Bekijk het origineel

De wapenrusting Gods

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De wapenrusting Gods

7 minuten leestijd

”Uw lendenen omgord hebbende met de waarheid.” (Efeze 6 : 14b).

162.

Ten tweede. Oprechtheid maakt de ziel zeer vrij en open voor God. Ofschoon de oprechte ziel vele zwakheden heeft, begeert zij er toch geen enkele van voor God te verbergen; al zou zij het ook kunnen, zou zij het niet willen, en dit is het waarin God zich ten zeerste verlustigt. Wat zulk een ziel openlegt, zal Hij voorzeker bedekken. Indien wij onze zonden belijden. Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, 1 Johannes 1 : 9. Keizer Augustus heeft eens een groot blijk van vernuft en goedertierenheid gegeven. Hij had door een proclamatie een grote som gelds uitgeloofd aan ieder, die hem het hoofd van een berucht zeerover zou brengen. Deze, dit horende, ging zelf tot de keizer en legde zich met het hoofd aan zijn voeten; waarop Augustus hem niet alleen zijn vorige euveldaden heeft vergeven, maar hem nog beloonde voor het groot vertrouwen, dat hij in zijn genade heeft getoond. Voorwaar! het is aldus, dat God handelt. Ofschoon Zijn toorn geopenbaard wordt tegen alle zonde en ongerechtigheid, zo kan Hij toch, als de ziel vrijwillig tot Hem komt en zich voor Hem verootmoedigt. Zijn hand niet uitstrekken om die ziel te verderven, die Zijn genade aldus verheerlijkt, en dit is het wat de oprechte doet. Als de geveinsde gezondigd heeft, dan zal hij dit verbergen, zoals Achan zijn "gouden tong" verborgen heeft. Hij zit te broeden op zijn begeerlijkheden, zoals Rachel op haars vaders afgoden. Het is even moeilijk om een hen van haar nest weg te krijgen, als om zo iemand van zijn lusten weg te krijgen, en ze vrijwillig bloot te leggen voor de Heere. Indien God zelf hem niet ontdekt, dan zal hij zichzelf niet verraden. Ik kan het verschil in gezindheid tussen een oprecht en een onoprecht hart niet beter in het licht stellen, dan door het te vergelijken bij het verschil tussen een loondienaar en een kind.

Als een knecht - tenzij het er een is uit duizend - een glas breekt, of iets van zijns meesters goed bederft, dan doet hij al wat hij kan om het voor zijn meester te verbergen. Daarom werpt hij er de stukken van weg in het een of ander donker gat, waar hij denkt, dat zij nooit gevonden zul­ len worden, en nu is hij volstrekt niet bedroefd over het onrecht, dat hij zijn meester heeft aangedaan, maar blij, dat hij het zo aangelegd heeft, dat hij niet zal worden ontdekt. Zo zou ook de geveinsde zich gelukkig achten, als hij zijn zonde slechts buiten het gezicht Gods kon houden. Het is niet, dat het verraad hem tegen de borst is, maar hij vreest, dat hij als verrader bekend zal worden, en daarom zal de geveinsde, ofschoon het even ondoenlijk is om het oog des Almachtigen te verblinden, als om de zon met onze hand te bedekken, zodat zij niet schijnt, dit toch beproeven. Wij vinden een wee uitgesproken over de zodanigen: "Wee dengenen, die zich diep versteken willen voor de Heere, hun raad verbergende; en welker werken in duisternis geschieden, " Jesaja 29 : 15. Dat is een soort van zondaren, aan wie het niet te doen is om zich met God te verzoenen nadat zij hebben overtreden, doch om zich stil te houden; en zedig en ingetogen voor hun God staan, alsof zij nergens anders geweest waren, dan waar zij behoorden te zijn. Dat zijn degenen, die door God te schande zullen gemaakt worden.

De Joden hadden het heel ver gebracht in de kunst van deze geveinsdheid, toen zij zich rechtvaardigden als een heilig volk, en God geplaagd hebben om Zijn beschuldiging te bewijzen, veeleer dan te belijden wat toch maar al te waar en te blijkbaar was. Dit wordt hun door God verweten: "Hoe zegt gij: Ik ben niet verontreinigd, ik heb de Baals niet nagewandeld? Zie uwen weg in het dal, ken wat gij gedaan hebt, " Jeremia 2 : 23. Hebt gij zulk een hoeren voorhoofd om u te rechtvaardigen, zulk een geveinsd hart om een fraai bedeksel te werpen over zo boze praktijken? Zou gij nog voor heiligen willen doorgaan, en voor een volk, dat niet verontreinigd is? Doch merk nu op, dat het niet lang duurt, of dit veinzend volk, dat aldus zijn zonde verborgen had, is volkomen beschaamd en te schande gemaakt:

"Gelijk een dief beschaamd wordt, wanneer hij gevonden wordt, alzo zijn die van het huis Israels beschaamd", vers 26. Dat is: gelijk de dief, die in het eerst onbeschaamd genoeg was om het feit te ontkennen, dat hem ten laste werd gelegd, tot dubbele schande komt, wanneer men huiszoeking bij hem doet en de gestolen goederen vindt, en hem voor het gerecht brengt, want dan wordt hij beschaamd èn wegens zijn diefstal èn wegens zijn ontkennen er van. Zo is het met dit volk en met alle geveinsden. Zolang zij vrede hebben, zijn zij heel stout. en spreken zij grote woorden, ja zij schijnen het te verachten, dat men geloven zal, dat zij zijn wat zij zijn, maar er komt een tijd - die genoemd wordt "hare maand, waarin zij haar zullen vinden, " vers 24, als Gods geroep achter hen zal worden gehoord. Dan zullen Zijn verschrikkingen in hun geweten wroeten, en te voorschijn brengen, wat zij zo hardnekkig hebben ontkend, en het voor henzelven en ook voor anderen duidelijk maken, welke kunstgrepen en bedrog zij hebben gepleegd om hun zonden van zich af te schuiven. Men kan zich gemakkelijk voorstellen welk een schaamte hun aangezicht zal bedekken en hun hoofden ter aarde zal buigen, terwijl dit geschiedt. God schept er behagen in om diegenen te verdwazen, die denken, dat zij hun plannen zo wijselijk aangelegd hebben, omdat zij, gelijk Achab, vermomd tegen God strijden, ten einde van de mensen niet gekend te worden.

Maar de oprechte volgt een andere koers en slaagt beter. Gelijk een kind, wanneer het een fout begaan heeft, niet wacht totdat anderen aan zijn vader gaan zeggen, wat er gebeurd is; of totdat zijn vader door zijn donkere blikken en gefronsd voorhoofd laat blijken, dat het hem ter ore is gekomen, maar vrijwillig en uit eigen beweging tot zijn vader gaat - door niets anders gedreven dan door de liefde, die hij zijn vader toedraagt, en de smart, die met ieder ogenblik, dat hij wacht, al bitterder en bitterder wordt wegens zijn overtreding - en zijn bezwaard hart verluchting schenkt door een vrijwillige en volledige belijdenis zijner schuld aan zijns vaders voeten, en dat wel met grote eenvoudigheid en oprechtheid, het volle gewicht der overtreding in het licht stellende door iedere verzwarende omstandigheid, zodat indien de duivel zelf achter hem kwam om op te lezen wat hij overgelaten heeft, hij nauwelijks iets zou vinden, waarmee de overtreding zwarter kon worden voorgesteld. Aldus belijdt de oprechte zijn zonde voor God en voegt bij zijn eenvoudigheid in het belijden zijner zonden zulk een vloed van smart, dat God Zijn geliefd kind in gevaar ziende van al te ver op de zee der wanhoop te worden afgedreven - indien er niet weldra van Zijn zijde een goede tijding komt om hem te weerhouden - niet anders kan dan Zijn stem gebruiken om hem te vertroosten in zijn smart, veeleer dan hem te bestraffen om zijn zonde.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1993

De Wachter Sions | 8 Pagina's

De wapenrusting Gods

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1993

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken