Bekijk het origineel

Godzaligheid: tot alle dingen nut!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Godzaligheid: tot alle dingen nut!

6 minuten leestijd

...'en oefen uzelf tot godzaligheid. Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut, maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbend de belofte van het tegenwoordige leven en van het toekomende leven.' 1 Tim. 4 : 7b en 8

Een merkwaardig woord: 'de lichamelijke oefening is tot weinig nut', vindt u niet. Vaak wordt deze conclusie van Paulus dan ook verkeerd verstaan, nl., dat hij de lichamelijke oefening en de sport als zodanig veroordeelt. Maar hij doet dat nergens. Hij plaatst die alleen in het juiste licht, hij richt zich wel tegen de overschatting van de lichamelijke oefening en sport. En dat was op zijn plaats! In zijn tijd toch was Griekenland het land van de Olympische spelen.

ledere jonge man, die zichzelf respecteerde, had slechts één ideaal: meedoen, en indien mogelijk: winnen en de lauwerkrans dragen.

Daarvoor offerde hij alles op en onthield zich van vele dingen. Hiertegen richt Paulus zich, wanneer hij schrijft: de lichamelijke oefening is tot weinig nut.

Ook in onze tijd zijn deze woorden volkomen op zijn plaats en even actueel. Wij leven in een tijd van sportvergoding en verdwazing, waar de sport een keihard bedrijf geworden is, waarbij zakelijke en financiële belangen op het spel staan, en miljoenen worden uitgekeerd voor goede spelers.

Dit jaar, 1998, is wel m.n. het jaar van de sport! De Olympische winterspelen, het wereldkampioenschap voetbal, het tennistoernooi en de Tour de France liggen achter ons. Vele miljoenen worden daarvoor uitgegeven en door de deelnemers wordt veel opgeofferd om maar goede prestaties te leveren.

Het ideaal van de oprichters van de Olympische spelen was een verbroedering tussen de spelers en daardoor tussen de volken, om zo onderlinge vriendschap te sluiten en de vrede op aarde te bevorderen. Maar steeds weer blijkt, dat vele regeringen en supporters politiek en sport niet kunnen scheiden en het de vriendschap en de vrede tussen de volken en de mensen beslist niet bevordert. Ook hiervan mogen we met de woorden van de Heilige Schrift zeggen: 'de lichamelijke oefening en sport zijn tot weinig nut'.

Zeker, de Bijbel erkent het nut wel: zij zegt niet, dat het geen enkel nut heeft, ja, waardeloos zou zijn! Nogmaals, Paulus veroordeelt de sport op zichzelf niet! Hij weet ook wel, dat door goede oefening en training een gezond, sterk lichaam ontstaat, dat in goede conditie is.

Ik zie dan ook liever, dat onze jongeren zich op de sportvelden tot het uiterste inspannen, waar zij hun overtollige energie afstoten, dan dat zij rondhangen in allerlei disco's, waar horen en zien je vergaan, of in kroegen, waar de bierlucht je tegen komt.

Maar de Heilige Schrift, die zo nuchter is, die met beide benen op de grond staat, zegt: denk eraan: het nut is slechts zeer betrekkelijk, want bij het ouder worden, worden je lichaamskrachten minder. En in de sportwereld is men zó oud, reeds, als je nog maar ± 35 jaar bent. En bij het ouderworden tel je niet meer mee. Dan raak je spoedig in het vergeetboek!

Bovendien stelt het Woord van God alles in het licht van de eeuwigheid. Het vraagt steeds: Wat voor waarde, wat voor nut heeft het voor de eeuwigheid? Want, ieder lichaam, hoe sterk gespierd, hoe mooi en knap gebouwd, wordt afgebroken, verzwakt, zodat tenslotte overblijft een moe, uitgeteerd lichaam. En wat dan? Wat blijft er dan over? Immers, alles, hoe schoon of sterk ook, zal eenmaal vergaan! Bovendien, door dat lichaam, die monden en die handen is zoveel ongerechtigheid gedaan. Hoe zullen we dan eenmaal voor God kunnen verschijnen? Dan eerst zullen wij werkelijk ervaren, dat de lichamelijke oefening tot weinig nut is!

Hoe anders is het dan met de godzaligheid, die tot alle dingen nut is, want deze heeft naar Paulus' woorden, de belofte van het tegenwoordige en van het toekomstige leven!

Paulus legt hier dus de nadruk op de vroomheid, de godsvrucht, die volgens hem, tot alle dingen nut is. Maar hiermede stelt hij tegelijk de redenering aan de kaak, dat geloof en godsdienst de mensen ongeschikt maakt voor het leven van hier en nu, dat zij dus goed is voor oude mensen, die aan het einde van hun leven gekomen zijn, maar niet voor jonge mensen, die aan het begin staan en voor hen, die in de kracht van hun jaren zijn.

Maatschappelijk, economisch bezien is, volgens velen, het geloof van weinig waarde en nut, maar neen, zo hoor ik Paulus zeggen, de godsvrucht levert grote winst op, en nog wel met vergenoeging, met tevredenheid (een artikel, dat in onze tijd, met al haar welvaart steeds zeldzamer wordt).

Ja, de godzaligheid, zo lezen wij hier, is tot alle dingen nuttig, voor kleine en grote, voor belangrijke en onbelangrijke dingen! Nuttig, om door het leven te komen, een gezin te stichten, te werken en gelukkig en tevreden te zijn.

Let op dat mooie Oudhollandse woord 'godzaligheid', dat we in onze Statenvertaling lezen. Praktisch is het uit ons spraakgebruik verdwenen, zodat velen, m.n. onze jongeren, de betekenis ervan niet meer verstaan. Het betekent letterlijk: 'vol van God', zoals 'armzalig' vol van armoede.

'rampzalig' vol van rampen en 'gelukzalig' vol van geluk betekenen. 'Godzalig' betekent dus heel eenvoudig: vol van God. Maar nu komt a.h.w. vanzelf de vraag tot ons allen, wie wij ook zijn: zijn we dat ook echt? Wij, mensen, zijn vol van vele dingen, teveel om op te noemen. Het hart van de één is vol van begeerten, trots en hoogmoed.

Het hart van een ander is vol van hartstochten, seks en driften. Het hart van een derde is weer vol van wrok en haat.

Het hart van een vierde is vol van ellende, verdriet en leed. Vul nu zelf verder maar in, want u kent uzelf het beste! Maar dit is de werkelijkheid, waarin we van nature leven: vol van alles, behalve van God!

De oorzaak is te wijten aan de zondeval, waar God uit het leven verbannen is, ja, wie is God eigenlijk voor ons? Alleen een ver vaag begrip, ergens in 't heelal, ja, waar eigenlijk? Maar niet de levende God, Die hemel en aarde bewoont en Die om Christus' wil ook mijn God en Vader is. Maar dit betekent uiteindelijk wel ons ongeluk en ondergang, ja, de dood en eeuwige ellende. Het is dan ook daarom, dat Paulus met volle ernst en grote nadruk Timotheüs en in hem ons allen opwekt: oefen u tot godzaligheid.

Immers, nog altijd blijft het onverminderd waar:

Welzalig, die bij dagen en bij nachten, Gods wil bepeinst, en Hem als 't hoogste goed, van harte zoekt met ingespannen krachten.(wordt vervolgd)

Samenvatting van de preek, gehouden in Anduze (Fr.) op 26 juli jL, voor Nederlandse vakantiegangers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Godzaligheid: tot alle dingen nut!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken