Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op de wijze van Leuenberg

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op de wijze van Leuenberg

DE KERKORDE VAN DE PKN [3]

5 minuten leestijd

In het vorige artikel zagen we dat in de nieuwe kerkorde belijdenisgeschriften uit tivee, op onderdelen verschillende, tradities gewoon naast elkaar worden genoemd. Men is de verschillen tussen de lutherse en gereformeerde traditie dus niet te boven gekomen door de visies te toetsen aan de Schrift en vast te stellen wat daarin met de Bijbel overeenstemt en wat niet. Beide tradities krijgen een gelijkwaardige plaats. Dat komt overeen met de manier waarop in de Konkordie van Leuenberg wordt omgegaan met de belijdenissen uit het verleden.

De inhoud van de Leuenberger

De Konkordie van Leuenberg is in 1973 vastgesteld als een overeenstemming van met name lutherse en gereformeerde kerken in Europa. Tientallen Europese kerken hebben deze Konkordie onderschreven, waaronder in Nederland de drie SoW-kerken en de Remonstrantse Broederschap. Aan de totstandkoming van de Leuenberger is een reeks leergesprekken voorafgegaan. In deze gesprekken is men het eens geworden over wat men noemt 'het gemeenschappelijk verstaan van het Evangelie'. Op grond daarvan wordt het mogelijk geacht te komen tot kerkgemeenschap van lutheranen en gereformeerden. Dat is iets wat de vaderen in de tijd van de Reformatie voor onmogelijk hielden. De verschillen waren voor hen toen te groot. De Leuenberger stelt echter dat de onderlinge verhouding van de deelnemende kerken zich sinds de tijd van de Reformatie heeft gewijzigd.

Als punten waar het in de tijd van de Reformatie over ging, noemt de Konkordie de avondmaalsleer, de christologie (over de persoon van Christus) en de leer van de uitverkiezing. Op elk van déze punten wordt in de Leuenberger de conclusie getrokken dat de verwerpingen van eikaars standpunten in de reformatorische belijdenissen geen verband meer houden met de huidige stand van de leer. De Konkordiê laat weliswaar de verbindende kracht van de belijdenissen in de deelnemende kerken bestaan, maar zegt eigènlijk met zoveel woorden dat het in deze tijd niet meer echt over de traditionele leerverschillen gaat. In het geschrift De Leuenberger Konkordie, gewikt en gewogen (uitgave vanwege het hoofdbestuur van de GB) wordt gesteld dat de reformatorische belijdenissen hiermee in het hart worden aangetast. Daarbij wordt verwezen naar de stroom van bezwaren die ook door lutherse theologen tegen de Leuenberger zijn geuit, met name omdat veel zaken in het vage worden gelaten.

De Leuenberger in de kerkorde Vanaf de verschijning van het eerste concept van de nieuwe kerkorde is bezwaar aangetekend tegen het opnemen van de Leuenberger in deze kerkorde. Aanvankelijk werd de Leuenberger in art. I-4 in één adem genoemd met de reformatorische belijdenissen. De formulering luidde toen: 'De kerk erkent de betekenis van de Konkordie van Leuenberg voor de samenbinding van de lutherse en gereformeerde tradities.' De kritiek, onder andere geuit tijdens de ambtsdragersvergadering in Putten (november 1992), richtte zich vooral op het feit dat de Leuenberger inhoudelijk de Dordtse Leerregels tegenspreekt.

Toen in het najaar van 1993 een gewijzigd concept van de kerkorde werd gepresenteerd met het oog op de vaststelling in eerste lezing door de synodes, werd met dankbaarheid vastgesteld dat de Konkordie, evenals de theologische verklaring van Barmen, was verplaatst naar een afzonderlijk lid van art. I. Bij de vaststelling van de kerkorde in tweede lezing is de formulering van dit lid (art. I-5) opnieuw aangepast. Deze luidt nu: 'De kerk erkent met de Konkordie van Leuenberg dat de lutherse en gereformeerde tradities door een gemeenschappelijk verstaan van het Evangelie bijeenkomen.'

De synodes hebben dus serieus gezocht naar mogelijkheden om tegemoet te komen aan de fundamentele kritiek op de Leuenberger. De plaats van dit geschrift is nu veel minder prominent dan in het eerste concept van de kerkorde in 1992. Toen kreeg de Leuenberger zo ongeveer de status van belijdenisgeschrift. Nu wordt alleen nog naar de Leuenberger verwezen als het gaat om de manier waarop de lutherse en gereformeerde traditie bijeenkomen. De kerk bindt zich in haar belijden nu niet meer aan wat in de Leuenberger inhoudelijk (!) wordt beleden. In de Konkordie zelf staat trouwens ook dat zij niet verstaan wil worden als een nieuwe belijdenis. Daarom kan men gereformeerde belijders in de PKN niet met een beroep op dit geschrift het recht ontzeggen om te blijven belijden wat de vaderen in de vijftiende en zestiende eeuw hebben beleden.

De binding aan de belijdenis

Ondanks het afzwakken van de positie van de Leuenberger in de nieuwe kerkorde houden we grote bezwaren tegen de vermelding van dit geschrift. De inhoud van de reformatorische belijdenissen staat door de verwijzing naar de Leuenberger niet meer ter discussie, en dat is een verbetering. Ook in de PKN geldt, dat de 'stukken' er nog liggen. Maar de binding aan deze belijdenissen is wel in het geding. Dat was ook bij de aanvaarding van de hervormde kerkorde in 1951 het grote bezwaar van hen die wilden vasthouden aan de gereformeerde belijdenissen. Toen richtte de kritiek zich op de bepaling dat de kerk belijdt 'in gemeenschap met de belijdenis der vaderen'. Men vreesde, naar later bleek helaas terecht, dat deze formulering ruimte zou laten voor een te losse band aan de belijdenisgeschriften.

Die kritiek geldt nu in veel sterkere mate voor de nieuwe kerkorde. In art. I-4 worden weer de woorden 'in gemeenschap met' gebruikt. Maar nu komt daarbij dat de Leuenberger Konkordie model staat voor de manier waarop de kerk met de belijdenis(sen) van het voorgeslacht omgaat. Zij kan elkaar tegensprekende belijdenissen naast elkaar zetten, omdat ze met de Leuenberger van mening is dat deze geschriften van vier eeuwen geleden niet meer bepalend zijn voor de huidige stand van de leer in de kerk. Daarmee dreigt het gevaar dat de belijdenissen worden gedegradeerd tot museumstukken die een plaats krijgen in een vitrine, zonder dat ze nog echt bepalend zijn voor wat de kerk in deze

tijd belijdt. Net als in 1951 is dit voldoende reden om tegen deze kerkorde te stemmen en ook tegen een vereniging van kerken op deze basis.

Een vraag die nu nog overblijft, is de vraag of er in de verenigde kerk wel ruimte is voor hen die zich alleen aan de Schrift en de gereformeerde belijdenis gebonden achten. Daarover gaat D.V. het volgende artikel.

H. VAN GINKEL, GOES

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Op de wijze van Leuenberg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2003

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken