Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

‘God wist van mijn ongeluk’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

‘God wist van mijn ongeluk’

8 minuten leestijd

Er is hoop, want Jezus leeft! Het kruis staat centraal op de poster naast de voordeur van de familie Hout in Ridderkerk. Typerend. Vlak na Pasen vertelt Erwin Hout (38), zittend in zijn elektrische rolstoel: Ik ervaar elke dag dat God leeft; Zijn beloften zijn de dragende kracht van mijn leven.

Erwin, directeur marketing, is getrouwd met Marleen (42, verpleeghuisarts) en vader van Hannah (7), Loïs (5) en Elisa (5). Hij was negentien toen zijn leven radicaal veranderde. Tijdens een stoeipartij in het water liep de gezonde, levenslustige Erwin een hoge dwarslaesie op, waardoor hij vrijwel volledig verlamd raakte. Op 9 juni was dat negentien jaar geleden. Erwin: ‘God beloofde toen ik gedoopt werd dat Hij alle kwaad van mij weren of mij ten beste keren zou. Het eerste deel van die belofte maakte hij de eerste negentien jaar van mijn leven waar. Het tweede deel in de volgende negentien jaar.
In mijn jeugd ging alles voor de wind. We hadden het thuis goed, ik had gezonde broers en zussen, veel vrienden, kon gemakkelijk leren. Ik was positief betrokken bij de kerkelijke gemeente, ging graag naar de kerk, catechisatie en club.’ Toen brak hij zijn nek. ‘Op die dag heb ik nadrukkelijk ervaren dat God leeft. Toen ik van de arts hoorde dat ik nooit meer zou kunnen lopen, sprak God luid en duidelijk de woorden van Psalm 23 tot mij. ‘De Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.’ Hij zei: ‘Ook al ga je door een dal van schaduwen van de dood, Ik zal bij je zijn.’ Die belofte maakt Hij nog elke dag waar.’

Waaromvraag
Erwin vindt ‘lijden’ een groot woord voor zijn situatie. ‘Nee, ik zeg niet dat ik het gemakkelijk heb. Ik kan veel dingen niet. Maar het feit dat God het grootste deel van mijn lijden draagt, maakt dat ik het dragen kan.’
Was hij weleens opstandig? ‘Nee.
Ik ben gezegend met een optimistisch karakter. En God gaf mij bijzondere genade, zodat ik nooit opstandig of boos werd. Natuurlijk had ik wel vragen. Ik heb gebeden om genezing. Ik geloofde en geloof nog steeds vast dat de Heere mij beter kan maken. Hij hoeft maar één woord te spreken en ik sta naast mijn rolstoel. Maar de Bijbel spreekt altijd met twee woorden. Nuchter gezegd, in de tijd van de Heere Jezus werd ook niet iedereen genezen. En Paulus schrijft dat hij Trofimus ziek te Milete heeft achtergelaten. God kan genezen, zeker.
Daar gebruikt Hij ook de reguliere geneeskunde voor. Ik denk dat we in de gemeente het zicht op de gave van genezing zijn kwijtgeraakt. Maar het moet wel de gemeente stichten, God moet aan Zijn eer komen. We moeten God God laten. Het ultieme voorbeeld daarvan is de Heere Jezus in Gethsémané. Hij bad: Als het kán, laat deze drinkbeker voorbijgaan. Maar Uw wil geschiede.
Sommige mensen zeggen dat je de waaromvraag niet mag stellen, maar dat geloof ik niet. Als je ’m maar aan het juiste adres stelt. De waaromvraag naar God toe herken ik wel. De Bijbel staat vol met waaromvragen. Lees Psalm 73, daar heb ik veel aan gehad. Het keerpunt in de psalm is het woordje totdat. Als Asaf in het heiligdom komt, komt hij het altaar tegen, plaats van verzoening. Nieuwtestamentisch zeg ik: totdat ik op Golgotha kwam en zag wat God gedaan heeft voor mij. Het heeft Hem alles gekost. En als ik op míjn einde merk, ontstaat het perspectief dat mij op de been houdt en ooit op de been brengt! Zoals in Jesaja 35 staat: de kreupele zal springen als een hert. Mijn genezing komt, de vraag is alleen wanneer.’

Zondag 10
Erwin heeft er moeite mee om alles wat ons overkomt aan God toe te schrijven. ‘Als mensen hebben we ons collectief van God afgewend.
We delen ook collectief in het lijden: dood, ziekte, handicap. Op de vraag of ik denk dat God mijn handicap gewild heeft, zeg ik niet zomaar ja. Hij wist er wel van. Ik geloof met Zondag 10 dat alles ons uit Gods vaderlijke hand toekomt, maar is dat actief beschikken of soms ook toelaten? Hij weet van het lijden af, maar beschikt het niet altijd.
God wil dat wij met ons lijden de toevlucht nemen tot Hem. Dat we dwars door onze moeilijkheden heen onze weg op Hem wentelen, het van Hem verwachten. Het beste wat je kunt doen is je leven in goede en slechte dagen in Gods hand leggen. Ik geloof dat Gods wegen veel hoger zijn dan de mijne; Zijn gedachten zijn niet te doorgronden.
Romeinen 8 vind ik geweldig om uit te leven: Wij weten dat voor hen die God liefhebben alle dingen meewerken ten goede. En dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus! Alle dingen werken mee ten goede, dat geloof ik echt. Denk aan Psalm 119: Het is goed voor mij verdrukt te zijn geweest. Hoe raar het ook klinkt, ik had mijn lijden niet willen missen. Ik leer dat God betrouwbaar is en dat Zijn liefde sterker is dan wat ook.’

Rust
Samen met Marleen probeert Erwin zijn kinderen op te voeden ‘met de wetenschap dat God van hen houdt. En dat Hij niets liever wil dan dat wij van Hem houden.
Hij is voor ons geboren, gestorven, opgestaan. Vier maanden geleden stierf er een nichtje van drie jaar. Dat is intens verdrietig.
Daar zijn geen woorden voor.
Maar we willen onze kinderen leren dat ze dwars door alles heen op God kunnen terugvallen. Het loopt Hem nooit uit de hand. Die wetenschap geeft rust.
Voor onze dochters is het vanzelfsprekend dat ik gehandicapt ben, ze hebben mij nooit anders gekend. Ze komen nu wel steeds meer tot de ontdekking dat er ook vaders zijn die wel klusjes en boodschappen doen. Natuurlijk zou ik graag met hen in een boom klauteren en hen leren fietsen.
Maar ik kan voorlezen, spelletjes doen, hen op bed leggen. Een vader is toch ook iemand die je op schoot neemt, luistert, je troost.
En ik kan hun hopelijk levenskracht meegeven. Door het leven dat ik leid heb ik ervaring en kennis die andere vaders niet hebben.’
Op tal van momenten in zijn leven ervoer Erwin de zorg van de Heere. Rond de overgang van ziekenhuis naar revalidatiecentrum bemoedigde God hem met Psalm 121. Ook bij het aangaan van een relatie met Marleen sprak God.
‘Wij waren onzeker over onze relatie, want ik wilde Marleen niet opzadelen met mijn handicap.
Voor haar is het ook zwaar. Maar God sprak juist toen tot ons door een preek over Jozua 3. Hij gaf concreet antwoord en we mochten ons leven in Zijn hand leggen.
Dat was ook zo rondom de kinderwens. God maakt waar wat Hij belooft. Hij leidt ons nog elke dag aan grazige weiden. We zijn rijk gezegend met drie lieve meiden, ik heb een goede baan, kan mijn gezin onderhouden. God zorgt.’

Perspectief
Erwin ervaart dat hij gaven van de Heere God gekregen heeft om dienstbaar te zijn. Hij is betrokken bij het kerkelijk werk in de gemeente (bijbelkringleider, voorzitter van de jeugdraad en tot voor kort actief in de GZB-zendingscommissie). Daarnaast is hij actief in de PR-werkgroep van een stichting die mensen met kanker ondersteunt. ‘Werken in Gods koninkrijk is niet afhankelijk van een gezond lichaam. De Heere gaf mij organisatietalenten. Maximaal één keer per week houd ik een lezing – prachtig om te doen.’ Vooral de jeugd heeft zijn hart: ‘Het is mooi om met tieners na te denken over Gods trouw in ons leven. Om iets door te mogen geven van het waardevolle van een leven voor Gods aangezicht. Ik heb God gevraagd waarom mij dat ongeluk is overkomen. Een deel van het antwoord vind ik tijdens het beantwoorden van de vragen van jongeren. Ik mag hun iets meegeven van de vastheid die er is in God en Zijn Woord.’
Ook voor Erwin weegt het lijden van de tegenwoordige tijd niet op tegen de heerlijkheid die geopenbaard zal worden. ‘Het is niet zo dat ik een gemakkelijk leven heb.
Een hoge dwarslaesie is een zware handicap, maar gaat voorbij. Perspectief ontstaat als je knielt bij het kruis. Ik verheug mij in dat wat komt. Omdat Hij daar alles is.
Daar is geen ruimte meer voor hoge dwarslaesies. Ik kijk uit naar de eeuwigheid omdat ik Hem dan niet meer tekort zal doen. Maar voor mij heeft het ook een andere dimensie: ik zal alles weer kunnen bewegen.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘God wist van mijn ongeluk’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken