Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bemiddelen tussen geloof en wetenschap

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bemiddelen tussen geloof en wetenschap

ETHISCH OF GEREFORMEERD? [1]

10 minuten leestijd

De laatste jaren is er een hernieuwde belangstelling voor de 'oude' ethische theologie in Nederland. Zo verscheen enkele jaren geleden een boek met als titel: Heel de kerk. Enkele visies op de kerk binnen de Ethische Richting (uitg. Boekencentrum), waarin verschillende aspecten van deze negentiende-eeuwse stroming worden uitgewerkt. Verschillenden voeren een pleidooi voor kennismaking met de 'ethische' theologie als verrijkend (en misschien wel herijkend) voor de gereformeerde theologie van onze dagen.
Maar wie zich enigszins heeft verdiept in de theologie en bijvoorbeeld het boek van H. Berkhof, 200 Jahre Theologie leest, komt tot de ontdekking dat er fundamenteel gezien nogal wat frappante overeenkomsten zijn tussen onze tijd (eind 20e begin 21e eeuw) en de tijd van H. Bavinck en diens tijdgenoten (een eeuw geleden). De geschiedenis herhaalt zich en dat geldt net zo goed voor de theologie: Het nadenken over de exegese (is er zoveel nieuws? ), de schriftbeschouwing en de regels voor de Schriftuitleg (de hermeneutiek) is zeker niet iets van deze tijd alleen.
Zonder te vluchten in vroeger, mogen wij als gereformeerd denkenden onze lering trekken uit het verleden. Niet voor niets onderschrijven wij van harte de tweeslag Schrift en belijdenis en dat niet als een uitgeholde inhoudsloze frase! Met de Schrift en met onze belijdenis (de Drie Formulieren van enigheid) mogen we in iedere tijd het heden duiden aan de hand van hetgeen het voorgeslacht ons heeft geleerd. In drie artikelen willen wij een poging in deze richting wagen.

Sporen van ethische theologie
Het is onze vaste overtuiging dat hermeneutiek en schriftbeschouwing héél nauw met elkaar samenhangen. In de loop der jaren is het door studie, interesses en contacten ook onze vaste overtuiging geworden dat de gereformeerde schriftbeschouwing zich in het geheel niet verdraagt met de uitgangspunten van de 'ethische' theologie.
Momenteel zien wij met lede ogen aan dat in de theologiebeoefening in Nederland de gereformeerde hermeneutiek en schriftbeschouwing langzamerhand wordt ingeruild voor allerlei opvattingen, die onmiskenbaar de sporen dragen van de 'oude' ethische theologie.
​We krijgen de indruk dat, misschien ongewild, de gereformeerde theologiebeoefening steeds meer gedreven wordt in de armen van de historisch-kritische bijbelwetenschap, in plaats van dat we zelfstandig ons weer eens gaan bezinnen op wat de uitgangspunten van een gereformeerde theologiebeoefening, in hartelijke verbondenheid met die van de Reformatie, zijn.
Niet alleen in Nederland, maar ook in de Verenigde Staten zien wij bij de beweging van de zogeheten neo-evangelicalen soortgelijke ontwikkelingen - een weggroeien van de beginselen van de Reformatie - plaatsvinden. Het dunkt ons goed om daarom onze Nederlandse situatie in het tweede artikel in een breder perspectief te plaatsen, namelijk in die van overeenkomende ontwikkelingen in de VS.

De Verlichting
Ethische tendensen dus in de theologiebeoefening in Nederland.
Recentelijk voerde bijvoorbeeld dr. H. de Leede, rector van het Protestants Seminarium in Driebergen (Hydepark), in diens dissertatie (Waarachting mens-zijn: sterven of streven?, Zoetermeer, 2000) een pleidooi voor een herwaardering van de ethische theologie: 'Niet Calvijn en zijn volgelingen, maar de ethische theologie biedt overlevingskansen aan het reformatorisch erfgoed!' Maar daarmee licht dr. De Leede wel 'de theologie van Calvijn uit haar voegen!' (zo vatte prof. W.H. Velema De Leede's visie in diens dissertatie samen in het RD van 21 maart 2001.
​'Het is trouwens een typerend trekje van de ethische theologie om de gereformeerde theologie telkens in rapport te willen brengen met de tijd,' aldus J. Veenhof in zijn belangwekkende dissertatie (Revelatie en inspiratie) over H. Bavinck en de ethischen. (p. 89)
In hun pleidooi voor de herwaardering van de ethische theologie schemert vaak de gedachte door dat wij niet meer achter de Verlichting terug kunnen. Daarmee wordt dan bedoeld: de Verlichting is winst ten opzichte van het erfgoed van de Reformatie. Onzes inziens heeft de gereformeerde theologie dit juist altijd bestreden en zag men de Verlichting niet als verhelderend voor ons zicht op de Heilige Schrift, maar eerder als een duistere poging om de 'helderheid en doorzichtigheid' van de Heilige Schrift aan te tasten.

Chantepie en Gunning
Voor wie niet zo vertrouwd is met de term 'ethische theologie', willen we een en ander verduidelijken. 'Ethisch' moet niet verward worden met woorden als 'ethiek' en 'ethisch' zoals wij die heden ten dage hanteren. 'Ethisch' is niet gelijk te stellen met 'zedenleer' of 'zedelijk'. 'Ethisch' slaat op een bepaalde theologische stroming in Nederland rond 1850. D. Chantepie de la Saussaye en J.H. Gunning jr. worden als grondleggers van deze stroming gezien. De ethische theologie is in zekere zin te vergelijken met de Vermittlungs-theologi​e uit Duitsland. De ethischen poogden namelijk een brug te slaan tussen een rationalistisch ingekleurd geloofsbegrip (dat zij ontwaarden bij de confessioneel-denkenden van hun dagen) en een atheïstisch geworden natuurwetenschap, die haar invloed uitoefende op het modernisme. De ethischen probeerden altijd weer te bemiddelen (vermitteln) tussen geloof en wetenschap door anders aan te kijken tegen begrippen als 'geloof', 'waarheid', 'schriftbeginsel', 'bijbelwetenschap' enzovoort.
Karakteristiek voor J.H. Gunning jr. en De la Saussaye is het spreken over het 'ethisch karakter van de waarheid' ofwel hun hanteren van een 'ethisch waarheidsbegrip'. Voor velen is dit een raadselachtige uitdrukking gebleven en de ethischen zelf is het niet helemaal gelukt om duidelijk aan te geven wat ze nu eigenlijk bedoelden.

Geen formele handhaving
In het bekende boek van A.J. Rasker De Nederlandse Hervormde Kerk vanaf 1795 wordt gesteld: 'Het begrip ethisch hangt samen met voorkeur voor begrippen als consciëntie, geweten, persoon, persoonlijkheid, bekering, wedergeboorte'. Inderdaad, het gaat de ethischen voornamelijk om de bestrijding van een intellectualistisch opgevat waarheidsbegrip. Dat laatste bespeuren zij bij de modernen ter linkerzijde, maar ook bij de gereformeerd-denkenden, de confessionelen ter rechterzijde, die het principe en het belang van Schrift en belijdenis (dat wil zeggen de Bijbel willen verstaan in gemeenschap met alle heiligen, ook in gemeenschap met de kennis en ontdekkingen van ons voorgeslacht) hoog willen houden in hun theologiebeoefening.
De 'ethische' theologie is wars van elke formele handhaving van dit principe van Schrift en belijdenis (zij waren vóór leervrijheid, aldus dr. C. Trimp in zijn Betwist Schriftgezag), en tegen elk formeel Schriftprincipe. De waarheid van Gods Woord wordt pas waarheid, wanneer ze als zodanig wordt ervaren. Dan is de waarheid pas 'ethisch' geworden. Openbaring is geen gezag van buiten.
Zij wordt ook niet opgelegd door de Schrift zelf. Theologie is geen vrucht van een gelovig onderzoeken van de Schriften, maar theologie is vrucht van het leven der gemeente, die uit het geloof leeft. Hier heeft het 'ethisch waarheidsbegrip' onzes inziens ook alles mee te maken: De waarheid is subjectief, zoals ze door de gemeente, die leeft bij het geloof, wordt ervaren. Ook dr. H. de Leede hanteert een 'ethisch waarheidsbegrip', ten onzent door dr. J. Hoek getypeerd als een 'dynamisch of relationeel waarheidsbegrip' (zie Theologia Reformata, dec. 2001). De bron voor de geloofsleer (de dogmatiek) voor de ethischen is dan ook niet de Schrift, maar het geestelijk leven der gemeente (zo J. van der Sluis in zijn uitgebreide studie De ethische richting, p. 94). Geen wonder dat men in de ethische richting ook nooit tot het schrijven van een dogmatiek kon komen.
Prof. G.C. Berkouwer heeft de ethische theologie terecht als een 'ervaringstheologie' getypeerd (in zijn Het probleem der schriftkritiek). De Bijbel is voor de ethischen niet een gezaghebbend boek, dat ons 'komt leeren, onderwijzen, wie God is of Christus of de mensch' (Van der Sluis, p. 100). Het gaat de ethischen niet om de leer, maar om het leven. Een bekend adagium van de ethischen was ook: 'Niet de leer, maar de Heer!' De gereformeerde theologie hield het dunkt ons bij de leer en de Heer, namelijk het blijven in Christus en het blijven in de leer van Christus. (2 Joh.: 9 bv.) Die twee kunnen we niet tegen elkaar uitspelen, de leer van Christus en de Christus der Schriften horen onafscheidenlijk bij elkaar.

Binding in vrijheid
H. Bavinck heeft zich meteen na zijn inaugurele rede intensief gewijd aan een grondige bestudering van de ethische theologie. Centraal staat bij Bavinck in de oppositie tegen de ethische schriftbeschouwing, de handhaving van het verband tussen de historische heilsfeiten in de Schrift en het christelijk geloof.
De ethische richting verzette zich, net als de confessionelen, tegen het modernisme en de vrijzinnigheid in de Hervormde Kerk, maar een te strakke binding aan de belijdenisgeschriften was volgens haar strijdig met het geestelijk-ethisch karakter van de waarheid.
Mocht er al van een binding sprake zijn, dan slechts een binding-in-vrijheid.
Op dat punt werden de degens gekruist met de vertegenwoordigers van de opkomende confessionele beweging van die tijd. Deze laatsten vonden de opvattingen van de ethischen te vaag, te subjectief. Hun wijze van theologiseren gaf te veel ruimte voor de schriftkritische bijbelwetenschap (de historisch-kritische methode van bijbelwetenschap) die juist in die dagen sterk opkwam.

Geloofsgetuigenissen
We willen ons nu verder concentreren op de schriftbeschouwing, zoals we die bij de ethischen grotendeels aantreffen.
Daarbij wordt gebruik gemaakt van de al eerder genoemde studie van J. van der Sluis, De ethische richting (1917) en de 76 pagina's tellende, zéér verhelderende brochure van A.G. Honig: Ethisch of gereformeerd? (1914). Beide studies zijn vanuit een gereformeerde optiek geschreven.
Dr. Honig schrijft: 'Het geschil tusschen de Gereformeerden en de ethische richting laat zich dan ook herleiden tot de vraag: Is de gereformeerde opvatting van de inspiratie, dan wel de dynamische (door de ethischen geleerd, red.), de juiste?'
Onder dynamische opvatting verstaat Honig de afwijzing van het formeel Schriftgezag door de ethische theologie.
Deze afwijzing hangt direct samen met het hoofdbeginsel van de ethische richting, namelijk dat de theologie opgebouwd moet zijn op de geloofservaring van de gemeente. Voor de ethischen is uiteindelijk niet de Schrift de grondslag van de theologie, maar de geloofservaring van de gemeente (recentelijk is deze opvatting ook weer verdedigd door prof.dr. J. Muis, zie RD 5 jan. 2002).
De Bijbel is voornamelijk een verzameling van geloofsgetuigenissen van de bijbelschrijvers. Toen Christus op aarde was, heeft Zijn optreden bijzondere indrukken nagelaten. Deze indrukken van de waarheid werden door gelovigen onder woorden gebracht en later opgeschreven. Niet de Schrift is geïnspireerd (gereformeerd), maar de bijbelschrijvers.
Het ging de profeten en apostelen bij het teboekstellen van hun woorden niet allereerst om de waarheid, maar om de indrukken door de waarheid gewekt, dus: feit en interpretatie ineen!
Dit laatste wordt door Honig bestreden. Hij poneert daartegenover de gereformeerde opvatting. 'De Heilige Schrift staat dus niet in de eerste plaats in het teeken der getuigenissen. Neen, zij is de kenbron der waarheid. God is het, die door haar tot ons spreekt. In haar ontvangen wij niet voornamelijk de gewaarwordingen, die door de waarheid in de harten werden gewekt, maar in de eerste plaats die waarheid zelve. Zij is genademiddel.' (p.70). Honig beschouwt de ethische richting, die op de grondslag van de Vermittlungstheologie staat, niet als 'een voortspinnen aan den draad onzer oude, nationale Gereformeerde Theologie.' Hij besluit zijn studie dan ook met de oproep: 'Tegenover het beginsel der ethische richting blijve dan ook de Gereformeerde Theologie gehandhaafd.'
Ook in de Angelsaksische wereld, met name in de VS, zien wij een soortgelijke strijd over de schriftbeschouwing, hermeneutiek en visie op de onfeilbaarheid van de Schrift plaatsvinden. Daarom willen wij in een volgend artikel naar de andere kant van de oceaan kijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bemiddelen tussen geloof en wetenschap

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2005

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

PDF Bekijken