Bekijk het origineel

Uit de Bron (51)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de Bron (51)

5 minuten leestijd

Laat Mijn volk trekken (3)

”Mazes nu zeide: Gij hebt recht gesproken: ik zal niet meer uw aangezicht zien.”

(Ex. 10:29)

Opnieuw verschenen Mozes en Aaron voor Farao en lieten Gods waarschuwende stem horen.

”Zo zegt de HEERE, de God der Hebreeën: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen. Zie, Ik zal morgen omtrent dezen tijd een zeer zwaren hagel doen regenen, desgelijks in Egypte niet geweest is van dien dag af, dat het gegrond is, tot nu toe. Wie zijn vee wil redden, moet zorgen dat het in huis wordt gehaald!”

Er werd nu een zware hagelplaag aangekondigd. Onder de Egyptenaars waren er die ontzag voor de God van de Israëlieten gekregen hadden. Deze mensen haalden vlug hun vee binnen eer de bui zou los barsten. Maar die onverschillig waren, lieten hun vee gewoon buiten lopen.

De volgende dag strekte Mozes zijn staf naar de hemel uit. Meteen brak er een zware hagelbui los, terwijl er ook een vreselijk onweer losbarstte.

In de Bijbel lezen we van dit noodweer: "En de HEERE gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde en er was hagel, en vuur in het midden des hagels vervangen; hij was zeer zwaar; desgelijks is in het ganse Egypteland nooit geweest, sinds dat het tot een volk geweest is.”

Alles wat op het veld stond, werd vernield. Alle vruchten aan bomen en planten werden stuk geslagen, en mensen en beesten die buiten op het veld waren, werden door de hagel gedood. Alleen in het land Gosen, waar de Israëlieten woonden, was geen hagel. Daar konden de mensen gewoon buiten hun werk blijven doen en liepen de kinderen op straat. Nu bleek de koning erg verslagen te zijn. Hij riep Mozes en Aaron en sprak: "Het is genoeg. De HEERE is rechtvaardig, ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen. Bidt vuriglijk tot den HEERE, dat geen donder Gods noch hagel meer zij; dan zal ik ulieden trekken laten en gij zult niet langer blijven.”

Toen breidde Mozes zijn handen uit tot God, staande buiten de stad, en bad om wegneming van de straf Toen Farao echter zag, dat het onweer en de hagel ophielden, trok hij zijn belofte in en liet het volk van Israël niet trekken. Zo zondigde hij opnieuw tegen de Heere, de God van Israël.

”Ga nogmaals naar Farao, " sprak de Heere tot Mozes. "Heel Egjrpte zal weten, dat Ik de Heere ben, en u zult het aan uw kinderen en kleinkinderen vertellen, welke tekenen Ik in Egypte gedaan heb.”

Zo gingen Mozes en Aaron opnieuw tot de koning en Aaron sprak: "Als u mijn volk nog niet wilt laten trekken, zo zal de Heere morgen sprinkhanen over het hele land zenden en zij zullen alles, wat over gebleven is van de hagel, kaal vreten en vernielen. Ook uw huizen zullen met dit ongedierte vervuld worden.”

Toen verlieten Mozes en Aaron de koning. Meteen kwamen de hovelingen en raadsheren naar hem toe en spraken: "O koning, hoe lang moet dit nog duren? Laat mijn volk toch gaan! Zij zullen anders ons ongeluk worden! Laat hen toch hun God dienen. Weet gij nog niet, dat Egypte verdorven is? ”

De koning liet daarop Mozes en Aaron terugroepen. Wrevelig sprak hij: "Ga dan heen, en offert uw God. Maar met hoeveel mensen zult u vertrekken? " Hierop antwoordde Mozes: "Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden, met onze zonen en met onze dochters, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest des HEEREN." Toen werd de koning boos en zei: "Ga uit mijn ogen! Wat denken jullie wel! Alleen de mannen mogen de Heere in de woestijn gaan dienen, maar uw kinderen en vee blijven hier.”

Zo boos was de koning, dat zijn knechten Mozes en Aaron uit zijn nabijheid verwijderden.

Op Gods bevel strekte Mozes zijn staf over het land uit en de Heere liet meteen een sterke oostenwind waaien die de vol-gende morgen grote zwermen sprinkhanen aanvoerden. Deze plaag was onvoorstelbaar groot. Nooit eerder had Egypte dit meegemaakt en nooit meer zou er zo'n grote plaag komen. In de Bijbel lezen we: "Want zij bedekten het gezicht des gansen lands, alzo dat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands op en al de vruchten der bomen, die de hagel had overgelaten; en er bleef niets groens aan de bomen noch aan de kruiden des velds in het ganse Egypteland.”

De hagel had dus niet alles vernield. Toen de hagelplaag er was, werden de gerst en het vlas geheel vernield. Maar enkele graansoorten als het koren en de spelt konden niet vernield worden, daar die nog onder de grond zaten. Maar inmiddels waren het graan en de spelt ook uitgekomen en die werden nu een prooi van de sprinkhanen.

Hoe vreselijk was deze plaag. De zwermen sprinkhanen maakten het overdag donker en geen sprietje groen bleef meer over. Alles stond er kaal en doods bij, zodat het land een treurige aanblik bood!

De sprinkhaan en de kever kwamen. Gelijk een talloos leger, samen; Verslonden, wat het aardrijk gaf (Ps. 105:19)

In zijn angst riep de koning Mozes en Aaron.

”Ik heb gezondigd tegen de HEERE uw God en tegen ulieden. En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen dimaal en bidt vuriglijk tot den HEERE uw God, dat Hij slechts dezen dood van mij wegneme.”

De koning was haast de wanhoop nabij. Nu scheen hij echt berouw te hebben en niet verder meer met de Heere te willen spotten.

Toen bad Mozes tot de Heere en Hij liet een sterke westenwind komen die de grote sprinkhanenzwermen opnam en in de Schelfzee smeet. In korte tijd werd er niet één sprinkhaan meer gezien. Hoe groot en machtig is de Heere!

In de Bijbel lezen we echter het ontzettende, dat Farao opnieuw zijn belofte brak en het volk van Israël niet wilde laten gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 2002

De Wachter Sions | 8 Pagina's

Uit de Bron (51)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 2002

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken