Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Bijbel over mens zijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Bijbel over mens zijn

Ons lichaam [2]

6 minuten leestijd

Onze belijdenisgeschriften hebben aandacht voor de mens in zijn lichamelijkheid. Maar hoe moeten we dat verstaan? Het lijkt erop dat er twee mogelijkheden zijn: die van Plato of van Aristoteles.

De gangbare woorden in het Oude en Nieuwe Testament voor de mens en zijn ziel en lichaam zijn niet eenvoudig te vertalen. Woorden als nèfesj (ziel), bâsâr (vlees), roeach (geest), leb (hart) in het Oude Testament en sôma (lichaam), psychè (ziel), pneuma (geest) en sarx (vlees) in het Nieuwe, kunnen afhankelijk van het verband waarin ze staan een veelheid aan betekenisnuances hebben (zie kader). Dat maakt dat een tweedeling tussen lichaam en ziel op grond van het woordgebruik in de Bijbel niet voor de hand ligt. Sterker nog, er wordt als het er op aankomt helemaal geen strakke scheidslijn tussen lichaam en ziel getrokken. De gebruikte woorden kunnen in belangrijke mate in betekenis overlappen.

Gezichtspunt
Dat voert tot de conclusie dat de woorden voor lichaam en ziel niet zozeer slaan op delen van de mens, maar dat deze de mens onder een bepaald gezichtspunt stellen. Niemand denkt bij teksten over het lichaam als tempel van de Heilige Geest (Rom.12:1, 1 Kor.6), dat het alleen maar om de buitenkant gaat. In Genesis 1 en 2 wordt het bijzondere van het menselijke daarom ook niet gefi xeerd op het hebben van een ziel, maar gefundeerd in de relatie tot de Schepper. Een verbond dus, om zich van daaruit te verhouden tot alle verbanden die met de schepping gegeven zijn, op een wijze die de verbondsverhouding in liefde tot de Schepper refl ecteert. De uitdrukking ‘levende ziel’ is trouwens in het scheppingsverhaal al gevallen voordat de mens tot levende ziel geschapen wordt – tot ‘een levend wezen’, leest de herziene Statenvertaling. Kennelijk is dat ‘levende ziel’ zijn dus niet zozeer het speciale aan de mens. De menselijke natuur wordt niet beschreven in essenties, maar in relaties, als verbondspartner en in gemeenschap van personen, ook in seksuele zin, in zorg voor de ganse schepping, als representant van de Schepper.

Het verband
Het probleem lijkt dan ook niet zozeer te zitten in het verstaan van de Hebreeuwse en Griekse woorden, maar in het kader of verband waarin die woorden geplaatst worden. Dan zijn er feitelijk twee mogelijkheden die ons uit de
filosofie en haar Griekse wortels het meest bekend zijn. De eerst is de lijn van Plato: het denken en de geest vormen de onsterfelijke ziel, die deel heeft aan een hogere wereld. Daarnaar te streven is het hoogste doel. Lichaam en zinnelijkheid zijn niet meer dan de boeien die ons daarin belemmeren. Sôma (lichaam) is het graf van de ziel, aldus deze lijn van denken. Daarmee is lijn van het idealisme geboren. Daartegenover is er de aristotelische lijn: de twee-eenheid van vorm en materie, die ook geldt voor lichaam en ziel. De ziel is het vormprincipe van het lichaam, ze kunnen niet zonder elkaar. Dat is de lijn van het realisme. Ik formuleer het hier nogal kort door de bocht, maar de twee lijnen maken veel verschil. Zo is de idealistische lijn gemakkelijk in preken te herkennen als het gaat om het tegenover elkaar stellen van het inwendige en het uitwendige. Vaak horen we dan dat het inwendige het is waar het om gaat en dat het uitwendige vergaat – en dat laatste is maar goed ook. De ziel is het hogere, het lichaam het lagere. Dat idee leidde bij de Korinthiërs al tot een vreemd soort van levenshouding: met het lichaam kun je doen wat je wilt – hoererij of wat dan ook – want het doet er toch niet toe. Paulus grijpt dan in en noemt het lichaam tempel van de Heilige Geest – daar kun je dus maar niet mee doen wat je wilt. Er zijn predikers die vol weten te houden en als volgt verder gaan. Jawel, het lichaam is een tempel van de Heilige Geest, maar bestond de tempel niet uit drie delen? Allereerst de voorhof, de plaats van de uiterlijke verering. Het lichaam is als die voorhof. Dan komt het heilige, waarin alleen priesters mochten binnengaan. Dat is de plaats van de wedergeboren ziel en het innerlijk leven. En het heilige der heilige geldt dan als de plaats van de Allerhoogste, de plaats van de geest die zich richt tot God. Dat is beslist mooi en vroom, en de boodschap is duidelijk, het lichaam is ook als tempel van de Heilige Geest het mindere, waarvan wij verlost moeten worden. Ik vrees echter dat het gebruikte beeld in het geheel niet klopt en afbreuk doet aan de bedoeling van de apostel.

Andere richting
Zouden we niet in een andere richting moeten kijken? Indien het lichaam tempel van de Heilige Geest is, staat het de mens dan vrij om door een chronisch suïcidale daad als roken – lees het pakje! – zijn of haar lichaam in gevaar te brengen? Is het in dit verband dan niet juist een blijk van christelijke naastenliefde om in de gemeente – wat echt gebeurde – een cursus ‘Stoppen met roken’ te organiseren? En wisten wij, omdat het lichaam tempel van de Heilige Geest is, niet allang voordat de wereld het bedacht had, dat ‘veilig vrijen’ het devies is voor een gezonde relatie, namelijk dat je je houdt bij die ene je van God gegeven partner? Daarmee heb ik meteen het exclusieve van het genieten van seksuele gemeenschap benoemd: overgave en verbondenheid die je maar met één mens kunt aangaan. De verleiding van het idealisme en de neiging tot dualisme (tweedeling) liggen alletwee op de loer. Dit ten koste van het lichaam en ten koste van de seksuele beleving.

---
Lichaam en ziel in de Bijbel
De in het Oude en Nieuwe Testament gangbare woorden voor de mens en zijn ziel en lichaam zijn niet één op één over te zetten. We vertalen nèfesj doorgaans met ziel, maar het kan evengoed met leven, persoon, adem, innerlijk, zelf, verlangen, en ook nog met keel (strottenhoofd) vertaald worden. Bâsâr, wat wij vertalen met vlees, lichaam, kan ook huis, vlees om te eten (meat (eng.)), mens (als soort) of ook dier (als soort) betekenen. Neem leb (hart), dat kan ook geest (mind (eng.)), geweten, innerlijk leven beduiden. En roeach betekent niet alleen wind, adem, maar het kan ook slaan op het cognitieve aspect, de wil, dispositie, en geest. Nèfesj kan op de hele persoon slaan met zijn verlangens en emoties, en is dus niet beperkt tot een innerlijk deel van de mens in tegenstelling tot een uiterlijk deel. Zo kan het ook voor dieren gebruikt worden. En bâsâr staat soms parallel aan nèfesh, waarbij het accentverschil inderdaad het uitwendige en inwendige betreft, maar niet als twee los van elkaar te verkrijgen delen. Bâsâr hoeft ook niet alleen op het vleselijke aspect te slaan. Bâsâr en nèfesj zijn twee aspecten van ’s mensen ene bestaan, een twee-eenheid. Ook leb, hart, kan op het hele bestaan slaan, of soms op het meest centrale van dat bestaan, of soms op waarneming. Met de Griekse woorden is het niet anders gesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De Bijbel over mens zijn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken