Bekijk het origineel

1948 - Om te gedenken - 1993

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1948 - Om te gedenken - 1993

8 minuten leestijd

Meditatie

Ik zal de daden des Heeren gedenken, ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her. Psalm 77:12.

Geliefden, In deze 77e Psalm beluisteren wij een kind van God in zijn zielsuitgangen naar de Heere en Zijn gemeenschap. In geestelijke aanvechtingen en bange zielestrijd krijgt hij zijn stem op te heffen tot God. Hij kon zeggen: Mijn stem is tot God en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen. Door het geloof verkreeg hij uitgangen naar boven en in zijn benauwdheden zocht hij de Heere. Zijn ziel weigerde getroost te worden. Het was hem om God en Zijn gunst te doen. Zeer bang was het in- en uitwendig. Banden en bestrijdingen waren zijn deel en de Heere verborg Zich. Ja, hield Zich als een vijand tegenover hem. Met angst en verschrikking was zijn ziel aangedaan. De slaap week van zijn ogen en zijn ziel was verslagen zodat hij zwijgende over de aarde moest gaan. En dan zulke andere tijden gekend. Ja, dat hij mocht spelen op zijn snarenspel en de lof des Heeren in zijn keel mocht zijn. Dierbare omgangen mogen hebben met het volk des Heeren in het opgaan naar Gods huis en zich vermaken in de dienst des Heeren. En nu alles zo anders geworden. De Heere verbergt Zich en de ziel is in duisternissen. De hemel als van koper en de aarde als van ijzer. Het woord gesloten en overal de smaak uit weggenomen.

Een verbergend God en inwendig alles van de plaats. Enkel duisternis en verwarring, ja inwendige vijandschap waar te moeten nemen. Zal dan de Heere in eeuwigheid verstoten, en voortaan niet meer goedgunstig zijn? O die bange zielevragen. Dat moet beleefd worden wil men weten wat dat is. Besproken nood is nog houdbaar maar waarlijk ingeleefde nood brengt de ziel in bange vragen en worstelingen bij dagen en bij nachten. Dan wordt er wat afgedaan in het verborgene. Daar weet alleen de Heere maar van. Daar kan men meest niet mee naar buiten en het wordt dan toch ook meest niet meer verstaan. Dan wordt er iets van beleefd: Eenzaam ben ik en verschoven; ja, de ellende drukt mij neer. Dan zijn het werkelijk duizend zorgen en duizend doden die dag en nacht het angstig hart komen te kwellen. Geen ingang en geen doorgang in het gebed en onverenigd met de weg. Dan enkel opstand en vijandschap tegen die weg te moeten waarnemen. De bestrijders op de been en het ongeloof krachtig woelende zodat men denkt nog voor eeuwig mis te zullen stappen. Dan roept hij wat uit: Zou er wel wetenschap zijn in den hemel? Zou de Heere wel weten van mijn droevig lot? Zou de Heere vergeten genadig te zijn? En dan die verdorvenheid waar te moetennemen inwendig. Dan denkt hij menigmaal nog als een huichelaar openbaar te zullen komen en dat de Heere rechtvaardig Zijn barmhartigheden door toom komt toe te sluiten. O, die lieve 77e Psalm toch. Wat een wonder dat er nog meer van zulke mensen geweest zijn.

Want als hij dan verwaardigd mag worden aansluiting te krijgen door het Woord aan het Woord, dan springt er toch iets op van binnen. O Heere staat nu mijn toestand in Uw Woord? Wat wordt het dan toch een ogenblik tot verwondering. En als hij dan verwaardigd mag worden moed te scheppen uit de uitkomst en behoudenis van een ander, dan wordt het weer eens even anders in de ziel. Asaf mocht verwaardigd worden om door het toevluchtnemend geloof God aan te grijpen. Het werd alles anders inwendig. Want dan zegt hij: Nu zit ik wel in mijzelf en op de omstandigheden te kijken en door ongeloof God te verdenken, maar dit krenkt mij toch. O, daar mag dat nieuwe deel weer eens boven komen. En dat omdat de rechterhand des Heeren verandert. Want de rechterhand des Heeren doet krachtige daden. Hij wendt Zich tot het gebed desgenen die gans ontbloot is. En doet ervaren: Ik, de HEERE word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs, niet verteerd. O, als de rechterhand des Heeren eens verandert dan moet ongeloof wijken en de bestrijder op de loop en dan krijgt de ziel krediet op God en gaat het geloof door de liefde werken. Dan wordt de ziel ingeleid in Gods onveranderlijk Verbond en teruggeleid in de weg die de Heere heeft gehouden en dan valt de getrouwigheid des Heeren open en verblijdt hij zich weer in Gods wijze handelingen. En door terugleidend licht mag hij dan de daden des Heeren gedenken.

Aan die woorden hebben wij even moeten denken in verband met het feit dat onze geliefde leermeester en ambtsbroeder mag herdenken dat hij 45 jaar in het ambt van herder en leraar mag staan. Deze 77e Psalm is hem ook niet vreemd gebleven in zijn leven. Maar nu ook: Ik zal de daden des Heeren gedenken. Dat is, in verwondering teruggeleid te worden in de weg die de Heere deze 45 jaren heeft willen houden.

Zijn daden getoond en trouwelijk hem geleid. De eerste gang in deze Psalm is hem niet vreemd gebleven in het persoonlijke en in het ambtelijke leven. Ook voor hem was Gods weg menigmaal zo onbegrepen en in het heiligdom vanuit het Heiligdom. Zijn pad was vaak door diepe wateren. Zeer jong getrokken door vrije genade uit de staat des doods heeft de Heere met hem krachtig doorgewerkt en op jeugdige leeftijd reeds teruggebracht door de gerechtigheid van de Middelaar als de verloren zoon tot de Vader en de Geest der aanneming tot kinderen deelachtig geworden. Grote daden des Heeren, waardig om te gedenken. Op jonge leeftijd door de Heere Zelf uitgestoten in Zijn wijngaard om de volle raad Gods uit te dragen. En nu uit God door God bekrachtigd staande gehouden deze 45 jaren. Ervaren dat Gods weg ook met hem was in het heiligdom en Zijn pad in diepe wateren.

Doch vanuit het Heiligdom onderhouden en bediend mag hij op deze dag met David getuigen: O God Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen. Velerlei wederwaardigheden moeten doorleven. Veel van Gods kinderen in die 45 jaren zich zien ontvallen hier op aarde. Zware stormen zijn over zijn hoofd gegaan. Persoonlijk is hem rouw en smart niet bespaard gebleven. O God, Uw weg is in het heiligdom, doch hulpe van God verkregen hebbende mag hij nog staan tot op dezen dag. Kerkelijk veel strijd, druk en teleurstellingen moeten opdoen. Persoonlijk hebben wij veel met hem doorleefd en doorworsteld, doch in die weg zijn de banden alleen maar versterkt geworden. En wel eens ervaren dat die liefde wonderlijker is dan de liefde der vrouwen. Hoon, smaad en verachting is menigmaal zijn deel geweest, doch zo moet nu de Kerk ook in die weg de voetstappen van Christus leren drukken. Zijn pad in diepe wateren, doch nog niet weggespoeld en dat omdat de Borg in de allerdiepste wateren der verdrukking is afgedaald om Zijn volk vanuit de wateren der Goddelijke toorn te verlossen en hun te verwerven de wateren der verzoening en der vertroosting in smarten. Nee, geen mensen verheerlijken, dat kan niet lijden, maar de daden des Heeren gedenken. Zoveel jaren in het ambt en nu zal onze geliefde broeder zeggen: Het is al te kort en het is al verzondigd. Maar om nochtans te gewagen

(vervolg op pag. 34)

Meditatie vervolg

van Gods onveranderlijke trouw en weldadigheid en dat van ouds her. Het gaat met de Kerke Gods door de verdrukking tot de eeuwige overwinning. En dat nu enkel en alleen omdat Gods weg is in het heiligdom. Zijn voetstappen zijn niet bekend. Dat wil zeggen: Nooit van te voren geweten. Nee, Gods volk leeft niet bij conclusies, noch bij berekeningen, maar uit het Heiligdom, als het goed mag liggen, maar het verstaat als de Heere het geeft achteraf de wijsheid, liefde en trouw in al Zijn handelingen en vrijmachtige leidingen. Opdat de roem zij uit God en niet uit de mensen. Zo wordt de Kerk door de verdrukking geleid tot dat land waar geen verdrukking meer zal gevonden worden. Welaan, de Heere verlevendige de hope der heerlijkheid bij onze geliefde broeder en geve met de geschonken weldaden in Hem te doen eindigen, dan blijft er enkel verwondering en aanbidding over en dat gunnen wij hem van ganser harte. Maar tevens hoop ik dat wij nog een poosje aan elkander mogen verbonden blijven tot welzijn van al onze gemeenten, doch bovenal tot ere van Sions eeuwige Koning. Hij zal tot het laatste toe doen ervaren, dat Zijn weg is in het heiligdom en Zijn pad in diepe wateren. Doch Hij geve ook onder en met elkander de daden des Heeren te gedenken opdat de vrucht moge zijn: Geloofd zij de Heere God, de God Israels, Die alleen wonderen doet. Amen, ja Amen.

Ederveen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Wachter Sions | 8 Pagina's

1948 - Om te gedenken - 1993

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1993

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken