Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Door verdrukking ingaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Door verdrukking ingaan

Laatste zaligsprekingen vragen kruis dragen

7 minuten leestijd

In 'Hel en hemel in Dachau' schrijft ds. J. Overduin dat hij zich verwonderde dat zoveel christenen het in het concentratiekamp niet volhielden te geloven. Ze hadden zich er niet op voorbereid.

Vervolging om Christus is het einde van Zaligsprekingen. De Heere Jezus sluit de acht af met een dubbele en heel persoonlijke boodschap: ‘Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijt gij als u de mensen smaden en vervolgen en liegende alle kwaad tegen u spreken om Mijnentwil.’ (Matth. 5:10, 11) ‘Geen enkele Zaligspreking is zo vaak verkeerd begrepen en zo vaak verkeerd toegepast’, schrijft dr. Martyn Lloyd-Jones in zijn boek over de Bergrede. Dat is vooral erg, omdat de juiste interpretatie van deze woorden van de Heere Jezus in deze tijd van levensbelang is. Zowel in het bijbelse getuigenis als in de loop van de geschiedenis zijn er immers volop aanwijzingen dat de gemeente van de Heere Jezus staat voor wat Petrus de ‘hitte der verdrukking’ noemt. Het lijkt er zelfs op dat hij aan de woorden van Zijn Meester denkt en ze actualiseert als Petrus schrijft: ‘Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u: opdat gij ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen. Indien gij gesmaad wordt om de Naam van Christus, zo zijt gij zalig.’ (1 Petr. 4:13, 14a)

Koning
Toen de Heere Jezus op het punt stond Zijn kruis te aanvaarden, vroeg Pilatus, de stadhouder van het wereldrijk van de Romeinen, Hem heel persoonlijk: ‘Zijt Gij dan een koning?’ Hij kreeg het antwoord: ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik de Joden niet ware overgeleverd, maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.’ (Joh. 18:36)
Over dat Koninkrijk gaat het in de Zaligsprekingen en dus ook over de onderdanen van de Koning, die geen troon begeert maar een kruis. Het gaat over de Koning, die niet met geweld regeert, maar met liefde, en die Zichzelf niet zoekt. Als de Heere Pilatus dit antwoord geeft, dan zegt Hij daarin: Mijn Rijk is anders dan alle aardse rijken.
En Mijn onderdanen zijn anders dan alle wereldburgers. Dat verschil tussen wereld en Koninkrijk komt in alle Zaligsprekingen duidelijk uit. De wereld zegt: ‘Je bent gelukkig als je rijk bent.’ Jezus zegt: ‘Zalig de armen.’ In de wereld geldt: Blijde mensen zijn gelukkig. In het Koninkrijk van Koning Jezus: ‘Zalig die treuren.’
Laten wij vooral ook bij de laatste zaligsprekingen goed onthouden dat het in deze woorden van de Heiland niet telkens om verschillende mensen gaat, maar steeds om dezelfde. Elke zaligspreking noemt een ander facet van dat ene geloof dat de Heilige Geest aan mensen geven wil, als zij in Christus worden wedergeboren. Wie in Hem geloven mag, is arm, die treurt, is zachtmoedig, enzovoort. Zo spreekt de Heere dan ten slotte, en dat heel persoonlijk, over de vervolging als onlosmakelijk aan het geloof in Koning Jezus verbonden.

Brandstapels
Wat zijn er in de bijbelse geschiedenis toch veel mensen vervolgd. Abel was de eerste, Mozes, Jozef, Israël in Egypte en later in Babel, David, Jeremia, Daniël – ze zijn de rechtvaardigen van het Oude Verbond.
Ook de nieuwtestamentische gelovigen wordt de vervolging niet bespaard. Stefanus wordt door de Schriftgeleerden gestenigd. Petrus in de gevangenis gegooid en ter dood veroordeeld. Opmerkelijk is
dat het juist vromen zijn die de rechtvaardigen naar het leven staan. Ook de apostel Paulus weet ervan mee te praten hoeveel lijden het belijden van Christus’ naam betekent. In de kerkgeschiedenis zijn ook talloze martelaren te noemen: Polycarpus van Smyrna en de duizenden die in de arena’s of op de brandstapels stierven. Calvijn schrijft in een voor hem heel moeilijke tijd: ‘Dit onderwijs hebben de discipelen van Christus meer dan iets anders nodig en hoe harder en bitterder zij het vlees toeschijnt, des te aandachtiger moeten wij haar overpeinzen. Want onder geen voorwaarde kunnen wij onder de vanen van Christus strijden, dan onder deze dat het grootste deel der wereld vijandig tegen ons opsta.’
Niemand is zo gesmaad en vervolgd als de Heere Jezus Zelf. ‘Zij hebben Mij gehaat en zij zullen ook u haten; Mij gesmaad, zij zullen ook u smaden; Mij vervolgd, zij zullen ook u vervolgen.’ (Joh. 15) Deze laatste Zaligsprekingen zijn ook een profetisch woord over Zijn eigen lijden. Hij heeft Zich verblijd in het lijden om de gerechtigheid.

Oude slang
Wie zijn die smaders en vervolgers? Uiteindelijk is dat er maar één: de oude slang. Maar deze is zo listig dat hij in alle tijden en culturen verschillende handlangers inzet. Hij krijgt van alles in beweging in zijn haat tegen de ene Naam die God onder de hemel gaf tot zaligheid. En hij heeft ontzettend veel pijlen op zijn boog. Hij maakt gebruik van heel godsdienstige mensen, van valse leraren, schrijft Petrus, die de leugen zaaien. Maar hij hitst ook de dictators op om die christenen de schuld te geven van alle ellende in de wereld.
Hij kan met welvaart en rijkdom mensen wegtrekken uit het spoor van de Meester. Want dat is zijn enige doel: hoe dan ook voorkomen dat mensen hun Heiland liefhebben en volgen in een eerlijke belijdenis: Jezus Christus is mijn Heere.

Schamen
Wij mogen leven in een redelijk rustige tijd en in een nog vrij land. Maar die rust en die vrijheid is zeer betrekkelijk. Want ook nu vraagt Christus om een beslissing die je niet populair bij de mensen maakt. Ook nu geldt: Voor of tegen? Wie voor Hem kiest kan rekenen op de spot en de minachting van velen.
De Heere zegt ook van Zijn gemeente van nu: ‘Wee u, wanneer alle mensen wél van u spreken …’ (Luk. 6:26) Wie de Meester ook in deze tijd radicaal volgt, valt dezelfde haat ten deel die Hij moest ondergaan.
Zou de lauwheid om ons heen, niet het gevolg zijn van onze eigen lauwheid? Onze omgeving heeft geen enkele moeite met ons, omdat wij dikwijls te laf zijn om ronduit van Hem te getuigen. Wij schamen ons zo vaak voor de Koning en tonen ons slechte onderdanen te zijn. De loochenaar Petrus, die om zijn figuur te redden zegt de Heere Jezus niet te kennen, leeft in ons aller hart.
Ik hoorde het verhaaltje van mensen die met anderen praten over hun nieuwe buren en dan zeggen: ‘Het zijn christenen, maar daar kun je gelukkig niets van merken.’ Dat moet toch onmogelijk zijn: een discipel van Jezus, die voor de Meester niet durft uit te komen?
Wie zich voor zijn of haar Heere schaamt, die moet weten dat op Zijn grote dag de Heere Jezus Zich schamen zal voor zulke gemeenteleden en zal zeggen: ‘Ga weg, Ik heb u nooit gekend!’

Bekeren
Laten wij ons dan van die laffe kleurloosheid bekeren. Onszelf verloochenen en het kruis opnemen en het vrolijk achter Hem aan dragen. ‘Dan wordt ons’, zo zegt Paulus ergens, ‘de genade verleend niet alleen in Christus te geloven, maar ook voor Hem te lijden.’ Zo was het de martelaren een eer hun leven voor de Meester te mogen geven. Guido de Bres dankte in de gevangenis aan de vooravond van zijn verbranding de Heere God voor het voorrecht om voor Hem te mogen leven en sterven. Wij hoeven het martelaarschap niet te zoeken, maar wel het Koninkrijk en de gerechtigheid van de Koning. Dat brengt dus verdrukking met zich mee.
‘Maar’, belooft Christus, ‘ook loon!’ Dat heerlijke loon wordt nu nog in de hemel bewaard, bij God in Zijn troon. Maar als de Heere Jezus wederkomt, dan zal Hij al Zijn trouwe dienstknechten en dienstmaagden vorstelijk uitbetalen. De beloning zal zijn: mogen binnengaan in de vreugde des Heeren. Dat loon, zegt de catechismus, is niet het verdiende loon, maar genadeloon. Gelukkig de mens die de Koning zoekt. Deze zal Hem immers vinden. En wie de Koning vindt, die dient Hem nu met vreugde en zal Hem straks danken in het Rijk van de eeuwige blijdschap, zelfs voor de verdrukking die hij hier op aarde ondervond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Door verdrukking ingaan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken