Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DAPPERE DOORZETTER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DAPPERE DOORZETTER

De boodschap van het bijbelboek Jozua [1]

8 minuten leestijd

Mozes weet dat zijn einde nadert en pleit bij God om een opvolger, zodat het volk niet ontredderd achter zal blijven. Hij krijgt de opdracht om Jozua als leider aan te stellen. Deze Jozua had op cruciale momenten laten zien dat hij op God vertrouwde.

Jozua, de zoon van Nun, is van jongs af de helper van Mozes. Wij komen hem voor het eerst in de Bijbel tegen in Exodus 17:9-14. Hij treedt daar op als aanvoerder van het leger van Israël, dat strijdt tegen de Amalekieten. Vanaf dat moment wordt hij in Exodus en Numeri aangeduid als ‘de dienaar van Mozes’ (Ex.24:13; 33:11 en Num.11:28). Hij is aanwezig op het moment dat Mozes aan de voet van de berg Horeb de wet van God ontvangt. (Ex.24:13) Jozua is een van de twaalf verspieders die Mozes naar het land Kanaän stuurt om dat te verkennen. (Num.13:8,16) Hij is de enige die Kaleb bijvalt op het moment dat deze het volk Israël oproept om te vertrouwen op de Heere, dat Hij hen zal helpen het beloofde land te veroveren. (Num.14) Jozua en Kaleb zijn de enigen van hun generatie die het land Kanaän mogen binnengegaan.

Nadat Mozes het volk tot aan de oever van de rivier de Jordaan heeft geleid, geeft de Heere hem de opdracht om Jozua, de zoon van Nun, ‘een man in wie de Geest is’, aan te stellen als zijn opvolger. (Num.27:18-23) Vanaf dat moment neemt Jozua de leiding en brengt hij het volk Israël in het beloofde land.

In het begin van het boek Jozua wordt hij aangesproken als ‘de dienaar van Mozes’ (1:1). Aan het eind van het boek heet hij ‘de knecht van de Heere’. (24:29) Jozua sterft op de leeftijd van 110 jaar en wordt begraven in het land dat hij als grondgebied toegewezen heeft gekregen. (19:49-51 en 24:29-31)

DE DOOD VAN MOZES

Het boek Jozua is vernoemd naar de hoofdpersoon van het boek. De schrijver wordt echter niet met name genoemd. In Jozua 24:26 staat dat Jozua een aanzienlijk deel van dit boek heeft geschreven. De Talmoed en enige rabbi’s beamen dat, maar merken op dat enkele teksten later zijn toegevoegd (bijv. de passage over de dood van Jozua). Hier doet zich hetzelfde voor als bij het boek Deuteronomium: Mozes kan moeilijk zijn eigen dood beschreven hebben (Deut.34).

In het boek wordt regelmatig gesproken over ‘tot op deze tijd’ (4:9; 5:9; 7:26; enz.). Deze uitdrukking geeft aan dat er een bepaalde tijd verstreken is tussen de feitelijke gebeurtenis en de beschrijving daarvan. De Joodse geleerde Abravanel veronderstelt op basis van deze uitdrukking dat Samuël de auteur van dit boek is. In Jozua 15:63 wordt gesproken over de Jebusieten, die in Jeruzalem wonen. Dit wijst erop dat het boek in ieder geval voor 1000 voor Christus geschreven moet zijn, aangezien David de Jebusieten uit Jeruzalem verdrijft. (2 Sam.5:6-10) In Jozua 16:10 staat dat de Kanaänieten in de stad Gezer wonen. Dit wijst erop dat het boek in ieder geval voor 970 voor Christus geschreven moet zijn, omdat toen de koning van Egypte Gezer inneemt en de stad aan koning Salomo schenkt. (1 Kon.9:16)

In Jozua 18:1 lezen wij dat de tabernakel wordt opgesteld in Silo. Deze tent der samenkomst is daar gebleven tot de verwoesting van deze stad door de Filistijnen. (1 Sam.4-6) Het is aannemelijk dat de eredienst rond de tabernakel in Silo tijdens het leven van Jozua functioneert. Op grond van deze gegevens kan de conclusie getrokken worden dat het boek Jozua vermoedelijk geschreven is in de periode ná de dood van Jozua en voor de tijd van koning Saul, met andere woorden: globaal in de tijd van de richters.

ARCHEOLOGISCHE OPGRAVINGEN

Het boek Jozua beschrijft de periode van de intocht in en de verdeling van het beloofde land. Deze periode duurt ongeveer dertig jaar. De intocht wordt gedateerd tussen 1446 voor Christus (de vroege datering) en 1250 voor Christus (de late datering). Volgens 1 Koningen 6:1 vindt de fundering van de tempel 480 jaar na de uittocht uit Egypte plaats. Dat duidt op een vroege datering van de intocht.

In dit verband is het goed aandacht te schenken aan de archeologische opgravingen rond de stad Jericho. Deze opgravingen hebben veel vragen opgeroepen.

De archeoloog John Garstang doet van 1930 tot 1936 opgravingen in Jericho. Hij ontdekt een ingestorte, verbrande stadsmuur, die hij dateert rond 1400 voor Christus. De buitenmuur ter versteviging van de heuvel is vier tot vijf meter hoog, daarboven staat een omgevallen bakstenen muur van ongeveer twee meter dik en zes tot acht meter hoog. Van 1952 tot 1958 leidt de archeologe Kathleen Kenyon de opgravingen bij Jericho. Volgens haar is Jericho rond 1400 voor Christus een stad zonder muur en derhalve een onbeschermde stad. Zij gaat er vanuit dat de muren van Jericho door aardbevingen zijn verwoest.

Sinds 1997 worden er nieuwe opgravingen gedaan in Jericho door Italiaanse geleerden in samenwerking met het Palestijnse departement van oudheden. Nu blijkt dat Jericho omringd is door twee muren. Rachab woont in een huis dat op de muur staat, dat wil zeggen: aan de voet van de bovenste stadsmuur, terwijl de achterkant van haar huis tegen de lager gelegen vestingmuur is gebouwd (2:5). Jericho is bovendien door een zware brand verwoest (6:24). Er zijn op de vloeren van opgegraven huizen vaten gevonden met grote hoeveelheden verbrand graan erin.

OMGAAN

Hoe moet een christen met archeologische gegevens omgaan? Dr. M.J. Paul komt in De Waarheidsvriend, 22 februari 2007) tot de volgende conclusie: ‘Op grond van dit korte overzicht kan duidelijk worden dat er onzekerheden zijn in de archeologische wetenschap. Omdat enige tientallen jaren erop gewezen is dat Jericho niet ingenomen is op de manier die in Jozua 6 staat, hebben theologen vaak een meer symbolische lezing voorgesteld: de strekking van Jozua 6 is Gods hulp bij de inname van het land Kanaän, maar we kunnen geen geloof hechten aan de wonderlijke instorting van de muren. Nieuwe onderzoeken geven echter aanwijzingen voor de juistheid van de beschrijving in Jozua. Daarmee is de echtheid niet “bewezen”. Het geloof in de Schrift is niet afhankelijk van de wetenschap en gaat daaraan ook vooraf. We moeten op een bescheiden wijze met de archeologie omgaan, maar als we dat doen, valt er soms een verrassend licht op bijbelgedeelten.’

Ds. H.J. van der Veen is predikant van de hervormde gemeente te Sliedrecht.

Volgende keer deel 2: de indeling en de kern van het boek Jozua.


In vier artikelen wordt ingezoomd op het bijbelboek Jozua. Wie was Jozua, in welke tijd is het bijbelboek geschreven en welke boodschap heeft het boek voor de hedendaagse christen? De opzet van deze serie artikelen over het bijbelboek Jozua is als volgt:

1. De hoofdpersoon, het boek en zijn tijd
2. De hoofdlijn
3. De boodschap
4. Het verband

Als bronnen voor deze serie artikelen is dankbaar gebruik gemaakt van:
• HSV-Studiebijbel;
• Tekst voor tekst. De Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht;
• Inleiding op het Oude Testament, Raymond B. Dillard en Tremper, Longman III;
• In ontmoeting met het Oude Testament, Bill T. Arnold en Bryan E. Beyer;
• Sleutels tot de Bijbel, David Pawsen;
• Korte inleiding tot de Bijbelboeken, Ernst Aebi.


TIP

Lees de komende vier weken het bijbelboek Jozua alleen of als gezin eens rustig door. Het is een rijk en actueel bijbelboek.


JOZUA EN JOZUA

In de Bijbel komen wij twee personen tegen die de naam Jozua dragen:
1. Jozua, de opvolger van Mozes. Deze Jozua is de zoon van Nun uit de stam Efraïm (1 Kron.7:20-27). Hij heet oorspronkelijk Hosea. Die naam betekent ‘hulp’. Mozes geeft hem de naam Jozua.
(Deut.32:44 en Num.13:16) Die naam betekent ‘de HEERE is hulp’. In de Pentateuch, de eerste vijf boeken van Mozes, wordt zijn naam ongeveer dertig keer genoemd.
2. Jozua, de hogepriester. Nadat de Joden onder leiding van Erza en Nehemia uit ballingschap zijn teruggekeerd, wordt deze Jozua hogepriester. Zacharia ziet hem in een nachtgezicht voor het aangezicht van de Heere staan, terwijl hij door de satan wordt aangeklaagd: ‘Nu was Jozua in vuile kleren gekleed, terwijl hij voor het aangezicht van de Engel stond. Toen nam Hij het woord en zei tegen hen die voor Zijn aangezicht stonden: Trek hem de vuile kleren uit! Daarop zei Hij tegen hem: Zie, Ik heb uw ongerechtigheid van u weggenomen en zal u feestkleren aantrekken. Vervolgens zei Ik: Laat hen een reine tulband op zijn hoofd zetten. Daarop zetten zij de reine tulband op zijn hoofd en trokken hem feestkleren aan, terwijl de Engel van de HEERE erbij stond.’ (Zach.3:3-5)

De naam Jozua wordt in de Septuaginta weergegeven met Jesous, dezelfde naam als de Heere Jezus in het Nieuwe Testament. Hoewel deze aanvoeder en hogepriester zich tot het uiterste hebben ingespannen om het volk Israël te redden, zijn zij daartoe toch niet in staat gebleken. Het wachten is op de grote Profeet, Priester en Koning, de Heere Jezus Christus. Hij redt uit alle nood en dood.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 16 February 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DAPPERE DOORZETTER

Bekijk de hele uitgave van Thursday 16 February 2017

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken