Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de pers

8 minuten leestijd

Passie en prediking
Onlangs verzuchtte iemand: 'Ik hoor zo vaak voorspelbare preken. Het kabbelt en het herhaalt zich steeds maar weer. Er zit zo weinig vuur en gedrevenheid achter.'
Kritiek op de prediking is van alle tijden. Wie zelf in de dienst der verkondiging heeft gestaan en nog staat, doet er niettemin goed aan zich niet hooghartig aan kritische kanttekeningen vanuit de meelevende gemeente te onttrekken. De biografie die dr.ir. J. van der Graaf vorig jaar schreef over ds. G. Boer (Passie voor het Evangelie) krijgt in de kerkelijke pers nog steeds aandacht. Vooral het gedeelte waarin Boers prediking aan de orde komt. Daar lag immers zijn grootste kracht: de dienst der verzoening. In het Centraal Weekblad (24 februari 2006) bespreekt dr. A. Noordegraaf de biografie van ds. Boer.

‘Maar vooral de prediking van de verzoening heeft hem indringend beziggehouden. Hier lag voor hem het hart van de prediking. Fel verzette hij zich tegen elke afzwakking van het klassieke belijden. Dat Christus in onze plaats de toorn van God gedragen heeft en de straf heeft betaald en zo de schuldige mens met God verzoent is voor hem onopgeefbaar.
Tegenover de heersende midden-orthodoxie en de tendens van een algemene verzoening kwam hij op voor de betekenis van het werk van de Heilige Geest die in de weg van geloof en bekering zondaren doet delen in dit heilgeheim. Hoezeer hem dit alles aan het hart ging bleek ook uit de briefwisseling met Berkhof. Voor Boer blijft de vraag naar de genadige God prioriteit hebben boven die naar de vraag van de moderne mens: is God er eigenlijk wel? De cultuurcrisis waarin we verkeren woog voor hem minder zwaar dan de crisis waarin een mens komt als hij met de heilige God te maken krijgt.
Wanneer we nu – een halve eeuw later – op die briefwisseling terugkijken, moet je zeggen, dat Berkhof ergens toch gelijk gekregen heeft. De klacht over de afwezige God – die trouwens reeds in het Oude Testament hoorbaar wordt – getuigt niet alleen van vijandschap, maar is voor velen een uiting van oprecht zoeken. Overigens neemt dat niet weg dat in dat zoeken een mens toch altijd weer komt te staan voor de vraag naar de genadige God. Daarom meen ik dat de accenten die Boer in zijn prediking gelegd heeft, ook voor vandaag van grote betekenis zijn. In onze belevingscultuur is het soms allemaal zo lief en gemoedelijk, zo braaf moralistisch ook. Preken verontrusten dan niet meer en vertroosten evenmin.
​Op zo’n moment kan ik verlangen naar de diepte en de ernst van de preken van Boer, waarin altijd weer de verwondering doorklonk om het feit dat een schuldig en geoordeeld mensenkind door God om Christus’ wil wordt vrijgesproken.’

In de laatste aflevering van Kontekstueel (Tijdschrift voor gereformeerd belijden nú, februari 2006) besteedt dr. P. van den Heuvel ook aandacht aan het boek over ds. Boer. En ook hij onderstreept het belang van de prediking der verzoening zoals door Boer in zijn jaren met veel verve en gedrevenheid gebracht.

Het spreekt me aan als in de verkondiging het spanningsveld van Gods liefde en zijn toorn blijft staan. 'Calvijn laat nimmer de gerechtigheid en de heiligheid Gods in de liefde Gods ondergaan, hij laat de toorn Gods niet door de liefde Gods omspoelen en wegspoelen, maar handhaaft deze beide op een geestelijke en zeldzaam evenwichtige wijze.' Het lijdt geen twijfel dat bij Boer de liefde van God in Christus de centrale drijfveer was, omdat die liefde zijn hart had geraakt. In zijn prediking nam de boodschap van de verzoening dan ook een centrale plaats in. Die verkondiging was sterk appellerend, er mogen geen omtrekkende bewegingen rondom de verzoening worden gemaakt', om het met de woorden van Boer te zeggen. Het gaat erom 'de mensen in de tegenwoordigheid Gods te trekken'.
Maar Gods toorn en zijn liefde gaan zo samen op dat het soms lijkt dat ze op één lijn staan:'“Als de Geest het hart opent, wordt een mens opmerkzaam gemaakt op de twee polen in het Woord: zonde en genade, toorn en liefde, veroordeling en vrijspraak, verbrijzeling en genezing: ‘kortom op een God, Die ons met Zijn linkerhand neerslaat en ons met Zijn rechterhand in Christus omhelst’.

Zo’n uitspraak kan ik moeilijk meemaken. Er blijft toch een fundamenteel onderscheid tussen de toorn en de liefde. Luther noemt Gods toorn het masker waarachter de ware God, de liefde zich verbergt. Hij spreekt van de overgang van het 'vreemde' naar het 'eigenlijke' werk van God, dat ligt besloten in het wonder van de verzoening en de prediking daarvan. Wordt op deze wijze de bijbelse spanning niet beter bewaard?

Ons gepruts
Er zijn prachtige uitspraken te vinden, zoals die over de herschepping: 'Al ons gepruts en gerestaureer loopt op niets uit. Gij moet niet alleen veranderd worden, maar van een Ander zijn'. Daar wordt trefzeker aangegeven waar het hart van het nieuwe leven ligt.
​Vandaag krijg ik dikwijls het gevoel dat de veranderde christen centraal staat. Ik heb er moeite mee als mij gevraagd wordt in de preek vooral duidelijk aan te geven hoe een christen aan het nieuwe leven invulling moet geven. Men lijkt ervan uit te gaan dat het met Christus en de verlossing wel goed zit, nu moeten wij alleen nog leren hoe we dat in praktijk brengen. Dan is het goed nadruk te leggen op Christus en zijn werk en het leven uit Hem. Dat is nieuw leven!’

Ik herken de moeite die Van den Heuvel hier verwoordt als het gaat om de concretisering van het geloof in het dagelijks leven. Zo makkelijk vervallen we in wat dr. Noordegraaf ‘braaf moralisme’ noemt en wordt christen-zijn identiek aan braaf burgerfatsoen. Ik vind het overigens altijd wel verrassend als medechristenen voorbeelden aanreiken van concreet christen-zijn. Vorige week nam Ad de Boer afscheid als directeur van de Evangelische Omroep. In nogal wat periodieken en dagbladen stonden uitvoerige interviews met hem te lezen. In één ervan (Nederlands Dagblad, 25 februari 2006) kwam ik de volgende uitspraken van hem tegen die aansluiten bij het vorige. Er wordt aan De Boer gevraagd of hij vindt dat de EO-programma’s voldoende wijzen op wat iedereen na dit leven wacht: hemel of hel?
​Luister: als het gaat over de toorn van God, hoeft het toch niet over de hel te gaan? Als het gaat over de toorn van God, moet ik beginnen met de vraag: wat vindt God van mij? Dan moet ik niet gaan wijzen naar de hoeren en de tollenaars. Mijn God is een God die de goddelozen rechtvaardigt, en een van die goddelozen ben ik. Jezus is niet gekomen voor vromen en voor braverikken, maar voor zondaars, voor zondaars zoals ik. Bij Gods toorn en oordeel gaat het om te beginnen over mij, over alles waarin ik niet deug en waarvoor Jezus aan het kruis gestorven is. Even denk ik er niet aan, en ik verval weer in mijn oude zonden en gebreken.
Natuurlijk toornt God over de seksualisering van de samenleving, die kinderen en jongeren kapot maakt. Maar laten we eerst naar onszelf kijken. Ik bedoel: wat maken we als christenen nou van ons christelijk leven? De bakken geld die we uitgeven aan dure kleren, uitgaan en cosmetica, ik vind het een verschrikking.

Men dankt God voor het vele goede
Ik ben grootgebracht door ouders die de hongerwinter hebben meegemaakt. Dat zal het zijn. Maar eigenlijk is het heel simpel. Als ik voor driehonderd euro een pak moet kopen, dan kan ik kiezen: of ik koop voor driehonderd euro een pak, of ik wacht tot de uitverkoop en koop er een voor de halve prijs en geef de resterende honderdvijftig euro aan mensen die het nodig hebben.
Ik wil me niet als modelchristen neerzetten, omdat ik bij de Aldi voor twee euro een Kaapse Pracht koop. Maar ik vind wel dat we met groot gemak te veel geld uitgeven aan eten, kleding en luxegoederen. Kan het iets minder onder ons, christenen? Als het gaat om toorn en oordeel, moeten we eerst denken aan onze manier van leven.
En wat mijzelf betreft: laat ik dan denken aan mijn botte manier van reageren, aan mijn chagrijn en aan mijn onvermogen om op een goede manier met mijn boosheid om te gaan.

Laat ik nou net een kostuum van driehonderd euro gekocht hebben na er een halfjaar voor gespaard te hebben. Ja, en de wijn bij de Aldi is van goede kwaliteit en inderdaad: voor geen geld. Maar in alle ernst: ik vind het uiterst waardevol als De Boer ons wil leren dat praten en preken over toorn en oordeel zo vrijblijvend kunnen zijn. Orthodox op orde, maar zo weinig concreet landend in het leven van alledag, in mijn leven. Want daar lag de spits van de preken van ds. Boer: het heil in Christus zoekt en vindt zijn weg in hart en leven van de hoorder. Er wordt ons geen stand van zaken meegedeeld, maar in de prediking worstelt de levende God in Christus om mijn eeuwig behoud. God verandert mensen via de dienst der verzoening. En de prediker kent zelf ook iets van die worsteling, telkens als hij de kansel beklimt en de gemeente voor zich ziet. Laat u met God verzoenen! Inderdaad: Passie voor het Evangelie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

PDF Bekijken