Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De ontdekking aan zijn gebrek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De ontdekking aan zijn gebrek

6 minuten leestijd

DE VERLOREN ZOON [1] 'En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoevele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger!' (Luk. 15:7)

Een viertal keren willen wij ons buigen over de gelijkenis van de verloren zoon. Vier kernwoorden staan daarin centraal: ontdekking, erkenning, ontferming, verheuging. Het eerste facet is: de ontdekking aan zijn gebrek.

De gelijkenis van de verloren zoon is een van de meest bekende en een van de meest aansprekende gelijkenissen die de Heere Jezus ons heeft doen horen. Bekend en ook aansprekend, omdat deze gelijkenis de climax vormt van wat de Heere Jezus in Lukas 15 wil zeggen. Kijkt u maar naar het begin. De aanleiding voor de Heere Jezus om deze gelijkenis te vertellen, vindt u in de eerste twee verzen: 'En al de tollenaren en de zondaars naderden tot hem, om Hem te horen. En de farizeeërs en de schriftgeleerden murmureerden, zeggende: Deze ontvangt de zondaars, en eet met hen.'
Met andere woorden: hoe kan nu deze Rabbi spreken over de grootheid van God, over de heiligheid van God en tegelijkertijd omgaan met zulke mensen? Dan gaat de Heere Jezus in drie gelijkenissen ons laten zien wat het betekent dat er een God is in de hemel, Die het verlorene zoekt. Ja, dat er in de hemel hierboven zelfs blijdschap is over één zondaar die zich bekeert. Dat is de boodschap van Lukas 15.
Ja, eigenlijk is er in Lukas 15 een opklimmen te bespeuren. Dat schaap was verloren gegaan door onbedachtzaamheid. De penning was zoekgeraakt per ongeluk. Maar hoe is dat met die verloren zoon? Hoe is dat met ons? Zijn gebrek en zijn misère, zijn gescheiden zijn van de vader was niet door onbedachtzaamheid. Het was niet per ongeluk dat hij met zijn vader brak. Integendeel, doelbewust snijdt hij alle banden door en breekt hij met dat vaderhuis en wil hij naar dat vergelegen land. Als een mens zo doelbewust met alles breekt, is het dan niet einde verhaal? Zou er voor zo'n mens als u en ik, die nota bene moedwillig en wreed het Vaderhart krenken, een mens die te vuil is om beet te pakken, nog genade zijn?
Wij laten vele dingen rusten. De gelijkenis is bekend. Er zijn pagina's te vullen met wat die jongen allemaal gedaan zou kunnen hebben. Laten wij meteen de lijn trekken naar ons eigen leven, naar wat wij gedaan hebben! Het kan geen kwaad te overdenken voor onszelf, hoe wij als mensen, van dat 'vergelegen land' ons thuis gemaakt hebben. De aarde is het land geworden van de hongersnood en de hongerdood. Buiten de Heere om is er geen leven. Buiten het paradijs alleen het gebrek. Zo zien wij hem in gedachten zitten, aan lager wal geraakt. Maar hoe schildert ons de Heere Jezus deze jongste zoon? Dat is zo ontdekkend.
Nu gebrek gekomen is, wat gaat die jongen doen? Wordt hij door het gebrek naar huis gejaagd? Roepen wij tot de Heere, zoeken wij God als ons leven wordt afgebroken? Hij heeft gebrek, zijn geld is op, gaat hij naar huis? O nee. Wat is de Heere Jezus een hartenkenner. De Heere weet dat wij in zulke situaties de strijd nog niet opgeven. Hoewel die jongen regelrecht naar huis had moeten gaan en ook naar huis had mogen gaan, wil hij liever nog de draf van de zwijnen eten dan een knieval maken. Hier zien wij een mens in uiterste zelfhandhaving.
Hoe hoog moet bij u de nood nog stijgen voordat u de toevlucht neemt tot het Vaderhart? Hoe diep moet u nog zinken voordat er eens echt een gebed opklimt tot God? Vader hoort maar niets van u, en dat terwijl er voor u alle reden is om te roepen.
Waarom neemt hij de toevlucht tot een zwijnenboer? Waarom laat u zich in met datgene waar u vanuit uw opvoeding een gruwel aan hebt? Denkt u zich eens in wat dat voor die jongen heeft betekend. Wat een verlaging, wat een vernedering. Nee, vader had thuis geen zwijnen. Dat had hij van thuis wel meegekregen: onreine dieren, streng verboden in Israël. Maar zelfs zijn natuurlijke afkeer en zijn weerzin zet hij opzij. Alles liever dan een knieval.
Herkent u dat? U hebt alle reden om tot God te vluchten, en toch ... u hebt nog een strohalm. Wat kent de Heere Jezus mij door en door. Want het is waar: God de Vader bewaar ik voor het laatst. Eerst roei ik voor mijn leven, en ga ik aan het hozen met man en macht, en pas als ik ga zinken, als ik moet sterven, roep ik: 'Meester, Meester, ik verga ...' Dieper kon de verloren zoon niet zinken. Het is dat de zwijnendraf hem wordt ontzegd, anders had hij er van gegeten! Maar hij wordt lager aangeslagen dan een zwijn en daarmee wordt zijn hoogmoed en eigenwaan gebroken. Hij komt tot zichzelf. Je zou kunnen zeggen: dat is het begin van zijn bekering. Wat is dat een geweldig moment. Al zit hij dan door eigen schuld in de diepste diepten, hij komt nog tot zichzelf.
Weet u wat nu zo merkwaardig is? Nu die jongen tot zichzelf komt, ziet hij niet alleen wie hij is en wat hij heeft gedaan. Hij gaat tegelijkertijd ook zijn vader bezien met andere ogen. Hoezo? Is die jongen ineens meer over zijn vader te weten gekomen? Nee. Weet hij ineens meer van de Bijbel? Nee. En toch ziet hij zijn vader zoals hij hem nog nooit heeft gezien. Want tegen de achtergrond van zijn gebrek ziet hij ineens hoe rijk en hoe goed eigenlijk zijn vader is. En zo is dat nu ook in het geloof. Als wij tot inkeer worden gebracht, hebben wij niet ineens een andere Bijbel, horen wij niet ineens een ander soort prediking, maar dan gaan wij in het evangelie een diepte horen, die wij niet eerder gehoord hebben. Hoor wat hij zegt: 'Hoe vele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger.'
Hebt u die ontdekking al gedaan? De verloren zoon moet het in zijn wanhoop vaststellen: ik verga van honger. Dat is niet zomaar honger hebben. Nee, hij zegt: ik verga. Ik ga er in onder. Ik verga zoals een schip onder dreigt te gaan in de golven. Ik heb voor u geen andere boodschap dan deze: kom tot inkeer. En doe wat de verloren zoon gedaan heeft. Om dan te ontdekken dat er een thuiskomen mag zijn door het bloed van Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De ontdekking aan zijn gebrek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken