Bekijk het origineel

Hopende en Uitziende

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hopende en Uitziende

9 minuten leestijd

Daniël 2 : 19 - 23.

Toen werd aan Daniël in een gezicht de verborgenheid geopenbaard; toen loofde Daniël den God des hemels. Enz.

HOPENDE: Gods Woord spreekt van een aanroepen van God in de dag der benauwdheid. Zulk een dag der benauwdheid is er gekomen voor Daniël en zijn vrienden. Maar zij zouden de waarheid mogen ondervinden van wat de Heere zegt in Psalm 50: , , En roep Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen en gij zult Mij eren". Hun vertrouwen op de Heere zou niet tevergeefs zijn. Ze mochten weten dat ook hun vaderen niet beschaamd zijn geworden in hun vertrouwen op de Heere. Daar lezen we van in Psalm 22, waar we de dichter horen zeggen: „Op U hebben onze vaders vertrouwd, zij hebben vertrouwd en Gij hebt hen uitgeholpen. Tot U hebben zij geroepen en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd en zijn niet beschaamd geworden". Daniël en zijn vrienden zijn ook met een overloop van grote wateren in aanraking gekomen, maar voor hen heeft toch ook mogen gelden wat Psalm 32 zegt: , , Hierom zal u ieder heilige aanbidden in vindenstijd; ja, in een overloop van grote wateren zullen zij hem niet aanraken". Hoewel Daniël echter wist dat de Heere alleen maar helpen kon, zo heeft hij het verzoek aan zijn vrienden gedaan om met hem Gods troon te bestormen.

UITZIENDE: Het is een voorrecht als we biddende vrienden mogen hebben. Alle vrienden zijn geen biddende vrienden. Daarom zijn er onder de vrienden toch altijd nog weer bijzonderste vrienden. Ook al mogen we vrienden hebben van wie we geloven dat ze geen vreemdelingen zijn van het werk van Gods genade, maar er zijn nog niet zoveel vrienden die een biddend leven hebben. Vrienden die een biddend leven hebben, zijn vrienden die de Heere veel nodig hebben, omdat ze aan een kort touwtje lopen. Och vriend, als we daar in de omgang met vrienden wat van mogen bespeuren, dan geeft dat toch zulk een verbinding. Eerlijk gezegd, ik voel toch altijd maar de meeste verbinding aan mensen bij wie ik bespeur dat ze een verborgen aanklevend leven hebben aan Gods troon. Bij zulke mensen kan er niet zoveel bij door. Maar Daniels vrienden verkeerden ook met hem in dezelfde nood. Zij waren ook ten dode opgeschreven. Zo kan het ook nu nog wel gebeuren dat we met onze vrienden in dezelfde moeilijke omstandigheden verkeren. Dan krijgen we met elkaar te zuchten om dezelfde zaak. Vriend, zo geeft deze geschiedenis me ook weer veel te overdenken. Neen, het is er nooit zo op aangekomen als bij Daniël en zijn drie vrienden, want daar weet ik niet van, wat het is om in zulk een doodsnood te verkeren als waarin zij waren gekomen. Voor een vervolging om des Woords wil zijn we op heden ook nog bewaard gebleven. Maar ik heb wel met lieve vrienden een zelfde moeilijke weg moeten gaan. De meeste van die vrienden zijn nu al afgelost van hun aardse post. Het zou ontrouw ook aan die vrienden zijn, als ik zou herroepen waar we samen voor hebben gestreden. Maar die band die door de Heere gelegd is in die bijzondere omstandigheden, kan ook niet meer worden verbroken.

HOPENDE: Aan Daniël zou echter de verborgenheid van de droom en zijn betekenis worden geopenbaard. We hebben uit het vorige hoofdstuk gehoord dat de Heere aan die vier jongelingen wetenschap en verstand gaf in alle boeken en wijsheid, maar Daniël gaf Hij verstand in allerlei gezichten en dromen. Daarom zien we hier in deze geschiedenis in het bijzonder Daniël op de voorgrond komen. En hij heeft ook wel begrepen dat aan hem deze verborgenheid in het bijzonder geopenbaard zou moeten worden. Maar hij heeft aan zijn vrienden gevraagd of zij ernstig met hem hierom zouden bidden. En dat niet alleen omdat ook hun leven op het spel stond, maar Gods eer was hierin ook wel het voornaamste. Ze wisten wel dat ze hun leven voor de Naam en de zaak des Heeren moesten over hebben. De martelaren hebben de genade ook van God ontvangen om voor de eer des Heeren en voor de zuivere leer van Zijn Woord hun leven te geven. Maar hier lag het nu toch wel even anders. De wijzen van Babel moesten worden gedood omdat zij de koning zijn droom niet konden te kennen geven en nog minder uitleggen. Als Daniël en zijn vrienden nu ook gedood zouden worden om dezelfde reden, dan zouden ze daarin dus nu gelijk gesteld worden aan die afgodische en bijgelovige mensen. Dat zou waarlijk tot oneer van de Heere zijn.

UITZIENDE: och heeft Daniël ook weer niet geweten of de Heere hem verhoren zou. De Heere is almachtig, maar ook vrijmachtig. Met een wondergeloof heeft men ontzettend veel verwachting van Gods almacht. In Marcus 1:40 lezen we echter van een melaatse die voor Jezus neerviel op de knieën, zeggende: , Indien Gij wilt. Gij kunt mij reinigen". God doet niet alles wat Hij kan, maar alleen wat Hem behaagt. Hij is en blijft voor ons toch altijd een onbegrijpelijk Wezen. Zo weet Hij ook beter dan wij wat Hem tot Zijn verheerlijking kan strekken. Voor Daniël is het toch in ieder geval niet zo zeker geweest of de Heere hem verhoren zou. En ik geloof dat we in de weg die hij hierin met zijn vrienden moest gaan, ook weer dat verborgen werk van Gods Geest kunnen zien, want Die geeft een ziel te zuchten voor een zaak die God gaat doen. Men kan dan zijn bidden zelf niet voor het werk des Geestes houden. Het is toch zulk een blindelings volgen in die weg!

HOPENDE: Dat is inderdaad het grote verschil tussen Daniël en zijn vrienden en die grootgelovige mensen die het altijd zo goed kunnen bekijken. Maar daarom heeft het Daniël ook zo tot verwondering gestrekt, als de Heere zijn gebed heeft willen verhoren. We lezen zo in de verzen 19 en 20: „Toen werd aan Daniël in een nachtgezicht de verborgenheid geopenbaard; toen loofde Daniël den God des hemels. Daniël antwoordde en zeide: De Naam Gods zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want Zijne is de wijsheid en de kracht". Het kan zijn dat de Heere aan Daniël ook in de slaap in een droom deed zien wat Nebukadnézar gedroomd had. De kanttekening zegt, dat de Heere in de slaap, of wakker zijnde, hem de droom van Nebukadnézar heeft bekendgemaakt. Matthew Henry meent, dat hoewel de Heere ook in een droom hem de droom van Nebukadnézar kan bekendgemaakt hebben, dat we eerder moeten geloven dat de verborgenheid van de droom en zijn uitlegging hem in een tijd dat hij wakker was en aanhoudend bleef bidden, werd medegedeeld door een engel die hij overvloedig tot zijn dienst had. Maar wat Matthew Henry er dan verder aan toevoegt, trekt me in het bijzonder aan, want hij merkt zo op: „Het krachtig gebed der rechtvaardigen vermag veel. Er zijn geheimen en verborgenheden, tot welke wij door het gebed toegelaten worden. Met die sleutel worden de kabinetten des hemels ontsloten, want Christus heeft gezegd: „Klopt en u zal open gedaan worden". Maar de vrucht van deze verhoring van zijn gebed is bij Daniël enkel verwondering geweest. Hij heeft de God des hemels mogen bewonderen. Die God ontdekt verborgenheden die men met zijn verstand nooit kan uitvinden. Heel het werk der zaligheid is een grote verborgenheid. Maar voor de openbaring van die verborgenheid krijgt God ook eeuwig al de eer. Daniël heeft uitgeroepen in verwondering, dat Gods Naam geloofd zij van eeuwigheid tot in eeuwigheid. Als een eeuwig Wezen is Hij zonder begin en zonder einde. Zijn besluit is dan ook van eeuwigheid, want hij is de besluitende God Zelf. En zo heeft Hij ook van eeuwigheid besloten wat Hem tot in alle eeuwigheid tot Zijn verheerlijking zal zijn. En zo is Zijn besluit ook een wijs besluit. Daarin is dan ook niets te veranderen. Maar de volvoering van Zijn besluit zal dan ook niemand kunnen tegenhouden.

Dat Hij eens besluit t' Zijner ere Zal zonder hindering voortgaan. Zijne is de wijsheid en de kracht.

UITZIENDE: Daniël mocht werkelijk met de ontdekking van die verborgenheid in de Heere eindigen. Het was natuurlijk een wonder voor hem, als hij zien mocht dat de Heere hierdoor het leven van hem en zijn vrienden heeft willen sparen. Maar toch kreeg hij in het bijzonder God Zelf te bewonderen in wat hij te zien kreeg in dat nachtgezicht. Ik geloof dat we daar toch ook wat van moeten weten. Het water des levens moet de ziel bij de Fontein brengen. Dan eindigt men in de Oorsprong van alle heil. Dan verliest men zich met de weldaden in de Weldoener en met de gaven in de Gever. Dan krijgt de mens niet de eer, maar dan krijgt God de eer.

HOPENDE: Ik geloof dat we dit wel heel duidelijk in Daniels dankzegging kunnen zien. Hij heeft erkend dat God de tijden en stonden verandert, de koningen afzet en ook bevestigt. Nebukadnézars rijk zou ook niet eeuwig duren. Dat was hem te zien gegeven en dat zou hij de koning ook maar eerlijk moeten zeggen. En verder hebben de wijzen geen wijsheid uit zichzelf en de verstandigen bezitten van zichzelf geen wetenschap. God openbaart diepe en verborgen dingen. Hij weet wat in het duister is, want het licht woont bij Hem. Hier is nog wel iets over te zeggen, want al is het niet op een zelfde wijze als hier bij Daniël, zo wil de Heere Zijn volk nog diepe en verborgen dingen bekendmaken. Dat zijn die diepe en verborgen dingen van het werk der zaligheid. We moeten echter voor deze keer weer afbreken. De Heere geve ons daar de volgende keer nog iets over te mogen zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1986

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Hopende en Uitziende

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1986

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken