Bekijk het origineel

DE Bijbelse Geschiedenis 353

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE Bijbelse Geschiedenis 353

6 minuten leestijd

Antwoorden 481 t.m. 484.

481. Als gevolg van Jona's prediking nam de koning de volgende maatregelen:

1.) hy stond op van zijn troon (vers 6) daarmee eerbied en ontzag bewijzende voor het woord des Heeren dat hem verkondigd was;

2.) hy deed zyn heerlijk overkleed van zich, d.w.z. de kentekenen van zijn waardigheid legde hij af als een belijdenis dat hij zijn macht niet gebruikt had, zoals hij het had behoren te doen;

3.) hij bedekte zich met een zak en zat neder in de as, daarmee verklarende zijn godsdienstige boetvaardigheid wegens begane zonden en zijn vrees voor de goddelijke wraak.

482. Voor het volk waren de voorschriften met betrekking tot het vasten zeer streng hetgeen uit het volgende blijkt:

1.) zij dienden in acht genomen te worden door groten en kleinen (vers 5) niemand uitgezonderd. De groten, die gewend waren in weelde te leven, achtten het niet beneden hun waardigheid de kentekenen van boetvaardigheid te vertonen en de kleinen, die niet veel te verliezen hadden, bleven niet achter.

2.) ieder moest zich strikt onthouden van spijs en drank, mens noch beest mocht iets smaken, noch water drinken. Ze wilden lieve^ hun lichaam geweld aan doen dan in enig opzicht iets van de voorschriften voor de vastendag verwaarlozen;

3.) zij betrokken zelfs het vee hierin opdat het mee zou doen aan de algemene boete. Het mocht niet, zoals gewoonlijk, te eten en te drinken gegeven worden. De dieren leden op de vastendag mee opdat zij door hun klagelijk geroep of door hun stomme smart de mensen zouden beschamen. Ook moesten de dieren, die gewoonlijk rijk en prachtig opgetuigd waren, nu met zakken worden bedekt, waarmee de hoogmoed en ijdelheid hierin veroor­ deeld zouden worden. Kortom, alles werd in beroering gebracht bij het sterkelyk tot God roepen, dat is: het worstelen met God om de oordelen te ontkomen die door Jona aangekondigd waren.

483. Het heeft zonder twijfel bijzonder betekenis als de Schrift zulk' een nauwkeurige opsomming geeft van de uitwendige tekenen van boetvaardigheid der Ninevieten. In de eerste plaats worden we door die beschrijving bepaald dat er iets ongewoons gebeurd is in Ninevé, iets wat waard was te worden opgetekend. Het merkwaardige was namelijk dat deze heidenen zoveel begrip omtrent de godsdienst vertoonden. Op de prediking van Jona stelden zij alles in het werk om door middel van uiterlijke tekenen zichzelf te vernederen en God de eer te geven. Ze brachten nauwkeurig in praktijk hetgene, waartoe het volk van Juda door Jesaja opgewekt werd in hfd. 22:12: n te dien dage zal de Heere, de HEERE der heirscharen, roepen tot geween, en tot rouwklage, en tot kaalheid en tot omgording des zaks... En hoewel het uiterlijke op zichzelf geen profijt brengt, daar de Heere

op het hart let (zoals Jesaja getuigt in hfd. 58 : 5) zo begrepen de inwoners van Ninevé dat deze tekenen toch niet gemist konden worden. Zij beseften dat zij hun lichtzinnige gewoonten in spijs en drank en kleding niet konden aanhouden en tegelijk voor God verschijnen om de oordelen af te bidden, omdat zulks temeer Gods toorn zou opwekken. En zo heeft de H. Geest het nodig geacht de houding van deze lieden uitvoerig te doen optekenen opdat hun gedrag een voorbeeld zou zijn ook voor de navolgende geslachten. En dan vooral een beschamend voorbeeld. Toen de joden opgeroepen werden tot boete en bekering weigerden ze daaraan enig gehoor te geven, doch deden moedwillig het tegenovergestelde, zoals we lezen in Jes. 22 : 13 ... maar ziet, er is vreugde en blijdschap met runderen te doden, en schapen te kelen, vlees te eten, en wijn te drinken en te zeggen: aat ons eten en drinken, want morgen zullen wij sterven. Hoe ernstiger de profeten met oordelen dreigden, hoe lichtzinniger het volk ging leven. De Ninevieten hadden slechts één predikatie van Jona gehoord, slechts één ogenblik het licht van de Godsopenbaring genoten, en zij bogen zich in het stof. De Heere Jezus wees erop toen Hij de joden hun onbekeerlijkheid verweet. Zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona, sprak Hij-, en meer dan Jona is hier. En Zijn verwijt trof niet alleen de Schriftgeleerden en farizeeën maar al degenen die onder de zuivere verkondiging des Woords verkeren en daaronder verhard worden. In de dag des oordeels zal het volle licht over deze dingen vallen en dan zullen de mannen van Ninevé opstaan in het oordeel en dan zal hun gedrag strekken tot verzwaring der straf van dengenen die de weg geweten hebben en dezelve niet hebben bewandeld.

484. In de uitwendige zin kan er sprake zijn van een oprechte bekering der Ninevieten. Het wil zeggen dat metterdaad onder een algemene overtuiging des Geestes de zonden werden afgebroken door gerechtigheid te doen. We lezen wat daarvan het gevolg was ... en God zag hunne werken, dat zij zich bekeerden van hun boze weg. Hij sloeg dus niet zo zeer acht op hun goede woorden, waarmee zij berouw uitspraken, maar Hij zag vooral hun werken, dat zij zich bekeerden (Zie verder over een „zich bekeren" in uitwendige zin De W.S. van 2 dec. 1971, artikel „Hopende en Uitziende").

485. Het berouwde God over het kwaad dat Hy gesproken had, betekent niet anders dan dat de Heere op een voor ons bevattelijke, menselijke wijze uitdrukt dat Hij, wegens de veranderde gezindheid der Ninevieten, ook Zijn houding jegens hen wilde wijzigen. Dit was niet in strijd met Jona's prediking, aangezien de dreiging van het kwaad voorwaardelijk was. De vruchtgevolgen van die prediking lagen in Gods raad mede besloten zodat er - strikt genomen - van geen berouw sprake is. Wij hebben alreeds opgemerkt dat Ninevé ten onder gegaan is toen de maat van haar ongerechtigheid vol geworden was. De profeet Nahum getuigde dat aan de lankmoedigheid des Heeren, ook ten opzichte van die stad, een einde zou komen. De last van Ninevé, zo vangen zijn profetieën aan ... een ijverig God en een wreker is de Heere, en zeer grimmig . .. De Heere is lankmoedig, doch van grote kracht, en Hij houdt de schuldige geenszins onschuldig. Des Heeren weg is een wervelwind, en in storm, en de wolken zijn het stof Zijner voeten (Nahum 1:1-3).

Heilig zyn, o God, Uw wegen: Niemand spreek' Uw hoogheid tegen; Wie, wie is een God als Gij, Groot van macht en heerschappij ? Ja, Gy zijt die God die d'oren Wond'ren doet op wond'ren horen; Gy hebt Uwen roem alom Groot gemaakt bij 't heidendom.

Ps. 77 :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1972

De Wachter Sions | 8 Pagina's

DE Bijbelse Geschiedenis 353

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1972

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken