Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De ongelukkige mens

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De ongelukkige mens

7 minuten leestijd

H oewel het tweede decennium strikt genomen pas in 2011 begint, maakte zendingstheoloog dr. Jan van Butselaar in het Christelijk Weekblad (22 januari) alvast de balans van het eerste decennium van de 21e eeuw op. Voor hem staat vast: de secularisatie is zo dood als een pier.

De secularisatie is dood. Laten we dat maar even hardop zeggen aan het begin van het nieuwe decennium. Lange tijd heeft die secularisatie gelovige mensen en hun gemeenschap, de kerk, hijgerig in de nek geblazen. Altijd maar weer dat beest dat rondsloop onder onze kinderen, in de media, dat ervoor zorgde dat geloven gereduceerd werd tot een persoonlijke hobby, zoals andere mensen geiten fokken of bijen houden – maar geen voorwaarde voor leven. Altijd weer de vervanging van ‘zo spreekt de Here’ door ‘zo’n God wil ik niet’. Secularisatie: God van zijn troon en de mens erop. (…) Zo’n vijftig jaar geleden, toen dat beest (…) zijn kop begon op te steken, vonden we het allemaal nog niet zo bedreigend. Sterker nog, we vonden secularisatie een logisch gevolg van christelijk geloof. Want door dat geloof was de natuur onttoverd, zaten God en Geest niet meer in bomen en rivieren, zoals we dachten toen we nog heidenen waren. Dus we konden onze eigen gang gaan, we konden onze eigen beslissingen nemen waar het onze leefomgeving, ons leven betrof.

Van Butselaar schetst hoe er in die tijd in de kerk een subtiel onderscheid gemaakt werd tussen secularisatie (niet per definitie fout) en secularisme; dat laatste was een nieuw heidens geloof.

Zo naïef waren we toen nog. Maar sindsdien hebben we het geweten! Mensen liepen weg met secularisatie en gingen hun eigen gang, ongekender dan ooit tevoren die van God. Die werd achter in de rij gezet en verdween soms helemaal achter de horizon van ‘wij mensen’. Toen echter het heilig vuur van de jaren zeventig, waarin het geloof in het menselijk kunnen haast onbegrensd leek, was uitgebrand, bleven we wat koud achter. Het was net nog een voetbalwedstrijd, een popconcert of de herdenking van een overleden zanger waar we een beetje warm van werden. Maar lang duurde dat niet. (…) Anno 2010 is de secularisatie gestorven. Misschien is de laatste klap wel in Kopenhagen uitgedeeld, waar het opnieuw duidelijk werd dat mensen hun wereld niet kunnen regeren.

Wat is de erfenis van het secularisatiebeest dat ons zoveel op de mouw heeft gespeld? Er is goeds te noemen, zoals de aandacht voor de mens als individu; dat heeft geholpen om mensenrechten op de agenda van de wereld te krijgen. Maar het heeft de wereld, onze wereld, van nog veel meer beroofd.

Om maar één gevolg ervan te noemen dat mij steeds weer opvalt is het feit dat ‘vergeving’ uit de menselijke woordenschat is geschrapt. Schuld, daar weten we alles van. Elke dag brengen de media ons een nieuwe lading schuldigen: die heeft teveel gedeclareerd, die gaat een huis bouwen in een arm land, die heeft onterecht een oorlog ondersteund. Elke dag nieuwe namen, in eigen land, verderop in de wereld. Schuld… en boete, dat ook. Ze zullen betalen, ze zullen hangen! (…) maar vergeving, een nieuw begin? Ho maar.

In gedachten ben ik weer even terug in de kerk van mijn jeugd. In de schuldbelijdenis (lang voor alle drempels en kyrie’s) zongen ze er, op hele noten, met lange uithalen, ‘O HEER, straf mij niet ongenadig in uwen toornegloed’. Het ging er diep in; ik voelde al mijn zonden en zondetjes rommelen en grommen. Maar dan, na enige tijd, kwam het: ‘De HEER heeft mijne klacht met toegenegen oren genadig willen horen en al mijn smart verzacht.’

Heerlijk, vergeving! Weg met de ellende! Soms heb ik te doen met al die mensen die dat zichzelf en anderen niet gunnen, zo’n nieuw begin. Of zou er, nu de secularisatie dood is, een nieuwe weg openliggen naar een God die liefheeft en vergeeft, naar mensen die elkaar vergeven? Dan wordt het een prima decennium!

Of het waar is dat de secularisatie dood is, hangt af van de definitie die je kiest. In het bestek van deze rubriek kan daar niet op worden ingegaan. Maar Van Butselaar schetst een herkenbare ontwikkeling waarin de maakbaarheid van de samenleving en de ruimte om je eigen leven vorm te geven een ondraaglijke last werden, met schuldgevoelens waar niemand je van bevrijdt als resultaat. Verwant aan zijn waarnemingen is een passage uit de kroniek van Kerk en Theologie (61e jrg, nr. 1) waarin dr. Kees van der Kooi, hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, stilstaat bij de zoektocht naar identiteit in kerk en samenleving. Hij signaleert een grote en ook riskante nadruk op het persoonlijke in onze cultuur. Dit naar aanleiding van de zelfmoord van de Duitse doelman Robert Enke, een geslaagd mens met een prachtige sportcarrière, fantastisch lijf en zonder geldzorgen.

De druk op het individu is groot. Men moet mooi zijn, succesvol en geen problemen hebben. We hebben die culturele eisen zo langzamerhand geïnternaliseerd. Dat spiegelt zich ook in de discussie rondom ouder worden en de beleving van verval. De angst voor het levenseinde en decorumverlies worden soms te lijf gegaan met de stelling dat pijn en een lijf dat het niet meer doet zoals moet, mensonwaardig is. Dat is een ontstellende vergissing. Waardigheid kun je, aldus een van de personen in Pascal Merciers roman Nachttrein naar Lissabon, niet verliezen, maar hoogstens verspelen. Dat is iets heel anders. Waardigheid heeft niets met urineverlies te maken, en berust ten diepste in, jawel, onze doop. Als God ja zegt en een mens

zijn kind noemt, gebeurt er wat en ontvouwt zich een symbolisch universum, waar de mens niet met zichzelf alleen is. De canon van de kerk kan hier ingebracht worden. Het belijden van de kerk is niet in de eerste plaats iets van personen, maar van de kerk als geheel, van het lichaam van Christus. Zulke noties van gezamenlijkheid, van een gemeente die gezamenlijk onder het Woord en de belofte staat, daardoor gedragen wordt en waar het individu kan schuilen en zich als het moet kan laten dragen, zijn belangrijk en staan zelf onder grote druk. Het protestantisme is vanwege haar gerichtheid op de enkele persoon zelfs één van de kanalen geworden waaruit het moderne individualisme kon ontstaan. Het gewicht en de verantwoordelijkheid liggen bij de enkele persoon. En dat gewicht drukt zwaar. Dit betekent wat voor de agenda van de kerk.

Vergeving en de doop, het zijn medicijnen voor de mens die gebukt gaat onder schuld en loodzware verantwoordelijkheden. Wat dat precies voor de agenda van de kerk betekent, daarop is geen pasklaar antwoord te geven. Maar misschien komt het in de buurt van wat mr. Herman Oevermans in het januarinummer van Ambtelijk contact te berde brengt. Oevermans vraagt aandacht voor Suzanne van der Schot, vmbo-docent Nederlands in Amsterdam, die – zonder godsdienstige wortels te hebben – enkele jaren doorbracht in een klooster. Hoewel zij op bepaalde punten haar bedenkingen heeft bij de Bijbel gaat ze er wel serieus in lezen. En zo komt ze tot verfrissende ontdekkingen.

Ik heb ervaren hoe het is als ik niet zelf het centrum van de wereld ben. (...) Het heeft alles te maken met het leren luisteren naar Gods wil en die van jezelf op het tweede plan te zetten. Dat proces is geen feest, maar het maakt je wel vrij. (…) Het Evangelie blijkt geen handleiding te zijn hoe ik, als ik dat zou willen, van mijn slechte gewoontes af kom. Het is een les in overgave.

Oevermans schrijft daarop: ‘Prof. G.C. den Hertog heeft in een lezing eens kernachtig gezegd dat in het hart van het christelijk geloof de vraag staat: ‘Wie neemt mij zó van mijzelf af dat ik mijzelf nieuw terugkrijg? ’’ Een zin om lang over na te denken.

G. van Meijeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De ongelukkige mens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken