Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De diaken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De diaken

Ingezonden

5 minuten leestijd

Naar aanleiding van De dominee dominant

'Met de positie van de diaken was het helemaal droevig gesteld. Diakenen werden aangeduid als "publieke aalmoezeniers". Ze stonden grosso modo buiten de kerkelijke vergaderingen en besturen.' Aldus een alinea uit het in de Waarheidsvriend van 12 maart afgedrukte referaat van dr. ir. J. van der Graaf.

Nu kunnen we de zogenoemde Reglementenbundel van 1816 en volgende jaren terecht veel snode dingen aanwrijven, maar met betrekking tot de positie van de diaken ligt het minder kwaadaardig dan het lijkt.

De dominocratie was binnen de toenmalige 'besturenkerk' inderdaad bijkans tastbaar. De ouderlingen stonden duidelijk een trede lager. En de diakenen waren nauwelijks of niet in tel.

En zo handelde men in strijd met de gulden stelregel zoals de Synode van Emden - 4-13 oktober 1571 - deze als volgt formuleerde: 'Gheen Kercke sal over een ander Kercke, gheen Dienaer des Woorts, gheen Ouderlinck, noch Diaken sal d'een over d'ander heerschappie voeren, maar een yeghelijck sal hen voor alle suspicien, ende aenlockinge om te heerschappen wachten'. Hier zet Emdem zelfs mee in. Zo is duidelijk geformuleerd, dat er sprake is van gelijkwaardigheid. Hieruit mag nochtans niet worden geconcludeerd tot een gelijkheid van het ambt van dienaar des Woords én ouderiing én diaken, mét dezelfde bevoegdheid. Ieder heeft een eigen taak en plaats!

Krachtens de vigerende Kerkorde (van 1951) heeft de diaken niet alleen zonder meer zitting in de kerkenraad, maar wordt deze ook afgevaardigd naar de centrale kerkenraad, de classicale vergadering, de provinciale kerkvergadering en de generale synode. Deze bevoegdheden geven de diaken - bijvoorbeeld - op niet mis te verstane wijze deel aan de regering der kerk. Maar... 'van den beginne' is het alzo niet geweest!

In artikel 6 bepaalde de eerdergenoemde Synode van Emden: 'In een yegelijcke Kercke salmen t'samencoomsten ofte Consistorien der Dienaren des Woorts, Ouderlinghen ende Diaconen hebben, die ten weynighsten alle weecken eenmael ghehouden sullen worden, ter plaetse ende tijt die een yegelijcke Ghemeente sal achten bequaemste ende gheleghenste te wesen'. In de acta van de provinciale synode te Dor­ drecht - 15-28 juni 1574 - bepaalde men op 17 juni: 'Tot verclaringhe des 6 artikels des Embdtschen Sijnodi, soo sullen de Dienaers des Woorts, Ouderlinghen ende Diakenen de Consistorie maecken. Alsoo, dat de Dienaren ende Ouderlinghen alleen onder hen versameien sullen, oock de Diaconen bijsonder, om hare eijghen saecken die d'armen aengaen te verhandelen. Doch in plaetsen daer weinich Ouderlinghen sijn sullen de Diakenen toeghelaten mueghen worden na de begheerte der Consistorie. Ende de Diaconen sullen ghehouden worden te verschijnen, wanneerse inde Consistorie beroepen worden'.

Er zou meer te citeren zijn. Ik beperk me tot het verwijzen naar enkele andere synodale besluiten: Dordrecht 1578 (art. XI ((26)) + XII ((27)); Middelburg 1581 (art. XXVIII + XXIX); 's-Gravenhage 1586 (art. XXXIV + XXXV + XXXVII); Dordrecht 1618-'19 (art. XXXVII + XXXVIII). Nadere bestudering van de teksten zal tot de slotsom leiden, dat het begrip 'kerkenraad' in die tijd gehanteerd werd in de betekenis van 'consistorie', d.w.z. predikant(en) + ouderlingen. Onder het reglementaire kerkrecht van 1816 heetten deze consistories 'bijzondere kerkeraden' (Alg. Regl. Hfdst. I, art. 19).

In de dolerende kerken hanteerde men nog tot voor enkele decennia de begrippen 'smalle' en 'brede kerkeraad'. De echte kentering kwam in 1949. Op de generale synode te 's-Gravenhage in genoemd jaar kwam de plaats van de diaken weer opnieuw aan de orde. Met name benoemde zij vijf deputaten om na te gaan 'welke plaats de diakenen naar Schrift en belijdenis in de kerkenraad behoren in te nemen; en of de artikelen der Kerkenordening, die er betrekking op hebben moeten gewijzigd worden; voorts te onderzoeken of de diakenen naar de meerdere vergaderingen afgevaardigd behoren te worden; en over deze aangelegenheden contact te zoeken met andere Gereformeerde kerken, met welke de Gereformeerde Kerken in correspondentie staan'.

Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken is er sinds 1962 sprake van (een bescheiden) afvaardiging van diakenen naar de meerdere vergaderingen (Art. 41 + Art. 47 + Art. 50). Binnen de Gereformeerde Gemeenten kent men in het algemeen (nog) geen afvaardiging van de diaken naar een meerdere vergadering, terwijl zijn plaats in de kerkenraad veelal beperkingen kent.

In de te wraken Reglementenbundel had de diaken slechts onder bepaalde omstandigheden zitting in de kerkenraad (Alg. Regl. Hfdst. I, art. 19 en 20; Regl. voor de Kerkeraden: eerste afdeling, art. 2), terwijl van afvaardiging naar meerdere vergaderingen geen sprake was (Alg. Regl. Hfdst. II, art. 38 + 48; Hfdst. III, art. 56).

Het zij ir. Van der Graaf volmondig toegegeven dat de diaken in de kerkorganisatie van Koning Willem I een duidelijk gesubordineerde plaats had. Graag attendeer ik er evenwel op, dat zulks wel geheel in de lijn lag van de route zoals deze door de kerk der Reformatie vanaf Emden was gevolgd. Zo bepaalde de Dordtse Kerkorde van 1619 in art. XLI: 'De classicale vergaderingen zullen bestaan uit genabuurde kerken, dewelke elk een Dienaar en een Ouderling, [...] daar henen met behoorlijke credentie (= geloofsbrieven, KAG) afvaardigen zullen, [...]. En art. XLVII verordende: '[...] tot welke Particuliere Synode uit iedere classe twee Dienaars en twee Ouderhngen afgevaardigd zullen worden. [...]'.

Zodat ik maar zeggen wil, dat we met betrekking tot het onderhavige punt het regiem van 1816 (en volgende jaren) niet veel - of zelfs niets? - kunnen verwijten. Men handelde - zo gezegd - geheel consistent.

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De diaken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken