Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Punten horen niet bij het ambt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Punten horen niet bij het ambt

Synode spreekt over permanente educatie

6 minuten leestijd

De synode zal komende week in een laatste ronde spreken over de permanente educatie van predikanten en kerkelijk werkers. Als de morele verplichting tot studie inderdaad verandert in een formele, dan is het de vraag welke visie op het ambt daarachter schuilt.

Tijdens consideraties, voorlichtingsbijeenkomsten en in de media is uitvoerig en diepgaand over de voorstellen voor permanente educatie gesproken. Het traditionele studieverlof verdwijnt, in de voorstellen is sprake van een persoonlijk studieplan met een puntenregeling. Als de kerk zich bezint op de voortgaande studie van haar dienaren en daarbij ook spreekt over de daarbij behorende verplichtingen en mogelijkheden, zijn drie wezenlijke thema’s aan de orde. In de eerste plaats staan de voorstellen voor permanente educatie in het licht van professionalisering en deskundigheidsbevordering. De kerk volgt hierin maatschappelijke ontwikkelingen. In tal van beroepsgroepen geldt een certificering die mede afhankelijk is van volbrachte en verplichte nascholing. Aan keurmerken en certificaten kunnen burgers vertrouwen ontlenen – het ontbreken van deze verworvenheden wekt, omgekeerd, wantrouwen. Helaas is dat wantrouwen soms gerechtvaardigd, getuige de fouten die door onprofessioneel handelen en onkunde veroorzaakt zijn. Anderzijds ontdekken allerlei organisaties dat je professionals niet aan banden moet leggen, maar een zekere vrijheid geven.

Ambt, geen vak
De kerk mag aan de dienaren van het Woord hoge eisen stellen, ook op wetenschappelijk gebied. De gemeente moet weten dat haar herders en leraars op een bekwame wijze met de noden en vreugden van de kudde kunnen omgaan. Wanneer de kerk toeziet op het werk van haar dienaren, dient zij hen echter niet in de eerste plaats te toetsen als professionals, maar als ambtsdragers. In de proponentsbelofte neemt een predikant de plicht op zich om in al zijn arbeid een getrouwe dienaar en getuige van het heil in Jezus Christus te zijn, niet om een professionele beroepskracht te zijn die belooft zijn studie bij te houden. Paulus schrijft aan Timotheüs: ‘Overdenk deze dingen, leef erin, opdat uw vorderingen op elk gebied openbaar worden. Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen. ’ (1 Tim.4:15,16) Hier staat de voortgaande educatie duidelijk in een ambtelijk licht, gericht op het heil van de gehele gemeente. Professionalisering op zichzelf is nog geen zegen. Laat de kerk vooral spreken over de vervulling van een ambt, niet van een vak.

Hijgend hert
Ten tweede. De kerk heeft altijd gesproken over een morele verplichting tot studie, en terecht. In kerkordeartikel 13-20-1 spreekt de kerk uit dat de predikant geroepen is de theologische wetenschap te blijven beoefenen. Om die morele verplichting na te komen, is onder andere het studieverlof in het leven geroepen. Veel predikanten hebben hieraan gewetensvol en met zegen invulling gegeven. Als in de voorstellen voor permanente educatie sprake is van een puntensysteem, wordt hiermee een nieuw en vooral wezensvreemd element in het predikantschap geïntroduceerd. Een predikant is verplicht om in een periode van vijf jaar vijftien erkende studiepunten te laten registreren. Dat betekent dat de morele verplichting tot studie is veranderd in een formele verplichting. Verdraagt zoiets zich met het ambt? Welke visie op het ambt schuilt hierachter? Predikanten zijn geroepen om in het Woord te arbeiden. Daarbij is (gelukkig!) geen sprake van formele doelstellingen waaraan zij moeten voldoen, aan targets die gehaald moeten worden. Wij zijn er altijd dankbaar voor geweest dat we op 31 december niet hoeven aan te tonen dat we dat jaar een minimumaantal van 250 pastorale gesprekken hebben gevoerd, ten minste twintig kinderen hebben gedoopt, een quotum nieuwe lidmaten hebben bevestigd, laat staan dat wij een x-bedrag aan giften hebben meegekregen. Als wij zo ons ambt moesten vervullen, zouden we ons geen ambtsdrager meer voelen maar een hijgend hert dat door prestatiedruk, punten en cijfers de jacht niet lang meer kan ontkomen. We zouden het meer dan winst vinden als de kerk over permanente educatie blijft spreken in het kader van een morele plicht, verbonden aan de waardigheid van het ambt.

Zwakte?
Dit brengt bij het derde thema. Als de kerk besluit tot een formele verplichting tot voortgaande studie door invoering van een puntensysteem, is het gevaar groot dat predikanten op formele gronden zwaar gestraft worden. Zit daar geen zwakte in onze kerk? Zodra een ambtsdrager of een gemeente niet voldoet aan formeel gestelde eisen, is de kerk rigoureus in haar maatregelen. We denken bijvoorbeeld aan het niet nakomen van financiële verplichtingen, wat rechtstreeks gevolgen kan hebben voor het beroepingswerk. In een voorlichtingsbijeenkomst over de permanente educatie viel het woord opzicht toen gevraagd werd wat er met een predikant gebeurt als hij zijn punten niet haalt. Als er geen aannemelijk alibi is, is hij bijvoorbeeld niet beroepbaar. Dergelijke formele antwoorden zijn te verwachten als we van steeds meer morele verplichtingen formele verplichtingen maken. Is het onze kerkelijke zwakte niet dat we niet weten te handelen in situaties waarin ambtsdragers hun morele plichten niet nakomen? Predikanten hebben de morele plicht om zich te voegen in het belijden van de kerk – maar de verlegenheid tot opzicht is buitengewoon groot. Een dwalende predikant kan buitengewoon professioneel handelen en toch een onwaardige ambtsdrager zijn.

Adem halen
Laat de kerk de voortgaande studie als een morele plicht blijven zien. Om vervolgens ook op een geestelijke wijze toe te zien op de vervulling van deze plicht. Bijvoorbeeld via de kerkenraad, die zijn predikant bevraagt op zijn studieactiviteiten. Of via de visitatie, die in het gesprek met predikant en kerkenraad studie en deskundigheidsbevordering aan de orde stelt. In plaats dat een predikant aan het eind van vijf jaar zijn puntenboekje kan tonen, is het veel waardiger dat hij aan het eind van die vijf jaar de oogst van zijn studie presenteert aan de kerkenraad en het breed moderamen van de classis, bijvoorbeeld door middel van een verslag. Mocht blijken dat er in die vijf jaar te weinig is gedaan, laat de kerk dan met een predikant in gesprek gaan over een betere invulling van de roeping tot studie. De plannen die nu voorliggen, bedoelen de bedieningsvreugde – de commissie bezigde dit woord tijdens de voorlichtingsbijeenkomsten – te verhogen. Ongetwijfeld zullen er predikanten zijn voor wie dat opgaat, omdat ze blij zijn met de geboden structuur. Veel collega’s zullen zich echter in een harnas gehesen voelen waarin zij niet kunnen gaan. Veelzeggend schreef Noordmans ooit: ‘Een dominee moet adem kunnen halen.’ Van harte hopen wij dat de kerk zelf zich ook blijvend laat onderwijzen aangaande het ambt met de daaraan klevende geestelijke en wetenschappelijke eigenschappen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Punten horen niet bij het ambt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 2011

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

PDF Bekijken