Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Boekbesprekingen

8 minuten leestijd

Joke Verweerd Retour Rantepao. Uitg. Mozaïek, Zoetermeer; 375 blz.; € 19,90.
In 1913 stichtte zendeling Van de Loosdrecht namens de GZB een zendingspost in Torajaland op Sulawesi (Celebes). Dat was het prille begin van de Torajakerk die thans honderd jaar bestaat en momenteel zo’n 400.000 leden heeft. Reden tot dankbaar herdenken. Maar hoe doe je dat voor een breed publiek? Gekozen werd voor onder andere een roman, een zowel boeiend als informatief verhaal, geschreven door Joke Verweerd.
Dus geen verhaal met open plekken en duistere plaatsen zoals in een literaire roman. Het primaire doel was de complexe wereld van de zending én de leefwereld van de Toraja’s voelbaar en tastbaar te maken, een reële tekening te geven van de leefomstandigheden: de weerbarstige realiteit van gezin en arbeid, kerk en kerkelijk leven, het hardnekkige bijgeloof, de worsteling met de problematiek rond Gods leiding in zendingswerk en gezin. De schrijfster verrichtte daartoe gedegen bronnenonderzoek en verbleef namens de GZB geruime tijd in Torajaland.
De roman is in vlotte stijl geschreven.
Hoofdpersonages zijn Wouter, oud-zendingspredikant in Torajaland en thans bejaardenpastor in Nederland, en zijn dochter Mirjam. Wouters vrouw Ine is de dood van hun zoontje op het zendingsveld nooit te boven gekomen: een traumatische nawerking die diep ingrijpt in hun huwelijksleven en die ook in dit opzicht de vraag naar Gods leiding oproept. Hun zelfstandige dochter Mirjam – geen vaste band meer met de kerk, maar niet (geheel) los van het geloof – heeft een relatie met Jeroen. Ze is zwanger, wat ze voor anderen verbergt. Vooral bij Mirjam maakt de schrijfster de moderne West-Europese maatschappij zichtbaar.
Via herinneringen en flashbacks komen allerlei aspecten van Torajaland aan de orde. Sfeer en leefomstandigheden worden vooral heel concreet als Mirjam in Torajaland aankomt – een mooie vondst ! – om op een afgelegen post de installatie van een bevriende evangelisatiewerker mee te maken. De wisselende ruimte in de roman – hoofdstukken in Nederland en in Torajaland – maakt goed zichtbaar dat er in leefomstandigheden in Torajaland veel is verbeterd, maar dat het nog ver afstaat van een moderne maatschappij.
Daar, in Torajaland, komt Mirjam ook tot zichzelf: geen tijdelijke en losse relaties meer, maar een definitieve keuze voor Jeroen en voor het kind dat in haar groeit. Een keuze die nog wel moet worden waargemaakt: zo eindigt de roman met perspectief in diverse opzichten, maar (gelukkig!) niet in de sfeer van eind goed, al goed.

J. de Gier, Ede


Reinier Sonneveld De stilte van God. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam; 384 blz.; € 17,90.
In zijn nieuwe boek maakt Reinier Sonneveld zijn eigen ervaringen van geloofstwijfel vruchtbaar voor anderen. De ondertitel van dit boek luidt: ‘Waarom geloven zo moeilijk is’. Naar eigen zeggen hervond hij het geloof na jaren van langdurige en intensieve twijfel. Met pastorale bewogenheid en filosofische diepgang beschrijft hij vele soorten vragen. Indringend onderzoekt hij waar ze vandaan komen en hoe je ermee om kunt gaan. Een stevig boek, dat toch gemakkelijk leest omdat de auteur heel dicht bij de lezer komt. Aan elk hoofdstuk zijn een videosamenvatting en een gespreksmodel toegevoegd.
De rode draad door het hele boek is: Waarom verliezen veel mensen hun geloof, en waarom voelt God zo ver weg, en waarom twijfelen we eigenlijk?
De vraag die zich voor mij tegelijk opdringt, is: welk geloof bedoelt de auteur dan? En maakt hij van meet af duidelijk dat er een wezenlijk verschil is tussen wat wij noemen een tijdgeloof en een waar zaligmakend geloof? Niettegenstaande het uitermate boeiende geheel van de onderhavige materie bleef deze vraag mij tot het einde toe bezighouden.
De auteur zag overal mensen die ‘zijn’ vragen stelden. Gaandeweg concludeert hij dat het hoort bij geloven om te ervaren dat je niet gelooft. De reden kan zijn dat je beschadigd bent of vreselijke ellende hebt gezien.
De grote vraag van dit boek is hoe het komt dat de één zijn geloof verliest, de ander twijfelt en de volgende zich juist bekeert.
Vervolgens wordt de vraag gesteld of geloven nog wel relevant is. En wat kan het beeld van de ware God onzichtbaar maken?
Indringend stelt de auteur aan de orde hoe we met redeneringen God op een afstand kunnen houden. Het voorkomen of oplossen van sociale stress kan geloofsproblemen verminderen of doen ophouden. Je kunt aan blikvernauwing gaan lijden en zo God niet meer zien. Externe krachten, die gekant zijn tegen God, kunnen je beïnvloeden. Als je eenmaal weet waarom geloven moeilijk is, kun je er wat aan doen.
Sonneveld doet drie oplossingen aan de hand: de rationele, de communicatieve en de organisatorische oplossing. Het enige wat je dan nog kunt doen, is meer of minder openstaan voor God – en Hij doet dan de rest. De oude rituelen van de kerk kunnen daarbij helpen. Boeiend schetst de auteur het aanvankelijk totaal nieuwe van het christendom en hoe dit op den duur eigenstandig werd ‘overgenomen’ door ideologieën los van God. Indringend stelt hij dan de vraag wat dan nu nog het eigene is van het christelijke geloof waardoor mensen er weer wat in gaan zien. Al met al buitengewoon interessant. Daarbij komt nog dat het twijfelen op zich statusverhogend is: een zoekende houding wordt in onze cultuur gezien als authentiek, en je verbinden aan een of ander dogma, dat heet juist onecht en volgzaam.
Van de weeromstuit moet de kerk echter niet populair worden, maar de dwaasheid van Christus vieren. Allemaal prachtig, zeg ik dan op mijn beurt, maar maak er geen methode van! Want daar zakken we uiteindelijk toch doorheen. De gehanteerde casuïstiek is verhelderend, maar wordt op den duur ook vermoeiend. En neemt de psychologie niet te veel de plaats in van de theologie?! Deze vraag dringt zich voortdurend aan mij op, zeker bij een uitspraak als: ‘Leef zoals je zou leven als God dichtbij is en in veel gevallen kómt God dan inderdaad dichtbij.’ Nu komen de zaken hier inderdaad van twee kanten. Maar wat is doorslaggevend?! En daarop geeft dit boek eigenlijk geen antwoord. Het zal ook over God moeten gaan en Zijn aandeel in onze worstelingen, stelt de auteur terecht. Maar wat is dit wezenlijke aandeel van God dan?
Naar mijn inzicht komt daar geen bijbels antwoord op.
God wil mensen niet overweldigen, stelt Sonneveld.
Maar hoe zit het dan met Saulus van Tarsen?!
Mooie dingen zegt de auteur over de stilte van God. Hij kan Zich openbaren door Zich terug te trekken. Met name op Golgotha.
Maar ik vraag ten slotte toch indringend waar in dit boek de verzoening door voldoening is. Waar sinds Pinksteren de stilte van God Zich exclusief manifesteert in de vrede van God, die alle verstand te boven gaat.

C.A. van der Sluijs, Veenendaal


Dr. M.A. van den Berg, dr. W. Dekker (e.a.) Vragen naar het Woord, deel 3: De Geschriften. Uitg. Gouds Leerhuis; 160 blz.; € 9,95.
Dit fraai uitgegeven boekje is wellicht het best te typeren als een eerste kennismaking met het derde deel van de Hebreeuwse Bijbel, namelijk de Geschriften. Het geeft een eerste indruk van het boek Daniël (‘Gods pion op het schaakbord van de wereldgeschiedenis’, geschreven door dr. M.A. van den Berg), Ruth (‘Toeval bestaat [niet]. Over het handelen van de verborgen God’, door dr. W. Dekker), Esther (‘God grijpt bevrijdend in’, door drs. H.G. de Graaff ), Job (‘De aangevochtene, de klacht en Gods antwoord’, door dr. K. Blei), Nehemia (‘Bidder en bouwer in Gods koninkrijk’, door dr. M. van Campen), De Psalmen (‘Een lofzang in de mond gelegd’, drs. D.M. van de Linde). Over de Geschriften als geheel schrijft prof.dr. E. Talstra (‘Van lofzangen tot en met teksten die zoeken naar God’).
Dr. Van den Berg houdt mijns inziens terecht vast aan de traditionele opvatting om in Daniël een tijdgenoot van Ezechiël te zien. In het voetspoor van Calvijn legt hij het slot van het vierde visioen (Daniël 10- 12) meer tijdhistorisch dan eindhistorisch uit. Dit visioen loopt mijns inziens echter uit op de strijd om de openbare eredienst juist in de eindtijd.
De bijdrage van dr. Dekker over Ruth is verrassend missionair meditatief. Willen mensen kennismaken met de Bijbel, dan hoor je vaak zeggen: begin bij het kortste evangelie, namelijk Markus. Dr. Dekker stelt voor: Begin eens met Ruth. ‘God is hier aanvankelijk diep verborgen achter de duisternis van honger en dood. Toch moet je tegelijk na lezing vaststellen dat het boekje vol is van Hem.’
Drs. De Graaff laat aan het boek Esther zien dat onder de schijn van het tegendeel God Zijn volk beschermt en dat Hij alles in de wereld daaraan ondergeschikt maakt. Het is precies wat Jozef tegen zijn broers zei: Jullie, je hebt kwaad tegen mij bedacht; – Gód heeft dat ten goede gedacht: een groot volk in leven te houden.
Dr. Blei ziet achter Job, Gods lijdende dienaar, in aansluiting op Karl Barth, de gestalte van Jezus Christus oprijzen.
Dr. Van Canpen ziet de betekenis van Nehemia voor vandaag in ten minste vier leermomenten: het gebed als krachtbron, bouwen doen we samen, geestelijk leiderschap en verbondsvernieuwing.
Ds. Van de Linde geeft een inleiding op de Psalmen. Hij ziet Psalm 73 als het midden van de 150 Psalmen functioneren als een scharnier. In de totale ontreddering als gevolg van het uiteenvallen van het koninkrijk van David keert de innerlijke rust toch weer terug wanneer Asaf Gods heiligdom binnengaat.
Prof.dr. Talstra laat zien dat vooral in de Geschriften er ruimte is voor de tegenstem.
In de Psalmen staan niet alleen lofzangen maar ook klaagliederen. Job twist met God.
De Prediker moet vaststellen dat de diepere zin van het leven niet gevonden kan worden met nadenken en zoeken.
Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een psalm uit de Goudse Bijbel (verwant aan de Naardense Bijbel) en een detail van de gebrandschilderde glazen van de Goudse Sint-Jan. Dit boekje is een juweeltje, echt iets om jezelf of een ander cadeau te doen.

H.J. de Bie, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken