Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De lezing van de Wet in de eredienst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De lezing van de Wet in de eredienst

DE EREDIENST

11 minuten leestijd

Het zal alweer bijna uijftien jaar geleden zijn dat ik als kandidaat voorging in een traditionele gereformeerde bondsgemeente. Getrouw had ik tot dusverre altijd de wet gelezen uit Exodus 20, maar ik besloot voor deze dienst eens uan die gewoonte af te wijken en de versie uit Leviticus 19 te nemen. Ik had kort daarvoor een ervaren predikant hetzelfde horen doen en dacht: wat hij kan, kan ik ook. Het werd me door de kerkenraad echter niet in dank afgenomen. Na de dienst werd me in de consistorie verstaan gegeven dat ik zoiets niet meer moest uithalen. 'Onze kinderen hebben vanochtend de wet niet gehoord.' En hoe ik ook probeerde de ambtsbroeders ervan te overtuigen dat Leviticus 19 ook een wetstekst is, het mocht niet baten. En eerlijk gezegd heb ik na die ene keer het nooit meer gewaagd Exodus 20 in te ruilen voor een andere wetslezing.

Verscheidenheid

Nu zal deze reactie niet representatief zijn voor het geheel van de hervormdgereformeerde beweging, zeker niet meer anno 2001. Ook in hervormd-gereformeerde gemeenten is er een aanzienlijke verscheidenheid gegroeid in de liturgische vormgeving van de eredienst, ook ten aanzien van de lezing van de wet. In sommige gemeenten is men gewend dat als alternatief van de lezing van Exodus 20 vermanende gedeelten uit het Nieuwe Testament worden gelezen, zoals Romeinen 12, of bijvoorbeeld een tekst als Mich. 6 : 8. Ook gaan stemmen op om de lezing van de wet helemaal achterwege te Iaten. Daarmee zou wel 'een van de typerende kenmerken van de gereformeerde vorm van liturgie' (prof. dr. M. J. G. van der Velden) vervallen.

De woorden van het verbond

Met het oog op de ontwikkeling die ik boven heb geschetst is het goed om ons te de vraag te stellen wat eigenlijk de functie is van de lezing van de wet des HEEREN in de samenkomst van de christelijke gemeente. De tekst van de Tien Geboden (in de Bijbel de 'Tien Woorden': Ex. 34 : 28; Deut. 4 : 13) is ons zowel in Exodus 20 als in Deuteronomium 5 overgeleverd. Van Clemens van Alexandrië (2e eeuw na Chr.) is de aanduiding 'Decaloog' afkomstig. Deze Tien Woorden werden bij de verbondssluiting op de Sinaï aan het volk Israël gegeven op twee stenen tafelen, beschreven met de vinger Gods (Ex. 31:18). Ze worden ook wel genoemd de woorden van het verbond. Het gaat in feite om een verbondsstatuut. We zouden deze geboden ook de grondwet kunnen noemen voor de verbintenis van de HEERE met Israël.

Zo is de wet oorspronkelijk gegeven aan Israël. Van alle volkeren op aarde is dit ene volk geroepen om de kennis van goed en kwaad te dragen op de aarde (J. Koopmans). Zie bijv. Ps. 147 : 19, 20. In het Jodendom behoort de lezing van de Decaloog tot de liturgie van het feest der weken of pinksterfeest (tussen haakjes: een reden om juist in de kerkdiensten op de pinksterdagen de lezing van de wet niet na te laten). We weten dat in het vroege jodendom de Decaloog in de eredienst een vooraanstaande plaats innam. C. Houtman vermeldt in zijn commentaar op het boek Exodus dat in de liturgie van de tweede tempel de Decaloog dagelijks werd gereciteerd

voorafgaand aan het sjemah, de centrale geloofsbelijdenis van Israël (Deut. 6 : 4-9). Het lezen van de tien woorden is daarom ook een teken van onze blijvende verbondenheid met Israël, zou je kunnen zeggen.

De wet afgedaan?

Nu is het bovenstaande voor sommigen juist een reden om de lezing van de wet in de christelijke eredienst af te schaffen. Behoren de Tien Geboden niet zozeer tot de Godsopenbaring onder het oude verbond, dat ze hun geldigheid verloren hebben voor ons als nieuwtestamentische gemeente? Is een kerk, die de Tien Geboden centraal stelt, niet bij de Sinaï blijven steken? Zijn wij niet vrij van al wat voor Israël gegolden heeft? Christus is toch het einde van de wet (Rom. 10 : 4)? Doet een waarachtig christen krachtens zijn geloof niet vanzelf het goede? Hij wordt toch geleid door de Geest van God? Het voert in het kader van deze artikelen veel te ver om het uiterst gecompliceerde thema van Paulus' visie op de wet te behandelen. We kunnen wel zeggen dat voor Paulus de wet als heilsweg heeft afgedaan, maar dat de eis van de wet overminderd van kracht blijft. Die eis wordt echter vervuld in hen die niet naar het vlees, maar naar de Geest wandelen (Rom. 8 : 4). De Decaloog is door Christus vervuld opdat die ook vervuld zal worden in en door degenen die van Gods genade in Christus leven en wandelen door Zijn Geest.

De hoofdsom der wet

Nu wordt in de eredienst dikwijls aansluitend aan de lezing van de Decaloog de hoofdsom gelezen die Christus heeft geformuleerd (Matt. 22 : 37-40). Kunnen we deze hoofdsom niet lezen als nieuwtestamentisch alternatief van de Decaloog? Daar valt het volgende van te zeggen. Christus voegt in de hoofdsom twee teksten uit het Oude Testament samen (Deut. 6 : 5 en Lev. 19 : 18), zodat we mogen zeggen dat ook de samenvatting van de wet uit het Oude Testament opkomt. Christus zegt dat wet en profeten hangen aan dit dubbelgebod van de liefde. Deze geboden vormen als het ware de hengsels waarin de deur van het gehele Oude Testament (wet en profeten) hangt. Wet en profeten zijn in hun eisen niet te verstaan zonder de liefde. De liefde is immers de vervulling van de wet (Rom. 13 : 10). Maar vervulling is wat anders dan opheffing. Uit Rom. 13 : 9 blijkt dat de andere concrete geboden met een beroep op de liefde niet terzijde geschoven worden. De geboden • worden door de liefde niet gerelativeerd, maar gecompleteerd. J. Douma gebruikt het beeld van een landkaart en een kompas: de geboden zijn de kaart, en de liefde is het kompas. Ze sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar aan. Zo vinden wij ook in het Nieuwe Testament veel verwijzingen naar de afzonderlijke geboden van de decaloog. Zie bijv. 1 Joh. 5 : 21; Matt. 12 : 1-8; 1 Tim. 1: 9; 1 Kor. 6 : 10; Rom. 7 = 7-

Drieërlei functie

De vraag is wel wat in het kader van de eredienst de betekenis is van de lezing van de wet. Men onderscheidt wel een drieërlei gebruik van de wet, te weten het politieke gebruik, om de ongebondenheid van de mensen te bedwingen, het pedagogische gebruik, om ons te ontdekken aan onze schuld, en het didactische gebruik van de wet, als regel voor het leven der dankbaarheid. Kort gezegd: de wet als grendel, als spiegel en als maatstaf. We willen op deze drie functies van de wet kort ingaan, met het oog op de eredienst. We kijken dan eerst naar de spiegelfunctie van de wet.

De wet als spiegel

De wet dient ertoe om de mens aan zijn ellende te ontdekken. Voor Luther en de Lutheranen is deze (tweede) functie van de wet de voornaamste. We vinden deze functie van de wet ook in de Heidelberger Catechismus, Zondag 2, waar op de vraag: Waaruit kent gij uw ellende? , het antwoord volgt: Uit de wet Gods. De H.C. beroept zich hiervoor op Rom. 3 : 20: 'Door de wet is de kennis der zonde.' Maar vervolgens wordt in vraag en antwoord 4 voor de inhoud van de wet niet verwezen naar de Decaloog, maar naar de hoofdsom van Christus, het dubbelgebod van de liefde. Juist deze hoofdsom doet ons Gods eis in haar diepte verstaan, en brengt daarmee ook de ernst en de diepte van de zonde aan het licht. In zijn boek Liturgische Oriëntatie pleit prof. dr. H. Jonker ervoor voor om de structuur van de Heidelberger ook in de eredienst te laten terugkeren door éérst de hoofdsom te lezen, als opwekking tot schuldbelijdenis, vervolgens de genadeverkondiging en ten slotte de lezing van de Decaloog als regel der dankbaarheid. Hoe dan ook, in de kerkdienst wordt de wet ons voorgehouden als een spiegel, om ons duurzaam op de plaats van zondaar te houden. Zonder wet is het evangelie zijn speciale adres kwijt. Wanneer de voorganger de wet met deze bedoeling gelezen heeft, zal hij daarna een lied van verootmoediging laten zingen, waarin de belijdenis van ons falen verwoord wordt en ook het gebed om vergeving.

Schuldbelijdenis

Jonker merkt in zijn bovengenoemde boek op dat in de samenkomsten van de eerste christelijke gemeente waarschijnlijk de schuldbelijdenis geen plaats had. Uit het vroegchristelijke geschrift Didachè ('belijdt tevoren uw zonden, opdat uw offer heilig zij') zou zijn af te leiden dat christenen vóór de samenkomst zich thuis individueel moesten voorbereiden tot de dienst. In later tijd werd de schuldbelijdenis opgenomen in het trappengebed van de priester, maar dit gold als een persoonlijke voorbereiding van de priester. Het is bekend dat Calvijn een voorkeur had voor een schuldbelijdenis van de gemeente in de eredienst, met daaraan verbonden de genadeverkondiging. Zo vinden we dit in Calvijns Straatsburgse liturgie. Tegen de zin van Calvijn verdween dit element in Genève uit de eredienst. In de Gereformeerde Kerk in Nederland functioneerden schuldbelijdenis en genadeverkondiging niet als apart liturgisch moment. De schuldbelijdenis kreeg een plaats in het grote gebed, en de genadeverkondiging werd geacht plaats te vinden in de prediking. Zo functioneert het nog in menige hervormd-gereformeerde gemeente.

Regel der dankbaarheid

We mogen in de eredienst de wet des HEEREN ook horen als de regel der dankbaarheid. Binnen de gereformeerde traditie is dit zelfs de overheersende lijn. Onze Heidelberger Catechismus behandelt de decaloog onder het stuk der dankbaarheid. En ook in het Oude Testament staat de wet in het kader van de ontvangen verlossing. De wet wil ons binnen de omheining houden

van de door God bewerkte verlossing: 'Ik ben de HEEM UW God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.' Wanneer binnen de eredienst het accent valt op deze tweede betekenis van de wet des HEEREN, antwoordt de gemeente met een psalm waarin de lof op Gods wet bezongen word, of een psalm waarin het gebed om de leiding van Gods Geest doorklinkt om naar Gods geboden te leven.

Politieke betekenis

Nu werd bovenal aangegeven dat er nog een andere betekenis van de wet is. De wet is ook een instrument om orde in onze samenleving te brengen. Er moet een breidel worden aangelegd om de slechtheid van de mensen te bedwingen, aldus Calvijn in zijn Institutie (II, 7, 10). Ook de overheid moet Gods geboden worden voorgehouden. En hierin heeft de gemeente een profetische taak. Calvijn liet zowel in Straatsburg als in Genève de Tien Geboden zingen. Zo is het de gemeente zelf die de geboden van God al zingende verkondigt, aan elkaar, maar ook aan de overheid. Het is een oproep aan de overheid om Gods wet in de samenleving te handhaven om de ergste wanorde te voorkomen. We zijn • niet gewend om de Tien Geboden integraal te zingen, al staat ons een berijming ter beschikking (het eerste gezang van de 'enige gezangen'). En toch, is dit aspect niet zeer actueel nu wij te maken hebben met een overheid die zich aan de normen van Gods Woord steeds minder gelegen laat liggen? In een tijd waarin normen vervagen, heeft de gemeente de roeping om te getuigen van Gods heilzame geboden, die ons gegeven zijn opdat het ons en onze kinderen na ons welga.

Op welke plaats?

We zijn gewend dat de wet gelezen wordt in het begin van de eredienst, direct na het zingen van de eerste psalm. De historische achtergrond hiervan is dat de lezing van de wet vroeger de taak van de voorlezer was. Er valt overigens ook iets voor te zeggen om de wet aan het begin van de dienst te lezen. In een kerkdienst vindt een ontmoeting plaats tussen de HEE- RE en Zijn gemeente. Als wij voor het aangezicht van God gesteld worden, is het goed ons van meet aan voor Hem te verootmoedigen. Echter, wanneer de geboden klinken als richtsnoer voor het nieuwe leven, zou ook te denken zijn om de wet na de prediking te lezen. Na de verkondiging van het heil hoort de gemeente de geboden als leefregel der dankbaarheid en antwoordt ze daarop.

Hoe dan ook, vanwege de blijvende geldigheid van de wet, ook van de concrete Tien Geboden, en vanwege het feit dat deze geboden een centrale betekenis hebben als 'grondwet' van het verbond der genade, pleiten wij er graag voor om in de erediensten de Tien Geboden te laten klinken. Dat hoeft het geregelde gebruik van andere lezingen niet uit te sluiten. Het is overigens wel te hopen dat de lezing van de Tien Geboden of een alternatief onder ons niet zal gaan werken als een nieuw sjibbolet van rechtzinnigheid of vernieuwingsgezindheid.

Het gebod als belofte

In de eredienst mogen we de wet ten slotte ook nog als belofte horen. Het was, meen ik, Kohlbrugge die ons de imperatief van de geboden ook als een futurum liet lezen: gij zult (niet)... De Tien Geboden zijn zo ook Tien Beloften. Door de lezing van de wet wordt ook de verwachting van de gemeente versterkt. Wij zullen eens volkomen zijn zoals God ons hebben wil. Dat is de zaligheid in volle zin. De Tien Geboden zijn rijksgeboden (A. A. van Ru- Ier). Ze vormen de grondwet van het Koninkrijk Gods waar de gemeente verwachtingsvol naar uitziet. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont.

H. RUSSCHER, OUD-BEIJERJLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De lezing van de Wet in de eredienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken