Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

‘Wij geloven en belijden’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

‘Wij geloven en belijden’

Acht karakteristieken van De Brès’ geschrift

9 minuten leestijd

De Nederlandse Geloofsbelijdenis is een goudmijn. Het geschrift geeft uitdrukking aan de diepste overtuiging van de Guido de Brès, maar ook van de kerk. Acht karakteristieken van dit geloof op een rij, in een poging het goud te delven.De Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB) is een van onze belijdenisgeschriften. Dat wil zeggen dat hij – heen wijzend naar de Bijbel en dus in afgeleide zin – een norm en bron voor ons geloof is. Wie leert luisteren naar wat deze wijze gids ons biedt, merkt dat er sprake is van een goudmijn. Nu is het duidelijk te merken dat de NGB de trekken draagt van de tijd van zijn ontstaan en daarom bijvoorbeeld nauwelijks aandacht besteedt aan onderwerpen als Israël en de zending. Maar dat contextuele element onderstreept juist de authentieke betekenis van het geloof dat in de NGB wordt beleden.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB) is een van onze belijdenisgeschriften. Dat wil zeggen dat hij – heen wijzend naar de Bijbel en dus in afgeleide zin – een norm en bron voor ons geloof is. Wie leert luisteren naar wat deze wijze gids ons biedt, merkt dat er sprake is van een goudmijn. Nu is het duidelijk te merken dat de NGB de trekken draagt van de tijd van zijn ontstaan en daarom bijvoorbeeld nauwelijks aandacht besteedt aan onderwerpen als Israël en de zending. Maar dat contextuele element onderstreept juist de authentieke betekenis van het geloof dat in de NGB wordt beleden.

Extra lading
Terwijl de Heidelbergse Catechismus als leerboekje het karakter draagt van een gezamenlijk project (1563) en de Dordtse Leerregels resultaat zijn van diepgaande synodale bezinning (1619), is de NGB een werk dat in de nood geboren is. Terwijl de woorden van de belijdenis uit de pen van Guido de Brès vloeien, vloeit het bloed van zoveel martelaren die gedood worden om hun geloof. Dat merk je door heel de belijdenis heen, vooral in het laatste artikel over de wederkomst (37). In de brief aan koning Filips II, die De Brès aan zijn belijdenis toevoegt, zegt hij het zo: ‘Indien u uw arm uitstrekt om hem in het bloed van zoveel mensen te dopen, o God, welk een verwoesting zult u dan onder uw onderdanen teweegbrengen, wat voor wonden in uw volk, wat voor tranen, zuchten, kermen van vrouwen, kinderen, verwanten en vrienden.’ Dat de NGB in en uit deze nood geboren is als een moedige stem van de gereformeerden in het midden van de zestiende eeuw in de Zuidelijke Nederlanden, geeft hem extra lading en zeggingskracht. Dat het niet alleen maar gaat om de stem van Guido de Brès, maar dat hij stem geeft aan het geloof van de gemeenschap (de kerk) (commun accord: gemeenschappelijk belijden), onderstreept de waarheid hiervan.

Karakteristiek
Vanuit dit perspectief noem ik – zonder volledig te zijn – enkele punten die we karakteristiek kunnen noemen voor de NGB. In de eerste plaats is er sprake van een persoonlijk geloof. De NGB is geen dogmatiek, waarin de waarheden van het geloof systematisch worden samengevat, maar een geloofsbelijdenis, waarin het existentiële karakter van het geloof telkens voelbaar is. Ik denk alleen al aan de uitdrukking waarmee de artikelen steeds beginnen: ‘Wij geloven en belijden’. Dat wil zeggen: in de geloofsrelatie met Christus geven wij uitdrukking aan onze diepste overtuiging en wij spreken die openlijk uit, ook al is ons dat verboden en kost het ons leven. Hier staan wij, wij kunnen niet anders.

Verbond
Een verborgen gouden draad die we bij dieper tasten in de NGB aantreffen is de notie van het verbond, al wordt de term zelf nauwelijks gebruikt. Het gaat om de relatie tussen de drie-enige God en de mens. Een relatie die in de schepping is begonnen, door de mens is verbroken en door God in Zijn genade wordt hersteld. Deze herstelde relatie wordt een nieuwe werkelijkheid in ons leven doordat de Heilige Geest het geloof en de wedergeboorte in ons hart bewerkt. Er is dus voortdurend sprake van de relatie tussen God en mens, of het nu gaat om de vraag wie God of wie de mens is, of wat de kerk is.

Geen nieuwe leer
Een derde karakteristiek is dat de NGB duidelijk wil maken dat de gereformeerden als volgelingen van Calvijn geen nieuwe leer voorstaan, maar van harte en helemaal instemmen met het geloof van de kerk der eeuwen, het katholieke geloof. De koning en de Rooms-Katholieke Kerk moeten niet denken dat de gereformeerden nieuwlichters zijn, maar zij willen terugkeren tot het geloof van de Vroege Kerk en haar belijdenis. In artikel 9 worden daarom de belijdenissen van de Vroege Kerk expliciet genoemd, waarbij ook de dwalingen die de kerk der eeuwen altijd heeft bestreden, worden afgewezen. Impliciet horen we hierin een oproep aan koning en kerk: keer terug tot het bijbelse geloof dat ons door de concilies en kerkvaders is overgeleverd.

Vader, Zoon en Geest
In dat licht worden de kernen van het geloof uiteengezet volgens een trinitarische structuur: het gaat steeds over het werk van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Kenmerkend is dat bij het werk van de Heilige Geest ook de heiliging brede aandacht krijgt. De NGB spreekt hier over de wedergeboorte (art.24). Ten diepste horen we in de NGB dezelfde klanken als in het gedeelte van de Heidelbergse Catechismus over de dankbaarheid. Die heeft betrekking op alle terreinen van het leven van de christenen.

Christelijke hoop
Op de voorkant van de NGB heeft De Brès een bijzondere tekst geschreven, namelijk 1 Petrus 3:15: ‘Wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en eerbied’ (geciteerd volgens de HSV). Het is die christelijke hoop van de gelovigen in de eerste Petrusbrief die in de NGB terugkeert – een vijfde kenmerkend element. Er is hoop na de zondeval (art.17: God troost de gevallen mens); hoop door het verzoeningswerk van Christus (art.26: wie heeft ons meer lief dan Christus Jezus?); hoop op de toekomst (art.37: God keert de rollen om en doet recht aan de verdrukten en straft de verdrukkers). Het is die hoop waarover je ook leest in de ontroerende afscheidsbrieven van De Brès in zijn gevangenschap en waarvan hij getuigt vlak voor zijn terechtstelling op de vroege zaterdagmorgen voor Pinksteren 1567 in Valenciennes.

Gezag van de Bijbel
De NGB besteedt veel aandacht aan het geschenk en het gezag van de Bijbel (art.3 t/m 7). Daarin brandt een diepe gloed, de gloed van het wonder. We merken dat aan een uitdrukking als: wij ontvangen deze boeken (art.5). De Bijbel was voor Guido tot dusver een gesloten boek geweest. En nu mag hij de Schrift openen. We zien als het ware De Brès in zijn schuilplaats in Tournay (Doornik) zitten met de Bijbel in zijn handen. Hij staat op en roept vol verwondering uit: Wij ontvangen deze boeken. Wat een genade dat hij de Bijbel nu zelf mag openen en kan lezen.

Wettig gezag
Een voornaam punt in de NGB is de visie op de overheid als dienares van God (art. 36). Hiermee neemt De Brès principieel afstand van de wederdopers, die de overheid niet erkenden als het wettige gezag. Waar dat op kan uitlopen is gebleken in Munster, waar dopersen de komst van het Godsrijk dachten mee te maken, maar waar alles uitliep op een debacle. Voor revolutie hoeven we bij de gereformeerden niet bang te zijn. Zij verwerpen die zelf met heel hun hart. De NGB, die in veel dingen op de Franse Geloofsbelijdenis van 1559 lijkt, is op dit punt veel stelliger. Het heeft alles te maken met het misverstand dat gereformeerden een soort oproerkraaiers zouden zijn.

Kloppend hart
Het achtste en laatste element dat ik noem is het geloof in Jezus Christus als de Zaligmaker van schuldige zondaren. Het is het kloppende hart van deze belijdenis. Rondom dit hart zijn alle artikelen gegroepeerd, als een thema dat in allerlei variaties terugkeert. In de rechtvaardigingsleer: alleen door het geloof in Christus wordt de goddeloze gerechtvaardigd. Ook in de verkiezingsleer: in de lijn van Calvijn wordt in artikel 16 het wonder van de verkiezing bezongen. Het is een verkiezing in Jezus Christus. Met andere woorden: in Christus ligt onze eeuwige verkiezing vast. Ook in de leer van de kerk, de sacramenten en de laatste dingen (de eschatologie) vormt het heilswerk van Christus de ziel. De NGB eindigt daarom in de climax: ‘Daarom verwachten wij die grote dag met groot verlangen om ten volle te genieten de beloften van God in Jezus Christus onze Heere.’

Gespreksvragen
1. Hoe belangrijk is het voor u dat het in de NGB maar niet gaat om waarheden, maar om persoonlijk geloof? Wat maakt het verschil?
2. Lees artikel 17. Hoe klopt hierin het hart van het Evangelie? Herkent u dat wonder?
3. God regeert. Hoe wordt dat zichtbaar in de artikelen 36 en 37? Wat betekent dat voor ons geloof vandaag?

---
Politieke betekenis
De Nederlandse Geloofsbelijdenis heeft een onmiskenbare politieke betekenis in artikel 36. Dat stelt dr. K. van der Zwaag, die is gepromoveerd op een studie over dit artikel van de NGB. ‘In artikel 36 wordt uitgesproken dat de ‘goede God’ de overheid instelt om het kwaad en de ongebondenheid van de mensen te bedwingen. Daarnaast heeft de overheid de roeping om de hand te houden aan ‘de heilige kerkedienst’ en afgoderij en valse godsdienst te weren. Die laatste passage heeft in de geschiedenis verzet opgeroepen als onverenigbaar met geestelijke vrijheid en de scheiding van kerk en staat. Het geloofsartikel verwoordt echter de kern van de reformatorische overheidsopvatting, namelijk dat de overheid hoedster is van beíde tafelen van Gods wet.’ Het zogenoemde theocratisch beginsel houdt volgens Van der Zwaag een nauwe samenwerking tussen kerk en staat in. ‘Beide behouden hun eigen aard en verantwoordelijkheid, maar zij zijn op elkaar aangewezen als het gaat om hun gemeenschappelijk doel: de doorwerking van Gods Woord in geheel het leven. Ondanks de huidige grondwettelijke vrijheid van godsdienst is het zaak om blijvend kritisch te staan tegenover de zogenaamde neutraliteit van de overheid. Het beginsel van dit geloofsartikel in de NGB verwoordt een kerk die publiekelijk haar geloof belijdt en ook de overheid op dit geloof aanspreekt, in weerwil van welke realiteit dan ook.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘Wij geloven en belijden’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2011

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken