Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Medische vragen rond einde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Medische vragen rond einde

Wilsverklaring bewijst opsteller en arts dienst

8 minuten leestijd

Meer dan vroeger plaatst de medische wetenschap een christen voor vragen. In het bijzonder praktische en ethische vragen over medisch handelen. Een wilsverklaring helpt om op moeilijke vragen rond het einde voorbereid te zijn.

Mag een christen een arts vragen om in situaties van ondraaglijk lijden een einde te maken aan het leven? Of mag een christen over zijn eigen leven beschikken? Hoe moet worden omgegaan met de verschillende levensvragen op het gebied van de gezondheidszorg? Steeds meer moet een christen zich verantwoorden en uitleggen wat zijn geloof betekent als het gaat om vragen over leven en dood. Bij al deze vragen speelt de pastor een belangrijke rol. Hij kan niet om de ethische problemen van zijn gemeenteleden heen. Als het goed is verplaatst de pastor zich in het voelen en lijden van de ander. Hij heeft een band met deze mens en wil hem met geestelijke raad en daad bijstaan. De pastor moet zich dan ook afvragen hoever hij mag gaan in het uitbrengen van advies. Hoe moet ik mij opstellen, en wat mag ik als doel stellen als het bijvoorbeeld gaat om een levenswensverklaring?

Wilsonbekwaam
Voordat een arts een medische behandeling begint moet hij de patiënt om toestemming vragen. Die toestemming kan alleen worden gegeven als de patiënt in staat is om zijn wil te bepalen. Dit kan een probleem zijn. Door wilsonbekwaamheid kan een patiënt niet in staat zijn om zijn wil kenbaar te maken. Denk aan dementie, coma, hersenbloeding of een verkeersongeluk. Juist op die momenten moeten er beslissingen worden genomen over een eventuele medische behandeling. Hoe moet dan worden gehandeld? Voor die situaties bestaat er een levenswensverklaring. Een levenswensverklaring is een schriftelijke wilsuiting waarin iemand aangeeft welke medische behandeling hij wenst te ontvangen wanneer hij niet meer in staat is om zijn eigen wil kenbaar te maken. Een formulier van levenswensverklaring kan worden aangevraagd bij de Nederlandse Patiënten Vereniging. Zo’n verklaring is dus vergelijkbaar met een testament voor de momenten waarop de patiënt niet meer voor zijn belangen kan opkomen. Door middel van de levenswensverklaring kan de patient aangeven welke zorg hij aan het einde van zijn leven wenst te ontvangen. Welke medische besluitvorming moet meetellen? Tegelijk kan hij in de levenswensverklaring een vertegenwoordiger aanwijzen, die namens hem het woord voert als hij dat zelf niet meer kan. Een arts is echter niet gebonden aan de levenswensverklaring. Als de arts oordeelt dat de gevraagde behandeling medisch zinloos is, dan is hij niet verplicht om aan het verzoek van de patiënt te voldoen.

Gods beeld
De vraag die een christen hierbij kan hebben is of hij, als hij gezond is, al een levenswensverklaring mag afgeven. Wanneer wij het leven zien als een geschenk van God, dan willen wij de beschikking over ons leven niet in eigen handen nemen. Toch valt er nog heel wat te beslissen rondom het levenseinde. Een christen heeft de opdracht om naar eer en geweten voor het leven te zorgen. Wij belijden met de Heidelbergse Catechismus (zondag 5) dat God de mens goed en naar Zijn evenbeeld heeft geschapen. Dat is de waarde van het leven voor een christen. Hij is geschapen door God, naar Gods beeld en gelijkenis, in gerechtigheid en heiligheid. Wij moeten ook constateren dat dit beeld van God door de zondeval is geschonden. Wij leven in een gebroken wereld met allerlei moeite, verdriet, lijden en pijn. Dat wil echter nog niet zeggen dat het leven daardoor van zijn waarde is beroofd. Je kunt niet zeggen: het lijden maakt een mens onwaardig om te leven en daarom moet het leven maar worden beeindigd of de behandeling worden gestopt. Levensbeëindiging is geen middel om het lijden op te heffen; een medische behandeling moet erop zijn gericht om de kwaliteit van het leven te verbeteren. Als er een mogelijkheid is om iemand te behandelen, ook al blijft diegene daarbij zekere moeite niet bespaard, kan een behandeling goed zijn. Denk aan een chemotherapie. Je wordt er wel ziek van, maar je hoopt op beterschap. Die beterschap kun je bij een stervende echter niet meer verwachten. Je mag dan denken aan een goede afronding van het leven. Een mens mag niet de gelegenheid worden onthouden om op goede wijze te sterven. Hij moet gelegenheid krijgen om zijn eigen dood te aanvaarden.

Vertegenwoordiger
Het is dan ook een goede zaak als mensen vooraf hun wil kenbaar maken door middel van een levenswensverklaring. Door het standpunt over het levenseinde helder en zorgvuldig te formuleren bewijst je jezelf en de arts een dienst. De arts weet dan hoe zijn patiënt over het levenseinde denkt. Voor de patiënt is een wilsverklaring een goede aanleiding om met de huisarts een gesprek over het levenseinde te voeren. Daarbij is het wenselijk dat de levenswensverklaring goed wordt doorgesproken met de echtgenoot, kinderen, gezinsleden of familieleden. Het is ook goed om uit deze kring een vertegenwoordiger aan te wijzen.

Zuurstof
Hoe kunnen wij onze mening nu op een verantwoorde wijze vormen? Als een medische behandeling zinloos is geworden, moet de behandeling dan worden gestopt? Bijvoorbeeld door het stoppen met toedienen van zuurstof ? Als deze behandeling wordt stopgezet, zal daarop de dood volgen. Bij het beantwoorden van deze vragen moeten wij ons realiseren dat het staken van de behandeling niet bedoeld is om de dood te bespoedigen. Het doel van het stopzetten van de behandeling is de mens op een waardige wijze te laten sterven. De arts vraagt mij bijvoorbeeld: ‘Zou u gereanimeerd willen worden als u tijdens de behandeling een hartstilstand krijgt?’ Daarop kan ik antwoorden dat ik niet wens te worden gereanimeerd indien er na reanimatie geen kans meer op herstel is. Medisch gezien is het dan zinloos om te reanimeren. Mijns inziens is dit antwoord geoorloofd. Maar als na reanimatie de kans op herstel blijft, dan staat een besluit om niet te reanimeren naar mijn mening haaks op de christelijke belijdenis dat wij zolang mogelijk moeten zorgen voor het leven dat door God is gegeven. Kortom, bij onze overwegingen over de beschermwaardigheid van het leven moeten wij redelijk zijn.

Derde weg
De keuze is moeilijk. We komen als het ware tussen twee vuren in te staan: levensverlenging of levensbeëindiging? Hier voel je de spanning. Als pastor wil ik daarom graag een derde weg voorstellen, namelijk stervensbegeleiding. Dat is: de stervende ruimte bieden om open te staan voor de dood. Daarbij is de pastor de patiënt van dienst en mag hij niets aan de patiënt opleggen. Stervensbegeleiding laat de stervende het recht op zijn eigen dood. Begrijp mij goed, ik bedoel niet zelfdoding, maar de ruimte voor de stervende om gestalte te geven aan zijn stervensproces. In onze laatste levensfase kunnen wij heen en weer worden geslingerd tussen hoop en vertwijfeling. Verbetering en verdere verslechtering van onze gezondheid kunnen elkaar afwisselen. In die situatie is pastorale begeleiding een steun die wij als mensen aan elkaar kunnen geven. Dit proces wordt mede door de arts met pijnbestrijding en medisch handelen begeleid en ondersteund. De betrokkenheid van de arts blijkt doordat hij onze menselijke waardigheid respecteert. Die waardigheid gaat niet verloren door lichamelijke zwakheid.

Geloof
Voor de pastor zal de menselijke waardigheid het uitgangspunt zijn voor de geestelijke begeleiding. Gedurende de tijd van zwakte dient de pastor te spreken over het geloof. Juist als het gaat om de vrees voor de dood. Hij omzeilt de angst van de patiënt niet, maar gaat daar troostvol op in. Hij vestigt het oog op de beloften die God in Zijn woord heeft gegeven. Dan gaan ze samen in gebed. Daarbij helpt een goede relatie tussen de patiënt en de pastor. Het toegroeien naar deze derde weg kan alleen als de mens zijn dood tegemoet treedt en aanvaardt zoals God voor hem/haar heeft beschikt. Als wij bewust onze eigen dood onder ogen zien of met het sterven van anderen worden geconfronteerd, dan blijft de vraag over: wat is mijn enige troost? Het kind van God antwoordt dan: dat ik het eigendom ben van Christus (HC zondag 1). Als wij ons hart zo openstellen voor onze dood, leren wij ons sterven te aanvaarden en zijn wij dankbaar voor elke nieuwe dag. Dan is elke morgen een geschenk. In het loslaten van onszelf leren wij God vertrouwen. Een getroost leven en sterven sluit onze verantwoordelijkheid niet uit. Daarbij hoort ook het nadenken over het invullen van een levenswensverklaring. Wij hebben de plicht om elkaar te helpen. Om de menselijke waardigheid te bevorderen, juist door middel van christelijke normen en waarden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Medische vragen rond einde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken