Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

God in het alledaagse

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

God in het alledaagse

7 minuten leestijd

‘V anmorgen, tweede paasdag, bezocht ik een kerkvriend. Hij is ongeneeslijk ziek en veel te jong om te sterven. Een half jaar geleden maakten hij en zijn vrouw nog plannen voor werk en toekomst, nu moeten ze nadenken over ‘het bereiden van zijn huis’.’ Zo begint Margriet van der Kooi, geestelijk verzorger van het Hofpoortziekenhuis in Woerden, haar fijnzinnige bijdrage in het Ouderlingenblad over de vraag hoe God spreekt, hoe Hij Zich in het alledaagse leven laat vinden.

Mijn kerkvriend is genoeg vertrouwd met de Bijbel om de betekenis van deze uitdrukking te kennen. ‘Je huis bereiden’ is de draden van je leven afhechten; belangrijke dingen die nog gedaan moeten worden, doen; je tijd per dag ontvangen.

Hij vertelt hoe goed het doet dat zoveel mensen van onze wijkkerk om hen heen zijn in bezoek, gebed, post, praktische hulp; dat mensen hun best doen iets te schrijven, een tekst, een goed woord; maar ook dat een woord niet zomaar een Woord wordt, niet vanzelf goed doet; dat het in hem gewekt moet worden als Woord van God, en hoe dat soms gebeurt, als een geschenk, als iets dat je niet kunt organiseren.

Zo spraken we over de vraag hoe God spreekt. En wat wij als bezoekers in dat opzicht aan elkaar te geven hebben. We concludeerden dat het niet kan blijven bij hoe (geweldig) de Nederlandse gezondheidszorg wel is. Het is ook te weinig om over het voorjaar te praten en de laatste nieuwtjes uit de kerk. Maar hoe doen we elkaar dan goed tijdens zo’n bezoek? Hoe merken we iets van God?

Daar verlangden we naar rond dit ziekbed. Hoe zouden we het anders over zijn en onze dood kunnen hebben, over het afscheid dat dichtbij komt? Hoe komt God ter sprake?

Van der Kooi signaleert dat veel mensen als ze daar echt bij stil staan, wel een ervaring hebben waarvan ze denken dat die iets met God te maken heeft. Zo vertelde iemand op de intensive care, die onrustig en angstig de slaap niet kon vatten, wat er toen gebeurde. Toen was er opeens een lied dat in zijn hoofd zong:

Wie maar de goede God laat zorgen, en op Hem hoopt in het bangst gevaar is bij Hem veilig en geborgen die redt Hij goddelijk, wonderbaar. Wie op de hoge God vertrouwt heeft zeker op geen zand gebouwd.

‘Ik wist niet meer dat ik het kende’, zei hij, ‘het was de psalm van mijn moeder’.

Het was een gezang, maar hij had ook gelijk: het had een psalm kunnen zijn. In zijn hoofd zong zijn moeder, zoals ze lang geleden vertrouwen in God in hem had gezaaid, met een lied erbij. Zodat de Geest van God dat in hem wekken kon, die nacht op de IC.

Ooit zei een Pinkstervoorganger tegen me dat zoiets nu een zuiver voorbeeld van profetie is. Profetie, zei hij, is een Woord van God voor jou. Bijvoorbeeld een Woord van God, dat allang geleden in je geplant is en dat op het juiste moment weer te binnen wordt gebracht. Dat is het werk van de Geest.

Ik moet denken een jonge verpleegkundige op de interne afdeling, die op een heel vroege zomerochtend een patiënte wakker trof. Ze bracht haar in een rolstoel naar de andere kant van de afdeling: ‘Kom, laten we even kijken, de zon gaat zo prachtig op vanmorgen.’ ‘Ik weet helemaal niet of dat meisje gelovig is’, zei mevrouw later die dag tegen me, ‘maar ze heeft me zó goed gedaan. Dat ze op het idee kwam! Samen kijken naar een zonsopgang – het herinnerde me aan de trouw van God, die elke dag nieuw is. Zo staat het toch in Klaagliederen? Ik voel hoop en vertrouwen.’

Ik voel wel wat voor de aanwijzing van de Pinkstervoorganger om deze dingen te verbinden met de Geest van God. Profetie, niet als een vreemd, een beetje eng begrip, maar als actie van Gods Geest, die ons Woorden van God te binnen brengt en ons helpt opmerkzaam te worden op Gods aanwezigheid in het gewone leven.

Vergezocht? Augustinus sprak over de Geest van God als over de ‘kus van God’. Een kus: zo weinig het is, zoveel betekent hij. (…) Mensen merken vaak meer van God dan dat ze opmerken. Het vraagt aandacht om de dingen waarnaar we

verlangen ook te kunnen ontvangen.

Dan grijpt Van der Kooi terug op de ontmoeting met de ongeneeslijke zieke vriend:

We hadden deze tweede paasdag kunnen praten over verlangen naar genezing, over of en hoe God kan ingrijpen bij ernstige ziekte. Over de grote vraag van alle mensen wáárom en waaròm! We hadden verzeild kunnen raken in ‘hoe het toch zit met een God die liefde is en blijkbaar dingen toelaat die Hij niet kan willen’. We hadden zelfs terecht kunnen komen in de spagaat: God mag dan liefde zijn, maar hoe dan? Dat gebeurde niet, en ik was er blij om. Het gesprek werd veel spannender: we gingen op zoek naar wat we wel wisten van God.

We kunnen haast niet over deze grote dingen van ons Godsverlangen praten als we niet ook geloven dat Hij in de alledaagse dingen spreekt. Onze kerkvriend heeft zich zijn leven lang geoefend om met een open oog en open oor Gods tekens te verstaan.

Terwijl het zonlicht de kamer inkwam, zochten we naar woorden. Hoe vind je een juist woord? Hopen op een ervaring? We zeiden: het gaat erom dat we opzoeken hoe God al in ons leven geweest is. Dat willen we opmerken, tevoorschijn brengen.

Er is een woord dat in Nederlands niet bestaat: ‘tevoorschijnvroedvrouwen’. Dat gebruik ik graag. Het geeft precies aan wat gelovigen aan elkaar kunnen doen; tevoorschijn brengen wat God al heeft bereid. (…) Al voor wij spraken, heeft God gesproken; voordat wij op weg naar elkaar gingen was Gods Geest al tegenwoordig. Dat brengen we tevoorschijn. Zoals een vroedvrouw alleen maar het kind ter wereld helpt komen, zo helpen we bij elkaar tekenen van Gods aanwezigheid tevoorschijn. (…)

Ik vertel er u een verhaal van, zoals ik het heb gehoord. Een vader en een moeder hadden een zoon. Hij was nog klein toen hij ziek werd en stierf. Die vader en moeder hadden daar zo’n verdriet van dat ze de weg naar zichzelf, naar God en naar elkaar kwijtraakten. Dat gebeurt soms: dat mensen bij groot verdriet niet meer weten hoe ze leven moeten. Ze sluiten zich op, omdat het anders zo’n pijn doet.

Er was ook geluk. Er werd een jongetje geboren. Zijn vader zei: we noemen hem Sam. Van Samuel. Want zo heette een oom aan wie hij veel had gehad. Sam dus. Die oom kwam op kraambezoek. En de vader en moeder van Sam vertelden over het nieuwe geluk dat ze voorzichtig probeerden aan te pakken. De vader van Sammetje zei tegen de oude Sam: ‘Maar God, die kan me wat. Die heeft zich nooit laten zien sinds ons kleine ventje zo ziek werd. Nachtenlang heb ik geroepen, geschreeuwd, gebeden. God heeft niet gehoord.’

Samuel senior knikte begripvol en zuchtte. Hij zweeg een hele poos. Toen zei hij: ‘Maar je hebt je kleine mannetje dat nu in de wieg ligt, Samuel genoemd. Je zegt dat God niet geluisterd heeft. Ken je de betekenis van de naam Samuel? : ‘God heeft gehoord’. Jullie dachten dat God niet hoorde. Ik weet niet hoe het allemaal precies zit. Maar het lijkt me een groot geheim, deze betekenis van de naam die jullie je kleine jongen gegeven hebben: God heeft gehoord.’ Zo ontvangen we God in het alledaagse. Het is vol wonderen om ons heen.

Dit artikel, geschreven vanuit de praktijk van het ziekenhuispastoraat, nodigt uit om opmerkzaam te zijn op datgene wat God doet en wat Hij gedaan heeft. Vaak zijn we geneigd ons te richten op ‘grootse en meeslepende’ gebeurtenissen, maar de psalmdichter schrijft: ‘De HEERE is bij mij onder degenen die mij helpen’ (Ps.118). In wat wij gewoon vinden ligt het wonder verborgen.

De rust van deze zomertijd biedt ons hopelijk meer kansen om die aanwezigheid van God op te merken. Zoals de (blinde!) dichter Jan Wit verwoordt in een van zijn liederen:

Laat dan mijn hart U toebehoren en laat mij door de wereld gaan met open ogen, open oren om al uw tekens te verstaan.

G. van Meijeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

God in het alledaagse

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken