracht. De vader zegt dat niet. Zo berooft de jongste zijn vader van zijn vaderschap en zichzelf van het kindschap. En als hij geen kind meer is, wat is hij dan? Een kind is vrij, maar een knecht of slaaf is gebonden

De jongste gaat weg de zgn. vrijheid tegemoet en wil geen kind meer zijn. De oudste blijft thuis en gedraagt zich eigenlijk niet als kind.

Een vader had twee zonen. Ziet u, ons aller beeld van huis uit! Weglopers en dienaren. Van het kindschap beroofd. Had die vader zijn jongen niet tegen kunnen houden? Misschien wel, maar het staat er niet. En God dan, had Hij de mens niet zo kunnen maken dat hij niet zondigen kon? Zeker. Maar wat voor mens was het dan geweest? Niet vrij, maar als een soort robot. Meer slaaf dan kind. En bij het kindschap hoort de vrijwillige gehoorzaamheid. Uit liefde. Daarom, omdat we als kind geschapen zijn en geen slaven, konden we de Heere verlaten en hebben we Hem verlaten. Vandaar die vadersmart, die Jezus tekent. Zondigen tegen de liefde is het ergste. Maar geen vader sloeg met groter mededogen op teder kroost ooit zijn ontfermende ogen. Niet de oudste en ook niet de jongste, maar Zijn Enige Zoon zond God naar de aarde om een weg te ontsluiten, waardoor weglopers weer in genade worden aangenomen. En zo gij het wilt geloven: Ik ben die met u spreekt.

Een vader had twee zonen. Ziet u ze alle twee!

De jongste zoon wordt spoedig een zwerver. Het vergaat hem slecht. Was er nu maar geen hongersnood gekomen, dan had hij het misschien nog gered. Het zit hem niet mee. Geen vriend meer over. Dan blijkt wie de mens is. Hij moet zijn hand ophouden. Tenslotte komt hij bij de varkens terecht. Kreeg zelfs de draf van de varkens nog niet. Als de wereld haar ware aard toont gaan de varkens nog voor. Bij zijn vader was hij kind, en een kind is de eerste. Maar nu, de vreemden zeggen: Eerst de zwijnen. De wereld heeft een merkwaardige volgorde. Genadeloos. Hij heeft zich van het kindschap beroofd, maar kan het zichzelf niet teruggeven. En dat gaat hij inleven. En tot zichzelf gekomen zijnde. Hoeveel huurlingen, dagloners, seizoenarbeiders hebben overvloed van brood en ik verga van honger. Waardoor kwam hij tot zichzelf? Jezus laat de roerselen van een gebroken hart zien. Jezus steekt af naar de diepte.

Wat kan de Heere al niet gebruiken om een mens tot zichzelf te doen inkeren. Een genadeloze wereld, daar houd je alleen een lege maag van over. Knagende hongeren een leeg hart. Al zegt een ander, ach hongersnood kwam in die landen vaker voor, daar moet je niets achter zoeken. De economie was gewoon slecht en daarom dacht hij aan thuis. Dat is oppervlakkig denken. Dan hebben anderen het gedaan.

Wat kan ik er aan doen? Maar als de ogen open gaan voor de werkelijkheid, keren we in tot onszelf. Ik, wie ben ik eigenlijk? Voor mezelf, voor mijn vader.

Voor het eerst van zijn leven ziet hij zichzelf

De deur van de ouderlijke woning zelf dichtgedaan. Voor de eerste keer in zijn leven ziet hij dat. Hij ziet zijn vader, hoe goed die is. Zelfs voor huurlingen. Hij kan nooit meer zeggen: hier ben ik weer, zie uw zoon. Alles doorgebracht en rechteloos geworden. Het zou een gunst zijn als hij een seizoenarbeider kon worden. Een dagloner.

Het geheim is dat DE VADER één Zoon had. Die Enige Zoon is de jongste nagereisd. Niet de oudste, dat hadden we misschien verwacht. Nee, Oudste zonen zeggen van de jongste: Eigen schuld. Laat hem maar omkomen, verdiende loon. Welke zoon bent u in dit verhaal? Ver van huis? Of thuis? Is het al lang geleden dat u tot uzelf kwam? Of bent u nog nooit tot uzelf gekomen? Nog nooit voor de eerste keer opgestaan! Altijd in de buurt van va­der. Keurig in het spoor. Werken, je plicht doen en zondags in de kerk. En dan nog nooit gezien wie u bent voor God? Voor de Vader van onze Heere Jezus Christus? De Vader heeft één Zoon, Nog nooit de Zoon van de Vader gezien, die u dag aan dag nareist. De jongste komt tot zichzelf. Waar begint dat nu? Hij krijgt goede gedachten van zijn vader. Hij krijgt binnenpraat. Als vader het goed vindt, dan maar een dagloner. Hij ziet zijn vader met andere ogen. Mijn lieve vader heeft me nog uitgezwaaid toen ik weg ging. Nu ziet hij de betraande ogen van zijn vader. Hij hoort nog zijn stem, dag jongen! Zijn ogen en oren gaan open... voor zijn vader!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een vader had twee zonen (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken