Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lutheranen in Nederland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Lutheranen in Nederland

WAAR BINDING AAN DE BELIJDENIS VERDWIJNT

10 minuten leestijd

In hervormd-gereformeerde kring klinkt nogal eens de opmerking dat de moeite met het Samen op Weg-proces tot aanvaardbare proporties zou zijn terug gebracht als de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden niet zou deelnemen. In deze redenering staan uiteraard niet de lutherse gemeenteleden centraal, maar moeten lutherse gedachten en de lutherse traditie het ontgelden. Is die weerstand van gereformeerden tegen lutheranen terecht?

De lutheranen hebben in ons land vele eeuwen een onopvallende plaats ingenomen. Naast gereformeerden en rooms-katholieken waren zij een smalstroom in de christelijke bedding, hoewel op Europese schaal de verhoudingen anders liggen. Dan vormen gereformeerden nog geen derde deel van de kerken die uit de Reformatie komen en wijzen de statistieken uit dat de lutheranen drie keer zo groot zijn.

Waar binnen een vereniging als die voor de bescherming van het ongeboren leven (VBOK) met rooms-katholieken wordt samengewerkt, heeft de gereformeerde gezindte met lutheranen nauwelijks kennisgemaakt, de verbondenheid met de theologie van Luther en met 31 oktober als veelzeggende datum ten spijt. Mede met het oog op de kerkelijke actualiteit kunnen twee recent verschenen uitgaven dienstig zijn aan het scherp krijgen van het historische en huidige profiel van de lutheranen. In de Wegwijs-serie schreef prof. dr. K. Zwanepol, hoogleraar in de lutherana aan het Evangelisch-Luthers Seminarium te Utrecht, 'De Evangelisch-Lutherse Kerk' (uitg. Kok, Kampen; 151 blz.; € 10, 95). En bij de Stichting Lutherse Uitgeverij en Boekhandel in Den Haag verscheen van de hand van dr. mr. Paul Estié, bekend publicist inzake de lutherse kerkgeschiedenis, de bundel 'Lutheranen in Nederland. Fragmenten uit hun geschiedenis' (232 blz.; € 15).

Antwerpen

In de Nederlanden werd in 1566 in ntwerpen de eerste lutherse gemeente opgericht. Toen de Spanjaarden in 1585 deze stad innamen, stichtten uitgeweken lutheranen drie jaar later een gemeente in Amsterdam. Hamburgse kooplieden sloten zich in de volgende jaren bij haar aan. De groei van de gemeente kwam voornamelijk uit Duitsland en Scandinavië, omdat de werkgelegenheid in de jonge republiek mensen aantrok. Vanwege deze relatie tussen werk en kerk bleef het platteland voor lutheranen onontgonnen gebied. De Amsterdamse gemeente bleef ten opzichte van zustergemeenten de eerste onder haars gelijke en bemiddelde met name in de talrijke interne conflicten.

Als de gereformeerde religie in ons land toonaangevend wordt, aldus dr. Zwanepol, wordt het lutherse geloof 'een mild alternatief' voor de gereformeerde leer. Hoewel, de remonstranten ontdekken bij hun toenaderingspogingen tot hun spijt dat de lutheranen zich even streng aan hun (Augsburgse) confessie gebonden weten als de contraremonstranten aan het gereformeerd belijden.

Niet anders dan in de Nederlandse Hervormde Kerk kende de lutherse kerk strijd om de handhaving van haar belijdenis én daarmee gepaard gaande scheuring. Breukjaar was vooral 1791, toen de Amsterdamse gemeente gediend werd door verschillende predikanten die de oude orthodoxe lutherse leer aanhingen, zoals neergelegd in de . belijdenisgeschriften. Daarnaast kwamen jongere collega's die tijdens hun opleiding in Duitsland in aanraking gekomen waren met vrijzinniger gedachten over Jezus. In Amsterdam vormde als gevolg hiervan een kwart van de lutheranen de hersteld-lutherse gemeente. Het was overigens in deze hersteld lutherse gemeente aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal dat de proponent Hermann Friedrich Kohlbrugge op de tweede pinksterdag van 1827 zich in een preek keerde tegen de theologische opvattingen van een van de predikanten, wat leidde tot zijn afzetting.

Belijdenis

De eerste periode van de lutherse kerk in Nederland kenmerkte zich door binding aan de belijdenis. Dr. Estié schrijft in een opstel over de predikanten die de gemeente van Hoorn dienden, dat hun verkondiging 'in overeenstemming' met de lutherse belijdenisgeschriften, in het bijzonder met de Onveranderde Augsburgse Confessie van 1530 diende te zijn. De Hollandse richting binnen het lutheranisme ging zich echter al gauw 'confessioneel laag-geprofileerd ontwikkelen', waarbij een verzoenende houding naar andere kerkgenootschappen werd aangenomen. Hiertegen stond de scherpere Duitse richting, die onverkort aan de lutherse leer en het isolement wilde vasthouden. Omdat de Amsterdamse gemeente vele jaren orthodox was, stelde deze als regel dat de aanstaande predikanten enige jaren aan Duitse universiteiten studeerden.

In 1952 vindt de hereniging tussen de Evangelisch-Lutherse en Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk plaats, niet omdat men opnieuw wil leven in overeenstemming met de belijdenis als leefregel voor de kerk, maar omdat de kerk een modern-confessioneel gezicht gekregen heeft. Discussies of je als aanstaand predikant de belijdenissen onderschrijft omdat óf voorzover ze in overeenstemming met de Schrift zijn - discussies die hun evenknie hadden in de Hervormde Kerk- worden niet meer van betekenis geacht. Voor het zover kwam, was de Evangelisch- Lutherse Kerk in de negentiende eeuw gekenmerkt door conflicten als gevolg van de opkomst van het modernisme, waarbij het luthers eigene verwaterde en de vrijzinnigheid meer en meer voet aan de grond kreeg.

Vrijheid

En nu? Waar bevinden de lutherse 'ge, - > meenten zich momenteel? Qvet de in-' houd van haar (Augsburgse} confessie is in hervormd-gereformeerde > kri«g - de afgelopen jaren enige discussie geweest, maar minder zicht is er-op'de - praktijk van het kerk-zijn. Dr. Zwanepol noemt het liberale klimaat en de kleinschaligheid kenmerkend, evenals aandacht voor de liturgie. Vrijheid en : vieren zijn sleutelwoorden waarmee de identiteit recht gedaan wordt. "

Die vrijheid is vooral omschreven als 'een vrijheid van leerdwang en van een wettische hantering van geloofsartikelen'. Zelf hanteren de lutheranen dit als typerend verschil met gereformeerden, die wel staan voor een binding aan de confessie. Lutheranen maakten nimmer een confessioneel twistpunt van hun avondmaalsleer zoals gereformeerden hechten aan de belijdenis van de verkiezing.

Het is in de huidige kerkelijke malaise rondom Samen op Weg slechts tragisch te noemen dat waar de lutherse belijdenis en traditie door veel hervormd-gereformeerden als een tikkende tijdbom beleefd wordt, de lutheranen zelf maar beperkt hechten aan de inhoud van hun confessie. In die zin houdt Maarten Luther zelf hen én ons een spiegel voor. Zijn reformatorische ontdekking bevrijdde hem innerlijk van het gezag van de kerk, maar bond hem tegelijk aan het gezag van de Bijbel. Door dit gezag te aanvaarden werd Luther diep in zijn geweten een vrij mens. Dat was christelijke Vrijheid.

In zijn commentaar op de Galaten, maakt de reformator duidelijk dat ware vrijheid geen zaak van autonomie* is, maar de meest volstrekte binding« aan wat van buitenaf tot ons komt in" Christus. - ' - • ,

Christelijke moraal

Deze open binding aan de confessie - ' en zelfs ook een open houding tegenover de Bijbel- heeft zeker gevolgen • voor het huidige kerk-zijn. Ik meen te moeten zeggen: desastreuze gevolgen. Waar de lutherse kerk in haar officieel belijden vasthoudt aan de wgre-schat

van het Evangelie en belijdt dat het gaat-om de genade van God die ons zet[op, het spoor van het Koninkrijk van Christus, doen voor lutheranen 'sJeohts'de bediening van Woord en sactanient er werkelijk toe. Dit laatste waaiert echter uit in een onbijbelse openheid inzake de leer, de ethiek, de tucht/Want als God onvoorwaardelijk vóór mensen kiest, kunnen mensen elkaar, rond het avondmaal geen voorwaarden meer stellen. Want als het leven, van een christen in beslag genomen^wordt door het Woord, wie zal mens? » in; liefde en trouw samenlevéndj eert kerkelijke zegening van hun hom'Qjse^suele relatie onthouden? ' De «rees leeft dat de christelijke moraal uitmondt in een wetticisme, en daarom zegt Zwanepol zelfs inzake homoseksualiteit: 'Men is eenvoudig minder geïnteresseerd in wat de bijbel daarover voorgeschreven zou hebben en meer gericht op de aanvaarding van de homoséxuele medemens.' Is dat Luther? Beter: Is dat Christus? De Heiland der wereld was zo gericht op Zijn medemens, op de schare zonder leidsman, dat Hij hen al de geboden van Zijn Vader leerde.

Kunnen lutheranen begrijpen in welke onmogelijke positie hun deelname aan Samen op Weg gereformeerde belijders brengt?

Hervormde Kerk

Hervormden overwegen dit alles niet zonder pijn over het eigen kerkelijk leven. Want al in 1956 aanvaardden synodes van beide kerken een consensus over het avondmaal. Toen, slechts vijf jaar na de aanvaarding van de hervormde kerkorde, werd de theologische basis gelegd voor de latere stappen inzake verdergaande geloofsgemeenschap, die nu tot spanning leidt. Meer dan doopsgezinden en remonstranten werden de lutheranen in vorige eeuwen als geloofsbroeders beschouwd. Ondanks dat zij inzake avondmaal en predestinatie niet de gereformeerde leer bezaten, werden er in de zeventiende en achttiende eeuw van hervormde zijde verschillende (vergeefse) pogingen gedaan om beide kerken te verenigen. Daarom zal het gesprek met lutheranen over het gereformeerd belijden niet veel anders zijn dan het geloofsgesprek binnen de Hervormde Kerk zelf. Ook onze kerk is immers ontzonken aan de vuurgloed van de Reformatie?

Wanneer we ons richten op de toekomst van onze kerk, zal de moeite niet het méést zitten in de lutherse belijdenisgeschriften, al kan de Augsburger de toets van Gods Woord naar onze mening niet in alles doorstaan. Met name denken we daarbij aan de sacramenten, als Melanchthon spreekt over de heilsnoodzakelijkheid van de doop en de lichamelijke tegenwoordigheid van Christus bij het avondmaal.

Ir. J. van der Graaf schreef in 1971 evenwel in dit blad, toen elke genoteerde zin over de lutheranen geen kerkpolitieke duiding kreeg: 'Het eerste belangrijke, Lutherse belijdenisgeschrift, de Augsburgse Confessie, werd door Calvijn ondertekend. Hij was niet bij de opstelling betrokken geweest. Een belijdenis waaraan hij-zelf meegewerkt zou hebben, zou misschien andere punten genoemd hebben en bepaalde punten niet genoemd hebben. Maar hij herkende in de Augsburgse Confessie de religie die erin verwoord werd. Daarom, je kunt je binden aan een belijdenis, omdat je je verbonden weet met de religie ervan.' En drs. K. Exalto beantwoordde in 1975 de vraag of Calvijn een belijdenis wilde ondertekenen aldus: 'Calvijn is ook helemaal niet afkerig geweest van het zetten van zijn handtekening onder zorgvuldig opgestelde formulieren. Toen hij met Bullinger tot een overeenkomst kwam, tekende hij gaarne en gewillig de Consensus Tigurinus. En zelfs de Augsburgse Confessie ondertekende hij en waarlijk niet slechts voor de vorm. Een belijdenis was voor hem een levende expressie van geloof, maar tegelijk ook een akkoord van kerkelijke gemeenschap.' Van der Graaf noch ds. Exalto maakt hier onderscheid tussen de eerste en latere versie van de Augsburgse Confessie-

Toekomst

Als de verenigde kerk er komt, zullen de lutheranen getalsmatig nog geen procent van de leden vormen. Moeten we daarom rekenen met een sterfhuisconstructie? Of werkt het juist psychologisch zo dat een kleine groep groeit in zelfbewustzijn? Dr. Zwanepol opteert sterk voor de inbreng van het luthers gedachtengoed. Bestaansrecht ziet hij slechts in de verkondiging van het Evangelie door middel van de bediening van Woord en Sacrament. Inderdaad, waar Gods Woord werkelijk ter sprake komt, zal de kerk genezen en bloeien. Dan zal er rond een open Bijbel gesproken moeten worden over thema's die voor Luther zelf onopgeefbaar waren: Hoe krijg ik, persoonlijk, een genadig God? Hoe blijven we als kind van God tegelijk zondaar en gerechtvaardigde? Op welke wijze brengen mijn aanvechtingen mij tot Christus? Hoe leven we onder het gezag van Hem?

Wie zo Luther leest en verstaat, kan helemaal niets met de opmerking van dr. Zwanepol dat na de vereniging der kerken de rol van de lutherse traditie niet uitgespeeld is. 'In de lijn van hun traditie zullen lutheranen het oecumenisch contact blijven zoeken met de andere christelijke kerken en denominaties, zoals met de rooms-katholieken, de oud-katholieken, de remonstranten en de doopsgezinden.' Laat hier de ambtelijke leiding van de kerken -al weet ik dat niet op elk boek gereageerd kan worden...- helderheid verschaffen! Immers, door dit type opmerkingen zullen allen die het gereformeerd belijden en ook de gereformeerde kernen van het lutherse belijden, werkelijk liefhebben, zich in hun argwaan versterkt weten.

Waar het loslaten van binding aan de belijdenis toe leidt, toont ons ook de lutherse geschiedenis. Het moge ons aansporen in de toekomst te blijven bij de gereformeerde confessie, als zuivere vertolking van de Schrift, van de geloofswaarheden die de Heilige Geest aan het hart van Gods kinderen heeft geopenbaard.

P. J. VERGUNST

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Lutheranen in Nederland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken