Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op Goed Gerucht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op Goed Gerucht

8 minuten leestijd

Geen misverstand, de aanduiding OGG die de laatste weken veelvuldig voorkwam in kerkbladen, staat niet voor Oud Gereformeerde Gemeente of Op Geref. Grondslag, maar betekent Op Goed Gerucht. Tien jaar geleden werd OGG opgericht, een beweging van theologen die – naar eigen zeggen – op zoek zijn naar meer creativiteit, lef, spiritualiteit en humor in de kerk. Inmiddels zijn zo’n 430 mensen lid van OGG: predikanten, geestelijk verzorgers en pastoraal werkers. Ter gelegenheid van het eerste decennium verscheen de glossy Theo. Onlangs trad ds. Wilma Hartogsveld aan als nieuwe voorzitter van OGG. Zij volgt Jan Offringa op. De website van de IKON kerknieuws.nl had een gesprek met de vertrekkende voorzitter.

Met wat voor gevoel kijk je terug op jouw periode als voorzitter?

‘Met veel plezier en voldoening; ik heb een mooie tijd gehad. Ik mocht voorzitter zijn tijdens vijf bloeijaren van OGG. In de periode daarvoor waren we toch wankeler. We wisten toen nog niet of we ‘body’ genoeg hadden om langdurig te blijven bestaan. We hebben ook nooit het idee gehad een beweging voor de eeuwigheid te zijn. We waren predikanten die bijeenkwamen vanuit een gedeelde inspiratie, een gezamenlijke behoefte aan ontmoeting en verdieping, en een zeker ongenoegen bij bepaalde kerkelijke ontwikkelingen.’ (…)

Wat is het belangrijke dat OGG in de afgelopen vijf jaar heeft bereikt? ‘Dat zijn twee dingen. Het eerste is dat we een stabiele beweging zijn geworden; met leuke, lekker eigenzinnige leden en met goede en goed bezochte studiedagen. Het tweede is dat we ons op een aantal momenten kerkpolitiek hebben gemanifesteerd. We lieten van ons horen toen dingen voor ons gevoel scheefgroeiden. Zo leverden we kritiek op een te eenzijdige (orthodoxevangelicale) koers van de Protestantse Kerk. OGG staat juist voor een pluriforme kerk en dat appèl kreeg her en der respons. Door deze inzet zegt men dat de moderne theologen binnen de Protestantse Kerk weer een gezicht hebben gekregen.’

Is OGG onmisbaar voor de Protestantse Kerk?

‘Onmisbaar vind ik een te groot woord. Maar we zijn belangrijker geworden dan we hadden gedacht. Ik hoor in den lande vaak mensen zeggen: ‘Echt goed dat jullie er zijn.’ We hebben het moderne deel van de kerk nieuw zelfvertrouwen gegeven. Daarvoor waren moderne theologen vaak eenlingen en voelden ze zich ongehoord. Nu is dat anders. Of de ontwikkeling van de Protestantse Kerk er zonder OGG anders had uitgezien vind ik moeilijk te zeggen. Ik denk dat het te veel eer is om ons ‘onmisbaar’ te noemen.’

Heb je vertrouwen in de toekomst van OGG?

‘Ik denk dat we er heel goed voor staan. Ik merk dat we inhoudelijk goed bezig zijn, en we manifesteren ons ook steeds meer op het terrein van geloof en theologie. (…) Ik heb er alle vertrouwen in dat onze volgende voorzitter, ds. Wilma Hartogsveld, de lijnen die we hebben lopen, doorzet en nieuwe dingen weet aan te boren.’

Woord & Dienst (4 juni) bevat een kennismakingsgesprek met Wilma Hartogsveld. Daarin vertelt zij aan Kees Posthumus over haar drijfveren en achtergrond.

Vanuit haar levensverhaal is Hartogsveld bekend met de behoudende stromingen binnen de kerk. Haar moeder komt uit de Gereformeerde Gemeenten, haar vader sympathiseerde met de Gereformeerde Bond. ‘Aanvankelijk voelde ik mij niet echt prettig in kringen van de Gereformeerde Bond. Dat was een reactie op die zware familie, waar ik als puber niet meer mocht logeren bij neefjes en nichtjes omdat ik de verkeerde vragen stelde. ‘Meisjes moeten rokken aan, waarom eigenlijk? ’ O, dat vindt God mooi? Mag ik dan zijn lievelingskleur weten, dan kan ik het Hem goed naar de zin maken. Laat ik nu altijd denken dat het bij geloven om de binnenkant ging!’

Toen ik theologie ging studeren, ging ik op voorstel van mijn vader vijf keer met hem mee naar een bondsdienst. Daarna zou hij vertellen wat hem daarin aantrok en kon ook ik mijn mening geven. Ik moet eerlijk zeggen: ik begreep hem wel. Daar ging het ergens over, er was betrokkenheid en commitment, niet vrijblijvend. De preek doet een appèl op jou. Ik heb intussen, in de tien jaar dat ik nu predikant ben, zoveel goede en mooie mensen uit alle richtingen van de kerk ontmoet, dat de breedte van de kerk mij zeer dierbaar is geworden. Aan de ene kant ben ik voluit een enthousiaste OGG-dominee. Aan de andere kant geniet ik enorm van de ontmoeting met mensen uit andere stromingen.’ (…)

OGG staat open naar cultuur en samenleving, zonder deze per definitie te willen omarmen. Aanvankelijk leken de theologen van OGG de secularisatie en ontkerkelijking bijna te zien als een geschenk van God.

‘Zo zijn wij zeker in de pers wel eens afgeschilderd. Misschien was dat een reactie op een in zichzelf gekeerde kerk. Wij staan in de wereld met een nieuwsgierige openheid. De samenleving en de cultuur zijn niet per definitie slecht en zondig, zoals sommige stromingen in de kerk denken.’

Hartogsveld noemt zichzelf liever gelovig dan christen. ‘Uiteindelijk ben ik, van harte en volop, christelijk en protestant. Maar ‘gelovig’ klinkt inclusiever dan christen. Ik ga graag het gesprek met moslims aan als ‘gelovige’, omdat je daarmee insteekt bij wat je deelt en niet bij wat je scheidt. Wat ook speelt, misschien komt daar het bondsmeisje van vroeger weer boven, is mijn liefde voor de Schrift, de hele Schrift. Oude Testament was mijn hoofdvak, ik zie dat niet als een voorwoord voor het echte werk. Je moet de Bijbel niet versmallen tot drie bladzijden evangelie. In het woord ‘gelovig’ klinkt mee: ‘wij zijn niet de enigen.’

Al eerder in het gesprek geeft Hartogsveld aan dat OGG een serieuze gesprekspartner wil zijn binnen de Protestantse Kerk:

‘Zo ben ik lid van een commissie van de Protestantse Theologische Universiteit, waarin gepraat wordt over het postacademisch onderwijs en de permanente educa-

tie, voorheen het studieverlof. OGG-ers deden mee in een missionaire denktank rond het werk van Hans van Ark en Nynke Dijkstra. Missionair is niet het eerste waaraan je denk bij OGG, maar we wilden het woord niet laten claimen door een bepaalde stroming in de kerk. Nu brengen wij naar voren, hoe wij, op onze manier, missionair willen zijn. Wij zijn regelmatig een volwaardige, serieuze gesprekspartner voor het moderamen van de synode. Dat is niet altijd leuk, hoor. Het kost vaak meer tijd dan je wilt. Neem de kwestie Hendrikse. Wij vinden dat een non-issue, zijn absoluut niet verontrust over wat hij schrijft. Het is winst dat er in Nederland tot bij Pauw & Witteman wordt gepraat over kerk en geloof. Wij hebben helemaal niets met het gedimdam hierover in bepaalde delen van de PKN. Toch doen wij mee in de gesprekken hierover, laatst nog tijdens een lunch met confessionelen, gereformeerdebonders, evangelischen, vrijzinnigen. Dan klinken woorden als ‘pijn’ en ‘zorg’, maar niet bij ons, wij vinden het prima dat er reuring is.’

Wie een idee wil krijgen van de sfeer die om OGG heen hangt (of wil hangen) kan goed terecht in de glossy Theo (uitg. Skandalon). Naast inhoudelijke artikelen over de koers van OGG zijn er stukken met een knipoog, zoals waar staan de mooiste pastorieën van Nederland (OGG-ers wonen vooral in klassieke huizen in het oosten des lands) en welke zondagmorgenrituelen hebben dominees? En aandacht voor een spannend bordspel over de missionaire reizen van Paulus.

OGG bestaat tien jaar. Maar waar staat de vereniging voor en wat hebben de leden van deze beweging gemeenschappelijk? Eerder dit jaar wijdde Kontekstueel een heel nummer aan het gesprek met OGG. Daar zegt dr. G.C. den Hertog, christelijk gereformeerd hoogleraar te Apeldoorn, het zo:

Als ik eerlijk ben maakt OGG op mij de indruk van een divers gezelschap dat niet veel meer deelt dan een onbestemd gevoel als ‘Je bent jong en je wilt wat’. (…) Individuele leden van deze beweging kunnen heel wat en hebben ook het nodige aan zinnigs te berde te brengen (…) maar de beweging als geheel maakt op mij de indruk van een aantal professionele en amateurmusici, die een middag per week ketelmuziek maken. En dan ook nog zonder af te spreken wàt ze spelen. Daar krijg je geen kerkmuziek van en je gaat er geen loflief van zingen.

Of dr. Den Hertog gelijk heeft kan blijken uit de onlangs verschenen Doornse catechismus, waarin dertien OGG’ers ingaan op geloofsvragen. Ongetwijfeld zal dit boekje later in De Waarheidsvriend inhoudelijk worden besproken.

Ik eindig deze bijdrage enigszins licht, in de sfeer van de glossy Theo. Toen OGG ontstond werd de beweging door deze en gene geprezen als voorbeeld van een ‘netwerkachtige’ organisatie die zo uitnemend bij de 21e eeuw past. Nu, tien jaar later, is de ironie dat OGG steeds meer trekken vertoont van een ‘klassieke’ modalitaire organisatie. Offringa beschrijft hoe er aan kerkpolitiek is gedaan; Hartogsveld benadrukt de verantwoordelijkheid voor het geheel van de kerk. En inmiddels werd ook de eerste synodevoorzitter geleverd in de persoon van ds. Peter Verhoeff. Er is echter één verschil: bij andere modaliteiten kunnen ook ‘gewone’ gemeenteleden lid worden.

G. van Meijeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Op Goed Gerucht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken