Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De bekendmaking van Jozef aan zijn broeders (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De bekendmaking van Jozef aan zijn broeders (2)

6 minuten leestijd

Meditatie

Toen kon Jozef zich niet bedwingen voor allen die bij hem stonden, en hij riep: Doet allen man van mij uitgaan. En er stond niemand bij hem, als Jozef zich aan zijn broederen bekendmaakte.

Genesis 45:1

Maar nu was het Juda's tijd om voor Jozefs aangezicht als borg voor Benjamin in te springen. Als borg heeft hij voor Benjamin gepleit. Als we die hartroerende pleitredenen lezen die we kunnen vinden in het vorige hoofdstuk, zouden we zo bij onszelf zeggen: 'Jozef moest daardoor toch wel bewogen worden om Benjamin weer met hen mee terug te geven.' Maar nee, Jozef had die voorspraak van Juda helemaal niet nodig. Waarom niet? Wel, hij had zijn vader en zijn broeder Benjamin zelf zo lief, dat hij, in plaats van Benjamin gevangen te houden en tot zijn slaaf te maken, zelf verlangde naar het ogenblik dat hij aan de hals van zijn lieve vader en van zijn broeder Benjamin zou mogen liggen.

Christus zegt: Ik zeg u niet dat Ik den Vader voor u bidden zal; want de Vader Zelf heeft u lief. Een kostelijke gang in de geschiedenis van Jozef. We zien hier in Juda een type van de Middelaar, de Leeuw uit Juda's stam, Die van eeuwigheid voor de Zijnen Borg geworden is.

Juda was dus een type van Christus, maar in de geschiedenis hebben we Jozef in het bijzonder als een type van de Middelaar te zien. We hopen straks nog nader te vernemen hoe hij tot zijn broeders heeft gezegd: Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.

Jozefs verhoging na zijn diepe vernedering moest dienen tot leven van het ganse geslacht zijns vaders. Daar was die vernederende gang van Jozef toe nodig. De Middelaar geeft Zijn Kerk ook het leven. Maar Hij kan Zijn Kerk het leven niet geven, zonder eerst Zelf de dood te zijn ingegaan. Och, de Heere zorgde ervoor dat de dromen van Jozef in vervulling gingen; maar op een andere wijze dan hij had gedacht.

Daar moet u wel erg in hebben: Jozef heeft mooie dromen gehad. Hij heeft gedroomd dat de korenschoven van zijn broeders zich voor zijn korenschoof neerbogen. Hij heeft gedroomd dat de zon en de maan en elf sterren zich voor hem neerbogen. Hij heeft alleen maar van verhoging gedroomd en niet van vernedering.

De Heere heeft hem in die dromen alleen maar laten zien hoe hij verhoogd zou worden en niet, hoe er een vernedering aan vooraf zou gaan. Dat heeft de Heere hem niet laten zien, dus dat heeft Jozef niet geweten. Daarin zien we dat Jozef maar een flauw schaduwbeeld van de meerdere Jozef is geweest. Want de meerdere Jozef heeft het wel geweten! Hij heeft van eeuwigheid geweten welke weg van diepe vernedering Hij zou moeten gaan. Hij heeft het ook geweten toen Hij op aarde was, waartoe Hij op aarde gekomen was.

We zien in Jozefs geschiedenis zo duidelijk de leiding van Gods voorzienigheid. Er was aan de vervulling van zijn dromen een weg van beproeving verbonden. Tot den tijd toe dat Zijn woord kwam, heeft hem de rede des HEEREN doorlouterd.

Hij moest als slaaf verkocht worden naar Egypte. Zijn veelvervige rok moest hij inwisselen voor een slavenkleed. Hij werd op de slavenmarkt geplaatst. Hij was voor 20 zilverlingen door de Midianietische kooplieden gekocht. Hij zal misschien op die slavenmarkt voor 30 zilverlingen zijn verkocht. Ze moesten toch verdienen op Jozef? Dan was hij helemaal een type van de Middelaar. Precies de prijs, die Judas ook heeft gekregen.

We weten hoe het verder gegaan is. Hoe hij bij Potifar in huis gekomen is en hoe de vreze Gods hem heeft weerhouden van de zonde. Het gevolg daarvan was, dat hij in de gevangenis terechtkwam. Daar heeft hij de bakker en de schenker ontmoet. Zij hadden gedroomd en hij heeft hun dromen uitgelegd. Hij heeft het de schenker doen weten dat hij weer in ere zou worden hersteld, en heeft tot hem gezegd: Gedenk mijner.

Maar nee, gelukkig, de schenker vergat hem. Gelukkig? Ja, want denkt u eens in wat er gebeurd zou zijn als die schenker aan hem had gedacht! Dan had hij een beetje reisgeld gekregen om mee terug te gaan naar zijn vader. Dat was alles geweest, als die schenker aan hem had gedacht. Gelukkig vergat hij hem, maar God gedacht aan Jozef.

Deze weg heeft Jozef moeten gaan. Ook farao moest nog een keer dromen. Toen moest die schenker gedenken aan zijn zonde en werd Jozef uit de gevangenis gehaald. Hij moest toen de dromen van farao uitleggen. En dat, opdat hij door deze weg ertoe in staat zou worden gesteld om zijn vader en zijn broeders in een tijd van honger in het leven te behouden. Daartoe hebben dus de broeders zo met hem moeten handelen en hem als slaaf moeten verkopen naar Egypte.

Ach, wat zien we daarin toch weer duidelijk de weg voorgesteld, die de Middelaar heeft moeten gaan tot het leven en de zaligheid van Zijn Kerk. Hij is ook door Zijn eigen broeders veracht en verworpen. Pilatus zegt: Uw volk heeft U aan mij overgeleverd. Hij is gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Petrus heeft het gepredikt op de Pinksterdag: Dezen, door den bepaalden raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt gij genomen en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood. De Pinksterlingen zijn verslagen geworden in het hart, toen zij dit hoorden.

Hetzelfde zien we bij de broeders van Jozef. Ze hebben dit Jozef aan moeten doen, maar daar zijn ze voor zichzelf niet mee klaar geweest. Zij hadden hem werkelijk kwaad aangedaan. Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht. Maar

zoveel wonderlijker is het voor hen geworden dat deze handeling ertoe moest dienen dat Jozef hen nu in de tijd van honger in het leven moest behouden. Dat hij nu tot hun verlossing in Egypte was gekomen en onderkoning van Egypte was geworden. Ach geliefden, het zalig worden zal toch zo'n eeuwig wonder worden voor al degenen die het te beurt zullen mogen vallen. God volvoert Zijn eeuwige raad dwars door de zonde en de diepe val des mensen heen tot de eeuwige zaligheid der Zijnen. Verraders en moordenaars van Christus worden door Christus zalig. Dat was het wonder voor de Pinksterlingen. Ze zeiden: Wat zullen wij nu doen? Wij hebben de Zaligmaker gedood, nu kunnen wij nooit meer zalig worden.' Petrus zegt: 'Door die Zaligmaker, Die gij gedood hebt, wordt gij nu zalig.' Hier ziet u precies hetzelfde!

Men wordt niet als een vriend zalig, men wordt als een vijand gezaligd. Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor den goede zal mogelijk iemand ook bestaan te sterven; Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is als wij nog zondaars waren. Hij is te zijner tijd voor de goddelozen gestorven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2009

De Wachter Sions | 8 Pagina's

De bekendmaking van Jozef aan zijn broeders (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2009

De Wachter Sions | 8 Pagina's

PDF Bekijken