Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Leven in digitaal tijdperk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Leven in digitaal tijdperk

Gebruik van moderne media doet wat met ons hoofd

6 minuten leestijd

We leven in het digitale tijdperk en de vele media waarvan we kunnen gebruikmaken, zijn in vele opzichten reuze handig. Maar inmiddels zijn we ook wel zover – en onderzoeken bevestigen dat – dat het al te naïef is om te denken dat deze ons alleen maar sneller, slimmer en socialer maken.

De media waarover wij beschikken vergroten onze mogelijkheden, maar soms amputeren ze ook bepaalde vermogens, waardoor we niet (meer) toekomen aan de mens zoals God ons bedoeld heeft. Ik zet wat (onderzoeks)gegevens op een rij.

Gevoelens en argumenten
Bij sociale media zijn geen argumenten nodig, maar gevoelens. ‘Vind ik leuk’ komt in de plaats van ‘dat is waar’. Het gaat niet om logica, argumentatie of principes, maar de woorden ‘lekker’, ‘leuk’ en ‘fijn’ bepalen of iemand al dan niet een keuze maakt en ergens voor gaat. Het gaat om snelle intuïties in plaats van doordacht plannen.
Dit dringt nu zelfs door tot in de wetenschap. De kwalificatie ‘meest gedownload’ bepaalt het gezag van een publicatie.
Voordat Facebook vier jaar geleden de like-button ‘vind ik leuk!’ introduceerde, is daar waarschijnlijk goed over nagedacht. Het is denk ik niet voor niets dat er geen important-button of een difficult but interesting-knop kwam. Immers, kwalificaties als ‘belangrijk’ of ‘moeilijk’ vragen om argumenten en discussie. Je moet weten waarom iets belangrijk of moeilijk is. Bij ‘leuk’ zijn argumenten niet nodig, daar gaat het om een gevoel.

Leuk
Colleges moeten vooral ‘leuk’ worden gevonden. Studenttevredenheid is inmiddels een belangrijk criterium bij het meten van de kwaliteit van universiteiten en opleidingen. Docenten zijn steeds meer geneigd hun klanten te pleasen om een goed cijfer te krijgen in de evaluatie. Maar oordelen als ‘leuk’ hebben geen relevantie voor (wetenschappelijk) onderwijs. ‘Moeilijk’, ‘uitdagend’, ‘interessant’ of ‘leerzaam’ zijn echter geen oordelen die je kunt geven met een druk op de knop. Kennis vraagt naar tijd en moet beklijven. Vaak weet je pas na jaren wie je goede docenten waren en van wie je veel hebt geleerd. Leren doet soms zelfs een beetje pijn en is soms helemaal niet leuk.

Hersenen
Prof.dr. Susan Greenfield, neurowetenschapper aan de universiteit van Oxford, waarschuwt voor overdreven gebruik van sociale media door jonge kinderen. Ze zouden een obsessieve persoonlijkheid, slechte zelfbeheersing en een korte aandachtsspanne riskeren. Greenfield vreest dat afhankelijkheid van de virtuele wereld (computers, games, smartphones) tot een herbedrading van de hersenen leidt en volwassenen zal opleveren die minder goed overweg kunnen met de werkelijkheid.
Het menselijk brein wordt beïnvloed door de omgeving. Een stimulerend milieu is dan ook noodzakelijk om op te groeien en zich goed te ontwikkelen. Je leven voor het scherm spenderen in plaats van te spelen met leeftijdgenoten, zou jonge kinderen verhinderen om emotionele en sociale vaardigheden aan te leren.
Zij hekelt het belang van populariteit en invloed op sociale netwerksites zoals Twitter en Facebook. Ze gelooft dat daardoor een generatie is ontstaan die voortdurend hunkert naar feedback en zij waarschuwt voor narcisme en een gebrek aan eigenwaarde, ‘want je zult altijd iemand vinden die beter of mooier is dan jezelf ’. Een identiteit die gevormd wordt door het virtuele en het verlangen van vluchtige commentaren van derden, maakt mensen minder weerbaar voor de echte wereld. Het is belangrijk dat kinderen vroeg leren hoe ze onder meer lichamelijk contact en oogcontact kunnen leggen of lichaamstaal kunnen interpreteren – iets wat moeilijk te ontdekken valt achter een beeldscherm.

Opgesloten
Hoogleraar Sherry Turkle geloofde vijftien jaar geleden nog dat het digitale tijdperk bevrijdend zou kunnen zijn: op internet kun je je eigen identiteit bepalen. Zij beschrijft nu echter dat tieners en twintigers zich juist opgesloten voelen in hun Facebookprofiel of op Twitter. Ze proberen weer ‘authentiek te worden, maar velen hebben de moed eigenlijk al opgegeven. Ze durven elkaar nauwelijks op te bellen, want telefoneren is zo confronterend, zo echt’.

anders denken
Moderne media zijn meer dan middelen die ons ter beschikking staan. Als wij er veel mee werken, hebben zij invloed op ons functioneren en denken. Dat stelt Nicholas Carr, deskundige op het terrein van moderne media en het menselijk brein. Enkele jaren geleden merkte hij dat hij in zijn denken anders begon te functioneren. Hij kon zich slecht concentreren en was snel afgeleid. Het viel hem op dat hij zich permanent gedroeg alsof hij achter de computer zat. Hij was onrustig en had in zijn hoofd steeds een bepaalde honger naar nieuwe informatie.
Het is helemaal niet waar dat multitasken zo knap en goed is en getuigt van een hoge intelligentie en flexibiliteit. Je doet wel veel tegelijk, maar met de diepgang van een bierviltje. Meer informatie hebben is iets heel anders dan informatie begrijpen en onthouden. Over informatie beschikken is bovendien iets anders dan kennis bezitten. Weten veronderstelt denken.
Over informatie beschikken betekent dat je zoekmechanismen moet kunnen hanteren en dat is een heel andere vaardigheid. Iets opzoeken is echt iets heel anders dan zelf iets weten. Het gebruik van internet en het scrollen met de muis of het vegen over de iPad leert dat je informatie scant: heb ik hier iets aan, gaat dit ergens over – en zo niet, dan scroll of veeg je verder.
Het zich eigen maken van kennis en het verbinden daarvan met al aanwezige wijsheid, is iets heel anders dan het herkennen van informatie.

Verlies
Het zou weleens zo kunnen zijn dat op termijn de veelgebruikers van internet en de multitaskers hun creativiteit dreigen te verliezen, hun probleemoplossend vermogen, het talent om conceptueel te kunnen denken en zich diep te concentreren op een moeilijke tekst.
The New York Times publiceerde een serie artikelen over Your Brain on Computers. Daarin leggen neurologen uit hoe het gebruik van computers, iPhones en iPads de aandachtsspanne schrikbarend korter maken. Intelligente twintigers falen in hun studie, zijn niet meer in staat een boek uit te lezen.
De meest recente publicatie van de eerder genoemde Carr bevestigt dit. In Het ondiepe constateert hij dat hij geen dikke boeken meer kan lezen doordat internet zijn hersenen aantast. Door in toenemende mate online te leven, kunnen we niet meer diep en grondig denken en verliezen we snel onze concentratie bij het lezen van dikke boeken.

Lezen
De Amerikaanse auteur Tony Reinke schreef een beknopt boekje over de kunst van het lezen. Ook hij stelt dat internetlezers gewend zijn aan het snel en vluchtig lezen van zeer veel teksten. Hij onderkent vier risico’s die daaraan kleven. (1) De lezer streeft geen omvattend begrip na, maar kijkt vluchtig naar tekstfragmenten. (2) De lezer wordt niet zelf aan het denken gezet, maar reageert op wat hij ziet. (3) De lezer begint niet een proces van langzaam en grondig wijsheid vergaren, maar maakt slim gebruik van de informatieovervloed. (4) De lezer doet indrukken op met het hoofd, in plaats van dat hij zich verheugt met het hart.

Stilte
Wat nu? Moeten we nu gaan somberen? Nee, absoluut niet. We moeten ons realiseren dat wij deze wereld niet kunnen veranderen maar dat wij wel de kans kunnen grijpen om met jongeren te realiseren waar zij naar verlangen: echtheid, verbondenheid, gemeenschap, relatie en van daaruit bezig met zingeving, verdieping, inleiden in betekenissen, bieden van vergezichten.
Als wij op onze hogeschool beginnen met een nieuwe lichting studenten, trekken we ons eerst terug in een conferentiecentrum, in het gebouw van een voormalig klooster. In ons programma proberen we dan twee dingen te doen: het opwekken van een verlangen naar God en een leven met en voor Hem, en ten tweede het organiseren van stilte en een prikkelarme omgeving. Mobieltjes weg, stille tijd, concentratie op het Woord van God.
Voor veel studenten is dit nieuw en onbekend, maar toch hakken die dagen erin. We hebben de stilte nodig om te kunnen luisteren naar wat God te zeggen heeft. Een bijbeltekst is niet maar een van de vele fragmenten van informatie die dagelijks passeren, maar is de boodschap van de levende God, die tot ons persoonlijk spreekt.
En we moeten bewust de tijd, de ruimte en de stilte organiseren om dat tot ons door te laten dringen.
Onze grote tegenstander kent drie belangrijke wapens. Lawaai, haast en menigte. Daarom vind ik het mooi als ik van een student het volgende mag lezen: ‘Stilte is van essentieel belang. Ik heb mogen leren dat stilte belangrijk is om contact met God te maken, om je niet te laten vullen door de waan van de dag.’ Precies! Alleen de woorden die door het zwijgen en de stilte zijn heengegaan, kunnen veelzeggend zijn.


Mw.drs. E.J. van Dijk is directeur van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Leven in digitaal tijdperk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken