Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een ongevaarlijke god

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een ongevaarlijke god

Gods wet en ons leven [2: geen gesneden beelden]

7 minuten leestijd

Gij zult u geen gesneden beeld maken van wat in de hemel is. Woorden die Mozes en het Joodse volk eeuwen geleden te horen kregen. Wat betekenen ze voor ons, voor het leven van vandaag?

H et tweede gebod is een uiterst belangrijk gebod. Het is het meest uitgebreide van de eerste vier. Een gebod ook waar straf aan verbonden is als Israël zich er niet aan houdt. God bezoekt, onderzoekt zelfs tot in het derde en vierde geslacht of er sporen van deze zonde aanwezig zijn. Hij straft de volgende generaties als Hij deze tegenkomt. De Heere kan het niet verdragen dat Hij, de Heilige, op een manier vereerd wordt die niet bij Hem past. Want afgodsbeelden zijn karikaturen van God. Ze zijn levensgevaarlijk; ze leggen Gods openbaring terzijde en zijn het product van onze hand. Daartegenover staat dat Hij Zijn ontfermende liefde tot in verre geslachten schenkt als wij Hem in liefde en trouw gehoorzamen.

Contact

In een (af )godsbeeld moeten we geen afbeelding van de godheid zien, maar een poging om contact met de godheid te maken. In het godenbeeld wordt iets afgebeeld van de god die de mens dient: kracht, vruchtbaarheid, bescherming, (lichamelijke) liefde. Het beeld valt dus niet samen met de godheid, maar is er wel in gevangen, zoals de ongrijpbare wind gevangen kan worden in de wie-ken van een molen. Het godenbeeld representeert de godheid. Via het godenbeeld is er direct contact mogelijk met de god voor wiens beeld mensen knielen. Beelden dienen ook om macht over de goden te krijgen. Door offers en andere rituelen probeert de mens de godheid gunstig te stemmen, om hem op die manier te dwingen te doen wat de offeraar graag wil. Daarom is deze vorm van godsdienst in feite alleen maar mensendienst. De goden zijn er om de mensen te dienen. Dit denkbeeld achter een godenbeeld is van alle tijden.

Juiste manier

God wil niet alleen dat we geen andere goden dienen, Hij wil ook dat we Hem op de juiste manier dienen. De Tien Geboden verwerpen daarom elke verkeerde vorm van dienst aan de HEERE. Ze wijzen beelden af omdat deze altijd de HEERE God beperken en omlaaghalen. Afgodsbeelden geven hun die de beelden maken grip op hun goden. De enige en ware God echter wil op een waardige wijze geëerd worden, vol ontzag en vertrouwen.

De wand tussen de eerste twee geboden is uiterst dun, want voor we het weten dienen we met een beeld van God een andere god. Daarom is dit gebod zo uitvoerig. Meen niet dat als je Mij op een andere manier dient dan Ik van jullie vraag, Ik nog steeds dezelfde God ben.

Het krenkt God als we Hem op de verkeerde wijze dienen. Als de Israëlieten om een gouden stierkalf vragen zijn ze nog steeds in de veronderstelling dat ze de HEERE, de God van Israël, dienen. Israël verliest God niet uit het oog, maar is bang dat de HEE- RE Zijn volk uit het oog verloren heeft. Met het gouden kalf heeft het volk God heel dicht bij zich en wordt Hij gedwongen met Israël mee te reizen.

Hieruit blijkt meteen hoe moeilijk het voor ons is te vertrouwen op de stem van God als wij niets van Hem kunnen zien. Maar dat is precies wat met Israël gebeurt: U hoorde het geluid van woorden, maar een gestalte zag u niet (Deut.4:12). Toch wordt van deze God beleden: Want welk groot volk is waar de goden zo dichtbij zijn als de HEERE, onze God, bij ons is, telkens als we tot Hem roepen (Deut.4:7)?

Dwingen

God wijst beelden dus af omdat elk beeld een karikatuur van Hem maakt en een beperking van Zijn grootheid en heerlijkheid is. Door een beeld van God te maken dienen wij niet langer God, maar dwingen wij Hem ons te dienen. Een beeld van God hebben is een

vervanging het vertrouwen op het Woord en de belofte van God. In het gesproken Woord komt Hij ons heel nabij.

Actueel

De achtergrond van het tweede gebod maakt de actualiteit ervan meteen zichtbaar. Want ook zonder concrete afgodsbeelden kunnen we heel verkeerde denkbeelden van God hebben, waardoor we Hem niet meer eren en vertrouwen zoals Hij is. Elk verkeerd denkbeeld berooft God van Zijn heiligheid, van Zijn goddelijk wezen. God is niet langer wie Hij is. Godsbeelden maken God onschadelijk, ongevaarlijk. We zetten Hem naar onze hand. We scheppen ons eigen godsbeeld, buigen ons ervoor en voelen ons er goed bij.

Dit verlagen van God gebeurt doorlopend. Elk verkeerd godsdenkbeeld doet afbreuk aan de manier waarop God Zich openbaart als de Soevereine en de Heilige, de gans Andere, voor wiens aangezicht wij te buigen hebben. Alles in God wordt omlaag gehaald: Zijn macht, Zijn rechtvaardigheid, Zijn goedheid, Zijn liefde.

Wie van God een onbijbels denkbeeld maakt, onderschat niet alleen hoe groot God is, maar overschat zichzelf. Wij willen slechts die god dienen die voor ons acceptabel is. Gebrek aan liefde tot God en ongeloof leiden niet alleen tot een verkeerd godsbeeld, maar zijn in zichzelf al een uiting van een verkeerd denken over God: God is te klein om ons hart aan Hem te geven, Zijn dienst is niet de moeite waard om er warm voor te lopen.

Kaal geloof

Door een verkeerd denkbeeld over God, verliezen we God zelf, zoals Hij is, uit het oog. Het tweede gebod raakt ons allemaal, want wie heeft nooit verkeerde denkbeelden van God? De God die alleen maar liefde is, de God voor wie je bang moet zijn, de God bij wie geen hel meer past, een God die ons wel zou willen helpen, maar dat blijkbaar niet kan. Of die het misschien wel kan, maar dit overduidelijk niet wil, een ongevoelige en ongeïnteresseerde God. Op den duur houden we een heel kaal geloof over: een God zonder hart, zonder handen, zonder ogen en zonder oren. Zo wordt God steeds kleiner en vager en wij steeds groter en belangrijker.

God is iets vaags hierboven, zegt een jongere

tijdens het catechisatie-uur. Deze gedachte sluit naadloos aan op wat godsdienstsocioloog Herman Vuisje het ‘ietsisme’ noemt. Daarbij vraagt hij zich af of je op den duur nog wel iets overhoudt. Hij citeert Huub Mouw die ietsisme omschrijft als ‘een

religie in zijn laatste fase’. Met andere woorden: ook het ietsisme is de verdwijning nabij.

Onze opdracht

Het tweede gebod vraagt om een eerbiedige omgang met God, een leven met Zijn Woord. In het Woord openbaart God Zich. In de verkondiging horen wij de Naam van Christus. Hij is het zichtbare beeld van de onzichtbare God. Wij eren God pas dan, als wij op Hem ons vertrouwen stellen en bidden: ‘O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk.’

Wat is de opdracht van de christelijke gemeente in een tijd dat God – vrij naar een woord van Okke Jager – een verdwijnende stip in een achteruitkijkspiegel wordt? Dat is vasthouden aan de belijdenis dat God Zijn gelaat in Christus, Zijn Zoon, ons heeft getoond. Nooit is de Vader zo dichtbij gekomen als in Hem. In het kruis en de opstanding van Christus zien wij Gods rechtvaardige toorn over onze zonden, ontdekken wij de onvoorstelbare liefde van de Vader. Het kruis maakt God als de Heilige zichtbaar, de unieke God, met niemand te vergelijken. Hij presenteert Zijn Zoon de rekening van onze zonden.

Onze opdracht is voor alles vertrouwen dat de Heilige Geest ook vandaag in staat is mensen in contact te brengen met de levende God. Wij hebben Zijn krachtige werking wel heel dringend nodig. Zonder de Geest lost zelfs het laatste restje godsgeloof nog op en vervaagt het godsbesef al meer, ook in onze eigen gezinnen.

Leven bij het Woord. In Zijn genadige belofte komt de heilige God ons heel nabij. Dat vraagt beoefening van het geloof dat kan leven zelfs al zien we geen gestalte en gedaante. De voor ons Onzichtbare is geen stomme afgod, maar een sprekende God. Slechts als we een eerbiedige luisterhouding hebben dringt Zijn stille, maar ook zo krachtige stem door. Hij is nabij, Immanuël.

P.J. den Admirant

Volgende week schrijft ds. W.J. Dekker over de Naam niet ijdel gebruiken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een ongevaarlijke god

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken