Bekijk het origineel

De splinter en de balk (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De splinter en de balk (1)

10 minuten leestijd

Het is een hele taak om iets te zeggen over de splinter die wij als gereformeerde gezindte in het oog van anderen zien... en de balk die we in eigen oog rüet zien...

Immers, zo vertelt Jezus het ons in Mattheüs 7... Hij berispt hen die de splinter in het oog van de ander aan de kaak stellen, doch ondertussen de balk in eigen oog niet ontdekken. Jezus is heilig verontwaardigd over hen die de sphnter uit het oog van de ander willen halen... doch ondertussen, alsof er niets aan de hand is, met een balk in eigen oog blijven voortlopen...

Hij noemt hen geveinsden... huichelaars. Jezus noemt hen zo.

Noemt Hij ons als gereformeerde gezindte ook zo? En terecht? En is dat de bedoeUng van het ons opgedragen thema? Is dat soms de balk in eigen oog?

We wijzen erop dat Jezus het heeft over de splinter in het oog van broeders... Dat is op zich al een hele les voor ons, wanneer we menen bij anderen een splinter in het oog te ontdekken. Het is de sphnter in het oog van een broeder... Rekenen we daarmee, door broederlijk om te gaan met die ander? Of polariseren we onbroederlijk en werken zo mee aan versplintering van de gereformeerde gezindte?

Gefixeerd

En dan die balk in eigen oog. Wat doen we daarmee? En weten we ervan? Misschien denken we wel dat er in ons eigen oog nog zelfs geen stofje voorkomt... We zijn zo gefixeerd op de splinter bij de ander dat we blind zijn voor het kleinste falen bij onszelf. Dat ondertussen de balk ons hele oog verduistert, hebben we al helemaal niet in de gaten.

Of is het nog weer anders? En zien we geen splinter in het oog van de ander, maar een balk... ? Mogelijk wel tien of meer balken. Doch van de splinter in eigen oog hebben we totaal geen last. Die zit ons best. We voelen ons er happy bij.

De splinter en de balk... Wat een thema om te behandelen! Het kan niet anders of dat wordt snijden in eigen vlees. Want die balk moet er uit. Of zit die er niet? Zou iemand van ons dat durven beweren? ! Wij die de totale verdorvenheid van de natuur-

lijke mens zo hoog in het vaandel hebben staan - en terecht - wij kunnen toch niet om de balk in eigen oog heen? ! Althans, we kunnen niet heen om een serieuze zoektocht waarin we in ieder geval de mogelijkheid van zo'n balk onder ogen zien!

En wat die splinter bij de ander betreft... Natuurlijk is die er. Sterker nog: er zijn anderen met balken in hun ogen. Immers, waar de grondwaarheden van het christelijk geloof vergruizeld worden, daar is sprake van balken als dwarsliggers die God en Zijn evangelie dwarsbomen. Is b.v. het ontkrachten van de bijbel als het woord van God, geen forse balk? ! En het loochenen van de Godheid van Christus, met daarmee verbonden de loochening van de noodzaak van verzoening door voldoening? ! Is dat geen enorme balk? ! En in samenhang daarmee de ontkenning dat God Zelf er aan te pas moet komen willen we verlost kunnen worden? ! Wat een balk is dat! En dat wij mensen dooc zelfverlossing het wel voor elkaar krijgen, zoals vandaag bij velen schering en inslag is? ! Is dat geen kanjer van een balk? ! Balken genoeg dus. Bij anderen... Niet enkel splinters, maar ook balken. Helaas!

Maar de balk bij ons... daar zou het vooral over moeten gaan... om die aan te wijzen... zodat we die balk gaan zien opdat we hem gaan verwijderen...

Wie is echter tot deze dingen bekwaam? Het is enkel mogelijk vanuit diepe ootmoed en in intense afhankelijkheid van het werk van de Heilige Geest. Daarom willen we in biddend opzien tot onze hoge God en trachten enkele dingen te verwoorden.

Rechtvaardiging

We willen het probleem gaan benaderen vanuit de rechtvaardiging van de goddeloze. Dit is nl. naar ons gevoelen de kern van het bijbelse geloof zoals dat met name ook in de reformatie-tijd weer stralend naar voren is gekomen. Hoe zit het vandaag de dag met deze rechtvaardiging van de goddeloze onder ons als gereformeerde gezindte? Floreert die volop in een stralend en fonkelend geloof... of is het er maar schemerdonker mee gesteld? Dat het geheel zou ontbreken durven en mogen we zelfs niet veronderstellen. Het is er... nog... Goddank. Doch floreert het ook stralend en fonkelend?

De rechtvaardiging van de goddeloze... Eerst willen we er iets van zeggen voor we verder gaan om het tekort eraan uit te werken en zo de balk te gaan ontdekken.

Bij de rechtvaardiging van de goddeloze gaat het om twee zaken. Het gaat om rechtvaardiging... en het gaat om een goddeloze. Het gaat er dus om dat we rechtvaardig voor God zullen kunnen verschijnen... en dat dat enkel gaat als een gerechtvaardigde goddeloze. En met goddeloze wordt hier niet iemand bedoeld die als een goddeloze blijft voortleven, door om God noch. gebod te geven. Met goddeloze wordt iemand bedoeld die door het werk van woord en Geest zijn eigen goddeloosheid als zonde leert zien en belijden. Ook al leeft hij zo voor het oog als een keurig kerkelijk mens... De bijbel leert ons immers dat wij allen van één lap zijn gescheurd. Natuurijk is er verschil in de mate waarin we zondigen... En toch, reeds de allerkleinste zonde maakt ons de toom van God waardig. Omdat God hefdevolle heiligheid is en geen enkele zonde door de vingers kan zien.

Al is er gradatie, toch zijn we allen van huis uit goddelozen tegenover onze goede God. En dat betekent twee dingen. 1. We zijn loos d.i. los van God (vergelijk: kinderloos). 2. We zijn tegendraads naar God toe. Hem vijandig gezind.

Blind

En de bedoeling van de bijbel is dat we dat gaan ontdekken en erkennen... Want van huis uit zijn we daar blind voor... en willen we het ook niet weten. We trachten het weg te duwen uit ons leven. Toch mag dat niet. Daarom is God door woord en Geest voortdurend bezig ons er aan te ontdekken. Soms gebeurt dat heel plotseling. Meestal heel geleidelijk. In alle gevallen leren we echter buigen onder onze goddeloosheid en daarin onder Gods heilig recht. Omdat de liefde van God ons klein maakt. We worden inderdaad een goddeloze in eigen ogen. In Gods ogen waren we het al, doch we zagen het niet. Nu gaan we het ook zelf ontdekken.

Doch het is geen ontdekking die ons vreugde verschaft. Ook geen ontdekking die ons rust geeft. Precies andersom. Het maakt ons heilzaam onrustig. We zeggen alle valse rust op. Met surrpgaat rust houden we ons niet langer zoet. We komen pas echt tot rust bij Jezus die zegt: 'Komt tot Mij en Ik zal U rust geven... ' In geloof leren we ons restloos aan Hem toevertrouwen. Niet als een keurig en goed mens, en niet als een mens met handenvol geloof, maar als een goddeloze. Niet beter dan al die anderen met die splinters in hun ogen. Niet beter dan mensen van die andere kerk waar we zoveel kritiek op hebben. Niet beter dan mensen van een andere richting/modaliteit. Niet beter dan rooms-katholieken, moslims en heidenen. Echt een goddeloze geworden voor de heilige God. En zo worden we gerechtvaardigd. Want Christus bedekt onze schuld met zijn gestorte bloed.

Anders gezegd: We hebben door het geloof Christus leren aannemen als onze Heiland. En het geloof is hierbij als een lege hand. Echt leeg, als van een bedelaar, want een goddeloze heeft niets meer over. Doch die lege hand is vol geworden. Want wie Christus heeft die heeft alles. Die heeft genade, vergeving en eeuwig leven. Die weet zich daarom weggerukt als van voor de poorten der hel. Die ziet daarom ook een poort wijd openstaan, waardoor het licht komt stromen. We zijn als een goddeloze gerechtvaardigd. En kunnen daarom onze vreugde niet op. Nota bene... een goddeloze... en toch gerechtvaardigd. Niet verdiend en toch gekregen.

Uit genade gekregen. Dankzij Jezus gekregen en dankzij de onwederstandelijke werking van de Heilige Geest en dankzij de trouw van Gods verbond en dankzij de verkiezende liefde van God de Vader... En daarom helemaal zeker. Alle strijd, twijfel en onzekerheid weggetroost door het werk van de Heilige Geest, Die met onze geest getuigt dat we kinderen van Go'd zijn.

Aangevochten

Of die zekerheid altijd blijft is een apart verhaal. En hoe lang het blijft is ook niet zo één twee drie te zeggen. Duidelijk is in elk geval wel dat het bestreden wordt en aangevochten en beproefd. Daarom moeten we in de voortgang van het geloof leren om de goede strijd te strijden met het zwaard van het woord en het schild van het geloof. Opdat die geloofszekerheid zal blijven, of weer opnieuw terug zal komen. Ondertussen mag duidelijk zijn dat we het kennen van geloofszekerheid onopgeefbaar willen verbinden met de rechtvaardiging van de goddeloze. Wie weigert zich als een goddeloze door Gods genade te laten rechtvaardigen, zal ook nooit echt doorbreken tot geloofszekerheid. Doch waar wij alles van ons verhezen, daar zullen we, naar het woord van Jezus, ook alles vinden.

Wanneer we even terug de rechtvaardiging van de goddeloze de kern van het bijbelse geloof hebben genoemd, zoals dat ook in de reformatie-tijd weer volop tot bloei is gekomen, dan haasten we ons om te zeggen dat de zekerheid van het geloof daar helemaal bij hoort. Zoals ook in de reformatie-tijd is gebleken. Want krachtig en helderop heeft de reformatie die zekerheid beleden, dwars tegen Rome en de Remonstranten in, die beiden er niet van wilden weten. En waarom wilden ze er niet van weten? Omdat zowel Rome als Remonstranten vasthielden (en houden) aan een stuk verdienstelijkheid door goede werken. Doch de reformatie heeft huizenhoog geleerd dat wie op genade alleen vertrouwt, volstrekt zeker mag zijn van eigen behoud. En deze zekerheid zal weer zegenrijk doorwerken naar groei in het geloof en opwas in de genade en kennis van Christus. We zullen toenemen in levensheiliging, in leven naar de Geest i.p.v. naar het vlees. Kortom: we worden gelouterd goud.

En nu de balk... in eigen oog... Naar ons gevoelen is dit de balk, nl. het niet fonkelend en stralend floreren van de rechtvaardiging van de goddeloze... met daarmee verbonden het kwijnen van de zekerheid des geloofs. Het is er wel... hier en daar... doch het sprankelt niet. Hoe komt dat? Soms omdat we toch aan een bepaalde vorm van verdienstelijkheid door goede werken vasthouden? We willen nog wat zijn voor God, al is het maar met ons zondaar-zijn als rustkussen, of het koesteren van twijfel en onzekerheid als vluchtheuvel. Doch ondertussen blijven we in zelfhandhaving voortleven zonder Christus als Borg voor onze schuld. We houden ons op de been buiten Jezus. Of is er nog een andere oorzaak aan te duiden, waardoor de zekerheid van het geloof kwijnt, omdat de rechtvaardiging van de goddeloze niet bloeit? Heeft het mogelijk met oppervlakkigheid te maken waarin we hebben nage-

laten de laatste zandkorrel van eigengerechtigheid weg te graven... zodat we uiteindelijk toch op zand bouwen i.p.v. op de rots? Of is het nog weer anders, nl. is het te wijten aan lauwheid onder ons of valse lijdelijkheid? Of aan de materiële welvaart? Of aan de geestelijke zelfgenoegzaamheid die ons zo te pakken heeft dat we rijk en verrijkt zijn geworden in onszelf en ons verbeelden dat we aan niets gebrek hebben? Terwijl we niet door hebben dat we jammerlijk zijn en arm en blind en naakt. In de spiegel van Gods wet kijken en onszelf daar ontdekken als een goddeloze is er niet bij. Met het gevolg dat we ook niet gerechtvaardigd kunnen worden, zodat de geloofszekerheid gaat doorbreken.

Referaat, gehouden op de regionale vergadering van het C.O.G.G. te Goes op vrijdagavond 19 maart jl. in de gereformeerde Oosterkerk aldaar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De splinter en de balk (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken