Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Niet jaloers maar dankbaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Niet jaloers maar dankbaar

Gods wet en ons leven [8: niet stelen]

6 minuten leestijd

Net als bij de andere geboden moeten we bij ‘Gij zult niet stelen’ eerst doorstoten naar de positieve kern die het gebod vraagt. Paulus brengt die onder woorden: ‘…ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.’

Dankbaar zijn voor wat ik heb. Ook al heb je in aards opzicht heel weinig, dan toch vergenoegd zijn. Niet opstandig, omdat ik niet meer heb. Niet overmatig verlangen naar meer, maar tevreden zijn met wat je hebt. Het gebod boort tot in de gezindheid van ons hart.

De zonde ligt allereerst op het vlak van begeerten, ontevredenheid, hebzucht. En het gebod vraagt vooral de innerlijke houding van dankbaarheid en leven uit Gods hand. Niemand kan hieraan voldoen zonder het geloof. Alleen het geloof geeft deze grondhouding in beginsel.

Hoe kan dat? Vanuit het wonder van het geloof dat ik in Christus vrede met God heb en een erfgenaam van het eeuwige leven ben. Zodat het licht van de eeuwige erfenis die wacht, schijnt over ons aardse leven en dat leven in het juiste licht plaatst.

Niet zonder Christus

Dan heb ik per definitie altijd genoeg en nooit reden tot klagen. Integendeel, ik heb altijd reden tot dankbaarheid. Je merkt die houding bij Job. Toen hij alles kwijt was, zei hij: ‘De HEERE heeft gegeven, de HEERE heeft genomen, de Naam des HEEREN zij geloofd’ (1:21b). Dan vindt mijn leven ten diepste plaats aan de voet van het kruis, waar Jezus om mijnentwil geen drinken, geen kleren, geen pijnstillers, geen God had. En alles wat ik daarvan wel ontvang om Zijnentwil is reden tot verwondering.

Buiten (het geloof in) Christus om is het dus onmogelijk om het ‘Gij zult niet stelen’ ook maar enigszins op één moment van mijn leven te volbrengen. Ook dit gebod drijft daarom uit tot Christus, omdat anders ook omwille van dit gebod Gods oordeel mij treffen zal. En vanuit Christus geldt: hoe dichter we bij Hem zullen leven, hoe krachtiger wij dit gebod gestalte zullen mogen geven in ons leven.

Belasting

Hoe geven we daar praktisch invulling aan? Allereerst gaat het dan om de gezindheid van het hart. In negatieve zin om het afsterven van gevoelens van jaloezie, hebberigheid, ontevredenheid, gierigheid, verkwisting. In positieve zin om het doen opstaan van gevoelens als dankbaarheid, onderwerping, tevredenheid, vrijgevigheid. Het gaat ook om handel en wandel. In negatieve zin zou ik dan de bekende voorbeelden willen noemen om geen belasting te ontduiken en niet aan grote loterijen mee te doen. Bij het eerste valt zelfs te bedenken dat in elk geval een deel van ons belastinggeld gebruikt wordt voor voorzieningen voor hulpbehoevenden in eigen land (gezondheidszorg en onderwijs), ontwikkelingshulp (laten we niet op een partij stemmen die daarop beknibbelen wil), bescherming van burgers (defensie) en dat het als zodanig een voorrecht mag zijn om daaraan bij te dragen.

Bij het tweede, de lotto, moeten we bedenken dat de HEERE deze manier om aan geld te komen niet noemt in Zijn Woord. Dat zal zijn reden hebben, namelijk dat een loterij de hebzucht aanwakkert.

Dat effect is niet weg te strepen tegen het gegeven dat bij grote loterijen een deel van de opbrengst naar goede doelen gaat. Wie goede doelen op het oog heeft, zal willen geven zonder de bijbedoeling om er misschien zelf een prijs uit te slepen.

Vasten en tienden

In positieve zin zou ik ook twee aspecten willen noemen, waarbij het vooral gaat om wat we met ons bezit doen. Ik noem het vasten en

Simon is maar wat blij: bijna examen gedaan. Een lange vakantie ligt voor hem. Bijna iedereen gaat vakantiewerk doen. Geld verdienen voor het rijbewijs en een lange vakantie in het buitenland. Zou hij dat ook doen? Hij weet een adres waar hij terecht zou kunnen en goed zou kunnen verdienen. Dat trekt wel. Totdat zijn zus tegen hem zegt: ‘Heb je gehoord dat ze vrijwilligers zoeken in het verpleeghuis om twee weken ouderen in een rolstoel te begeleiden? ’ Simon gaat twijfelen: wat zou de Heere van Hem vragen?

Piet is er heel wat uren mee bezig. Op internet zoekt hij allerlei gadgets. Site na site wordt door hem bezocht. Het gaat ook lekker makkelijk; een paar klikken en hij heeft weer wat gekocht. Soms is het merkkleding, soms iets op digitaal gebied, dan weer wat anders. Alles bij elkaar tikt het behoorlijk aan: de tijd die het hem kost én het geld.

het geven van de tienden. Het vasten is een typering van een hele levensstijl die probeert bewaard te blijven voor het luxe en overdadige. Het valt niet hard te maken dat vasten voor christenen na het Nieuwe Testament niet meer gelden zou. Als wij slechts denken aan Mattheüs 6, waar bidden, vasten en het geven van aalmoezen strikt op één lijn worden gesteld, kan het ons duidelijk zijn dat het vasten een geoorloofde en geboden zaak is door God. Deze toewijding aan God, Zijn Woord, Zijn belangen en het gebed waarbij wij (voor een groot deel) afzien van voedsel en drinken is tegelijk een goede toets voor hoe vast wij aan de aardse dingen verkleefd zijn. Wie zich in het vasten oefent, zal er geen spijt van hebben.

Het geven van de tienden lijkt mij geen strikt gebod te zijn in het Nieuwe Testament, maar als het in het Oude Testament is voorgeschreven, kunnen we ons moeilijk voorstellen dat er nu minder gevraagd zou zijn. Eerder meer, toch? Nu weet ik wel het oudtestamentische geven overlapt met ons belastingsysteem, maar in onze welvaartmaatschappij is het een goede zaak om naar het geven van tienden te streven. Het is dan beter de gaven aan het begin van het jaar vast te stellen dan ze een sluitpost van de begroting te laten worden. En laten kinderen en jongeren die zak- en vakantiegeld krijgen vroeg leren om hiervan een goede gewoonte te maken.

Tijdsbesteding

De eerste bedoeling van het gebod om niet te stelen raakt de besteding van ons geld. Maar we moeten ook over de besteding van onze tijd nadenken. De vraag waar anderen ons geld aan besteden en hoe wij ermee omgaan, kan ook gesteld worden voor onze tijd. Hoe besteden wij onze tijd en hoe gaan wij daarmee om? Ook tijd kunnen we immers stelen van de HEERE, als wij onze dagen besteden voor eigen belangen en niet voor de belangen van Zijn rijk. Het achtste gebod vraagt dus ook aan mij: hoe ga ik met mijn tijd om?

Geldt niet hetzelfde voor eer? We kunnen eer van God stelen als wij voor de (genade)gaven en talenten die wij ontvangen eer voor onszelf zoeken. Of ervan genieten als mensen ons ervoor eren en bejubelen. En dat gebeurt niet alleen in de wereld. Zou het in de kerk niet een even grote verzoeking zijn? Als we lezen wat Herodes gebeurde (Hand.12:21-23) toen hij ervan genoot dat mensen hem om zijn gaven als god vereerden, moet ons dat te denken geven. Alleen God komt eer toe en wie die van Hem ontneemt, steelt van God.

Dat mag uitzien geven naar de bedeling die komt. God zal ons Zichzelf al Zijn gaven in overvloed geven en wij zullen Hem alleen alle eer daarvoor brengen.

D. Breure

Volgende week schrijft ds. J.A. van den Berg over het negende gebod: geen valse getuigenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Niet jaloers maar dankbaar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken