Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

BOEKBESPREKINGEN

6 minuten leestijd

Doeke Post De dood komt steeds later. Het einde van het leven in discussie. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 186 blz.; € 16, 90.Emerson Vermaat Heinrich Himmler en de cultus van de dood. Uitg. Aspekt, Soesterberg; 410 blz.; € 22, 95.

Doeke Post De dood komt steeds later. Het einde van het leven in discussie. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 186 blz.; € 16, 90.

Prof. Doeke Post heeft als oud-huisarts en emeritus hoogleraar sociale geneeskunde goed zicht op de ontwikkelingen binnen de geneeskunde en de betekenis daarvan voor de samenleving. Hij al vijftig jaar actief binnen deze sector en in die halve eeuw is er veel veranderd. Post neemt de lezer mee door de tijd. Voor de Tweede Wereldoorlog waren de medische middelen beperkt. Nadien kwam er verandering. Penicillines deden hun intrede, operatietechnieken verbeterden en orgaandonatie nam een hoge vlucht. De technische ontwikkelingen leken onbeperkt. Gevolg? De levensverwachting steeg en de dood komt steeds later. Het feit dat mensen ouder worden, kent ook een keerzijde. Het aantal chronische zieken neemt navenant toe. Denk aan dementie, de nieuwe volksziekte. Ouderen worden kwetsbaar. Frailty is een nieuw begrip binnen de ouderengeneeskunde.

De afbraak van het leven is onomkeerbaar. En daarmee ontstaat een nieuw dilemma: hoever gaat een arts door met behandelen? Of, anders geformuleerd, wanneer weet hij van ophouden?

Post gaat uitvoerig op deze thematiek in. Hij kijkt naar bewoners van verpleeghuizen, patiënten in coma, ouderen die dement worden en gehandicapte pasgeboren. Elke groep kent eigen problemen en vragen. Wie kennis wil nemen van deze ontwikkelingen, kan ik dit boek van harte aanbevelen. Het boek leest gemakkelijk en biedt veel informatie.

Veel standpunten van Post onderschrijf ik. Zijn visie dat de geneeskunde het lijden soms doet toenemen, zeg ik hem na. In mijn werk als verpleeghuisarts propageer ik met regelmaat dat artsen eerder moeten stoppen met behandelen. Een mens mag toch ook een keer overlijden?

Verder gaat Post uit van het adagium ‘eerbied voor het leven’ (Albert Schweitzer), wat ik eveneens belijd. Maar wanneer het over euthanasie gaat, gaat hij een stap verder dan ik. Post laat in sommige lijdensvolle omstandigheden de mogelijkheid van euthanasie open. Persoonlijk zie ik geen uitzonderingen, hoe moeilijk sommige situaties ook zijn. Sterker nog, in de bijna 25 jaren die ik in deze sector werkzaam ben, heb ik euthanasie nooit nodig gehad om onbehandelbaar lijden te bestrijden.

Voor de duidelijkheid: euthanasie is niet hetzelfde als afzien van of stoppen met een behandeling. Natuurlijk kent Post dit verschil, maar hij bespreekt het niet expliciet. Nog lastiger wordt het beleid van Post bij demente ouderen. Hij laat zich leiden door de triestheid en uitzichtloosheid van dit ziektebeeld. Hij verwijst dan naar artikelen en boeken van Bert Keizer en Anne-Mei The. Dat deze auteurs kennis van zaken hebben, zal ik niet betwijfelen. Maar hun visie is uiterst sceptisch.

Anne-Mei The noemt het verpleeghuis een ‘wachtkamer van de dood’. Zelfs mijn Rotterdamse collega’s herkennen zich niet in haar beschrijving.

Door deze triestheid van het dementieproces te benadrukken, zet Post een bepaalde deur open die ik graag dicht wil houden. Want de discussie over euthanasie bij demente ouderen zal onvermijdelijk komen. Omdat deze groep zo kwetsbaar is, moeten we hier uiterst zorgvuldigheid mee omgaan. Zijn pleidooi voor wilsverklaringen en het aanstellen van gevolmachtigden is mijns inziens onvoldoende.

Nog één opmerking. Post verwijst enkele malen naar het boek Hij had beter dood kunnen zijn van Gerben van Loenen. Van Loenen laat in dit boek duidelijk zien dat wij gemakkelijk oordelen over het leven van anderen, met een beroep op het zelfbeschikkingsrecht. De redenatie is als volgt: ‘Ik zou nooit zo gehandicapt willen zijn als hij en daarom vind ik zijn leven zinloos.’

Post signaleert deze ontwikkeling eveneens, maar doet er niets mee. Zo schrijft hij neu­

traal over het Groninger Protocol (wat een arts moet doen bij pasgeborenen met een open ruggetje), terwijl juist bij die patiëntengroep blijkt hoe de beoordeling van artsen en patiënten verschillen. Toen aan artsen werd gevraagd aan het leven van patiënten met een open rug

te waarderen, gaven ze een 2, 7. Toen dezelfde vraag werd gesteld aan de patiënten zelf, gaven ze een 8, 3.

Samenvattend is het boek van dr. Post zeer informatief. Ik deel de grote lijnen, maar op bepaalde punten gaan onze wegen uiteen.

A.A.Teeuw, Ridderkerk

Emerson Vermaat Heinrich Himmler en de cultus van de dood. Uitg. Aspekt, Soesterberg; 410 blz.; € 22, 95.

Twee maal namen we in de rubriek Globaal bekeken een luguber fragment op over bezoeken van Heinrich Himmler, ‘Hitlers belangrijkste handlanger’, aan de gaskamers van Hitlers vernietigingkampen.

Emerson Vermaat schreef nu een vuistdikke biografie over ‘een van de grootste massamoordenaars aller tijden’. Vermaat is onderzoeksjournalist en was lange tijd werkzaam bij de documentatieafdeling van de EO. Hoe grondig Vermaat daarbij te werk is gegaan, mag blijken uit het feit dat het boek 839 voetnoten (31 pagina’s) bevat. In totaal 70 pagina’s worden in beslag genomen door foto’s, bijlagen en een persoonsregister. Hoofdstuktitels als Heinrich Himmler: van puber tot massamoordenaar, De SS als pseudoreligieuze orde van de dood en Himmler – de eerste Holocaustontkenner: ‘Wij zullen er nooit in het openbaar over spreken’ illustreren treffend de inhoud.

Verder komen Himmlers confrontatie met kerk en christendom en zijn fascinatie voor oosterse religies, de islam, de astrologie en het occultisme aan de orde. In de islam bewonderde hij de doodsverachting waarmee sommige moslims ten strijde trokken om als ‘martelaren’ te sterven.

Met meer dan gewone belangstelling las ik het hoofdstuk waarin de grootmoefti van Jeruzalem Haj Amin Al-Husseini expliciet ter sprake komt. In 1921 werd deze Mohammed Amin grootmoefti van Jeruzalem. Een jaar later werd hij president van de Opperste Moslimraad die de religieuze aangelegenheden van de Palestijnse gemeenschap behartigde.

Hij werd de drijvende kracht achter het Palestijnse nationalisme en een aanjager van de Jodenhaat, met als gevolg bloedbaden onder de Joodse bewoners van de stad voor en in de Tweede Wereldoorlog.

In november 1941 reisde hij naar Berlijn waar hij eerst Joachim von Ribbentrop ontmoette en daarna Hitler. Hij voegde Hitler toe dat Duitsland de oorlog zou winnen, mede ‘omdat de Almachtige nooit zal toestaan dat een onrechtvaardige zaak de overwinning behaalt.’

Op 4 oktober 1944 hield hij een rede voor de imams van de Bosnische SS-divisie. Daarin zei hij: ‘Na de machtsovername door de nationaalsocialisten is de vriendschap tussen moslims en Duitsers veel hechter geworden, omdat er tussen het nationaalsocialisme en de islamitische visie op de wereld veel parallellen zijn.’

Ik acht vooral dit hoofdstuk van belang met betrekking tot de hedendaagse Midden Oostenproblematiek. Het bewind van de grootmoefti duurde tot 1948, het jaar waarin de staat Israël werd uitgeroepen. De grootmoefti is verantwoordelijk gesteld voor de vlucht van duizenden Palestijnen. Die geschiedenis wordt vandaag in Israël-onwelgevallige kringen, vooral ook onder de new historians, naar de achtergrond gedrongen, ontkend of verbogen.

Het boek van Vermaat leert dat de grootmoefti nauwe banden onderhield met de gewelddadige antisemiet Himmler, wiens leven en (gruwelijke) werk in deze biografie helder wordt beschreven. Daarom heeft het boek van Vermaat niet alleen een historische, maar ook een actuele betekenis.

J. van der Graaf , Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken