Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op de bres voor bijzonder onderwijs!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op de bres voor bijzonder onderwijs!

DE IDENTITEIT VAN CHRISTELIJKE LEERKRACHTEN

6 minuten leestijd

Alle scholen openbaar, zegt de één. Alle scholen bijzonder, zegt de ander. Alle scholen flexibel, zegt een derde. Niet of …, maar hoe het anders zou moeten met de vrijheid van onderwijs, dat is steeds meer de crux in de discussie over artikel 23 van de Grondwet.

Einde bekostiging?
Het afgelopen najaar stelde de Teldersstichting, het wetenschappelijk instituut van de VVD, voor om de bekostiging van het bijzonder onderwijs te staken. In de VVD-fractie strijdt Hirsi Ali voor afschaffing van het bijzonder onderwijs. Ze staat een politieke cultuur naar Frans model voor, waarbij overheid en religie helemaal niets met elkaar te maken hebben. De opkomst van de islam in onze samenleving heeft daar duidelijk mee te maken. De gedachte om het bijzonder onderwijs niet meer te bekostigen zal van de linkse partijen in de Tweede Kamer bijval krijgen.
We kunnen dus terecht de vraag stellen hoe lang het bijzonder onderwijs in Nederland nog door de overheid gesubsidieerd zal worden. VVD en PvdA willen in meer of mindere mate het mes zetten in het grondwetsartikel, dat de vrijheid van onderwijs en de staatsbekostiging voor bijzonder onderwijs regelt. Ook minister Van der Hoeven zorgt er met nieuwe regels voor dat de stichting van nieuwe scholen niet meer geheel vrij is.

Acceptatieplicht
De PvdA pleit voor een acceptatieplicht voor scholen. Artikel 23 mag wel intact blijven, maar de vrije schoolkeuze van ouders wordt drastisch ingeperkt. De PvdA wil segregatie tegengaan. Met het Leerlingen Populatie Plan moeten alle gemeenten een instrument in handen krijgen om allochtone en autochtone leerlingen evenwichtig over verschillende scholen te spreiden. Ouders geven bij de aanmelding van hun kind een rangorde op van een aantal scholen. Als de school die boven aan het lijstje staat, al te veel allochtone of autochtone leerlingen telt, beslist de gemeente dat het kind naar een andere school moet. De PvdA wil verder een acceptatieplicht: een school moet elke leerling aannemen, op straffe van beëindiging van de bekostiging. De Vereniging voor Openbaar Onderwijs vindt dit niet ver genoeg gaan. De directeur zei hierover: ‘Zet alvast in de elektronische agenda’s dat er op 25 mei 2017, als het honderd jaar geleden zal zijn dat artikel 23 werd ingevoerd, een feestje is, omdat het artikel dan eindelijk wordt afgeschaft’.
Met de ontwikkelingen van vandaag kunnen we ons afvragen of artikel 23 van de Grondwet het honderdjarig bestaan zal halen. De gelijkstelling tussen openbaar en bijzonder onderwijs was krap honderd jaar geleden een feit. Jarenlang was het onderwijs, samen met de vakvereniging, de vrouwenbond, de voetbalclub en allerlei andere organisaties, keurig verzuild. Nu, aan het begin van de 21e eeuw, is het onderwijs zo ongeveer de laatste zuil die nog overeind staat en is het bestaansrecht allesbehalve vanzelfsprekend.

Wie kiest er voor bijzonder onderwijs?
Het bestaan van bijzonder onderwijs lijkt in de Nederlandse samenleving nog een vanzelfsprekendheid. Nog altijd behoort meer dan de helft van de scholen tot het bijzonder onderwijs. De meeste scholen houden de kleur die ze bij de stichting van de school al hadden. Ondertussen is de samenstelling van de groep leerlingen sterk veranderd. Er is ook verandering opgetreden onder de medewerkers van de school. Uit onderzoek door het CPS (Christelijk Pedagogisch Studiecentrum) onder christelijke leerkrachten blijkt dat ze zich in de uitoefening van hun vak vooral laten leiden door hun eigen visie, waarden en normen, niet door de identiteit van de school.

Theorie en praktijk
Christelijk onderwijs wordt vooral vormgegeven door de godsdienstige opvattingen van de individuele docenten. De zuil waar de school formeel toe behoort, heeft daar maar weinig invloed op. Dat geldt niet alleen voor christelijke scholen, maar ook op reformatorische, vrijgemaakt-gereformeerde en evangelische scholen, waar wellicht de grootste homogeniteit zou worden verwacht, is diversiteit als vanzelfsprekend aan de orde.
Er bestaat een kloof tussen de formele identiteit en de dagelijkse beleving en vormgeving daarvan door het lerarenkorps. Het zou toch vanzelfsprekend zijn als theorie en praktijk in dezen met elkaar zouden overeenkomen?

Pedagogische gemeenschap
Een school of scholengemeenschap is geen geloofsgemeenschap, zoals een kerkelijke gemeente. Een school is een professionele organisatie die een aantal doelen nastreeft en waarin van de medewerkers wordt gevraagd een bij hun niveau en functie passende bijdrage te leveren aan het realiseren van de doelen.
De school als professionele organisatie is een pedagogische gemeenschap waarin niet alleen de praktische bekwaamheid, maar de totale persoonlijkheid van de medewerker tot de middelen behoort, waarmee de schooldoelen gerealiseerd kunnen worden. In het handelen van de medewerkers is sprake van onderlinge afhankelijkheid. Mensen werken samen en zijn op elkaar aangewezen. Dat vraagt overleg, dat vraagt overeenstemming.

Wat doet het ons?
Via de media nemen we er regelmatig kennis van hoe het met het bijzonder onderwijs gesteld is. We halen misschien onze schouders op en hebben er zo onze mening over.
Een jaar geleden hebben we in de regio Gouda ruim honderd kerkenraden aangeschreven om met hen onze zorgen over het voortbestaan van het bijzonder onderwijs te delen. We hebben opgeroepen de handen ineen te slaan, de handen gezamenlijk te vouwen en te reageren met betrekking tot de zorgen rond het bijzonder onderwijs. Hopelijk zijn de handen tijdens de kerkenraadsvergaderingen gevouwen om de nood rond het bijzonder onderwijs in gebed aan God voor te leggen. Echter, op deze actie is slechts door enkelen gereageerd! Hoe komt dat? Is de nood niet hoog genoeg of worden de gevaren nauwelijks onderkend? Denken we dat het zo’n vaart niet zal lopen?
Opnieuw – een jaar na de vorige oproep, die ook in de Waarheidsvriend verscheen – wil ik u vragen de krachten te bundelen voor het behoud van het bijzonder onderwijs. Dat kan binnen uw eigen (kerkelijke) gemeente. Misschien moet er aan worden gedacht een landelijk platform te creëren om onze stem te laten horen en de strijd aan te binden tegen de invloeden, die in kracht en intensiteit toenemen om het bijzonder onderwijs uit te schakelen. Ik roep u op hierover mee te denken en mogelijkheden aan te dragen, die praktisch uitvoerbaar zijn, om voor de belangen van het bijzonder onderwijs op te komen.

U kunt schriftelijk reageren per post of per e-mail. (A.A. Korevaar, Bovenberg 85, 2861 BC Bergambacht; a.a.korevaar@gmail.com)
Ten slotte wil ik u oproepen de nood van het bijzonder onderwijs zoveel mogelijk aan de orde te stellen in de verbanden waarbinnen u participeert. Samen de handen vouwen geeft kracht om verder te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

Op de bres voor bijzonder onderwijs!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

PDF Bekijken